Interview met suikerrietkapper Joffre Valerozo van FENACLE
“We eisen een degelijk loon en een goede huisvesting”
Joffre ging op elfjarige leeftijd aan
de slag als suikerrietkapper. Hij werkt nu 10 jaar bij het Ecuadoraans
suikerrietbedrijf Valdez en is er politiek secretaris binnen de vakbond.
Hoe ben je met vakbondswerk begonnen?
Ik ben er vijf jaar geleden mee begonnen toen we ons begonnen te organiseren
als suikerrietkappers die voor onderaannemers werkten. We waren de eerste
organisatie van het land die erin slaagde om zich als werknemers van
onderaannemers te organiseren. Het lukte dankzij de hulp van de vakbondskoepel
FENACLE en de internationale solidariteit.
Welke strijd hebben jullie reeds gevoerd?
Toen FENACLE in 2000 in het bedrijf Alamo een vakbond wilde beginnen,
ontdekten ze er een draaimolen van een kleine twintig bedrijven die om de zes
maanden de arbeiders doorschoven zodat die geen bescherming konden eisen of
rechten konden claimen. Dat was het begin van de strijd tegen onderaanneming in
Ecuador. We kregen hierbij veel steun vanuit de regering.
Waarom vochten jullie tegen onderaanneming?
Toen we voor de onderaannemers werkten, hadden we geen directe band met
het bedrijf. Het bedrijf was dus niet verantwoordelijk voor onze
beschermende kledij, transport of het gereedschap. We kregen bovendien
geen water. Ze gaven ons geen sociale zekerheid en respecteerden de
suikerrietkaptarieven niet. Door ons te organiseren hebben we die
tarieven beetje bij beetje kunnen optrekken. We zijn begonnen aan 84
dollarcent per ton gekapt riet, daarna 90 cent en sinds vorig jaar
krijgen we 1,2 dollar per ton. Sinds de afschaffing van onderaanneming
in 2008, zitten we in het collectief contract met het bedrijf. We worden
nu in bussen vervoerd en we krijgen gereedschap en water.
Met welke problemen hebben jullie momenteel nog te kampen?
De afschaffing van onderaanneming was al een grote stap, maar er ontbreekt
nog zeer veel. In het collectieve contract staat dat we pas over tien jaar recht
hebben op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de arbeiders die voorheen reeds vast
tewerk gesteld waren binnen het bedrijf. Het gaat onder meer over jaarlijkse
bonussen op basis van productiviteit en anciënniteit en over de opbouw van je
pensioen, een hospitalisatieverzekering en schoolgeld voor je kinderen. Velen
van ons werken er echter al meer dan tien jaar. Al de jaren die we gewerkt
hebben, willen we niet verloren laten gaan. We willen dat ze erkend worden.
Daarvoor strijden we nu met FENACLE.
Hoe zit het met de arbeidsomstandigheden in de rietkap?
We worden betaald per ton gekapt riet, niet per uur. Om een voldoende hoog
loon te kunnen hebben, moeten we van zes uur ’s ochtends tot vijf uur ’s avonds
werken. Ik verkoop dus mijn gezondheid, want dit werk is heel ongezond en gaat
ten koste van mijn kracht. Als het weer het toelaat, wordt het rietveld eerst in
brand gestoken. Dan kan je meer riet kappen op een dag, maar de warmte en de
rook van beneden in combinatie met de hitte van de zon, maken het heel
uitputtend en ontzettend ongezond. Maar de werkgevers zien dat niet.
Jullie voeren ook campagne voor betere arbeidsregels.
Dat klopt. We eisen van de bedrijven dat ze ons een degelijk loon en
goede huisvesting geven. Met ons loon kunnen we niet eens een
basispakket aan levensmiddelen betalen. Het is moeilijk om de bedrijven
er bewust van te maken dat er niets ergs zal gebeuren als je waardig
werk voorziet voor je werknemers. Daarom dat FENACLE de syndicale
beweging nieuw leven wil inblazen, met nieuwe mensen, met een nieuwe
mentaliteit, om te zoeken naar een draagvlak om stap voor stap te
strijden voor voordelen en loon dat de basisbehoeften dekt. De
internationale solidariteit steunt ons hierbij.
191
landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de
armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie
om de politici aan hun belofte te herinneren én de
lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!