Kom naar de Wachtnacht!


De MDGs: fos zit niet stil


Steun Pakistan!


Jaarverslag 2009



 ES  FR  EN  PT


 
 
  FOS | Nieuws: KORT VERSLAG 1-2002
home > nieuws > Fosfor

Kort verslag nr. 1, januari-maart 2002

Inhoudstafel :


Sociale labels voor eerlijke producten

België is het eerste land in Europa dat een sociaal label invoert voor producten die gemaakt zijn met respect voor fundamentele sociale rechten. De plenaire vergadering van de Kamer stemde de wet op het sociaal label op 29 november 2001.

Nu moet de tekst nog terug naar de Senaat, en Economische Zaken werkt aan de nodige uitvoeringsbesluiten. Pas daarna (en in elk geval zes maanden na de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad) zullen ondernemingen het sociaal label kunnen aanvragen voor hun producten.

Het blijft dus waarschijnlijk wachten tot 2003 op producten met sociale labels in onze winkelrekken.

Wat is het sociaal label?

Producten die op een sociaal verantwoorde manier zijn vervaardigd, zijn voortaan herkenbaar aan een sociaal label. Dat heeft de Kamer eind vorig jaar op voorstel van sp.a-fractieleider Dirk Van der Maelen beslist.

Van der Maelen wil dus dat de overheid promotie voert voor producten die op een sociaal verantwoorde manier zijn gemaakt.

Het sociaal label komt enkel terecht op producten die geproduceerd zijn met respect voor vijf voorwaarden: verbod op kinder- en dwangarbeid, verbod op discriminatie van werknemers op basis van geloof, geslacht of afkomst, respect voor vakbondsvrijheid en collectief overleg (de vijf basisprincipes van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO)).

Het initiatief moet bedrijven stimuleren om de arbeidsvoorwaarden van hun werknemers te verbeteren, en dan vooral in het Zuiden. Op langere termijn moet dat dan leiden tot een betere levensstandaard en meer sociale rechten voor de plaatselijke bevolking in het algemeen.  Opmerkelijk is trouwens dat bedrijven uit het Zuiden die niet in staat zijn om de opgelegde normen na te leven, financiële steun kunnen vragen aan de Belgische staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking.

Daarnaast wil de overheid de consumenten in ons land stimuleren om een bewuster koopgedrag aan de dag te leggen.

Sociale locomotieven

Die wet wil bijdragen tot de verbetering van de arbeidsomstandigheden en naleving van de mensenrechten in het Zuiden.

Enkele recente uitspraken van Van der Maelen in de pers:

"Op een positieve manier, niet door sancties. Bedrijven kunnen voor hun producten, die vervaardigd zijn met respect voor de vijf basisconventies van de ILO, een officieel label of keurmerk aanvragen. De consument in België weet dan meteen dat het product vervaardigd is met eerbiediging van een minimum aan sociale normen."

"In 1998 onderschreef 95 procent van de leden van de ILO deze basisconventies. Van speelgoed dat dit label draagt, kan de Belgische verbruiker bijvoorbeeld zeker zijn dat het niet in de meest ellendige arbeidsomstandigheden werd geproduceerd."

"De bedoeling is om 'sociale locomotieven' te maken van de ondernemingen die de voorgestelde procedure volgen, en op die manier te zorgen voor een verbetering van de welvaart in het betrokken land".

"Op termijn zal de naleving van de ILO-verdragen tot een grotere politieke stabiliteit leiden en resulteren in het tegenwerken van de gevolgen van de internationale concurrentie, die ertoe neigt de werkomstandigheden in neerwaartse zin te nivelleren".

Een lange weg

 

Het voorstel werd tijdens de vorige legislatuur reeds goedgekeurd door de Kamer, maar de Senaat had niet meer de tijd om het vóór de verkiezingen van juni 1999 te bespreken. Het werd echter terug opgepikt in de regeringsverklaring van paars-groen. In juli 2000 werd het door de Senaat besproken, geamendeerd en teruggezonden naar de Kamer.

 

Als gevolg van een verplichte notificatieprocedure in het kader van de eenheidsmarkt, werd de Europese Commissie op de hoogte gebracht van het wetsontwerp.

Zowel de Europese Commissie als de Wereldhandelsorganisatie (WHO) hebben zich aanvankelijk verzet tegen dit sociaal label. “Het is zorgwekkend voor onze democratie dat de WHO blijkbaar wetsontwerpen die al goedgekeurd zijn in de Senaat wil stoppen!” zei Van der Maelen daarover in De Morgen.

Op vraag van de Europese Commissie valt de beperking om het label enkel toe te kennen aan ingevoerde producten weg. Alle ondernemingen, ook Belgische, moeten het label kunnen aanvragen. Alle producten die op de Belgische markt aangeboden worden kunnen in principe het label krijgen.

De aanvraag om het label te bekomen of te verlengen moet gebeuren bij de bevoegde minister, en die moet elke weigering motiveren.

Gelijkaardige labels die andere landen of internationale organisaties toekennen kunnen erkend worden, op voorwaarde dat deze labels gelijkwaardige garanties bieden.

Protest uit het Zuiden?

Het ontwerp werd door de Belgische overheid ook nog eens doorgestuurd naar de Wereldhandelsorganisatie, waardoor een aantal landen uit het Zuiden - uit vrees voor protectionisme - aan de alarmbel trokken. Dat waren wel steeds dezelfde landen, en op sociaal vlak niet meteen de meest vooruitstrevende: Brazilië, Indonesië, Egypte.

Het zijn immers de politieke, financiële en economische elites van deze landen die protesteren. Die elites hebben er alle belang bij ultralage lonen te betalen en vakbonden tegen te werken. En het is niet voor de elites in deze landen dat de wet op het Sociaal Label er komt, maar wel voor de gewone mensen, dixit Van der Maelen.
 
Dit Belgische initiatief - een primeur in Europa – krijgt alvast in Frankrijk navolging en  naar verluidt overweegt de Europese Commissie om een stap in dezelfde richting te zetten.

Controle en bestraffing

De overheid zal dit label toekennen aan producten waarvoor in heel de productieketen de basisverdragen van de ILO in acht worden genomen. De onderneming die het label voor één van haar producten aanvraagt, zal dus het bewijs moeten leveren dat de onderaannemers en de toeleveranciers die aan de productie hebben meegewerkt, net als zijzelf, deze verdragen eerbiedigen. De Minister van Economie zal sociale auditbedrijven die door hem geaccrediteerd worden opdragen het label te controleren.

Of die ILO-verdragen werden ondertekend door het land waarin de onderneming is gevestigd is irrelevant. Men zal nagaan of het product waarvoor om een label werd verzocht wel degelijk met naleving van de ILO-basisverdragen werd gemaakt. Sommige ondernemingen die met naleving van deze verdragen produceren zijn immers gevestigd in landen die de ILO-verdragen niet geratificeerd hebben, bijvoorbeeld de Verenigde Staten.

De straffen voor fraude kunnen hoog oplopen: een geldboete van 2500 tot 2,5 miljoen euro, en een gevangenisstraf van 8 dagen tot 5 jaar voor de verantwoordelijke van de onderneming die het label aanvraagt en die met de inhoud van het verslag knoeit.

Hoe moet het nu verder?

Sociaal label: ja, maar…

Wij staken onze voelsprieten uit en registreerden enkele reacties. Heel wat bewegingen en organisaties volgen de evolutie van dit voorstel – ondertussen wet - met belangstelling.

Blijkbaar moedigt iedereen Van der Maelen aan in zijn onvermoeibaar streven naar een betere regelgeving. Die moet er immers toe leiden dat sociale normen overal ter wereld worden gerespecteerd. Nog een paar positieve geluiden:

Een wettelijk geregeld label biedt het voordeel dat je een veelheid van labels vermijdt. De consument ziet soms door de bomen het bos niet meer.

Labels (en bijvoorbeeld ook gedragscodes) werken heel goed als educatief instrument om consumenten en werkgevers te informeren, te sensibiliseren en te mobiliseren inzake arbeidsnormen.

Het recht op vrije vakvereniging is fundamenteel, want het zijn vakbonden die op termijn de beste garantie bieden voor correcte arbeidsvoorwaarden.

Maar er zijn ook nog heel wat vragen en bedenkingen. Bijvoorbeeld over welke stappen men nu moet zetten en hoe dit sociaal label en de onontbeerlijke controle concreet gestalte moeten krijgen.

Genoeg stof voor debat dus, en daar dragen wij graag ons steentje toe bij!

Controle

Een betrouwbare controle moet het sociaal label uiteraard geloofwaardig maken. Hier blijven veel vragen onbeantwoord. Het is nog niet duidelijk hoe de controle precies zal verlopen en welke garanties bestaan voor een sluitende opvolging. Dit wordt zowel technisch, inhoudelijk als financieel een zeer zware dobber.

Vast staat dat alleen erkende instellingen controle zullen mogen uitoefenen en dat bedrijven verplicht zijn om informatie te verstrekken over hun leveranciers.

Er is ook een klachtenprocedure voorzien. Elk bedrijf, elke organisatie of belanghebbende partij kan klacht indienen. En als die gegrond is, kan het label ingetrokken worden. Hiertegen kan men beroep aantekenen. Er moet nog beslist worden binnen welke termijn de klacht behandeld wordt.

Het ziet er voorlopig niet naar uit dat men veel belang hecht aan de inspraak van lokale werknemersorganisaties in de controle. Want de uitdaging is om alle stakeholders te betrekken, anders blijf je steken in een zeer statische benadering. Op één moment (de controle) is het bedrijf in orde, het volgende moment kan dat natuurlijk alweer iets helemaal anders zijn. Dus volstaat het niet de werknemers als een loutere bron van informatie te zien, ze moeten werkelijk betrokken partij zijn.

De kosten die verbonden zijn aan het label zelf, worden gedragen door het ministerie van economische zaken. Maar wie betaalt de – dagelijkse – controle op het terrein? Zijn er al kostenanalyses gemaakt?

Dit is – alleen maar - Belgisch

Het ware mooi geweest, België lanceert tijdens het Europese voorzitterschap een Europees sociaal label voor maatschappelijk verantwoorde productie. Helaas, zo ver is het niet gekomen.

Ook al is België hier voorloper, het feit dat andere Europese landen vooralsnog niet meedoen is een zwak punt om het label in praktijk te brengen. De markt raakt meer en meer geglobaliseerd. Zullen multinationals, die Europees of mondiaal georganiseerd zijn, écht de stap zetten als het Sociaal Label niet Europees gedragen wordt?

Maar, zeggen de initiatiefnemers, met de antipersonenmijnencampagne is België er als klein landje toch ook maar in geslaagd de spits af te bijten! Waarom zou het niet voor een tweede keer lukken? Alleen is het niet meteen duidelijk wat de volgende stappen zullen zijn om medestanders te vinden op Europees of internationaal vlak.

De lat moet hoger

Al bij al gaat het om minimale criteria. Eerlijke Handel, Duurzame Ontwikkeling,… het is allemaal zoveel ruimer: ontwikkeling ondersteunen is toch meer dan elementaire sociale rechten respecteren?

Een groot aantal multinationals heeft ondertussen een eigen gedragscode aangenomen waar de lat hoger ligt dan de vijf basisconventies. Een leefbaar loon en een maximum aantal werkuren werden bijvoorbeeld ook al opgenomen als voorwaarden. Dit gebeurde weliswaar onder druk van consumentencampagnes. En onafhankelijke controle blijft natuurlijk achterwege.

In een volgende stap moet men werk maken van een uitbreiding van het Sociaal Label tot Eerlijke Handel. En waarom niet streven naar een omvattend ‘duurzaam’ label (én eerlijke handel, én sociale arbeidsomstandigheden, én milieuvriendelijke productie), zoals het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling van de RUG al jarenlang betoogt? Natuurlijk, Rome is niet op één dag gebouwd.

Beloning voor wie wet respecteert

Een sociaal label beloont wie de wet respecteert. Alsof je een automobilist zou belonen die voor een rood licht stopt. Gaat wie de wet overtreedt en stelselmatig door het rood licht rijdt, vrijuit blijven gaan?

Het label is vrijwillig. De wet zegt wel dat het label er moet komen, maar niet dat bedrijven verplicht zijn om het aan te vragen. Elke onderneming, zowel Belgisch als buitenlands, kan bovendien het label aanvragen voor zijn producten. De normen zijn gebaseerd op de vijf fundamentele conventies van de ILO. Dat betekent dat een Belgisch bedrijf - neem nu een tapijtenfabrikant - voor zijn producten die in België geproduceerd worden, dit label kan aanvragen. Maar wat is dan zijn verdienste? Het is toch logisch dat Belgische ondernemingen binnen de context van de nationale arbeidswetgeving deze minimumnormen respecteren? Moeten ze daarvoor beloond worden met een label?

Promotie nodig

Wie gaat promotie voeren en het initiatief bekendmaken? Hoe komen we als consument meer aan de weet over dit label als er geen echte promotiecampagne is voorzien? Dat lijkt toch echt wel noodzakelijk in een wereld waarin we overstelpt worden met informatie en reclame.

Liever bedrijfslabel

De toekenning van een label aan een product is een stap terug vergeleken met het oorspronkelijke voorstel, namelijk een sociaal label toekennen aan een onderneming.

Het gaat dus om een productlabel en niet om een bedrijfslabel. Dit heeft soms bijna absurde situaties tot gevolg: een bedrijf, neem nu Ikea bijvoorbeeld, kan het label alleen aanvragen voor zijn stoelen die gemaakt zijn in India. Tegelijkertijd doet het verder weinig inspanningen om een globaler sociaal beleid te voeren. Er ontstaat met andere woorden geen dynamiek die binnen het bedrijf en bij de onderaannemingen of leveranciers leidt tot betere arbeidsvoorwaarden in het algemeen. Er wordt ook weinig rekening gehouden met de complexiteit van de uitbestedingsketen (onderaanneming, toeleveranciers).

Samengevat

Dit initiatief heeft een grote symbolische waarde. Het laat zien dat de Belgische overheid het thema van de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven niet naast zich neerlegt.

Ook is de nieuwe wet politiek erg relevant. De Europese Commissie zou immers met het idee spelen om bij openbare aanbestedingen te verbieden dat ethische criteria van tel zijn. Bio-producten, Eerlijke Handel, Sociale normen… zouden moeten wijken  voor de vrije concurrentie. In dat geval zou je een overheid hebben die een sociaal label in het leven roept, maar er voor haar eigen aanbestedingen geen rekening mee mag houden!

Maar als het hierbij blijft schiet men te kort, nog afgezien van de veelvuldige obstakels om dit sociaal label in de praktijk te brengen. Want de schendingen van fundamentele arbeidsrechten blijven op die manier doorgaan. Wie braaf is krijgt lekkers, maar wie stout is laat men met rust.

Doorgaan dus op de ingeslagen weg!

Arnout Fierens
Educatiedienst

Kort verslag : inhoudstabel


1 mei-campagne 2002

Koffie verkeerd?

Naar goede gewoonte lanceert FOS ook dit jaar weer een solidariteitscampagne. Op 1 mei - hét feest van de internationale solidariteit - springen we samen met de socialistische beweging in de bres voor een meer rechtvaardige wereld. Vorig jaar richtten we onze schijnwerpers op de catastrofe die aids in Afrika aanricht. Dit jaar kiezen we voor solidariteit met de koffieplukkers in Nicaragua. Slachtoffers van de neoliberale globalisering.

Nicaragua is een koffieland. Koffie is zijn eerste exportproduct. Zo is Nicaragua, net als andere landen in de regio, afhankelijk van de schommelingen van de koffieprijs op de wereldmarkt. En daar loopt het verkeerd. De koffieprijzen zijn de jongste jaren volledig in elkaar gezakt. Op de beurs van New York, wel te verstaan, want in de winkel betalen u en ik nog altijd evenveel voor een pakje koffie.

Boontje en zijn loontje

In 1998 bracht koffie uit Nicaruagua gemiddeld 1,30 dollar op per pond (454 gram). Vandaag krijgen de boeren met moeite 45 dollarcent voor een pond koffie. Heel wat minder dan de prijs die wij hier voor één kopje koffie betalen. Een prijs overigens waartegen de meeste koffieboeren verlies lijden. Want het kost gemiddeld 60 dollarcent om een pond groene koffie te produceren.

De forse prijsdaling is vooral te wijten aan overproductie. Momenteel bedraagt de wereldproductie ongeveer 115 miljoen zakken van 60 kg koffiebonen. Terwijl we met z’n allen minder dan 105 miljoen van die zakken consumeren. Kortom, de wereld wordt overspoeld met koffie. Een gevolg van de neoliberale globalisering, gebaseerd op lage lonen, vrije concurrentie en exportgerichte groei. Landen beconcurreren elkaar op een vrije wereldmarkt. Ze proberen die markt te veroveren, bijvoorbeeld door de productie op te drijven. Zo werken ze overproductie in de hand, en dat drukt de prijzen.

Koffie in Nicaragua, niet zo gezond

Wat betekent dat voor de Nicaraguaanse koffieboeren? Een financiële ramp. In Matagalpa bijvoorbeeld, in het bergachtige gebied ten noorden van Managua, waar tot op duizend meter hoogte koffie groeit. Om sterker te staan hebben de kleine producenten zich verenigd in coöperaties. Maar tegen de almacht van de vrije markt kunnen ze – zelfs met gebundelde krachten - niet op. Veel telers berusten nu al in het feit dat ze hun koffie met verlies moeten verkopen. Onleefbaar voor de koffieboeren. Steeds lagere prijzen dwingen hen hun plantage te sluiten. Honderden koffieplukkers zitten zo zonder werk. En veel alternatieven zijn er niet in een land als Nicaragua, waar duizenden mensen van de koffie leven.

FOS is al jaren actief in het departement Matagalpa. Eind 1995 hebben we er de Mútua del Campo op poten gezet, samen met de Sandinistische landarbeidersbond (ATC), om betaalbare gezondheidszorg te verzekeren op het Nicaraguaanse platteland. Met succes. Op vijf jaar tijd groeide het aantal leden van 444 tot 1490, goed voor ongeveer 9000 rechthebbenden. Want wie aansluit, verzekert niet alleen zichzelf maar ook de rest van zijn gezin tegen ziekte. In dezelfde periode steeg ook het aantal medische posten – met een dokter, een verpleegkundige en een kleine apotheek – van één naar vijf.

Kortom, het ging goed met de Mútua, tot de internationale koffiecrisis de koffieprijzen deed kelderen. Steeds meer landarbeiders kunnen hun bijdrage (30 córdoba of iets meer dan 2 euro per maand) niet meer betalen. Zo brengt de internationale koffiecrisis ook de toekomst van de Mútua del Campo – en de gezondheid van de Nicaraguaanse landarbeiders – in het gedrang.

Mútua del Campo

Gezondheidszorg is duur in Nicaragua. Daarom steunt FOS sinds 1995 de uitbouw van de Mútua del Campo, een ziekenkas die de vakbonden op de koffieplantages zelf op poten hebben gezet. Wie aansluit heeft recht op gratis consultaties en medicijnen, in de medische posten van de Mútua. Ook de andere gezinsleden kunnen hier terecht voor gratis doktersadvies, zij betalen hun geneesmiddelen aan een gunsttarief. De maandelijkse bijdrage bedraagt 30 córdoba (iets meer dan 2 euro), waarvan de werkgever de helft betaalt.

Vermits het mutualiteitsproject zich afspeelt in de koffiestreek, heeft de internationale crisis in de koffiesector grote gevolgen voor de Mútua. In de meeste gevallen ligt die koffieprijs onder de productiekost. De patroons schrappen dan ook alle kostenverzwarende elementen, waaronder het lidgeld van de Mútua del Campo. Arbeiders die nog loon ontvangen, blijven in de meeste gevallen wel bijdragen. Anderen - die bijvoorbeeld werken tegen vergoeding van maaltijden - kunnen hun bijdrage niet langer betalen. Dat kan grote gevolgen hebben voor hun gezondheid, en die van hun gezin. Want de publieke gezondheidszorg is ontoereikend in Nicaragua, het private alternatief vooral erg duur.

Bittere koffie

Wie zijn de winnaars en de verliezers van de globalisering? In de koffiesector is dat alvast een uitgemaakte zaak. De grote bedrijven zijn de grote winnaars. Want ondanks de daling van de prijs van koffiebonen betalen u en ik nog altijd evenveel voor een pakje koffie. Vooral de kleine koffieboer is de sigaar. De jongste 25 jaar is zijn aandeel in de prijs van dat pakje koffie gezakt van 35 procent tot 12 procent.

Zo staat koffie vandaag meer dan ooit symbool voor de ongelijkheid in de wereld. De vrije val van de koffieprijzen op de wereldmarkt sleurt miljoenen mensen in het Zuiden mee de diepte in. Werkloosheid en armoede zijn hun lot. Terwijl enkele koffiemultinationals in het Noorden recordwinsten boeken dankzij ‘voordelige’ koffieprijzen. Globalisering van z’n slechtste kant. Wij stellen ons dan ook grote vragen bij de economische gang van zaken, vooral bij de ongelijke verdeling van de rijkdom in de wereld. Daarom pleiten we voor een andere globalisering, mét sociale correcties. En voor eerlijke wereldhandel.

Structureel verkeerd

Structureel zit het fout met de lage koffieprijzen. Eén manier om armoede te bestrijden is ervoor te zorgen dat de koffieboeren een eerlijke prijs krijgen voor hun koffie. Organisaties als Oxfam Wereldwinkels en Max Havelaar bijvoorbeeld garanderen hun koffiepartners alvast zo’n eerlijke prijs. Maar het gros van de koffietelers vangt naast het net. Een nieuw internationaal koffieakkoord is dan ook nodig. Maar voorlopig kijken de rijke landen de andere kant op als het erop aan komt structurele maatregelen te nemen om de koffieprijs hoog te houden. Intussen blijven wij alvast niet bij de pakken zitten. Zo ijveren we onder meer voor een eerlijke prijs voor eerlijke producten. Want zonder eerlijke wereldhandel, is er geen betere wereld mogelijk.

Tijd voor actie

In de koffiesector is de ‘noodtoestand’ van kracht. Daarom komen we in actie. Met onze campagne willen we geld inzamelen om de Mútua del Campo te steunen. Op 1 mei – hét feest van de internationale solidariteit – zijn we aanwezig met ludieke acties en infostands. Zin om mee actie te voeren? Dat kan. Contacteer ons vandaag nog. Uiteraard rekenen we ook op uw financiële solidariteit. Alle hulp is welkom.

Voor akkoord

Tussen 1962 en 1989 hielden koffieproducerende en koffieconsumerende landen zich aan een akkoord om de koffieprijs te stabiliseren, met afspraken over exportquota en minimumprijzen. In 1989 kwam er een einde aan 27 jaar marktregulering. Het koffieakkoord werd opgeblazen. Voortaan was de internationale koffiemarkt vrij. Niet zonder resultaat. Anno 2002 noteren de koffieprijzen net iets meer dan een derde van de minimumprijs die in 1989 nog betaald werd.

De koffiekoek verdeeld

In 1985 haalde koffie een wereldomzet van 30 miljard dollar, waarvan 9 tot 10 miljard bij de producenten terechtkwam (30 tot 33 procent). Vijftien jaar later is die omzet gestegen tot 55 miljard dollar, amper 7 miljard daarvan gaat naar de producenten (iets meer dan 12 procent).

An Van de Velde
Communicatieverantwoordelijke
(met dank aan Oxfam-Wereldwinkels)

Kort verslag : inhoudstabel


10 maart 2002: Gelijke Kansen Manifestatie

Iedereen die:  

  • bekommerd is om onze democratie

  • kiest voor solidariteit

  • streeft naar gelijkheid

  • het niet langer pikt dat er in ons land mensen zijn die geen politieke rechten hebben

  • het beu is dat racisme en discriminatie nog steeds bestaan

  • NEE zegt tegen extreem-rechts

is welkom op deze manifestatie.

Op zondag 10 maart 2002 organiseert Initiatief een grote nationale manifestatie in Brussel. Initiatief is een samenwerkingsverband van een aantal sociale bewegingen en antiracistische verenigingen. Het gaat om de volgende bewegingen en verenigingen: 11.11.11-koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging, ABVV, ACV, ACW, Brussels Gekleurd, Charta 91, Chirojeugd Vlaanderen, Forum van Organisaties van Etnisch-Culturele minderheden, Netwerk Caritas Solidariteit, Objectief, Vaka/Hand in Hand en het Vlaams Minderhedencentrum. Ook in Franstalig België roept men op voor deze manifestatie. Ook FOS steunt deze manifestatie en wil ook massaal aanwezig zijn op 10 maart 2002. Daarvoor vragen we jullie medewerking en solidariteit met achtergestelde groepen in de maatschappij.

Wat is de huidige situatie?

Onze samenleving in België is multicultureel. Dit veronderstelt dus respect hebben voor elkaar, gelijke behandeling van iedereen, solidariteit,… De multiculturele samenleving is een meerwaarde. Ook FOS juicht deze culturele diversiteit toe, want samenleven met mensen van verschillende herkomst, achtergrond en cultuur is een uitdaging en een verrijkende ervaring. 

Maar hier loopt het soms spaak. Het samenleven gaat niet altijd zoals gewenst. Nog steeds bestaat er discriminatie en racisme omwille van leeftijd, handicap, geslacht, seksuele geaardheid, huidskleur, godsdienst, etnische afkomst of nationaliteit. Dit is nefast voor de democratie. Het is noodzakelijk dat we elke vorm van discriminatie en racisme verbannen! Daarom pleiten we voor gelijke rechten en kansen.

Wat zijn de prioriteiten?

Deze manifestatie zal zich voornamelijk op drie grote terreinen van het maatschappelijk leven toespitsen waarop de achterstelling van gevestigde allochtonen én nieuwe migranten het meest voelbaar is. Deze drie terreinen handelen over:

  • gelijke kansen in het onderwijs

  • gelijke kansen en rechten op de arbeidsmarkt

  • democratische rechten en stemplicht op alle niveaus, beginnende met de onmiddellijke  invoering daarvan op gemeentelijk vlak

Op wereldschaal

Nog steeds vluchten mensen omwille van werkloosheid, hongersnood, overbevolking, repressie en oorlog. Deze wereldwijde toenemende migratie vindt zijn oorsprong in de groeiende ongelijkheid in de wereld. We moeten streven naar het dichten van de kloof en voor meer gelijkheid op wereldschaal.

Enkele initiatieven die een wereld van verschil zouden maken:

  • rechtvaardige wereldhandel

  • toepassing van de normen van de Internationale Arbeidsorganisatie: verbod op dwangarbeid, kinderarbeid en discriminatie; recht op vakbondsvrijheid en recht van organisatie

  • kwijtschelding van de schuldenlast

  • embargo op wapenhandel

  • Tobin-taks

  • 0,7 %-norm inzake ontwikkelingssamenwerking

 Jij komt toch ook?

FOS heeft samen met vele andere sociale organisaties het Platform van 10 maart ondertekend. Daarin is het strijden voor een rechtvaardig en menselijk asiel– en immigratiebeleid een prioriteit. Ook moeten de mensenrechten gerespecteerd worden om tot een meer gelijke wereld te komen. Daarbij hoort ook het dichten van de kloof tussen Noord en Zuid.

Opdat deze manifestatie effectief zou zijn en druk zou kunnen uitoefenen op het beleid, is het natuurlijk nodig om massaal aanwezig te zijn. Wie zijn stem wil laten horen en zin heeft om vreedzaam te betogen voor een wereld met meer gelijke kansen voor iedereen, nodigen wij van harte uit op 10 maart 2002 om 14u aan de WTC-torens naast het Brusselse Noordstation.

Kort verslag : inhoudstabel


Internationale Vrouwendag: 8 maart

We eisen dat regeringspartijen maatregelen als de Tobintaks op de politieke agenda plaatsen met specifieke aandacht voor de bevordering van gelijke kansen tussen vrouwen en mannen.

Met deze eis willen de Socialistische Vooruitziende Vrouwen (SVV), De Socialistische Vrouwen (SV), FOS-Socialistische Solidariteit en de ABVV-Vrouwen hun solidariteit daadwerkelijk uitdrukken.

We eisen dat de opbrengst van zo een taks naar ontwikkelingssamenwerking gaat. Als je weet dat vooral vrouwen te lijden hebben onder de gevolgen van de globalisering en 70% van de armsten op de wereld vrouwen zijn, is het hoog tijd om meer middelen vrij te maken voor deze groep. Daarom moet minstens 50% aangewend worden voor projecten en organisaties die werken aan meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen op het vlak van:

  • onderwijs en vorming

  • besluitvorming

  • gezondheidszorg

  • arbeidsrechten 

 Solidariteit wereldwijd!

In elk land wordt de internationale vrouwendag op een verschillende manier beleefd. Afhankelijk van de economische, politieke en culturele situatie beleven vrouwen uit Noord en Zuid deze dag anders.

Natuurlijk zijn er ook vrouwen die deze dag niet vieren: vrouwen die leven in armoede, onderdrukte vrouwen, vrouwen voor wie deze dag geen betekenis meer heeft.

Toch staat juist solidariteit op deze dag centraal. Er worden petities , steunacties, demonstraties, symbolische stiltes, fakkeltochten en stakingen georganiseerd om armoede en het geweld op vrouwen te bestrijden.

8 maart symboliseert de  globale strijd die we in Noord en Zuid moeten blijven voeren. We bundelen onze krachten om de negatieve effecten van de globalisering, zoals toenemende armoede de wereld uit te bannen.

Negatieve effecten van globalisering

Wat betekent globalisering nu ook alweer?

Globalisering wil zeggen dat gebeurtenissen, beslissingen en activiteiten in één deel van de wereld belangrijke gevolgen kunnen hebben voor individuen en gemeenschappen in een andere uithoek van de wereld.

Zo zien we bijvoorbeeld dat het aandeel van vrouwen op de arbeidsmarkt veel groter is geworden. Deze medaille heeft ook een keerzijde. Vrouwen leveren wel meer betaald werk, maar dan vooral onregelmatig, tijdelijk, deeltijds werk en thuiswerk. Dit soort werk is erg gevoelig voor de negatieve gevolgen van globalisering.

De vluchtigheid en de bestaans- en jobonzekerheid die de huidige economie kenmerken, vergroten de ongelijke positie tussen mannen en vrouwen nog meer. Zo zien we dat de arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden voor vrouwen vaak slechter zijn dan voor mannen.

De lonen van vrouwen liggen lager, vrouwen zijn veel minder goed beschermd en hebben minder mogelijkheden om zich te organiseren en bovendien is er vaak de dubbele dagtaak: de combinatie van hun job met huishoudelijk werk en zorgarbeid.

Er is dus een sociaal-economisch beleid nodig dat rekening houdt met de specifieke situatie van vrouwen en mannen.

sp.a-Vrouwen willen van Internationale Vrouwendag officiële feestdag maken

De sp.a-vrouwen willen dat de Internationale Vrouwendag op 8 maart erkend wordt als officiële Belgische feestdag. Senator Fatma Pehlivan (sp.a) dient hierover een wetsvoorstel in.

Betaalde feestdagen zijn in ons land ingeburgerd. Ze worden beschouwd als een extra vakantiedag en door de koppeling aan een brugdag, worden het korte vakanties. De meeste officiële feestdagen hebben een kerkelijke oorsprong. Daarnaast is er 1 mei, het feest van de arbeid, als symbool van de arbeidersstrijd voor ontvoogding en sociale rechten. Verder zijn er ook nog Wapenstilstand op 11 november en 21 juli, Nationale Feestdag.

De Internationale Vrouwendag op 8 maart is in ons land geen officiële feestdag. De sp.a-vrouwen willen daar verandering in brengen.

De geschiedenis van de vrouwendag evolueerde van demonstraties voor betere werkomstandigheden, een minder laag loon en kortere werktijden (New York, 1857); voor vrouwenrechten en stemrecht (Duitsland 1911); tot acties tegen het voedseltekort en de verschrikkingen van de oorlog (Sint-Petersburg, 1917). In 1922 werd 8 maart definitief als vaste datum gekozen om Internationale Vrouwendag te vieren, een dag die in het teken stond van de rechten van vrouwen overal ter wereld.
Sinds 1975, dat door de UNO uitgeroepen werd tot het internationale jaar van de vrouw, worden de 8 maart vieringen wereldwijd georganiseerd. In 1978 erkennen de Verenigde Naties officieel 8 maart als Internationale Vrouwendag.

In Vlaanderen organiseert de vrouwenbeweging al dertig jaar de nationale vrouwendag op 11 november. De initiatiefneemsters namen in 1971 hun toevlucht tot deze, reeds bestaande betaalde vrije dag. Alle vrouwen moesten immers de gelegenheid kunnen hebben om aanwezig te zijn in Brussel. "Het feit dat de nationale vrouwendag telkens op 11 november wordt georganiseerd heeft meer met het toeval en niets met enige symboolwaarde te maken", zegt sp.a-senator Fatma Pehlivan. "Waarom zou er in België een nationale vrouwendag worden georganiseerd op 11 november én een internationale vrouwendag op 8 maart?" De sp.a-vrouwen vinden dat de krachten beter gebundeld kunnen worden en er in België één officiële feestdag komt op 8 maart, een dag met een grote historische en symbolische betekenis. "Op die manier kan deze dag uitgroeien tot een feest voor vrouwen én mannen die actie willen ondernemen en opkomen voor gelijke rechten en gelijke kansen voor alle vrouwen overal ter wereld."

Kort verslag : inhoudstabel


Educatie in de kijker: Waarom zijn de bananen krom?

Weet jij waarom de bananen krom zijn? Of waar de bananen vandaan komen? En zijn bananen wel zo (h)eerlijk al ze eruit zien? Je hebt wel zin om dit allemaal te weten te komen, maar hebt geen zin in een saaie voordracht? Wel, maak dan kennis met ons nieuw educatief pakket ‘Waarom zijn de bananen krom’. Dit interactief tentoonstellingspel, dat in samenwerking met de Culturele Centrale van West-Vlaanderen tot stand kwam, wil de consumenten even laten stilstaan bij hun aankoopgedrag en de gevolgen ervan voor het Zuiden.

Bananen worden net zoals ander fruit en groenten massaal geconsumeerd in het Westen. Maar zijn deze voedingswaren wel zo gezond als men ons wil doen geloven? En welke arbeidsomstandigheden trotseren de arbeid(st)ers op de plantages hiervoor? Met dit interactief tentoonstellingspel kom je het allemaal te weten. Het accent ligt op de kromme praktijken van pesticidengebruik bij de banaan, maar je komt ook meer te weten over (h)eerlijke bananen!

Dit spel is geschikt voor iedereen vanaf 14 jaar en bestaat uit 7 panelen met houten staanders en bijhorend educatief materiaal met handleiding. De prijs van de activiteit is 25 euro zonder begeleiding en 75 euro met begeleiding.

Kort verslag : inhoudstabel


 
     
 

siteplan | zoek | links | contact

 
 fos-socialistische solidariteit
 Grasmarkt 105 bus 46
 1000 Brussel
Tel: (+32) (0)2 552 03 00
e-mail: info@fos-socsol.be
fos op facebook

 191 landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie om de politici aan hun belofte te herinneren én de lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!

Webdesign| www.at10.be