De privatiseringsgolf van
openbare diensten leed in juni 2002 een zware nederlaag in Peru, toen de
bevolking van het zuidelijke departement Arequipa met radicaal straatprotest
de geplande verkoop van twee elektriciteitscentrales aan de Belgische firma
Tractebel kon dwarsbomen. De Peruaanse vakbond Confederación General de
Trabajadores del Perú (CGTP), een trouwe FOS-partner, speelde een leidersrol
in dit verzet.
Tijdens zijn
verkiezingscampagne tekende president Alejandro Toledo in Arequipa een
schriftelijke belofte dat hij beide centrales niet zou privatiseren. “Toen hij
onze 1 mei-meeting bezocht, herhaalde Toledo dat hij zeker niet zou
privatiseren zonder het volk van Arequipa te raadplegen”, beklemtoont Juan
José Gorritti, algemeen secretaris van de CGTP. “Maar de ultraliberale
ministers in zijn regering drukten die privatisering toch door zonder overleg,
omdat ze verse centen nodig hadden voor het begrotingstekort.”
Wanneer beide centrales op 14
juni voor 167 miljoen dollar worden toegewezen aan Tractebel, de enige
buitenlandse firma die een geldig bod uitbracht, komt het volk van Arequipa
meteen op straat. Het was reeds grondig ingelicht over de nakende
privatisering en vreesde dat die tot massale ontslagen en hogere
elektriciteitstarieven zou leiden. Het bundelde zijn krachten binnen het
Frente Amplio Cívico de Arequipa, een breed burger-front dat alle
volksorganisaties verenigt.
“Drie van de vier
Frente-voorzitters zijn leiders van onze lokale CGTP-afdeling, de Federación
Departamental de Trabajadores de Arequipa”, verduidelijkt Gorritti. “Eén
leider van de lokale bouwvakbond, één leider van de leraarsvakbond en één
vakbondsleider van de voedingsindustrie. Met hun ervaring coördineerden zij de
protestgolf. Later sloten meerdere burgemeesters van Arequipa zich aan met een
hongerstaking.”
Harde
reactie
Toledo en zijn regeringsploeg
reageren hardhandig op het verzet : de privatiseringen zijn heilig volgens hun
neoliberale bijbel en kunnen dus niet teruggeschroefd worden. Ze roepen de
noodtoestand uit in Arequipa en sturen de oproerpolitie af op de betogers.
Twee studenten worden gedood door (op het lijf afgevuurde) traangasgranaten,
wat de woede onder de bevolking van Arequipa nog aanwakkert. Meerdere
regeringsgebouwen en de luchthaven worden bezet en geplunderd.
Onder leiding van de CGTP
breidt het verzet zich uit naar andere departementen in het zuiden van Peru.
Ook in Cusco, Puno, Tacna en Moquegua leggen stakingen en betogingen weldra
het openbare leven stil. Enkele ministers insinueren dat uiterst-linkse
agitatoren of de guerrilla Lichtend Pad achter de onrust schuilt, wat een boze
ontkenning uitlokt van de brede bevolkingslagen die aan de verzetsgolf
deelnemen. Ze eisen niet enkel de stopzetting van de privatisering, maar
tevens excuses of het ontslag van de betrokken ministers.
Wanneer Toledo inziet dat de
confrontatie tot zijn val kan leiden, stuurt hij vijf ministers naar Arequipa
om te onderhandelen. Die worden eerst met stenen bekogeld, maar opnieuw onder
aanvoering van de CGTP en de hongerstakende burgemeesters komt er toch een
dialoog op gang. Op 19 juni schort de Peruaanse regering de privatisering van
beide elektriciteitscentrales tijdelijk op, trekt de noodtoestand in en biedt
haar excuses aan.
“De regering erkende achteraf
dat die verzoeningsoplossing er uiteindelijk kwam dankzij de bemiddeling van
de CGTP, die de opgehitste gemoederen in Arequipa kon bedaren”, legt Gorritti
uit. “Met een permanente sociale dialoog en een consultatieronde vooraf had de
regering zich een hoop ellende en onrust kunnen besparen. Het valt te
betreuren dat de regering pas bezwijkt wanneer er doden vallen en ze met haar
rug tegen de muur staat.”
In juli vervangt Toledo
meerdere ministers en pakt uit met een nieuwe regeringsploeg, die een socialer
gelaat vertoont. De privatisering wacht inmiddels op een gerechtelijke
uitspraak over wie bevoegd is in deze materie : de regering of het departement
Arequipa. De regering overweegt om beide centrales enkel in concessie te geven
of het departement Arequipa een controlerend minderheidsbelang te geven,
wanneer een buitenlandse groep bijkomende investeringen verricht om beide
centrales te moderniseren.
Inspraak
nodig
“Wij zijn niet principieel
gekant tegen elke privatisering”, nuanceert Juan Manuel Guillén, burgemeester
van de stad Arequipa. “Maar we zijn wel tegen een privatisering die door de
nationale overheid wordt doorgedrukt zonder overleg, waarbij alle opbrengsten
naar het centralistische waterhoofd Lima versluizen. Het departement Arequipa
moet zelf beslissen of ze beide centrales privatiseert en wat ze eventueel met
de opbrengsten aanvangt.”
Het volksverzet was niet
specifiek gericht tegen Tractebel, een bedrijf met verregaande ambities op de
Peruaanse markt. De beschuldiging van een voormalig Tractebel-kopstuk, dat
deze groep 10 miljoen dollar smeergeld betaalde aan de voormalige dictator
Fujimori om groen licht te krijgen voor vroegere investeringen in Peru, helpt
de reputatie van Tractebel in Peru uiteraard niet, al bestaan er geen harde
bewijzen voor die beschuldiging.
Een regelrechte privatisering
zonder consultatie van de lokale bevolking blijft ook in de nabije toekomst
politiek en sociaal onhaalbaar, want het zou nieuwe massale protestbewegingen
op de been brengen en het reeds erg verzwakte bewind van Toledo nog meer aan
het wankelen brengen. Arequipa dwong niet enkel een privatiseringsstop af voor
beide elektriciteitscentrales, maar voor alle openbare nutsbedrijven in het
ganse land (elektriciteit, water, olieraffinaderijen, havens, …).
Bloed en
mensenlevens
“Het protest in Arequipa is
het begin van het einde van een economisch model dat enkel tot massale
ontslagen en verrijking van corrupte regeerders geleid heeft”, begint het
editoriaal van het jongste CGTP-tijdschrift. “Hoeveel nieuwe banen hebben de
vorige privatiseringen opgeleverd? Geen enkele, maar wel duizenden ontslagen,
deze maand opnieuw bij Telefónica. Hoeveel nieuwe investeringen heeft het
opgeleverd ? Geen enkele, de Peruaanse bedrijven werden aan spotprijzen
verpatst.”
“Het protest is een overwinning
voor het Frente Amplio Cívico, dat de gevoelens onder de bevolking correct
interpreteerde en de eenheid wist te bewaren. De bevolking van Arequipa voelde
zich gekwetst door de verbroken belofte van Toledo en de beledigingen van
enkele ministers. De regering begreep dat ze moest luisteren naar wat het volk
wil. Deze triomf heeft bloed en mensenlevens geëist. We mogen geen enkele
privatisering meer toelaten in Arequipa”, aldus de CGTP in haar tijdschrift.
“De rechtse partijen, de
aanhangers van Fujimori en Montesinos, de multinationale ondernemingen
beschouwen het Akkoord van Arequipa als een teken van zwakte, een
achteruitgang, die nieuwe investeringen in gevaar brengt. Ze voelen hun
belangen in gevaar en bedisselen een complot om Toledo ten val te brengen,
vooraleer die nog meer toegevingen doet. De onzekere president en zijn zwakke
partij, met militanten die enkel uit zijn op regeringspostjes, spelen in hun
kaart.”
“Toledo is gewaarschuwd”,
besluit het editoriaal van het CGTP-tijdschrift. “Ofwel verandert hij van
economisch model en raadpleegt hij de talrijke volksorganisaties in Peru, die
zijn verkiezing tot president steunden. Ofwel regeert hij verder voor de
multinationale ondernemingen en het IMF, met de steun van het leger en andere
autoritaire neoliberale kringen, waarmee de wankele pas herstelde democratie
ten val zou komen.”
Het is een
waarschuwingskreet die ook in de buurlanden luidop weerklinkt. In Argentinië
zijn de faliekante mislukking en de rampzalige gevolgen van de privatiseringen
duidelijk bewezen. In Brazilië leiden twee linkse presidentskandidaten de
opiniepeilingen, met beloftes om het neoliberale model een halt toe te
roepen. In Paraguay riep de regering eveneens de noodtoestand uit om een
stakings- en betogingsgolf tegen de nakende privatiseringen de kop in te
drukken. In Bolivia haalden twee linkse boerenleiders samen bijna 30% in de
recente presidentsverkiezingen. In Venezuela steunt president Hugo Chavez het
Cubaanse model.
Nadat allerlei
guerrilla-pogingen de voorbije decennia in militaire dictaturen of autoritaire
burgerregimes uitmondden en Zuid-Amerika een voorloper leek in het
ultraliberale model, met privatiseringen en besparingen in alle
overheidsdiensten, lokt datzelfde model nu een protestgolf uit waarop de
heersende politieke en economische kringen geen antwoord klaar hebben. Het is
geen toeval dat het Sociaal Wereld Forum elk jaar in Porto Alegre (Brazilië)
plaatsvindt, met de massale deelname van talrijke Zuid-Amerikaanse
volksorganisaties. De oproep “Otro Mundo es Posible!” klinkt er luider dan
ooit.
Felix De Witte Coördinator FOS-Peru 29 augustus 2002
Met FOS nemen we zoals elk jaar
deel aan de 11.11.11-actie. We zijn immers actief lid van deze pluralistische
koepel van de Noord-Zuidbeweging in Vlaanderen. Jaarlijks trekken duizenden
vrijwilligers tijdens het weekeinde van 11 november door de straten om geld in
te zamelen en om te pleiten voor rechtvaardige Noord-Zuidverhoudingen.
Sluit je als Fosser (M/V) aan bij het
11.11.11-comité in je gemeente en vraag wat je kan doen. Affiches plakken,
wenskaarten verkopen, een informatieavond organiseren… keuze genoeg. Doen!
Het Zuiden wordt uitgeperst als
een citroen. Een gevolg van de logica van de maximale winst. Daar wil 11.11.11
dit jaar de aandacht op trekken. En op het chronisch gebrek aan internationale
spelregels. Maar als je het globaal anders bekijkt, is een andere
wereld mogelijk.
De kloof
De huidige globalisering laat
zijn sporen na in het Zuiden. De armoede stijgt. Meer dan 1 miljard mensen
leven in absolute armoede met minder dan één euro per dag. Ondertussen
verdienen de 20% rijksten 74 keer meer dan de twintig armste landen samen. Een
toplaag verrijkt zich en het Zuiden betaalt de rekening. De kloof tussen arm
en rijk wordt groter. Lage grondstofprijzen, lage lonen, kinderarbeid,… alles
is toegelaten om de winstcijfers van multinationals te doen stijgen.
En dat wil 11.11.11 aan de
kaak stellen. Door de juiste vragen te stellen én door concrete alternatieven
naar voor te schuiven.
Markten zonder grenzen
De gevolgen van de
globalisering komen niet uit de lucht gevallen. De invloed van multinationale
ondernemingen groeit. Ze dicteren hoe langer hoe meer de beslissingen van
regeringen en van internationale organisaties. Op jacht naar winst willen de
multi’s ongehinderd op steeds grotere markten opereren. Deze nietsontziende
winstlogica is de onzichtbare, maar krachtige motor achter de huidige
globalisering.
De wereld op zijn kop
We willen het globaal anders
bekijken. 11.11.11 is niet tegen globalisering. We willen een andere
globalisering. Een globalisering waarbij iedereen kansen krijgt op
ontwikkeling. Mensen uitpersen voor winst hoort daar niet bij. Oog hebben voor
alle dimensies van ontwikkeling wel. Daar is geld voor nodig, maar vooral
politieke actie om de ongelijke machtsverhoudingen tussen Noord en Zuid te
veranderen.
Daarom ook steunen we
organisaties die de stem van het Zuiden versterken. In het Zuiden, maar ook op
internationale fora waar beslissingen vallen met verregaande gevolgen voor hun
ontwikkeling.
Voor de eigen deur
Politieke actie voeren we
in de eerste plaats bij ons. De politiek overtuigen om vage beloftes om te
zetten in concrete maatregelen. 0,7% voor ontwikkelingssamenwerking blijft een
belangrijke eis. Maar we denken niet alleen aan centen. 11.11.11 strijdt al
jaren voor een sterkere positie van zwakke derde wereldlanden in de
wereldhandel, op de financiële markt, in schuldonderhandelingen, enz. En
daarvoor hebben we goed onderbouwde, realistische voorstellen.
Drie eisen staan voor ons
bovenaan: een belasting op financiële speculatie (Tobin-taks),
schuldkwijtschelding en de toegang tot openbare diensten voor iedereen.
Flitskapitaal
Financiële crisissen
richten enorme ravages aan in het Zuiden, en dan vooral bij de armsten. Die
crisissen zijn voor een groot deel te wijten zijn aan het roekeloze gedrag van
speculanten. Ondertussen delen de meest gerenommeerde economisten die analyse.
Een Tobintaks is voor 11.11.11 een noodzakelijke spelregel om het
flitskapitaal te controleren. Zulke belasting op geldtransacties kan
financiële crisissen mee vermijden en brengt bovendien geld op voor
ontwikkelingsdoeleinden.
Belofte maakt schuld
In vele ontwikkelingslanden
wordt nog steeds meer aan de afbetaling van schulden dan aan onderwijs en
gezondheid gegeven We pleiten al jaren voor een grondige aanpak van dit
probleem. Voor 11.11.11 is het duidelijk: zolang een land niet kan voldoen aan
de basisbehoeften van zijn bevolking, kan het geen schulden afbetalen. Voor
hen moeten de schulden geschrapt worden. Met als enige voorwaarde dat het
hierdoor vrijgekomen geld besteed wordt aan armoedebestrijding.
De wereld is niet te
koop
Bij de op til staande
liberalisering van openbare diensten heeft 11.11.11 grote vragen. Zal er
gestreefd worden naar openbare diensten voor iedereen? Of zullen water,
gezondheid en onderwijs enkel toegankelijk worden voor degenen die het kunnen
betalen? 11.11.11 wil een evaluatie van privatiseringen van openbare diensten,
alvorens deze wereldwijd in handen vallen van de bedrijfswereld. Bovendien
willen we dat de handel vrij gemaakt wordt op een transparante manier, zodat
we kunnen zien wat de gevolgen voor het Zuiden zijn.
We blijven vechten tegen
onrecht. De beweging voor een andere globalisering groeit. Een andere wereld
is mogelijk.
Mensen die het niet eens zijn
met hoe er binnen de klassieke bankwereld met hun geld wordt omgesprongen,
krijgen steeds meer alternatieven aangeboden. Ethisch sparen, ethisch
beleggen, participeren in coöperatieven, … zitten in de lift. Dit is een
belangrijke evolutie. Steeds meer middelen komen vrij voor mens- en
milieuvriendelijke projecten. Maar spijtig genoeg vloeit nog altijd het meeste
geld naar grote industrieën die het niet zo nauw nemen met mens en milieu. Hoe
komt dat? Eenvoudig: het ‘ethische’ aandeel van de portefeuille van banken en
fondsen beslaat maar een fractie van het totale kapitaal. Het overgrote deel
van wat spaarders en beleggers binnenbrengen wordt herbelegd in minder propere
zaakjes. En wat als we – als bezorgde klant – bij een bank binnenstappen om te
vragen waarin zoal belegd en geïnvesteerd wordt?
Een oorverdovende stilte.
Bedrijfsgeheim. Concurrentie. Bankgeheim. Confidentie.
Sorry, maar hier worden we
alleen nieuwsgieriger van. Wat valt er allemaal te verbergen?
We willen nagaan wat financiële
spelers met ons geld doen en hun steun aan wantoestanden aanklagen. We doen
dit stap voor stap. We trekken naar de banken en fondsen en vragen wat ze
allemaal uitspoken met ons geld. We brengen informatie naar buiten over hun
praktijken. We tonen aan dat het soms niet zo fraai is. We eisen
duidelijkheid, transparantie. We willen dat ze hun verantwoordelijkheid
opnemen in duurzaam financieren.
Steun de campagne ‘Mijn geld.
Goed geweten?’ en wordt lastige klant.
Stuur de bijgevoegde
campagnepostkaart (die vind je in het midden van Kort Verslag) naar
Netwerk Vlaanderen. Hoe massaler jullie reactie, hoe meer weerklank de
campagne krijgt.
Doe mee aan de Dag van de
Lastige Klant. Op 22 november gaan we langs bij een aantal
bankkantoren om van ons te laten horen.
Stuur ons uw eigen vragen
of ergernissen over het reilen en zeilen binnen de financiële wereld.
Dit kan via website
www.netwerk-vlaanderen.be/actie of per post: Netwerk Vlaanderen. Actie.
Vooruitgangstraat 333 bus 9, 1030 Brussel
Help ons de campagne verder
uit te bouwen. Steun ons financieel. Stort uw bijdrage op
rekeningnummer 001-1353313-45, met de mededeling ‘Mijn geld. Goed geweten?’.
Denk en doe mee
aan het verdere verloop van de campagne. Laat ons weten of je wil verwittigd
worden van acties en vergaderingen. Stuur een mailtje naar
inez.louwagie@netwerk-vlaanderen.be, of bel 02 201 07 70
Enkele maanden geleden staken
we van wal met onze 1 mei campagne. Onder het motto ‘koffie verkeerd’ vroegen
we uw steun voor de Mutua del Campo en de koffieplukkers in Nicaragua. Als
gevolg van de internationale koffiecrisis kregen zij het immers zwaar te
verduren (zie Kort Verslag maart 2002).
Hoe gaat het vandaag met de
Mutua del Campo? We winden er geen doekjes om. Het kan beter. Over jullie
solidariteit mogen we alvast niet klagen. De giften blijven binnenkomen. En
daar zijn we uiteraard blij om. Maar de koffieprijzen blijven erbarmelijk
laag, en het ziet er niet naar uit dat het tij snel zal keren. De economische
toestand in de koffiestreek van Matagalpa is er zeker niet op verbeterd. Op
nogal wat plantages liepen de schulden hoog op. Naar schatting 45.000
arbeiders zijn het platteland ontvlucht. Veel ‘campesinos’ staan langs de
straat te bedelen voor voedsel, wegens te weinig werk op de koffieplantages.
Door de internationale koffiecrisis kreeg ook de Mutua del Campo een zware
financiële deuk. Bedrijven en arbeiders kunnen hun bijdrage (30 córdoba of
ongeveer 2,5 euro per maand) niet langer betalen. Met een forse daling van het
aantal leden tot gevolg. Op een gegeven ogenblik bleven er van de 1490 leden
nog amper 800 over. Tijd om in te grijpen.
Crisismanagement
Onze ploeg in Nicaragua bleef
alvast niet bij de pakken zitten. Om de malaise het hoofd te bieden werd een
crisisplan uitgewerkt: het aantal medische posten werd teruggeschroefd van
vijf naar drie, het personeelsplaatje aangepast aan de nieuwe situatie. Dat
bracht de financiële balans terug wat in evenwicht. Verder was er het idee om
ook tijdelijke arbeiders aan te sluiten. Van die plannen kwam echter niets in
huis. Het karige loon – soms per dag afgerekend – en vooral de onzekerheid van
die slecht betaalde arbeid, weerhield de arbeiders ervan om zich zelfs maar
één maand aan te sluiten.
De crisis in de koffiesector
heeft er ook toe geleid dat de ploeg van de Mutua sneller dan voorzien op zoek
ging naar uitbreiding in andere economische sectoren. Zoals de tabakssector in
Estelí, in het noorden van het land. Eind april werd daar een medische post
geopend in stedelijk gebied, temidden van een achttal tabaksverwerkende
bedrijven. In totaal zijn er ongeveer 3.500 arbeiders tewerkgesteld, waarvan
ongeveer 65 procent vrouwen. Van bij de start waren er 180 leden. Opmerkelijk
is dat nogal wat arbeiders de aansluitingskosten volledig op zich nemen,
zonder tussenkomst van de patroon. Dat kunnen ze dankzij de betere lonen in de
sector: gemiddeld 110 dollar per maand. Daar waar de arbeiders op de
koffieplantages het moeten zien te redden met amper 40 dollar per maand. Als
ze al betaald worden. Want nogal wat koffieplukkers werken uitsluitend voor
een beetje voedsel: bruine bonen, rijst en maïs.
Een verhaal met een staartje
Zover zijn we inmiddels. En
er staan nog veranderingen op stapel. Momenteel wordt er hard gewerkt aan een
promotiecampagne en aan de verdere uitbreiding naar nog andere sectoren. Zo
zijn er concrete plannen om een medische post uit de grond te stampen in
Sébaco, Yalí en Jalapa, drie gemeenten in het noorden van Nicaragua. De lokale
productie bestaat er voornamelijk uit basisgranen, groenten en kleinvee, niet
zozeer uit koffie. Bedoeling is uiteindelijk de mutualiteitsgedachte verder te
verspreiden en de financiële draagkracht van de Mutua del Campo te vergroten.
FOS wil de Mutua in ieder geval verder blijven ondersteunen. Een werk van
lange adem, dat wel. Maar dat het uiteindelijk de moeite loont, daar zijn we
rotsvast van overtuigd. En daar willen we ook voor blijven ijveren.
Gezondheidszorg als recht voor iedereen.
Stand van zaken
Vandaag zijn er nog drie
medische posten: één in het departement Matagalpa, één in Jinotega en één in
Estelí. Momenteel zijn er 950 leden, goed voor 5.750 rechthebbenden. In Estelí
sluiten zich sinds kort ook georganiseerde buurtbewoners en kleine handelaars
aan bij het initiatief. Het mutualiteitsprincipe blijft verder ongewijzigd.
Wie aansluit heeft recht op gratis consultaties en medicijnen, in de medische
posten van de Mutua. Ook de overige gezinsleden kunnen er terecht voor gratis
doktersadvies en geneesmiddelen aan een gunsttarief. De maandelijkse bijdrage
bedraagt 30 córdoba (ongeveer 2,5 euro), waarvan de werkgever de helft
betaalt. Ook niet-leden kunnen terecht in de medische posten van de Mutua. Zij
betalen 15 córdoba per raadpleging en de voorgeschreven medicijnen.
Wat een leuke sportschoenen! En dat voetbaltruitje van Ronaldo,
gewoon het einde! Maar enkele seconden erna overvalt je een schuldgevoel: ‘hoe
kan ik nu sporten in mijn favoriete outfit als ik weet dat die sportschoenen
en truitjes in mensonwaardige omstandigheden gemaakt worden!’ Gebrek aan
ventilatie, gebrek aan ruimte, gebrek aan veiligheidsmaatregelen, te lange
werkweken: 60, 70 tot 100 uren per week, nachtwerk zonder premie, verplicht
overwerken, lonen onder het wettelijke minimumloon, dat zelf dikwijls onder
het bestaansminimum ligt, willekeurige afhoudingen voor voedsel, woonst en
vervoer, laattijdige uitbetaling van lonen zijn maar enkele voorbeelden die in
de kledingsindustrie schering en inslag zijn.
Je kan er iets aan doen! Als consument kan je aan je
sportwinkel informatie vragen over de omstandigheden waarin hun producten
gemaakt werd. Je hebt immers als klant het volste recht op informatie over de
waar die je aankoopt. Wat je nog kan doen is als consumentengroep optreden
door bijvoorbeeld deel te nemen aan een actie van de Schone Kleren Campagne,
op die manier oefen je druk uit op kledingverkopende bedrijven. De
kledingsector is immers bijzonder gevoelig voor zijn imago. Dus als bedrijven
menen dat ze beter zaken zullen doen door hun consumenten tevreden te stellen
en Schone Kleren te verkopen zullen zij daar wel een inspanning voor leveren.
Schone Kleren Sportdag!
Blijf dus niet passief toekijken, maar verzet je ertegen. Je
kan dit doen door op zaterdag 12 oktober 2002 mee te komen sporten op de
‘Onrecht Scoort Slecht’ sportdag die plaatsvindt in Gent. Volleybal, petanque,
een wandelzoektocht en een flitsende fietsactie staan op het programma! Op die
manier kan je op een sportieve manier je bijdrage leveren en druk uitoefenen
op bedrijven.
Voor informatie
of een folder over de sportdag kan je terecht bij FOS en vraag je naar Eva op
het nummer 02/552.03.18. Voor inschrijvingen kan je terecht bij Schone Kleren
Campagne op het nummer 02/246.36.81
Volleybaltoernooi
Sportcomplex GUSB,
Watersportlaan 3 10.00u – 12.30u en 14.00u – 16u Drink en prijsuitreiking rond 16.30u op Vrijdagmarkt
Petanquetoernooi
Aanmelden in
Sportcomplex GUSB, Watersportlaan 3 vanaf 9.30u Toernooi gaat door op terreinen van PC Gent, vlakbij GUSB 10.00u – 12.30u en 14.00u – 16u Drink en prijsuitreiking rond 16.30u op Vrijdagmarkt
Wandelzoektocht
Start: tussen 13u
en 14u op Vrijdagmarkt bij Schone Kleren stand Aankomst: voor 16u op Vrijdagmarkt Afstand: 5 km Drink en prijsuitreiking rond 16.30u op Vrijdagmarkt
Flitsende fietsactie
Vrijdagmarkt Vanaf 16.30u fitnessfietsen i.s.m. fitnesscentrum Passage
Zijn er al Schone Kleren op de markt?
Op dit ogenblik is er echter geen 'schoon' alternatief. En
zonder kleren rondlopen, met dit Belgische weer, is al evenmin een oplossing.
Laat ons duidelijk zijn, Schone Kleren zoals bedoeld in de campagne, bestaan
alsnog niet. In het kleinere, alternatieve circuit kan men wel al kleren kopen
die in correcte omstandigheden werden gemaakt tegen een redelijk loon. Fair
Trade Organisatie bijvoorbeeld verdeelt kleding die onder goede
werkomstandigheden werden gemaakt en waarvoor een eerlijke prijs werd betaald.
Zij verkopen hun kleren en andere producten via de Oxfam-Wereldwinkels. Er
zijn ook nog andere, kleinschalige initiatieven (vb. Textielwerkplaats Sjamma
in Gent, of Mandragora in Antwerpen).
Schone Kleren met een erkend keurmerk in de winkel aanbieden is
een geleidelijke ontwikkeling. Zo is de Belgische overheid zich nu aan het
buigen over de mogelijkheden van een sociaal label. En FOS is daarbij
betrokken!
De boycot van Israëlische
producten is gelanceerd! En heel Vlaanderen heeft het kunnen horen. 11.11.11-
en Wereldwinkelcomités, Attac-groepen en vele geëngageerde individuen stonden
op zaterdag 8 juni aan de supermarkten om de klanten aan te sporen Israëlische
pomelo’s, slaatjes en wijn voortaan uit hun winkelkarretjes te weren. Op
sommige plaatsen was het moeilijk om vrijwilligers tot de actie over te halen.
Blijkbaar zijn mensen nog steeds een beetje huiverig om zich aan dit stekelige
thema te wagen. Maar uiteindelijk viel het allemaal heel erg mee. Ronduit
agressieve reacties waren zeldzaam. Integendeel: mensen kwamen vertellen boos
en machteloos ze zich altijd voelen als ze naar de televisie kijken. En hoe
blij ze waren dat ze nu eindelijk iets, hoe klein ook, konden doen.
En de pers was er ook: niet
alleen de nationale radio en TV en de grote kranten berichtten over de boycot,
ook een hoop plaatselijke krantjes, radio- en TV-stations brachten verslag
uit. Op die manier was het resultaat van onze actiedag maximaal: ook mensen
die geen actievoerders waren tegengekomen die dag, hebben van de boycot
gehoord.
8 juni was nog maar een begin.
Op een maand tijd vormden zich overal te lande comités die in korte tijd een
actie in mekaar boksten. Dat die comités zich hebben gevormd, en dat de mensen
nu al voor de eerste keer van de boycot hebben kunnen horen, is een mooi
resultaat. Maar we gaan verder: we hebben nog meer vrijwilligersgroepen nodig,
de boycot moet een algemeen begrip worden. Iedereen moet uiteindelijk weten
dat merken als ‘Jaffa’ en ‘Carmel’ uit Israël komen en waarom ze niét te
kopen. We gaan er dus mee door. Dat is de boodschap die we van onze
vrijwilligers meekregen, en dat willen we ook zelf luid en duidelijk
verkondigen: het is nog lang niet gedaan!
Waarom een boycot
van Israëlische producten?
1 Een boycot
geeft een krachtig signaal
Een boycotcampagne heeft als bedoeling politieke eisen kracht
bij te zetten door economische druk. In het geval van de Israëlische
landbouwsector is dat belang relatief beperkt (zie verder). Maar een boycot
van Israëlische producten is zowel een signaal naar Israëlische politici als
naar Belgische en Europese politici. Deze laatste hebben een instrument in
handen om druk op Israël te zetten (de schending van het Associatieverdrag
door Israël, erkend in het Europees Parlement), maar doen weinig of niets.
Daarom roepen we consumenten op om zelf in actie te schieten.
De reële impact van een boycotcampagne hangt natuurlijk in
sterke mate af van de schaal die de actie krijgt, in België maar vooral
wereldwijd. Het Zuid-Afrikaanse voorbeeld heeft aangetoond hoe belangrijk een
boycot kan zijn. Het was de economische schade veroorzaakt door zowel het
interne conflict als door de internationale boycotacties die de economische
verantwoordelijken er toe gebracht heeft de politieke verantwoordelijken van
het Apartheidsregime van koers te doen veranderen.
2 Een boycot
werkt mobiliserend
Een boycotcampagne geeft onze achterban en het publiek de kans
om iets te doen.
Tegelijk doet een boycot anderen nadenken en stilstaan bij het
bloedvergieten dat ze op hun televisiescherm zien.
3 Onze
Palestijnse partners zijn vragende partij
Mede door de escalatie van de bezetting zijn onze Palestijnse
partners vragende partij voor alle mogelijke vormen van politieke en
economische druk op Israël, ook van een consumentenboycot.
In Palestina circuleert trouwens al een oproep tot boycot van
de eerste ladingen producten die in Europa door boycotacties geweigerd zouden
zijn (druiven) en die de Israëli’s dan maar op de Palestijnse markt proberen
te slijten.
Hieronder antwoordt Amal,
leidster van één van onze Palestijnse partnerorganisaties (PWWSD) en moeder
van een paar opgroeiende kinderen, op vragen van onze lezers. Dat hadden we
immers beloofd in het vorige nummer!
V: Wij lezen hier in de
kranten dat de helft van de Palestijnse bevolking moet rondkomen met minder
dan 2 euro per dag. Hebben jullie nog genoeg te eten?
A: De meeste Palestijnen zijn
zo arm dat ze bijna geen voedsel kunnen kopen, nauwelijks brood en melk voor
hun kinderen. Dat leidt tot een hoog percentage aan bloedarmoede en
ondervoeding. De meeste families zijn afhankelijk van voedselbonnen die NGO’s
uitdelen. Veel mensen proberen in de tuin groenten te kweken. Inkopen moeten
gebeuren tijdens de paar uren per dag dat de spertijd wordt opgeheven, maar
vaak zijn de winkels haast leeg door de strenge Israëlische blokkades. Vooral
vrouwen zijn verantwoordelijk voor het voedsel.
V: Hoe reageren je
kinderen op het voortdurende geweld in hun omgeving? Merk je dat aan hun
gedrag of aan wat ze zeggen?
A: Kinderen zijn rechtstreekse
slachtoffers van de Israëlische agressie. Ze kunnen bijvoorbeeld hun
zomervakantie niet doorbrengen zoals andere kinderen, bv in zomerkampen omdat
die door de onveiligheid niet kunnen plaatsvinden. Kinderen kennen voortdurend
onzekerheid en angst en panikeren snel. Hun kindertijd is ‘verloren’, ze zijn
zelf gewelddadiger, neerslachtig en minder levendig. Het aantal depressies,
fobieën en trauma’s bij kinderen is sinds het begin van de Intifada gevoelig
gestegen.
V: Welke concrete stappen
zijn volgens jou nodig om op korte termijn uit de impasse te geraken?
A: Er moet een oplossing op
politiek niveau komen die ook op het terrein gestalte krijgt. En de
Israëlische regering moet erkennen dat er geen oplossing is zonder een
onmiddellijke terugtrekking die een einde zou maken aan het voortdurende
geweld. Wij geloven in een duurzame en rechtvaardige vrede, die de vestiging
van een Palestijnse staat garandeert. Bovendien moeten volgende dringende
stappen gebeuren:
snelle en actieve tussenkomst
door de internationale gemeenschap om de VN-resoluties te doen toepassen en
dan vooral de onmiddellijke terugtrekking van de Israëli’s.
de bezette gebieden moeten
onder internationale bescherming komen tot aan de terugtrekking
verbetering van de relatie
tussen Israëlische en Palestijnse vredesgroepen om tot een toenadering te
komen tussen beide bevolkingsgroepen en aldus bij te dragen tot een
politieke oplossing
V:
Is een aparte Palestijnse staat niet erg klein? Zouden jullie niet beter
allemaal samen in één land wonen, met iedereen dezelfde rechten?
A: Het ideaal zou zijn: één
democratische staat voor zowel Palestijnen als Israëli’s met gelijke rechten
voor iedereen.
Maar de situatie werd vanaf
1947, na zes oorlogen, veel complexer. We aanvaardden destijds het voorstel om
op 22% van het grondgebied van historisch Palestina een Palestijnse staat te
vestigen. Maar Israël verwierp en wijzigde steeds de plannen, hierin gesteund
door de VS.
V: Wat vinden jullie van
de zelfmoordaanslagen? Wat vindt de rest van de bevolking ervan?
A: De meerderheid van de
Palestijnen is tegen elke gewelddadige actie die gericht is tegen burgers.
Maar ondertussen zijn wij ook burgers en vallen er elke dag slachtoffers: 2468
doden en 39 257 gewonden, meestal vrouwen en kinderen. Palestijnen worden
vernederd aan de controleposten, kunnen zich niet verplaatsen, hebben werk
noch inkomen. Dat veroorzaakt een geweldige druk en op die manier worden
sommigen in de richting van terreurmethodes gedreven. Maar de eerste oorzaak
van het geweld is de bezetting. Een einde maken aan de bezetting is ook het
geweld stoppen.
V: Wat denken jullie van
religieuze organisaties als Hamas en de Islamitische Jihad?
A: Ons doel is om bij te dragen
tot de bouw van een seculiere (dat wil zeggen scheiding tussen godsdienst en
staat) democratische civiele samenleving. Wij hebben een verschillende visie
en agenda over sociale en democratische attitudes en wij geloven niet in hun
tactieken in de nationale politieke arena.
V: Wat kan een organisatie
als FOS volgens jullie hier in Vlaanderen doen om de Palestijnen te helpen?
A: Allereerst kan FOS juiste
informatie over de Palestijnse situatie verspreiden via de media om de mensen
in Vlaanderen bewust te maken en zodat ze onze strijd begrijpen. Mensen kunnen
zich ook als individu of met hun organisatie inspannen en lobbyen bij hun
regering om de Palestijnen politiek en economisch te steunen om de bezetting
te stoppen. Ook kan je solidariteitsgroepen sturen om ons te steunen en te
beschermen.
V: Wat denk je van de
boekentassenactie? Ondermijnt dat de Palestijnse economie niet? (Via dit
initiatief verzamelden verschillende NGO’s afgelopen zomer schoolgerief voor
de Palestijnse kinderen. Onze partnerorganisatie PWWSD waar Amal in de leiding
zit, was bereid de verdeling van het geleverde en
aangekochte schoolmateriaal op zich te nemen, aangezien zij als
vrouwenorganisatie via medewerksters en vrijwilligsters aanwezig zijn in de
meeste Palestijnse steden, dorpen en vluchtelingenkampen.)
A: Dit is een belangrijke actie
want mensen leven onder de armoededrempel en ze kunnen elke hulp goed
gebruiken, vooral de kinderen die bij het nieuwe schooljaar geen geld hebben
om boekentassen of zelfs boeken te kopen. We waarderen heel erg dit initiatief
maar we denken dat indien de boekentassen hier op de lokale markt zouden
worden aangekocht dat de Palestijnse economie zou activeren.
De tentoonstelling toont de
toeschouwer het dagelijkse leven van de kleine Boliviaanse boeren en
boerinnen. Zij staan dicht bij de natuur. Ze
houden in hun productiemethoden rekening met de natuurlijke processen en
kringlopen en zetten op die manier de idee van duurzame landbouw om in de
praktijk.
Verwante thema’s als (on)eerlijke
handel en arbeidsomstandigheden worden eveneens aangekaart. Zo blijkt dat de
landbouwers vaak het slachtoffer zijn van de vrije handel, waardoor hun
afzetmarkt wordt ingepalmd. Vaak kunnen zij dan alleen maar hun geluk
beproeven in de stad, of in loonarbeid treden bij één van de grote
landbouwbedrijven.
Wat we willen…
We willen de mensen die de
tentoonstelling bekijken laten nadenken over duurzame productiemethoden,
eerlijke handel en rechtvaardige arbeidsomstandigheden.
De foto’s van de Boliviaanse
boeren en boerinnen tonen de toeschouwer dat het wel duurzaam en eerlijk kan
als je landbouw niet als een industrie opvat.
Voor wie…
Voor iedereen vanaf 14 jaar
De tentoonstelling bestaat uit…
Zeven tekstpanelen van 42 x
60cm met toelichting bij de foto’s
Dertig foto’s van 50x70cm in
glazen kaders die aan haken of ijzerdraad kunnen worden opgehangen
De tentoonstelling wordt
vervoerd in stevige houten kisten
Wat je moet betalen
De huurprijs is 25 euro, de
termijn is af te spreken.
Draaiboek Lokale Agenda 21 Boek, 374
blz. kostprijs € 20 + verzendingskosten. Een boek boordevol ideeën en praktijkvoorbeelden voor het verduurzamen
van het lokaal beleid. Dit boek biedt inspiratie aan beleidsmensen, ambtenaren
en geëngageerde burgers, die ook in de toekomst verdere stappen willen zetten
op weg naar een duurzamere gemeente als deel van een ecologische en sociaal
rechtvaardige wereld. Bestelling boek: met folder en bestelbon in bijlage, via website
www.vodo.be of telefonisch
Op goede voet met de aarde, op
eerlijke voet met het Zuiden Brochure,
24blz kostprijs € 0, 60 + verzendingskosten. Bevattelijk en duidelijk geïllustreerde brochure over de ecologische
voetafdruk. Een brochure over de milieudruk van onze levensstijl, uitgedrukt
in oppervlakte. Wat is de invloed op en in het Zuiden? Wat willen we er aan
veranderen? Bestelling brochure: via website
www.voetafdruk.be
of via onderstaand adres.
Wat
is VODO? VODO is een
samenwerkingsverband tussen een belangrijk deel van de milieu-, derdewereld-
en vredesbeweging in Vlaanderen. Onze ambitie is het maatschappelijk debat
over duurzame ontwikkeling te stimuleren. Sedert 92, toen in Rio de
Conferentie van de Verenigde Naties over Milieu en Ontwikkeling besloot om een
wereldwijd actieprogramma rond Lokale Duurzame Ontwikkeling (Lokale Agenda 21)
op te zetten, is er immers nog te weinig veranderd. Vandaar dat wij onze
publicaties, die zeker kunnen bijdragen tot dit debat in verenigingen, scholen
en bij de individuele geïnteresseerden aanbieden.
De Limburgse 1 mei-viering stak dit jaar onder
impuls van de FOS-werkgroep in een multicultureel kleedje. De organisatie in
Dilsen-Stokkem zorgde voor Cubaanse muziek en Afrikaans dansen. Als
gastgemeente voor de jaarlijkse solidariteitsmaaltijd van FOS-SocSol staken
ook vele vrijwilligers de handen uit de mouwen om de 150 gasten te laten
smullen van een Cubaanse maaltijd. Limburg werkt ook altijd samen met de
plaatselijke Wereldwinkel, dit jaar WW -Maaseik.Als dessert kon iedereen
proeven van een kopje (h)eerlijke koffie. De opbrengst ( 1500 € ) ging ook dit
jaar naar projecten in Mozambique, het partnerland van de Limburgse
FOS-werkgroep.
Begin het
nieuwe jaar met stijl, en stuur je familie en vrienden een wenskaart van FOS!
Een reeks van vier prachtige kleurenfoto’s over Feesten in de wereld.
Prijs: 1
pakje met 4 wenskaarten (+ omslagen) kost
slechts 3 euro (excl. verzendingskosten)
Een prima
idee voor je eindejaarswensen, en tegelijk steun je onze partners in het
Zuiden!
Ook grote
bestellingen zijn welkom, voor je dienst of je afdeling. Vanaf 10 pakjes
betaal je maar 2,75 euro (excl.
verzendingskosten).
Bestellen
kan bij FOS, schrijf een briefje of bel ons even!
191
landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de
armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie
om de politici aan hun belofte te herinneren én de
lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!