Kom naar de Wachtnacht!


Steun Pakistan!


Jaarverslag 2009



 ES  FR  EN  PT


 
 
  FOS | Nieuws: KORT VERSLAG 2-2002
home > nieuws > Fosfor

Kort verslag nr. 2, april - juni 2002

Inhoudstafel :


Palestina

Slikt u de bezetting nog langer?


Koop geen Israëlische producten!

Israël houdt de Palestijnen in een wurggreep. Het geweld escaleert. Toch wacht de internationale gemeenschap nog altijd af. Voor ons is de maat vol. Daarom roept het “Actie Platform Palestina” iedereen op geen Israëlische landbouwproducten meer te kopen. Uit protest tegen de bezetting.

Waarom een boycot?

1 Een boycot geeft een krachtig signaal aan Belgische en Europese politici en aan de Israëlische regering. Zo willen we onze politieke eisen kracht bijzetten door economische druk.

2 Een boycot is een geweldloze actievorm die iedereen toelaat iets te doen en zijn of haar standpunt ondubbelzinnig te verkondigen.

3 Onze Palestijnse partners zijn vragende partij voor alle mogelijke vormen van politieke en economische druk op Israël, ook van een consumentenboycot. Als reactie op de escalatie van het geweld.

De boycot is niet gericht tegen het joodse volk. Wel tegen de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. Deze bezetting is immers dé oorzaak van het conflict in de Palestijnse gebieden. Bovendien gaat ze gepaard met zware schendingen van de mensenrechten.

Daarom kiezen we resoluut de zijde van het Palestijnse volk en van Israëlische vredesorganisaties. Zowel de Palestijnse zelfmoordaanslagen in Israël als elke vorm van geweld tegen joden, waar ook ter wereld, blijven we scherp veroordelen. Alle initiatieven van het Actieplatform Palestina bespreken we trouwens met onze Palestijnse én Israëlische partners. Want ook in de joodse gemeenschap stellen heel wat mensen de Israëlische militaire acties aan de kaak.

Naast de boycot neemt het Actieplatform Palestina ook heel wat andere initiatieven. Allemaal versterken ze onze centrale eis: de stopzetting van de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden en alle misbruiken die daarmee gepaard gaan, en de oprichting van een onafhankelijke en leefbare staat Palestina.

Voor deze oproep tot boycot baseert het Actieplatform Palestina zich op een studie over de Israëlische en Palestijnse landbouw. Deze studie en meer informatie over de boycotcampagne zijn te vinden op de openingspagina "Palestina" van 11.11.11 (www.11.be).

Vlaamse NGO’s niet welkom in Israël…

Op 29 maart vertrok Eric Willemaers, de verantwoordelijke van FOS voor het programma in Palestina, als medebegeleider van een 18-koppige delegatie naar Israël en de Palestijnse gebieden. Bedoeling was het Palestijnse volk én de Israëlische vredesorganisaties een hart onder de riem te steken, de realiteit van de getroffen Palestijnse bevolking met eigen ogen te aanschouwen en hierover achteraf te kunnen getuigen in België. De nacht voor hun vertrek was Israël begonnen met het afschuwelijk militair offensief in de Palestijnse steden en dorpen, waaronder het vluchtelingenkamp van Jenin.

Ook voor deze Vlaamse delegatie werd snel duidelijk dat Israël hierbij geen pottenkijkers duldt. Journalisten worden geweerd en zelfs beschoten. Met onze delegatie liep het goed fout. Bij aankomst in Tel Aviv werd de hele groep de toegang tot het land ontzegd en werden zij manu militari terug op het vliegtuig richting België gezet…

Een serieuze frustratie, die nog gevoed wordt door de getuigenissen van onze Palestijnse partners, die vrezen voor hun leven en dat van hun kinderen. Hun kantoren werden door het Israëlische leger grotendeels vernield. Het Palestijnse volk put echter veel moed uit de talrijke solidariteitsacties wereldwijd.

Stel je vraag aan onze Palestijnse partners!

Het geweld in Israël en in de bezette Palestijnse gebieden is dagelijkse kost geworden. Slachtoffers worden cijfers, het lijden is anoniem. De eerste weken van april konden we in onze media regelmatig getuigenissen van Palestijnen en Israeli’s lezen en horen. Zo ook van Amal Kreishe, directrice van onze partnerorganisatie “Palestinian Working Women Society for Development”, die in De Morgen enkele ontroerende getuigenissen neerschreef.

Heb jij vragen over de situatie in Palestina? Wil je weten hoe deze mensen hun dagelijks leven leiden, wat er met de kinderen gebeurt, hoe de vrouwen de omstandigheden beleven? Stel je vraag en wij zorgen ervoor dat ze bij onze Palestijnse partners terechtkomt. Vragen en antwoorden worden dan gepubliceerd in het volgende Kort Verslag.

Telefoon 02/552 03 02 of e-mail edu@fos-socsol.be

Een schets van het Israëlisch-Palestijns conflict


Zionisme

Op het einde van de 19de eeuw krijgt het “zionisme” gestalte. De zionisten willen van Palestina een zuivere joodse staat maken. Tegen deze georganiseerde immigratie komt steeds meer Palestijns verzet. In 1917 belooft de Britse regering de joden een nationaal tehuis in Palestina (Balfour-verklaring). Als de Britten na WOI het mandaat krijgen over Palestina, komt de joodse immigratie pas goed op gang. Het Palestijns verzet tegen de afname van hun land wordt vooral in de jaren ’20 en ’30 ook gewapend opgevoerd.

Ontstaan van Israël

Na WOII heeft de Westerse wereld terecht een ontzettend schuldgevoel voor het afschuwelijk lijden van de joden in Europa onder het nazi-regime. De steun voor de joodse gemeenschap en hun streven naar een eigen staat krijgt concreet vorm met het verdelingsplan van de Verenigde Naties voor Palestina in 1947: een joodse staat op ruim 56% van het grondgebied (ondanks het feit dat de joden op dat moment slechts éénderde van de totale bevolking van Palestina uitmaakten!), daarnaast een Arabische staat, en met Jeruzalem als internationaal gebied. Wanneer Groot-Brittannië in 1948 Palestina verlaat, roept Israël eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Tussen de joden en hun Arabische buren breekt de oorlog in alle hevigheid los. Meer dan 700.000 Palestijnen worden met geweld verdreven en vluchten voor de terreuracties van de zionistische milities. 418 Palestijnse dorpen worden vernield. De nieuwe staat Israël beslaat dan 78% van historisch Palestina. VN-resolutie 194 bevestigt het recht op terugkeer van de Palestijnen naar hun land van oorsprong.

De Israëlisch-Arabische oorlogen

Tijdens de Zesdaagse oorlog van 1967 tussen Israël en de Arabische buurlanden bezet Israël de overgebleven Palestijnse gebieden (de Westelijke Jordaanoever inclusief Oost-Jeruzalem en de Gazastrook). Resolutie 242 van de VN-Veiligheidsraad bepaalt de terugtrekking uit de bezette Palestijnse gebieden door Israël. Ook na de oorlog van 1973 eist de VN-Veiligheidsraad in de resolutie 338 van Israël de onmiddellijke uitvoering van de resolutie 242.

Het vredesproces van de jaren ‘90

In 1987 breekt de eerste Intifada uit. Deze opstand van het Palestijnse volk tegen de illegale Israëlische bezetting, onderdrukking en discriminatie zal voortduren tot 1993. Nochtans weren de jaren ’90 vast en zeker het decennium van hoop voor het Midden-Oosten. In 1993 worden de Oslo-akkoorden ondertekend, waarbij de PLO het bestaansrecht van Israël officieel erkent. Israël erkent enkel de PLO als wettige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk, maar nog geen Palestijnse staat. Helaas zullen de bepalingen van dit en volgende akkoorden steeds vertraging oplopen of door Israël zelfs ronduit tegengegaan worden (zoals de verdere uitbouw van de illegale joodse kolonies in de bezette Palestijnse gebieden).

Camp David

In de zomer van 2000 komen toenmalig Israëlisch premier Barak en president Arafat samen in het Amerikaanse Camp David, om onder leiding van VS-president Clinton finale vredesonderhandelingen te voeren. Het wordt een mislukking. Tot op vandaag durven sommigen beweren dat dit het gevolg was van de weigering van Arafat om het “genereuze” Israëlische voorstel te aanvaarden. Maar zowat alle onafhankelijke deskundigen verklaren ondubbelzinnig dat de Israëlische voorstellen allesbehalve genereus of aanvaardbaar waren: de Palestijnen zouden nog maar eens een deel van hun 22% moeten afstaan, en de controle over het luchtruim, het water en de buitengrenzen zou in Israëlische handen blijven. De kwestie Jeruzalem werd vooruitgeschoven. En voor de Palestijnse vluchtelingen, intussen aangegroeid tot zowat 4 miljoen mensen, was al helemaal geen plaats. Zelfs een principiële aanvaarding van het recht op terugkeer kon Israël niet opbrengen. Niettemin is het Arafat die door de Westerse leiders en media met de vinger wordt gewezen…

Sharon en de tweede Intifada

Als dan de rechtse politicus Sharon einde september 2000 even een ommetje gaat maken op de Esplanade van de Moskeeën, de heilige islamitische plaats in Oost-Jeruzalem, breekt de tweede Intifada los.

Sharon, berucht als verantwoordelijke voor de slachtpartijen op Palestijnse burgers in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila in Libanon in 1982, is intussen meer dan een jaar premier. Het geweld heeft al aan meer dan 2000 mensen het leven gekost, waarbij vier keer meer Palestijnse dan Israëlische slachtoffers. Meer dan 25.000 Palestijnse gewonden. 60 tot 70% van de Palestijnen is intussen werkloos. Meer dan de helft van de Palestijnse bevolking leeft onder de armoedegrens.

Geweld, zowel Israëlisch als Palestijns, tegen onschuldige burgerslachtoffers moet uiteraard krachtig veroordeeld worden. Maar de oorzaak van het conflict ligt ondubbelzinnig in de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. En zolang deze bezetting niet beëindigd wordt, lijkt vrede nog veraf…

Eric Willemaers
Regioverantwoordelijke Palestina

Het Actieplatform Palestina (APP) verenigt zowel ontwikkelings-NGO’s, vredesorganisaties als solidariteitscomités. De initiatiefnemers zijn: Broederlijk Delen, Codip, FOS-Socialistische Solidariteit, Geneeskunde voor de Derde Wereld, 11.11.11, Oxfam-Solidariteit, Oxfam-Wereldwinkels, Pax Christi Vlaanderen, Socialisme zonder Grenzen, Vlaams Palestina Komitee en Vrede.

Onlangs werd Annuschka Vandewalle, algemeen secretaris van FOS, aangeduid als voorzitster van het APP. Dit heeft uiteraard veel te maken met de rol van FOS in het APP. FOS is niet alleen één van de weinige Vlaamse NGO’s met een programma en partners in Palestina, maar heeft ook in Vlaanderen steeds een actieve rol gespeeld rond de Palestijnse kwestie.

Kort verslag : inhoudstabel


Fototentoonstelling: Achter de sluier van een Palestijnse vrouw

Israël – Palestina. Hoe is dit conflict gegroeid? Waarom zijn oplossingen zo moeilijk te vinden? Zijn alle Palestijnen terroristen? En vooral… Wat voor invloed heeft deze situatie op het leven van de Palestijnse vrouw? Niet alleen schetst deze originele tentoonstelling duidelijk de algemene achtergrond van het conflict, zij benadert tevens het menselijk lijden van een groep die dikwijls in de schaduw blijft staan. Slechts zelden wordt er aandacht besteed aan het specifieke lijden van de Palestijnse vrouw. Zij is nochtans één van de grootste slachtoffers van dit conflict. Op een niet-choquerende manier tonen we hoe de Palestijnse vrouw dagelijks haar eigen geweldloze strijd levert.

De tentoonstelling is bedoeld voor iedereen die meer wil weten over het Israëlisch-Palestijnse conflict en die zich interesseert voor de situatie van de Palestijnse vrouw.

Voor € 25 kan je de tentoonstelling huren. In het pakket vind je 12 zwart-wit fotopanelen met een kader die je kan ophangen (42 x 61 x 1cm) en een bord met uitgebreide info over achtergrond conflict en uitleg bij Palestijnse organisaties.

De tentoonstelling wordt vervoerd in 2 stevige houten kisten (13 x 67 x 50 cm).

Interesse? Bel de educatiedienst op 02/552 03 18.

Kort verslag : inhoudstabel


Angola:  Nieuwe kansen voor vrede na dood Savimbi

Oorlog en vrede

Op 22 februari 2002 wordt de dood van Savimbi aangekondigd door de regering. Zijn dood, ziekte of verdwijning was al zo dikwijls aangekondigd dat niemand er nog echt in geloofde. Pas wanneer op verschillende tv-zenders en in de kranten foto’s  verschijnen van zijn lijk  geloven de Angolezen dat hij inderdaad dood is.

Zijn dood roept tegenstrijdige gevoelens op. Voor sommigen is dit één van de mooiste dagen van de afgelopen 30 jaar, voor anderen was Savimbi de charismatische leidersfiguur wiens dood wordt betreurd.

De oorlog in Angola startte eigenlijk al eind jaren zestig wanneer verschillende bevrijdingsbewegingen het Portugese kolonialisme bestrijdden. Na de onafhankelijkheid in 1975 kwam MPLA aan de macht. Maar FNLA en later vooral UNITA onder leiding van Jonas Savimbi zouden MPLA met de wapens blijven bestrijden. Een eerste vredesakkoord werd in 1992 eenzijdig opgeblazen door UNITA. Dat jaar hadden verkiezingen plaats die gewonnen werden door de regerende MPLA met Eduardo dos Santos als president. UNITA erkende de uitslag niet. Savimbi kreeg slechts het vice-presidentschap aangeboden maar wilde de macht in eigen handen krijgen. De gevechten werden hervat en één van de meest gewelddadige periodes brak aan in de strijd die vooral in en rond de steden werd uitgevochten. Onder grote internationale druk werd op 20 november 1994 een nieuw vredesakkoord ondertekend dat opnieuw geschonden werd in 1998.

Corruptie

Het grootste deel van zijn leven brengt Savimbi door in de wildernis. In het begin is  hij erg populair, legendes doen de ronde over zijn uithoudingsvermogen, zijn ogenschijnlijke onoverwinnelijkheid, zijn seksuele onverzadigbaarheid. Later als hij dorpen vernielt, mensen doodt of kidnapt, duizenden landmijnen legt, zijn officieren en zelfs zijn eigen familieleden laat ombrengen uit schrik om zijn macht te verliezen, wordt hij meer en meer gevreesd.

Tijdens de koude oorlogsjaren krijgt hij steun van het Zuid-Afrika van de Apartheid en van de VS, later keert iedereen zich van hem af en moet hij het alleen zien te redden. Met de opbrengsten uit illegale diamanthandel koopt hij wapens en houdt de oorlogsmachine draaiende.

De regerende MPLA krijgt in het begin steun van de Sovjet-Unie en Cuba in ruil voor olie. Na de terugtrekking van de Cubaanse troepen zijn ook de VS geïnteresseerd in de rijke olievelden voor de kust van Angola en geven dus hun steun aan de regering.

Ogenschijnlijk wil de regering vrede, maar een aantal corruptieschandalen maken duidelijk dat verschillende ministers en generaals er alle belang bij hebben dat de oorlog blijft voortduren. Het is duidelijk dat de politieke en economische wanorde die een gevolg zijn van de oorlog gebruikt worden door de elite om zichzelf te verrijken, terwijl de regering zich steeds verschuilt achter het conflict om zijn burgers in de steek te laten. In ‘All the Presidents Men’ wijst Global Witness (een organisatie die zich bezighoudt met onderzoek naar misbruiken en mensenrechtenschendingen bij ontginning van natuurlijke rijkdommen) erop dat ze het bestaan van een rekening in een bank op de Britse Maagdeneilanden ontdekten met een bedrag van 1,1 miljard USD. Deze rekening is gekoppeld aan een firma die leveringen doet aan het Angolese militaire apparaat, en de handtekeningen komen van personen ‘die zich op de hoogste niveaus van het publieke leven’ bewegen.

De Angolese staat heeft zich steeds verborgen achter militaire geheimen om geen duidelijk inzicht te moeten geven in de staatsfinancies. Ook de petroleumbedrijven zijn er niet op gebrand om transparante boekhoudingen te produceren. In 2001 is over 1,4 miljard USD, een derde van de staatsbegroting, geen rekenschap afgelegd.

Zou het bestaan van de rekening op de Maagdeneilanden het tekort in de staatsfinancies kunnen verklaren?

Zou dit kunnen verklaren waarom de elite in Luanda rustig uitgelezen wijnen kan drinken en uitstapjes maken naar Europa en Amerika terwijl hun landgenoten in de bergen vuilnis die de hoofdstad verpesten, moeten zoeken om iets eetbaars te vinden? Terwijl op het hoogste niveau het geld stroomt, kan de gewone Angolees amper overleven.

Vluchteling in eigen land

Een derde van de totale Angolese bevolking, meer dan 4 miljoen mensen, is vluchteling in eigen land. In de centrale provincies Bié en Huambo zouden alleen al het laatste jaar meer dan een half miljoen mensen op de vlucht zijn. Bijna 60% van de totale bevolking zou nu in de steden wonen, waarvan 3 miljoen mensen in Luanda. Meer dan 60% van de huishoudens in de stedelijke en randstedelijke gebieden leven onder de armoedegrens, voor de rurale gebieden zijn geen cijfers bekend. Meer dan een miljoen mensen zijn afhankelijk van voedselhulp.

Sinds de eerste jaren van de onafhankelijkheid, toen een grote inspanning werd geleverd om onderwijs en gezondheidszorg toegankelijker te maken, is de situatie  aanzienlijk verslechterd. Slechts 56% van de mannen en 29% van de vrouwen zijn gealfabetiseerd. Op dit ogenblik gaat slechts de helft (volgens sommige bronnen minder) van alle schoolgerechtigde kinderen effectief naar school. Daarvan bereikt slechts 34% het vijfde leerjaar. Slechts één op honderd kan doorstromen naar secundair en hoger onderwijs. Ook op vlak van gezondheid is de situatie erbarmelijk. Een steeds groter deel van de bevolking heeft geen toegang tot eerstelijnsgezondheidszorg en zuiver water. Net als in het onderwijs zijn de middelen die de regering inzet onbeduidend, zodat onderwijzend en medisch personeel zeer slecht betaald worden. Scholen en medische posten beschikken over totaal onvoldoende middelen.

Ontwapenen

Onlangs werd op 4 april een Memorandum of Understanding getekend door de strijdende partijen waarin ook over demobilisatie wordt gesproken. Vijftigduizend soldaten en hun familie, geschat op driehonderdduizend mensen, moeten hun wapens inleveren, onderdak en voeding vinden en mogelijkheden krijgen om een nieuw leven te beginnen. Dat is geen klein bier. Tot nu toe zou meer dan drie vierden van de soldaten zich hebben aangeboden in de demobilisatiecentra die door de regering in allerijl werden opgericht in verschillende streken van het land. Maar de omstandigheden in sommige centra blijken beneden verwachting te zijn. Sommige soldaten zouden al met hun wapens naar de wildernis zijn teruggekeerd, met gevaar voor banditisme. Ook een programma om de gewone burgers te ontwapenen is nodig om de veiligheid in het land minimaal te kunnen verzekeren. Het Angolese parlement heeft inmiddels al stappen gezet om een algemene amnestiewet goed te keuren voor alle UNITA-soldaten.

Weeskinderen

Ondertussen blijven ook nu mensen toestromen in sommige centra en wordt de humanitaire situatie duidelijk in gebieden die tot nu toe ontoegankelijk bleven. Men schat dat ongeveer een half miljoen mensen dringende hulp nodig heeft. Velden en wegen met mijnen, voortdurende aanvallen en gevechten hebben de mensen in sommige streken belet om aan landbouw te doen zodat ze nu in een uiterst precaire situatie verkeren. In sommige streken is tot 30% van de kinderen zwaar ondervoed.

De nood aan voedselhulp is zeer groot op dit ogenblik en de stocks van het Wereldvoedselprogramma zijn zwaar geslonken. Men schat dat in juni de voorraden op zullen zijn, terwijl men slechts in augustus op nieuwe voorraden zou kunnen rekenen.

Het wegwerken van de ergste gevolgen van de oorlog zal nog jaren aanslepen. Tienduizenden kinderen zijn gescheiden van hun families, duizenden weeskinderen zullen opvang nodig hebben.  Eén op drie kinderen sterft voor de leeftijd van vijf jaar. De sociale en psychische gevolgen voor kinderen en adolescenten die nooit vrede gekend hebben zijn groot, ook daar zal men iets aan moeten doen. Er zouden immers drieduizend kinderen in het regeringsleger vechten, terwijl iedereen weet dat UNITA kinderen recruteerde. Hun aantal is nog niet bekend.

Greet Somers
Regioverantwoordelijke Angola en Mozambique

Kort verslag : inhoudstabel


FOS Jaarverslag 2001

De educatiedienst draaide natuurlijk op volle toeren, hieronder een greep uit onze activiteiten.

In 2001 zagen twee nieuwe educatieve pakketten het licht: een vormingspakket over pesticidenmisbruik in Chili, uitgewerkt in samenwerking met de Culturele Centrale van het ABVV, en een tweede pakket paste in de vormingscyclus over Duurzame Ontwikkeling voor gemeentelijke mandatarissen.

We namen natuurlijk deel aan heel wat gemeenschappelijke campagnes, met op kop de traditionele 11.11.11-campagne: radi-kaal voor de Tobin-taks.

Ook met de Schone Kleren Campagne gingen we door, de Schone Kleren Sportdag in Leuven werd afgesloten met een stratenloop met een 150-tal deelnemers.

We werkten mee aan het Draaiboek Lokale Agenda 21 van VODO, een handleiding voor een duurzaam lokaal beleid.

Ook met de socialistische beweging werd weer duchtig samengewerkt aan rechtvaardige Noord-Zuidverhoudingen. Op verschillende plaatsen voerden wij actie of gaven wij vorming over Globalisering en de Anders-Globalisten. In oktober hadden we veel volk op ons Noord-Zuidfeest voor senioren in Bornem. Met de MJA vestigden we in december met een kwistax-race de aandacht op de AIDS-problematiek in Zuidelijk Afrika. Op Internationale Vrouwendag zetten samen met de Socialistische Vrouwen een bijeenkomst voor Palestijnse vrouwen en vrede op. En met de Jongsocialisten voerden we actie tegen Bacardi en de onrechtvaardige economische blokkade van Cuba.

Voor de derde keer gingen we in juli met een groep brigadisten van AC-Leuven naar Cuba, om onze vrienden van de vakbond een paar dagen te helpen op de werf en om kennis te maken met de Nicaraguaanse samenleving.

Op het einde van 2001 kreeg onze website een grondige opfrisbeurt en een nieuw kleedje. Dat alles en nog veel meer konden onze sympathisanten lezen in vier stevige nummers van Kort Verslag.

Naast de acties rond de thema’s handel, Europees landbouw- of visserijbeleid, heeft ERO (European Research Office) in 2001 zich gefocust op de capaciteitsopbouw van partners uit het Zuiden om hun deelname aan de EU-ACP beleidsdialoog op nationaal of regionaal vlak te versterken.

In het nieuwe Cotonou-akkoord tussen de EU en de ACP-landen, dat het vroegere Lomé-akoord vervangt, wordt de nadruk gelegd op de participatie van de civiele samenleving in het beleid van de partnerlanden met de EU. Dit betekent dat representatieve NGO’s, vakbonden, boerenorganisaties en andere niet-regeringsgebonden actoren moeten betrokken worden bij het opstellen van de landenstrategienota’s en het bepalen van de besteding van de hulp dat het land in kwestie van de EU ontvangt.

Met het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie in de tweede helft van 2001 kregen ERO en andere Belgische NGO’s de uitgelezen kans in eigen land dit proces bij te sturen. Een seminarie in juli en een conferentie in oktober 2001 hadden de participatie van de civiele samenleving in het EU-ACP beleid hoog op de agenda staan. Zowel uit Europese landen als uit ACP-landen wisselden heel wat vertegenwoordigers van de civiele samenleving hun ervaringen en ideeën uit. Hierbij hadden zij ook de kans de Belgische en Europese beleidsmakers een boel prangende vragen te stellen en hen hun mening kenbaar te maken.

FOS heeft ervoor gekozen om enkel nog coöperanten naar het buitenland te zenden om op onze landen- of regionale kantoren te werken. De meerderheid van de uitgezonden personen werkt dus op een coördinatiekantoor.

In 2001 werkten nog vier coöperanten in een actie bij een partner. Vanaf 2002 werkt geen enkele coöperant nog uitsluitend in één actie bij een partner. Daarmee is een eerste belangrijke stap gezet in onze strategie om onze werking vanuit de kantoren uit te werken.

In 2001 zit Peru volop in een proces van diepgaande veranderingen. De strijd van de Peruaanse civiele maatschappij, gesteund door de vrije media en de internationale gemeenschap, slaagde erin het dictatoriale maffia-regime van Fujimori ten val te brengen. Democratische, vrije en eerlijke verkiezingen leidden tot een nieuw parlement (8 april 2001) en Alejandro Toledo als nieuwe president (3 juni 2001). De erkenning voor Toledo's leidersrol in het sociale verzet tegen het dictatoriale regime vergemakkelijkt zijn contact met de maatschappij en verhoogt de druk om zijn verkiezingsbeloftes waar te maken. De civiele samenleving beschikt hierdoor over een instrument om sociale controle uit te oefenen en beleidsvoorstellen te lanceren. In tegenstelling tot vroegere regeringen heeft Toledo besloten om te werken met de bestaande sociale beweging, met als doelstelling het sociale weefsel te versterken als draagvlak voor een democratie met stevige wortels. Hij staat open en voelt sympathie voor progressieve organisaties met een wijdvertakte sociale basis.

Toledo nam in juli 2001 het economische roer over van een Peru dat leeggebloed is na 26 jaar structurele aanpassingen, hyperinflatie onder Alan Garcia en extreem neoliberalisme onder Fujimori. Gedurende haar eerste maanden heeft de nieuwe regering verscheidene strategieën ontworpen om de levensomstandigheden van de armsten te verbeteren. Bij gebrek aan een stevige partijbasis van de regering, hangt het succes van deze strategieën af van de mate waarin de sociale beweging deze strategieën eigen maakt en helpt uitvoeren.

In 2001 valt er nog steeds geen vermindering in de sociaal-economische ongelijkheid in Chili te bespeuren. Ondanks de positieve macro-economische cijfers van het land, leeft in de negende regio nog steeds één op drie inwoners onder de armoedegrens. De officiële statistieken tonen een algemene stijging van de werkloosheid met 8,4 procent, in werkelijkheid liggen de cijfers echter veel hoger. Totnogtoe heeft de Argentijnse crisis geen merkbare invloed op de Chileense economie, maar de verwachting is dat de massale import van goedkope consumptieproducten de positie van de Chileense kleine bedrijven en boeren zal verslechteren.

De socialistische president Lagos slaagt er niet in de door Pinochet gewijzigde grondwet, die een politieke minderheid bevoordeelt, te veranderen. In de verkiezingen voor de kamerleden (oktober 2001) behalen de conservatieve partijen iets minder dan 50% van de stemmen, waardoor zij in de senaat hun meerderheid behouden. Dit bemoeilijkt eventuele aanpassingen van de grondwet. De hervorming van de gezondheidssector, een verkiezingsbelofte van Lagos, laat op zich wachten en de nieuwe arbeidswetgeving die in september van 2001 van kracht gaat, is – hoewel ze de situatie van de arbeiders  verbetert – ontoereikend.

2001 is het vierde jaar van de regering Banzer in Bolivia, een broze coalitie die wordt geplaagd door veel interne conflicten aangaande de onderlinge verdeling van posten in kerninstellingen van de overheid. Halverwege het jaar doet Banzer om gezondheidsredenen afstand van het presidentschap en wordt opgevolgd door vice-president Jorge Quiroga. Deze kondigt een ambitieus jaarprogramma af dat de Boliviaanse economie nieuw leven moet inblazen, en vervangt het voltallige kabinet. Opvallend hierbij is de opname van een aantal partijloze technocraten.

Hoewel de inflatie onder controle blijft en de economie een lichte positieve groei vertoont, heerst er in Bolivia nog steeds een zware economische crisis. Gebrek aan werkgelegenheid is een enorm probleem voor de armere bevolking. Ook de private sector is misnoegd over het uitblijven van enig effect van het economische heroplevingsplan. In Chapare, het gebied van de cocateelt, woeden er hevige gevechten tussen cocaboeren enerzijds en het leger en de politie anderzijds. De ontevredenheid van de bevolking blijft dus groot. Dit uit zich in talrijke betogingen, wegblokkades en de vraag om het aftreden van de regering bij zoveel protest en onkunde.

In 2001 werd de belangrijke Wet op de Nationale Dialoog goedgekeurd, die kadert in het plan voor armoedebestrijding in Bolivia, erkend als HIPC (Highly Indebted Poor Country). Deze wet voorziet in de transfer van nationale financiële middelen, vrijgekomen door kwijtschelding van internationale schulden, naar de gemeentes. Zij moeten dit geld investeren in onderwijs, gezondheidszorg en lokale productie. De arme, rurale gemeentes krijgen hierbij het grootste deel van de koek. Belangrijk is ook dat lokale productieorganisaties nu erkend worden als volwaardige gesprekspartners voor de gemeente.

Nicaragua, Honduras, El Salvador en Cuba

In Midden-Amerika en Cuba is het de bedoeling stapsgewijs in alle landen in drie sectoren te werken: landbouw, arbeid en gezondheid. In Nicaragua was dit in 2001 reeds het geval, in Honduras werkten we reeds in de sectoren landbouw en arbeid, in El Salvador voorlopig nog maar in één sector, landbouw, en in Cuba werkten we ook in één sector, arbeid. De uitbreiding naar alle andere sectoren is wel reeds ingezet en wordt vanaf volgend jaar (2003) verwezenlijkt.

In de sector landbouw werden in Midden-Amerika goede resultaten behaald rond de volgende thema’s: consolidering van de coöperatieve beweging in El Salvador, wat bijdroeg tot het behoud van de tewerkstelling op het platteland en een verhoging van de productie; het oriënteren en bemiddelen in agrarische conflicten in Honduras; en in Nicaragua het verder werken aan een oplossing voor La Mutua del Campo, die door de koffiecrisis nog altijd diep in de problemen zit.

In de sector arbeid heeft de syndicale coördinatie van de bananensector COSIBAH in Honduras hard gewerkt aan het radionetwerk en werden er ook acties ondernomen om de vakbond uit te breiden naar andere sectoren en zijn werking te vernieuwen. In Nicaragua zijn, dank zij doelgericht vormingswerk, zeer positieve resultaten behaald in de deelname van de vakbonden in de gemeentelijke planning; en in Cuba is de geplande vorming tot aan de basis kunnen doorgevoerd worden dank zij materiële hulp van FOS.

Dit was het voorlaatste jaar dat FOS communale bewegingen in Nicaragua en Honduras steunde. Deze groepen staan nu sterk genoeg om verder de regularisering van de gronden en de aanvraag van diensten aan te pakken dank zij een sterke coördinatie die rond gemeenschapsopbouw is uitgewerkt.

In de twee Portugeessprekende landen Angola en Mozambique vonden geen belangrijke veranderingen plaats in 2001.

Mozambique had voor de tweede jaar op rij af te rekenen met overstromingen, die echter niet zo destructief waren in 2001 als het jaar daarvoor.

Door de dood van UNITA-leider Jonas Savimbi in februari 2002 krijgt de hoop op vrede in Angola nieuw leven ingeblazen. Nu moet er dringend werk gemaakt worden van de het verbeteren van de situatie van de gewone mensen die enorm te lijden hebben gehad onder de oorlogssituatie.

2001 was weer een turbulent jaar voor Zimbabwe. Na de parlementaire verkiezingen in 1999 waar de oppositiepartij MDC een recordaantal zetels afnam van de regerende ZANU-PF partij, was het in maart 2001 de beurt aan de presidentiële verkiezingen.

De MDC-kandidaat voor de presidentsverkiezing, Morgan Tsvangirai, was een grote bedreiging voor President Mugabe.

De landbezetting ging door en werd erger. Er vielen verschillende doden bij de verkiezingscampagnes, zowel blanken als zwarte Zimbabwaanen.

Veel bedrijven sloten hun deuren en het gebrek aan buitenlandse munten veroorzaakte een tekort aan brandstoffen. De inflatie swingde de pan uit en het aantal werklozen steeg tot boven 50%.

Omwille van die problemen ondervonden veel van onze FOS-partners moeilijkheden bij hun werkzaamheden. De vakbonden hadden te kampen met veel repressie omdat zij beschouwd werden als leden van de oppositie. Het was voor iedereen een moeilijk jaar in Zimbabwe.

Omwille van de woelige situatie bij hun noorderburen kwam Zuid-Afrika onder druk op alle fronten.

President Mbeki werd  onder druk gezet om afstand te nemen van President Mugabe wat hij blijkbaar moeilijk vond. Een paar boerderijen werden ook bezet volgens het voorbeeld van Zimbabwe omdat sommigen vonden dat het landhervormingsproces in Zuid-Afrika te traag verloop.

Er was ook veel migratie vanuit Zimbabwe en andere landen als Congo, omwille van de oorlog, en ook Mozambique en Malawi, wat een xenofobe reactie uitlokte bij de bevolking in Zuid-Afrika.

De verschillende vakbonden onder leiding van COSATU voerden diverse stakingen uit tegen het economische beleid van GEAR (Growth, Equity and Redistribution) die vooral op privatiseringen en afslankingen gericht waren.

In 2001 vonden in Zuid-Afrika diverse internationale conferenties plaats. De belangrijkste van deze conferenties was de VN-conferentie over Racisme in Durban.

Namibië kende wat stabiliteit, behalve de onrust in het Caprivi-strook en de deelname aan de oorlog in Congo.

De oppositie in het land is wat stilgevallen na de grote overwinning van president Nujoma in de presidentsverkiezing van 1999.

De landkwestie bleef ook een heet onderwerp in Namibië maar niet zo heet als in Zimbabwe en Zuid-Afrika.

Privatisering van veel overheidsbedrijven en diensten waren ook aan de orde in Namibië wat veel tegenwind kreeg vanuit de vakbonden.

De Palestijnse realiteit werd in 2001 volledig beheerst door de tweede intifada, het brutale Israëlische militaire optreden en de haast dagelijkse afsluiting van Palestijnse steden en dorpen. Geconfronteerd met deze praktische problemen en extreme noden hebben de meeste Palestijnse NGO’s hun werking moeten aanpassen. Dankzij het uitgebreide netwerk van kantoren en medewerksters, zowel professionele als vrijwillige, zijn onze partners PWWSD (Palestinian Working Women Society for Development) en DWRC (Democracy and Workers’ Right Center) er in 2001 toch in geslaagd het werkplan grotendeels te volgen en de voorziene activiteiten uit te voeren.

In de Mekong-delta van Vietnam, waar FOS samenwerkt met de overheden en de boeren, is het accent binnen het programma duidelijk verschoven naar meer praktisch toepasbare landbouwtechnieken voor de arme boerengezinnen, verankering van de microkredietvoorziening en een intensievere samenwerking met lokale instanties op het gebied van voorlichting en de overname van de boeren- en kredietgroepen.

In Cambodja keken de NGO’s benieuwd uit naar de eerste lokale verkiezingen die gepland waren voor februari 2002. Ondanks enkele gevallen van geweld en intimidatie lijkt alles vrij goed verlopen en werd de machtspositie van de regerende CPP (Cambodian People’s Party) bevestigd. Helaas wordt het politiek systeem in Cambodja nog steeds gekenmerkt door corruptie en machtsmisbruik.

Kort verslag : inhoudstabel


‘Vrouwen voor democratie in Palestina’

Dit pakket is geschikt voor een lokale activiteit met groepen van maximaal 2 uur. Na een korte inleiding wordt een video (’25) vertoond, met een portret van 4 Palestijnse vrouwen en hun ervaringen met democratie op verschillende niveaus: op het werk, op school, in hun organisatie. Ook hun thuissituatie komt aan bod. Speciale aandacht gaat naar de man-vrouwverhoudingen.

Na de video volgt een gesprek over hun eigen situatie. Dit wordt in goede banen geleid door een methodiek met onder andere Palestijnse kartoens over gendersituaties, waarbij de deelneemsters over eigen ervaringen vertellen.

De deelneemsters krijgen een korte achtergrondbrochure en de begeleidsters een meer uitgebreide brochure over het Israelisch-Palestijns conflict. Het geheel wordt ingekleed met Palestijnse thee met munt in een typisch glazen theeservies.

Vanaf nu combineerbaar met onze nieuwe tentoonstelling: "Achter de sluier van een Palestijnse vrouw". Voor een democratische prijs van 75 euro, begeleiding en vervoer inbegrepen, krijgt u twee pakketten ter beschikking

Kort verslag : inhoudstabel


Mensen in transit

Naar aanleiding van het ‘Gelijke Kansendebat’ namen Animo en FOS zaterdag 9 maart het Belgische asielbeleid onder de loep. Samen met vluchtelingen en verschillende vluchtelingenorganisaties gingen we op zoek naar een antwoord op het asielvraagstuk.

Door middel van debat, workshops, uitwisseling van ervaringen met en ideeën rond de asielprocedure, verdiepten de deelnemers zich op een aangename, gemoedelijke manier in de vluchtelingenproblematiek. Er werd niet alleen aandacht besteed aan de asielprocedure zelf, maar ook aan de onvermijdelijke cultuurverschillen die de situatie van een vluchteling nog meer compliceren.

Opdat de deelnemers de vluchtelingenproblematiek als het ware zouden kunnen proeven, vond deze dag plaats in het Klein Kasteeltje, waar verschillende vluchtelingenfamilies hun gasten op een heerlijk Tsjetsjeens, Armeens, Irakees, … avondmaal vergastten. Interculturaliteit ten top, de afwezigen hadden ongelijk!

Silvy Van Daele
Educatiedienst

hier volgt de ervaring van twee deelnemers

Workshop Interculturaliteit met Iteco 

Om te beginnen suggereerde Suzanne, de begeleidster, dat we onszelf kort voorstelden en ook vertelden welke ervaringen we al hadden gehad op het gebied van interculturele communicatie. Aan de hand van deze ervaringen koos ze één concrete situatie om mee verder te werken. De situatie kwam van een Kosovaarse vrouw. Ze vond dat de Belgen wel vriendelijk waren, maar niet genoeg open naar anderen toe. Dat toonde ze aan met een concreet voorbeeld: bij het wachten op de bus probeert ze soms een gesprek aan te knopen, maar meestal gaan de omstaanders er niet op in. Suzanne vroeg twee vrijwilligers om samen met de Kosovaarse vrouw deze situatie na te spelen. Daarna analyseerde Suzanne via interactie met de deelnemers de activiteit. Er werd gezocht naar mogelijke oorzaken voor misverstanden op het gebied van multiculturele communicatie. Suzanne gaf dan ook enkele hoofdprincipes aan die belangrijk zijn bij het aangaan van interculturele communicatie. Telkens werden deze voorbeelden gekoppeld aan de situatie van de bushalte.

Ik vond de vorming heel interessant, vooral omdat er met concrete voorbeelden werd gewerkt die door de deelnemers zelf werden aangegeven. De deelnemers werden ook constant betrokken bij de zoektocht naar oplossingen en de analyse van problemen. Suzanne is een heel enthousiaste persoon die met volle overgave de vorming gaf. Ook vanuit haar eigen ervaringen vertelde ze leerrijke zaken.

Delphine Dheedene, deelneemster

 

Ronde tafel Asielbeleid

Aan de ‘ronde tafel’ asielbeleid was bijna geen plaats meer toen deze met enige vertraging omstreeks halfacht op gang werd getrokken. Liesbet Walckiers stak meteen van wal en legde 2 centrale vragen voor aan een gevarieerd sprekerspanel. Hoe evalueert u de regularisatiecampagne ? En hoe ziet u het Belgisch asielbeleid van de toekomst ?

Elk vanuit hun eigen achtergrond (lokaal, nationaal, beleidsmatig) en drijfveer (christelijk, pluralistisch) evalueerden diverse vluchtelingenorganisaties de regularisatiecampagne van twee jaar geleden. Vele organisaties namen de stelling in dat daar toch heel wat misgelopen is en dat de regularisatiecampagne misschien toch niet zo geslaagd is als algemeen wordt aangenomen. Pascal Smet bood het nodige verweer en bijgevolg kristalliseerde de discussie zich bijwijlen ook rond de commissaris-generaal.

De discussie rond het Belgische asielbeleid van de toekomst ontaardde al snel in een open grenzen-discussie. Pascal Smet, radicaal tegenstander van open grenzen (het recht van de sterkste zou op die manier immers zegevieren) nam het hier op tegen Gaetan Carlier (van de organisatie die haar naam dankt aan het doel dat vooropgesteld wordt, Open Grenzen). Ook andere (meer gematigde) sprekers klaagden het huidige asielbeleid aan en vroegen aandacht om te werken aan meer gelijkheid op wereldschaal.

Het resultaat was een boeiend debat waarin de toeschouwers op hun wenken bediend werden van idealisme en realisme, van hoogoplaaiende discussie en grote eensgezindheid, van links en rechts en van top en basis.

 Willem De Clerck, deelnemer

Kort verslag : inhoudstabel


Personen met een handicap in Noord en Zuid

 Vijf vormingssessies en een laagdrempelige educatieve activiteit over ‘Handicap in Noord en Zuid’ staan dit jaar op het programma! Het Platform Handicap en Ontwikkelingssamenwerking (PHOS), de Vlaamse Federatie van Gehandicapten (VFG) en het FOS-Socialistische Solidariteit hebben samen deze vormingssessies uitgewerkt.

Je komt er meer te weten over hoe mensen met een handicap er in het Zuiden tegenaan gaan. We gaan in op een aantal vragen zoals: is het Noorden wel zo gericht op integratie van personen met een handicap als we denken? Kunnen we misschien iets leren over inspraak en participatie van personen met een handicap in Zimbabwe?

Aan de hand van foto- en videomateriaal zullen we dieper ingaan op de inspraakbeweging in Zuidelijk Afrika die zijn oorsprong vindt in Zimbabwe. Zo gaan we samen op zoek naar goede ideeën die we ook hier kunnen gebruiken. Een weekend met de VFG-jongeren over personen met een handicap hebben we reeds achter de rug. De jongeren kregen een beeld van diversiteit in Noord-Zuidperspectief. Aan de hand van verlichte kijkdozen konden ze een blik werpen op een aantal beelden uit het Noorden en het Zuiden. De beelden spraken voor zich: verscheidenheid is er, maar niet enkel tussen Noord en Zuid. Ook in het Noorden en het Zuiden zien we die verscheidenheid in de landen zelf!

Voor meer info (en exacte locaties) kan je terecht op het federaal secretariaat van het VFG: op het nummer 02/5150261 of vfg@socmut.be.

Kort verslag : inhoudstabel


Een oproep aan alle sportieve sporters!

12 oktober 2002: Onrecht scoort slecht-sportdag in Gent

 Ja hoor, op 12 oktober 2002 zijn we weer van de partij! Noteer alvast de datum van deze ‘Onrecht Scoort Slecht’-sportdag in je agenda! Dit jaar kan je in Gent meedoen aan een volleybaltoernooi, een petanquetoernooi, een wandelzoektocht en als  afsluiter de populaire stratenloop. Waarom we zo een sportdag organiseren? We willen niet langer (sport)kledij dragen waar onrecht aan vast zit. Jij toch ook niet? Je verdraagt die gedachte niet langer en wil in actie komen? Steun dan de Schone Kleren Campagne en sport met ons mee. Toon je sportieve kant! Wie alvast meewerkt aan de sportdag: S-Sport, Wereldsolidariteit, FALOS, Seniorensport KBG en FOS. Meer info vind je in volgend Kort Verslag of op onze website: www.fos-socsol.be Inschrijvingen kunnen via de website van de Schone Kleren Campagne: www.schonekleren.be  

Kort verslag : inhoudstabel


1 mei voorbij

1 mei – hét feest van de internationale solidariteit - is weer achter de  rug. Ook FOS bleef die dag niet bij de pakken zitten. Naar goede gewoonte steken we dan immers van wal met onze jaarlijkse 1 mei-campagne. Die staat dit jaar in het teken van solidariteit met de Mútua del Campo en de koffieplukkers in Nicaragua. Meer informatie over onze 1 mei-campagne kon u al lezen in het vorige nummer van Kort Verslag, maart 2002.

Op tal van plaatsen in Vlaanderen waren we aanwezig om onze campagne nader toe te lichten. Het startschot gaven we op 30 april, met onze eigen Nicaraguaanse solidariteitsmaaltijd voor ruim 140 eters in Brussel. Op 1 mei zelf waren we - in verspreide slagorde - aanwezig in Brugge, Diest, Dilsen-Stokkem, Genk, Gent, Harelbeke, Mortsel en Oostende. We gaven er tekst en uitleg over onze activiteiten en deelden folders en stickers uit. In Mortsel en in Dilsen-Stokkem stond er bovendien een solidariteitsmaaltijd op het menu. Daar doken we mee de keuken in. Zo slaagden we er met z’n alleen weer in het begrip ‘internationale solidariteit’ weer wat meer inhoud te geven.

Was u er op 1 mei niet bij? Onze campagne blijft lopen. En uw solidariteit betuigen kan uiteraard nog altijd: www.fos-socsol.be

Kort verslag : inhoudstabel


 

 

 

 

 
     
 

siteplan | zoek | links | contact

 
 fos-socialistische solidariteit
 Grasmarkt 105 bus 46
 1000 Brussel
Tel: (+32) (0)2 552 03 00
e-mail: info@fos-socsol.be
fos op facebook

 191 landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie om de politici aan hun belofte te herinneren én de lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!

Webdesign| www.at10.be