Elk jaar, en zeker als de verkiezingen dichterbij komen, heeft
11.11.11 een bundel met politieke eisen. Wij doken nog eens in de tekst Samen
één wereld van het Toekomstcongres (1998) om te zien wat de SP toen dacht
over internationale samenwerking.
Benieuwd om te zien wat de
standpunten van sp.a vandaag zijn over een Minister voor
Ontwikkelingssamenwerking, 0,7% en de Tobintaks, wereldwijde privatisering van
publieke goederen en diensten,
en respect voor VN-resoluties. We vroegen het aan voorzitter Patrick Janssens en
fractieleider in de Kamer Dirk Van der Maelen.
V: Coherentie van het beleid
is nog steeds een probleem: initiatieven vanuit verschillende beleidsdomeinen
(handel, landbouw, buitenlandse zaken) houden vaak onvoldoende rekening met
effecten voor de landen in het Zuiden.
11.11.11 vraagt dat
Ontwikkelingssamenwerking in de volgende regering een zelfstandig beleidsdomein
blijft naast Buitenlandse Zaken, met een aparte en volwaardige minister voor
Ontwikkelingssamenwerking. In de tekst van het Toekomstcongres pleit sp.a voor
één ‘superministerie’ voor Internationale Samenwerking, met daarin Buitenlandse
Zaken en Handel, Ontwikkelingssamenwerking en Defensie.
Hoe denkt sp.a Buitenlandse Zaken, waar de belangen van België in het
buitenland verdedigd worden, en Ontwikkelingssamenwerking, waar de belangen van
de landen in het Zuiden centraal staan, te verzoenen in zo’n superministerie?
Dirk Van Der Maelen:
Wat is de huidige situatie? een staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking,
niet meer dan een muis, toegevoegd aan een olifant, de minister van Buitenlandse
Zaken. Het is reeds meermaals gebleken dat dit niet echt werkbaar is. Op het
eerste zicht lijkt een geheel autonome minister van Ontwikkelingssamenwerking de
juiste oplossing. Twee afzonderlijke ministeries zou echter leiden tot een ware
machtsstrijd. En ervaring leert dat eerder de minister van Buitenlandse Zaken op
het beleid van de minister van Ontwikkelingssamenwerking aan het langste eind
trekt. Daarom willen wij de fusie van de administraties van Buitenlandse Zaken,
Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Handel behouden. Tezelfdertijd pleiten
wij voor de splitsing van de politieke vertegenwoordiging. Zo zou men een
minister van Noord en een Minister van Zuid kunnen aanstellen. Die zouden elk
met de sociaal-economische eigenheid van hun regio rekening houden, en dit bij
om het even welke beslissing die zij elk zouden nemen. Feit blijft natuurlijk
dat een goede samenwerking en coördinatie noodzakelijk blijft.
V.: 11.11.11 vraagt een
Tobin-taks (wereldwijde belasting op financiële speculatie) en herhaalt de oude
eis van 0,7%, een cijfer dat gehaald moet worden door het in een wet vast te
leggen.
sp.a wil ook een Tobin-taks
en in plaats van de 0,7% een wereldwijd transfertsysteem via vaste en
rechtvaardig verdeelde bijdrageschalen. Kan je dat even toelichten?
Dirk Van Der Maelen: De Tobin-taks heeft al
een hele weg afgelegd. Momenteel ijveren we voor een variant van deze taks, nl.
de Spahn-taks. Deze variant taxeert alle investeringen met een zeer lichte voet
van 0.01%. De Spahn-taks maakt dus geen onderscheid tussen de zgn. speculatieve
en de meer duurzame investeringen. Dat is toch bijna onmogelijk.
Als
een paar speculanten de druk op de wisselkoers van een zwakke munt van een
ontwikkelingsland plots opvoeren, wordt er een zeer hoge voet van 80% ingesteld.
Dit alles geeft 3 voordelen. We maaien het gras weg van voor de voeten van de
grootste tegenstanders van de taks, de taks vergroot zijn ontradende functie
naar de speculanten toe en de opbrengst van de taks blijft minstens even hoog.
Patrick Janssens: De liberalen weigeren
halsstarrig elke discussie over de invoering van zo’n taks. Ze weten dat de
experts eigenlijk aan onze kant staan. De derdewereldbeweging is dan ook een
belangrijke bondgenoot. Zij moeten blijven aandringen op de deblokkering van dit
belangrijke dossier. België moet terzake zijn voortrekkersrol kunnen blijven
spelen.
Wij blijven voorstander van de 0,7%. Minister van Begroting Johan
Vande Lanotte heeft ook hard aan die kar getrokken om het financieel engagement
van de regering te bekomen. De hele Belgische regering heeft zich geëngageerd om
de 0,7% uiterlijk in 2010 te bereiken. Op het moment van het toekomstcongres,
leek daar nog weinig steun voor te vinden. Die twijfels deden ons zoeken naar
alternatieven. Een systeem van wereldwijde overdrachten van kapitaal van rijke
naar armere landen is zo’n alternatief. Onze blijvende steun voor de 0,7% sluit
een dergelijk nieuw systeem eigenlijk niet uit. Het
is zelfs zo dat, als we ons enkel tot het bereiken van die
0,7%-norm beperken, we er nooit in zullen slagen om de
Millenniumdoelstellingen van de V.N. tegen de vooropgestelde datum van 2015
te realiseren. Het kabinet
Stevaert heeft, in samenwerking met professor Rayp, dat idee zelfs nog verder
uitgewerkt, en het voorlopig omgedoopt tot een systeem van "mondiale sociale
zekerheid". Het principe blijft hetzelfde. Op zich is het eenvoudig: "geven naar
eigen vermogen om te ontvangen naar eigen behoeften".
V.: 11.11.11 wil dat bij de
vrijmaking van de wereldhandel op geen enkele manier afbreuk wordt gedaan aan
het fundamentele recht op essentiële goederen en diensten (water,
gezondheidszorg, onderwijs,…).
Voor moderne socialisten is
privatisering geen taboe meer. Maar hoe staat sp.a tegenover de wereldwijde
tendens om alle publieke goederen en diensten te privatiseren? Waar trekt de sp.a
nu de grens?
Patrick Janssens:
De liberalisering van de dienstensector (GATS) is een uiterst belangrijk
dossier. Als socialisten beseffen we dat maar al te goed. Wij volgen de huidige
onderhandelingen die gebeuren onder toezicht van de Wereldhandelsorganisatie,
dan ook met enige achterdocht. Het is natuurlijk wel een uiterst complexe
materie. Wat mogelijk is rond liberalisering van dienstverlening in het Noorden,
is vaak uitgesloten voor ontwikkelingslanden. In het Noorden beschikken de
regeringen over voldoende hefbomen om nauwlettend toe te kijken op een degelijke
dienstverlening voor iedereen. Zij kunnen zelfs minimum sociale eisen stellen
aan de verdelers van essentiële zaken zoals water en elektriciteit. De landen in
het Zuiden staan eerder machteloos. Privatisering is dan ook een middel en geen
doel op zich. We moeten steeds kunnen garanderen dat iedereen toegang krijgt tot
de essentiële diensten aan een betaalbare prijs. De toegang tot zuiver water en
elektriciteit is een verworven basisrecht voor iedereen. Dat moet ten allen
prijze gegarandeerd blijven. Als de lokale overheid toch kiest voor
privatisering, dan moet ze ook steeds kunnen garanderen dat deze dienstverlening
in de toekomst mogelijk blijft. We zijn ook gekant tegen de halfslachtige
oplossingen waarbij privé-bedrijven de interessantste delen van de markt
inpikken en de verlieslatende stukken aan de overheid overgelaten worden.
Solidariteit moet steeds een criterium blijven, zeker bij het aanbieden van
publieke diensten.
V.: Irak wordt met een embargo en binnenkort misschien zelfs met
een oorlog gestraft omdat het verschillende VN-resoluties niet naleeft. Maar
Israël is in hetzelfde bedje ziek en wordt niet gestraft. Israël krijgt
integendeel miljarden dollar internationale steun (vooral van de VS maar ook van
de EU).
Hoever wil sp.a zich engageren om deze politiek van twee maten en
twee gewichten aan te klagen?
Dirk Van Der Maelen: Dit toont nog maar
eens dat de VN-veiligheidsraad geen weerspiegeling is van de hedendaagse
realiteit en niet ingaat op de verzuchtingen van nagenoeg alle niet-Westerse en
het merendeel van de Westerse landen. De Veiligheidsraad moet zo snel mogelijk
hervormd worden. De Amerikaanse steun Israël maakt dat land feitelijk
onaantastbaar werd. De VS beschikt over een vetorecht. Als sancties tegen Israël
op de agenda kwamen – bv. voor het niet naleven van verschillende VN-resoluties
–, dan zou de VS de toepassing van de sancties steevast tegengehouden.
In
het geval van Irak liggen de kaarten anders. We mogen ons aan een tweede
resolutie verwachten. Vandaag, morgen of overmorgen. Toch is het al een hele
prestatie dat de wereldgemeenschap president Bush heeft kunnen overtuigen om de
Verenigde Naties over deze zaak te laten bemiddelen. Wij geloven rotsvast in het
multilateraal overleg waarbij alle partijen betrokken worden. Opnieuw is de
structuur van de VN onaangepast om zo’n overleg voldoende kansen te gewen. Dat
is jammer. Diplomatie met twee maten en gewichten verwerpen we resoluut. Iedere
resolutie van de VN moet uitgevoerd worden. Of dat nu gaat over Birma, Kosovo,
Irak of Israël. Wij zijn niet voor een voorkeursbehandeling van Israël. We
hebben ons steeds kritisch opgesteld tegen de uiterst rechtse regering Sharon,
om het te eenzijdig militaire optreden van Israël in de bezette gebieden scherp
te veroordelen. Verder steunen wij ook de acties van het Actieplatform Palestina
vanuit een solidariteitsreflex met het Palestijnse volk. Ten slotte mogen we
niet vergeten dat Erik Derycke aan de wieg stond van steun aan het Palestijnse
volk, een politiek die Boutmans nu verderzet. Vanzelfsprekend veroordelen we elk
geweld, van wie dan ook. Elk slachtoffer is er een teveel.
Op 23 november deden we een
opgemerkte actie: alle deelnemers kregen bij het binnenkomen een stemformulier,
met de vraag om de politieke eisen van 11.11.11 aan te stippen die zij opgenomen
wilden zien in de programmatekst van sp.a bij de komende verkiezingen.
Niet minder dan 272 congresgangers wierpen hun ingevuld
stembiljet in de stembus.
Bijna alle eisen kregen een score in de buurt van 75%, met als
uitschieter naar beneden een volwaardige minister voor
ontwikkelingssamenwerking, toch nog goed voor 60%. Opmerkelijk waren ook de
scores voor opschorting van het associatieverdrag met Israël (79%) en voor de
oproep om de VS geen oorlog tegen Irak te laten ontketenen (81%).
Na de dood van UNITA-leider Jonas Savimbi, in februari van dit
jaar, ontwaakt Angola stilaan uit de nachtmerrie van 27 jaar burgeroorlog..
UNITA is gedemobiliseerd, er wordt ontmijnd en ontwapend en alle internationale
waarnemers zijn het er over eens dat de vrede deze keer een goede kans maakt.
Voor het eerst in jaren komen de grote donors daarom opnieuw met miljoenensteun
over de brug. Maar ook al is dit voor een ganse generatie het eerste contact met
vrede, veel reden tot feesten is er niet. De
levensomstandigheden voor de bevolking zijn erbarmelijk. Overal heerst
bittere armoede. Meer dan 60
procent van de bevolking leeft zelfs onder de armoedegrens (US$ 1.68 per dag).
De meeste mensen die tijdens de oorlog op de vlucht raakten (zowat een derde van
de Angolese bevolking) zitten nog steeds in het binnenland en langs de grenzen
als vluchtelingen verspreid.
Van gezondheidszorg is amper sprake. Eén op de vijf Angolese
kinderen sterft vóór zijn vijfde verjaardag. Met dit trieste cijfer staat
Angola, na Sierra Leone, bovenaan de lijst van de landen met de grootste
kindersterfte. Malaria, één van de voornaamste doodsoorzaken, dreigt door het
toenemende AIDS-probleem ingehaald te worden. En slechts een derde van de
bevolking heeft toegang tot schoon water. De Angolees wordt ook nu nog gemiddeld
niet ouder dan 42 jaar. Het onderwijs in Angola krijgt amper middelen ter
beschikking. In veel scholen brengen de kinderen van thuis uit alle dagen hun
stoeltje mee omdat er gewoonweg geen schoolmeubilair is, laat staan didactisch
materiaal. Bovendien gaat 40 procent van de schoolplichtige jeugd niet naar
school. Mochten ze dat wel doen dan zou er door een gebrek aan schoolgebouwen
niet eens plaats zijn voor hen.
Meer olie dan Koeweit
Het ironische van de zaak is dat Angola ruimschoots over de
nodige middelen beschikt om het voortouw te nemen in de naoorlogse
reconstructie. Meer nog, Angola zou zelfs één van de meest welvarende Afrikaanse
landen kunnen zijn. Het land is, qua waarde, de vierde diamantproducent ter
wereld, en op Nigeria na is Angola de grootste olieproducent ten zuiden van de
Sahara. De Angolese economie is volkomen uit balans: de enige ‘gezonde’ sector
is de olie-industrie. Die zorgt voor 50 procent van het bruto binnenlands
product, 90 procent van de export en 80 procent van de overheidsinkomsten. Rond
2005 zal nog maar eens een enorm olieveld in productie genomen worden, en er
volgen er meer: Angola's olieproductie zal de komende vijf jaar nagenoeg
verdubbelen. Met zijn ongeveer 750 000 vaten per dag produceert Angola nu al
meer olie dan Koeweit. Maar zoals gezegd: van die rijkdom merkt de bevolking nog
steeds niets. Van fiscale en monetaire transparantie is evenmin veel te merken.
Volgens een intern IMF-rapport zijn er in Angola de afgelopen 5 jaar ongeveer 4
miljard $ uit de regeringskoffers ‘verdwenen’. Het grote oliebedrijf Sonangol is
eigendom van de staat en wordt er in hetzelfde rapport van verdacht illegale
transacties uit te voeren en rechtstreeks miljoenen dollars te incasseren zonder
langs de Centrale Bank te passeren. Ook Chevron, TotalFinaElf, BP-Amoco en andere zijn werkzaam in
Angola, maar geen van hen publiceren hun financiële transacties met de Angolese
overheid.
Justin Peirce, BBC-correspondent in Luanda, merkte onlangs op dat
vorig jaar alleen drie keer meer geld uit de staatskas verdween dan alle
humanitaire hulp die Angola dit jaar al kreeg. De grote vloot nieuwe BMW’s,
Mercedessen en Jaguars die in de overigens totaal onderkomen hoofdstad Luanda
rondscheuren laten vermoeden waar het geld naartoe gaat: ze worden maar al te
vaak door staatsambtenaren en verwanten bestuurd. Het gerucht gaat dat dit
kolossaal illegaal geldcircuit gecontroleerd wordt door de “Futungo”: de kring
van vrienden en ambtenaren waarmee de President, Eduardo dos Santos zich
omringt. De miljoenen dollars verdwijnen in wat cynisch de “Bermuda-driehoek”
genoemd wordt tussen Sonangol, de schatkist en de Futungo.
Dat andere economische ontwikkelingen niet van de grond komen is
te wijten aan een gebrek aan politieke daadkracht, corruptie op alle niveaus, de
exodus van hoog opgeleide werknemers, een vernietigde infrastructuur. Ook het
NGO-werk ondervindt hiervan grote hinder.
De
landkwestie
Net zoals de meeste landen in zuidelijk Afrika, waar nu miljoenen
mensen met honger bedreigd worden, is ook in Angola de landhervorming één van de
grootste uitdagingen van dit moment. Een geconsolideerde landwet die de
verdeling en beschikking over land regelt is onontbeerlijk voor de
voedselzekerheid in Angola. Zonder beschikkingsrecht over land zullen de kleine
boeren in de toekomst geen krediet kunnen bekomen bij de bank. Land in een
oorlogszone heeft geen commerciële waarde. En na een periode van oorlog grijpt
vaak een massale golf van landtoe-eigening plaats. Zoals vaak het geval is
tijdens postconflict-periodes krijgen hooggeplaatste militairen ook grote
gebieden vruchtbare grond toebedeeld. Niet om de geweren tot ploegen om te
smeden, maar louter om de ‘lieve vrede’. Na de koloniale fazenderas eisen
nu ook de zichzelf verrijkende regeringsambtenaren meer en meer uitgestrekte
gebieden op. Meestal niet om aan landbouw en veeteelt te doen maar wel met de
hoop in de ondergrond op kostbare mineralen te stuiten. Waardevolle
natuurgebieden worden daarbij niet ontzien. Door het landmijnenprobleem en door
de ongeveer drie miljoen intern verplaatste mensen wordt thans slechts een deel
van de vruchtbare grond effectief bewerkt en dat vooral door de traditionele
gemeenschappen. Maar de vele traditionele communidades die Angola rijk is
en die al eeuwenlang op duurzame wijze aan landbouw en veeteelt doen zitten
momenteel in een wettelijk vacuüm. Ze dreigen namelijk geen enkele legale
aanspraak te kunnen maken op de gronden die ze al generaties bewerken en die ze
van oudsher als de hunne beschouwen. Het is namelijk niet voldoende dat die
gemeenschappen hun grond claimen, de aangrenzende eigenaars moeten er ook mee
akkoord gaan... Enkel in maart 2001 slaagde voor het eerst een gemeenschap in
het zuiden van Angola erin rechtsaanspraak op hun 4500 ha gronden te bekomen.
Het landprobleem is uitermate complex, door de oorlog worden
thans miljoenen huishoudens gerund door weduwen. Dit legt een zware hypotheek op
de gemeenschapssolidariteit zodat voor het eerst stemmen opgaan om in het
gewoonterecht ook vrouwen recht op land te geven (tot nu toe een exclusieve
mannenzaak).
Haat en vetes
De regering geeft tot eind
december 2002 alle gedemobiliseerde UNITA-soldaten en hun families (waarvan de
meeste nog in kampen zitten) de kans op transport naar een zelfgekozen
bestemming. Door hun oorlogsverleden kiezen veel ex-militairen en hun families
evenwel een overplaatsing naar gebieden waar ze niet gekend zijn. Het is
voorspelbaar dat ze in hun nieuwe thuisgebied grond zullen opeisen. Conflicten
met de lokale sobas (traditionele gemeenschapsleiders) zijn daarbij niet
uitgesloten. Talloze gemeenschappen hebben immers zelf onnoemelijk onder de
oorlog geleden en er zal op zijn minst een generatie moeten overgaan om de
tijdens de zevenentwintigjarige oorlog opgestapelde haat en vetes te doen
vervagen. Ex-militairen die uit de boot vallen en geen land kunnen bemachtigen
zouden volgens OCHA wel eens kunnen gaan zwerven en gewapende bendes vormen.
Iets wat ook na de oorlog in Mozambique een tijd lang het geval was. Niemand in
Angola gelooft immers dat de UNITA-militairen al hun wapens ingeleverd hebben.
De overheid lijkt zich bewust van de dimensie van de landkwestie
en alle lagen van de bevolking krijgen momenteel de kans om commentaar en
voorstellen te geven op de nieuwe landwet die nu in de maak is. De volgende stap
zou dan ongetwijfeld de creatie van democratische instellingen moeten zijn:
landregistratiekantoren en rechtbanken om er op toe te zien dat de nieuwe wet
effectief wordt toegepast. Gezien de conflictueuze aard van de landkwestie
waarin factoren als oorlogsvetes, commerciële en privé-belangen, gender en etnie
een rol kunnen spelen moet er vlug gehandeld worden. Het is evenwel nog de vraag
of de huidige regering de politieke moed zal opbrengen de zaak nog voor de
verkiezingen in 2004 op de agenda te plaatsen. Sommigen beschouwen het
consultatieproces dat nu aan de gang is veeleer als een afleidingsmanoeuvre om
intussen zoveel mogelijk land als beloning toe te kennen aan ex-militairen.
Risico
Indien er geen maatregelen komen om de kleine boeren te steunen
en om werkgelegenheid te scheppen in de stedelijke gebieden waar 60 procent van
de Angolezen woont, zullen nieuwe conflicten niet uitblijven. Ondertussen zal de
kleine schatrijke elite steeds meer de vruchten plukken van de groeiende
olie-industrie, en meer en meer middelen en macht tot haar beschikking krijgen,
zoals land en diamantconcessies. Als gevolg daarvan dreigt een groot deel van de
bevolking op het platteland verstoken te raken van goede grond. Het risico
bestaat dat die gapende kloof tussen rijk en arm genoeg frustratie, woede en
verbittering zal veroorzaken om de voorwaarden te scheppen voor nog maar eens
een ernstig conflict in de toekomst....
In
September begonnen de afsluitende onderhandelingen tussen de ACP-landen en de EU
over een regeling voor een nieuw economisch partnerschap (New Economic
Partnership Agreements, EPA). Een recente studie door APRODEV (een
samenwerkingsverband van 15 Europese NGO’s) – met technische ondersteuning door
ERO – belicht de gevolgen voor vrouwen en mannen in Zimbabwe van een meer vrije
handel met de EU.
Een
belangrijke conclusie van de studie is dat men de genderdimensie niet simpelweg
kan toevoegen aan de vele economische en handelsthema’s. De genderdimensie moet
veeleer een integraal deel zijn van de onderhandelingen. Vrouwen maken immers
een solide meerderheid uit van de armen in Zimbabwe. Indien vrouwen geen toegang
en controle krijgen tot de middelen die zij nodig hebben om als gelijke partners
in het economische en sociale ontwikkelingsproces te functioneren, dan zullen
toekomstige handelsregels met de EU niet bijdragen tot armoedebestrijding en
duurzame ontwikkeling.
Toekomstige
handelsregels moeten zo gestructureerd zijn dat de toegang van vrouwen tot de
economische middelen vergemakkelijkt wordt. Ze moeten vrouwen helpen om een
doeltreffend antwoord te vinden op de uitdagingen van een liberaliserend
handelsregime. Volgende stappen zijn daarvoor nodig:
De economische
sectoren met het grootste belang voor de werkgelegenheid van vrouwen moeten
geïdentificeerd worden en moeten indien nodig een speciale behandeling
krijgen.
Een systematische
inschatting van de impact op vrouwen van verschillende maatregelen van
tariefvermindering. Die moeten desgevallend gehandhaafd of uitgesloten worden
om de kwalijke gevolgen van liberalisering op vrouwen te minimaliseren.
Concrete
bijstandsprogramma’s voor vrouwelijke producenten en werknemers identificeren
en toepassen om de kosten voor vrouwen te minimaliseren in die sectoren waar
tariefreducties zullen worden ingevoerd.
Maatregelen nemen
die ervoor zorgen dat vrouwen voordeel kunnen halen uit verdere vrijmaking van
de handel met EU, via programma’s die ontworpen zijn om tegemoet te komen aan
de beperkingen die vrouwen in Zimbabwe ervaren aan de aanbodzijde.
Steun voor specifieke aanbodmaatregelen om de toegang van vrouwen tot krediet,
vorming, grond en andere economische middelen te verbeteren.
Daar waar
vrouwelijke producenten en werknemers het meeste voordeel uithalen moeten de
gangbare tariefvoorkeuren gehandhaafd en versterkt worden.
De belangrijkste
uitgavenposten van armen en vrouwen moeten beschermd worden tegen
besparingen.
Inkomstenanalyse
ondersteunen om de invloed van nieuwe inkomstenmaatregelen op de armen en
vrouwen in kaart te brengen
Kortom: investeren
in gendergelijkheid en empowerment van vrouwen bij vormen van duurzame
ontwikkeling die zich concentreren op armoedebestrijding is vitaal om de
economische, politieke en sociale omstandigheden in ontwikkelingslanden te
verbeteren.
Wil je de
publicatie ontvangen? Bel dan:
ERO 02/552 03 19
APRODEV Boulevard Charlemagne 28 1000 Brussel tel 02/234 56 60
Het Actie Platform
Palestina, waar ook het FOS lid van is, organiseerde begin oktober alweer een
observatiemissie naar Israël en de bezette Palestijnse gebieden. Op het
programma een bezoek aan diverse steden op de Westelijke Jordaanover en in de
Gazastrook. Ook bezochten we joods-Israëlische vredesorganisaties die net als
wij ijveren voor het einde van de Israëlische bezetting en de oprichting van een
onafhankelijke en leefbare staat Palestina.
Ondanks de vele
checkpoints en het uitgaansverbod in een aantal steden, slaagden we erin door te
dringen tot Ramallah, Bethlehem, Nablus, Jenin en Gaza City. Het gemak waarmee
we zelf door de bezette Palestijnse gebieden hebben kunnen reizen, stond in
schril contrast met de realiteit van het dagelijkse leven van de Palestijnen.
Elke dag werd onze verbijstering en verontwaardiging versterkt door taferelen
die je je vanuit België amper kan voorstellen.
Gijzelaar in eigen huis
Op maandag 7
oktober slaagden we erin Nabloes, de grootste stad op de Westelijke Jordaanoever,
binnen te komen. Het uitgaansverbod werd er die dag voor het eerst sinds vier
maanden een volledige dag opgeheven, helaas slechts in één helft van de stad. Er
heerste een uitgelaten sfeer, al wist iedereen dat het de volgende dag weer
gedaan kon zijn. De schade aan de stad en het leed van de bevolking van Nabloes
waren schokkend. Maar het pijnlijkste tafereel wachtte ons even buiten de stad…
Via een hobbelige
zandweg door de heuvels (de gewone weg is opgebroken door het Israëlische leger)
worden we naar een buitenwijk gebracht. Al vijftig dagen houden Israëlische
soldaten er een Palestijnse familie gegijzeld in hun eigen huis. Vijf kinderen
tussen 2 en 12 jaar leven samen met hun ouders, tante en grootmoeder in één
kamer. De rest van het huis gebruiken de militairen als uitvalsbasis. De
kinderen kunnen niet naar school, de vader en tante zijn hun werk kwijt.
Bovendien is de moeder zeven maanden zwanger en lijdt ze aan bloedarmoede. Ze
heeft geen kans op de gewone prenatale zorgen.
UPMRC, een
Palestijnse organisatie van artsen en erg geëngageerde vrijwilligers en
voormalige partnerorganisatie van FOS, probeert regelmatig de familie te
bezoeken om hen de nodige medische zorgen en voedsel te brengen. Daarbij zijn ze
afhankelijk van het humeur en de willekeur van de Israëlische bezetters. Een
arts en een hulpverlener zijn daarom met onze delegatie meegekomen. Ze hopen dat
de aanwezigheid van buitenlanders de Israëlische soldaten onder druk zal zetten
om hen binnen te laten.
Wuiven
We worden vanuit de
woning onder schot gehouden. Er wordt over en weer geroepen. We vragen of de
dokter binnen mag, samen met een dame uit onze groep. Uiteindelijk mag de dokter
binnen, alleen. Terwijl we buiten op de dokter blijven wachten, verschijnt één
van de kinderen op het balkon van de woning en wuift voorzichtig naar de
delegatie. Even later staat de hele familie daar, en onder het oog van de
soldaten kunnen we niets anders doen dan terugwuiven. In de verte klinken
schoten.
Als de dokter
eindelijk buitenkomt, zegt hij dat de familie duidelijk lijdt onder de stress.
De zwangere moeder is er erg slecht aan toe. Hij wil zo snel mogelijk de vrouw
naar het hospitaal laten evacueren. De officier heeft gezegd dat het morgen
misschien kan. Het valt ons erg zwaar om de familie zomaar achter te laten.
Wanneer we de
volgende dag terugbellen om te horen of de evacuatie is gelukt, vernemen we dat
de officier in het huis is afgelost en dat de onderhandelingen weer van nul zijn
gestart. Een dag later weigert men de dokter zelfs de toegang tot het huis. Bij
onze terugkeer in België mocht de vrouw nog steeds het huis niet uit.
Het Israëlische
leger bezette op dat moment zes huizen in de omgeving van Nabloes. De bewoners
worden als pasmunt gebruikt in een vuile militaire logica die niets meer met
‘zelfverdediging’ heeft te maken. De wereld houdt zich doofstom voor dit leed
van onschuldige burgers. Er is al herhaaldelijk om VN-waarnemers gevraagd, maar
Israël weigert dit systematisch. Het Palestijnse volk is aan zijn lot
overgelaten.
Daarom heeft ook
het Actie Platform Palestina besloten om zijn eigen waarnemers te sturen. Dat
verhalen als dit in België en andere Europese landen bekend gemaakt worden, is
voor de Palestijnen immers – letterlijk - van levensbelang.
In 2003 wordt voor de vierde maal in samenwerking tussen de
Algemene Centrale ABVV en FOS – Socialistische Solidariteit een werkbrigade
ingericht. De eerste drie werkbrigades vonden plaats in Nicaragua, vanaf dit
jaar wordt ook gestart met een werkbrigade in Peru (Zuid-Amerika).
Een ideale gelegenheid om uw
vakantie eens op een andere manier in te vullen, samen met de plaatselijke
bevolking van een ontwikkelingsland te werken, te eten, een stuk lief en leed te
delen… Tijdens deze reis helpt u de mensen van de Peruaanse vakbond CGTP door
vakbonds- of kinderopvanglokalen op te knappen, samen met arbeiders van de
bouwcentrale in Peru.
Maar er is natuurlijk ook
tijd voor ontspanning. Op het programma staan ook toeristische uitstapjes in
Peru, een warm land met vriendelijke mensen en rijk aan cultuur en natuur.
We vertrekken niet onvoorbereid. Er zullen vooraf
informatieavonden en vormingen plaatsvinden waarin de algemene
Noord-Zuidproblematiek en meer specifiek de vakbondswerking in Peru onder de
loep wordt genomen. We zoeken dus een twaalftal gedreven mensen die bereid zijn
vorming te volgen over de problematiek, concreet hun solidariteit te betuigen
via vrijwilligerswerk ter plaatse en hun ervaringen nadien te delen met andere
mensen.
Op vrijdag 6
december is er om 19u in Leuven (Ons Syndicaal Huis, Maria-Theresiastraat 119)
een algemene informatieavond gepland. Ook op woensdag 22 januari 2003 zal er om
19u een informatievergadering zijn in Leuven, met de deelnemers van de
werkbrigade Peru 2003.
Meer informatie:
Caroline Van Hamme of Silvy Vandaele, 02/552 03 09
Onze gastvrije partner: de vakbondscentrale CGTP (Confederación
General de Trabajadores del Perú)
De CGTP is veruit de oudste vakbondscentrale (opgericht in 1928)
en wordt door overheid, werkgevers, media, NGO’s en civiele maatschappij ook
erkend als de enige centrale die een vuist kan maken. Ze is actief in het ganse
land en alle sectoren, met een duidelijke organische structuur, congressen,
vorming en andere diensten. De CGTP verdedigt ook de rechten van de arbeiders
van andere centrales, de boeren en de informele sector.
Fujimori schafte in de jaren negentig een lange reeks
arbeidsrechten af: recht op een arbeidscontract van onbepaalde duur, bescherming
tegen ongegrond ontslag, recht om zich bij een vakbond aan te sluiten, recht op
vakbondsactiviteiten tijdens de werkuren, recht op staking, verbod op
kinderarbeid… De officiële werkloosheid bedraagt intussen 10% bedraagt en de
ondertewerkstelling 44 tot 74%. De informele sector staat in voor 80% van de
nieuwe jobs in de jaren negentig. Peru heeft een lage syndicalisatiegraad wat in
de hand werd gewerkt door een arbeidsonvriendelijk beleid. Bedrijven splitsen
zich op in eenheden van minder dan 100 werknemers of nemen uitsluitend stagiairs
in dienst om geen vakbond te moeten toelaten.
Peru heeft een diepgewortelde links-progressieve syndicale
cultuur, die in de jaren zeventig verregaande arbeidsrechten kon veroveren. Met
hun strijd voor de val van Fujimori en het herstel van de rechtstaat herwonnen
de vakbonden hun legitimiteit als hoofdrolspelers in de strijd voor democratie
en arbeidsrechten. De lange reeks arbeidsrechten die Fujimori in de jaren
negentig afschafte, worden nu geleidelijk hersteld.
Programma:
Dag 1 : Ontvangst en persconferentie in Lima Dag 2-3-4 : Werk aan het CGTP-lokaal Dag 5 : Einde van het werk aan CGTP-lokaal Dag 6 : Vrij in Lima Dag 7 : Belgische delegatie reist af naar Cusco Dag 8 : Ontvangst en persconferentie in Cusco Dag 9-10-11 : Vrijwilligerswerk in Cusco Dag 12 : Einde van het werk in Cusco Dag 13-16 : Toeristische uitstappen naar Sacsayhuaman, Valle Sagrado, Machu
Picchu Dag 17 : Terugkeer naar Lima Dag 18-19 : Uitstap in Lima, Bezoek aan een werf van de bouwcentrale,
Vergadering met vakbonden om ervaringen uit te wisselen, Afscheidsshow
U
merkt het: er is een aangename afwisseling tussen werk en ontspanning!
Prijs:
Ongeveer
725 euro (prijs onder voorbehoud), alles inbegrepen: vliegtuigticket,
logement, voeding, vervoer, toeristische uitstapjes (behalve een bezoek aan
Machu Picchu. Dat is erg duur en zal waarschijnlijk vrijblijvend buiten het
programma aan de deelnemers aangeboden worden).
Cafébezoek ’s avonds is niet in de prijs begrepen.
Voor de achtste maal vindt de tentoonstellingswedstrijd ‘Kiezen
voor Kunst’ plaats. ‘Curieus’ (de nieuwe naam voor CSC-Vormingswerk) organiseert
dit artistiek initiatief. Beeldende kunstenaars of kunstenaressen krijgen
hierdoor de kans hun werk aan het brede publiek voor te stellen. De kunstzinnige
krijgt de volledige artistieke vrijheid inzake onderwerp, stijl en techniek.
Alle disciplines worden toegelaten: schilderkunst, beeldhouwkunst, constructies
en installaties, fotografie en videokunst,…
De wedstrijd bestaat uit 2
delen: één op lokaal niveau en één op provinciaal niveau. Een jury beslist welke
werken van het lokale niveau mogen doorstromen naar het provinciale niveau.
‘Iedereen een kans geven’ werd extra in de verf gezet door het
samenwerkingsverband van Curieus met FOS. Zo ging FOS reeds van start met
‘Kiezen voor Mondiale Kunst’. Hierbij worden kunstenaars/kunstenaressen die in
het Zuiden wonen opgeroepen om hun kunstwerk op de website
www.fos-socsol.be te plaatsen. Daarnaast komt de kunstenaar/kunstenares aan
het woord over de invloed van zijn of haar cultuur op het kunstwerk. Ook
verspreidt FOS een folder in verschillende talen met het concept van ‘Kiezen
voor Kunst’, zodat migranten, politieke vluchtelingen enz. een extra stimulans
krijgen om aan de wedstrijd deel te nemen. Op de provinciale tentoonstelling
zullen als randanimatie op een aantal Mac’s de
beelden van ‘Kiezen voor Mondiale Kunst’ te zien zijn.
Iedereen die artistieke kriebels naar boven voelt komen kan
meedoen. Jong, oud, migrant of Belg, het maakt niet uit. Meer informatie over
‘Kiezen voor Kunst’ kan je krijgen bij
annita.degrauwe@curieus.be, voor ‘Kiezen voor mondiale Kunst’ kan je terecht
bij eva.rogier@fos-socsol.be
Op 21 september zakten bijna tweeduizend mensen af naar de
VUB voor de eerste andersglobalistische brainstroming. Daar werd de basis gelegd
voor het echte Belgisch Sociaal Forum op 10 mei 2003. Tientallen workshops
werden bijgewoond over migratie en asiel, vrede en oorlog,
voedselsoevereiniteit, Europa, democratie, financiële speculatie, gender en
globalisering.
Centraal punt van het Forum was de dreiging om
privatiseringen voorgoed vast te leggen in akkoorden binnen de
Wereldhandelsorganisatie (WTO). Diensten zoals gezondheidszorg, energie,
openbaar vervoer, cultuur, onderwijs en watervoorziening zouden in handen komen
van de vrije markt. Daarvoor zou het GATS
zorgen, het General Agreement on Trade in Services. Als dit
akkoord er in 2003 komt, dan wordt de toegang tot basisvoorzieningen niet langer
een recht, maar een dienst waarvoor (veel) moet worden betaald. Specifiek aan
GATS is dat het privatisering heel moeilijk omkeerbaar maakt en buitenlandse
bedrijven meer rechten geeft om geprivatiseerde bedrijven over te nemen.
Bedrijven hebben geen sociaal oogmerk
FOS nam deel aan de organisatie van de workshop ‘Gender en
globalisering: de privatisering van diensten’. Tijdens de workshop bekeken we
het verschil in impact van de privatisering van sociale diensten op mannen en
vrouwen. Ook wilden we samen bekijken hoe we meewerken aan het opbouwen van een
tegenbeweging.
Een aantal voorbeelden zoals prijsverhogingen van water,
elektriciteit of telefoon maakt duidelijk welke specifieke invloed de
privatisering heeft op vrouwen. Dit heeft gevolgen voor de financiële toestand
van gezinnen en daardoor ook op de gezondheid en tijdsbesteding. Alleenstaande
moeders met kinderen hebben het vaak heel moeilijk om de eindjes aan mekaar te
knopen. Vooral bij gezinnen in het Zuiden zijn het doorgaans vrouwen die op het
eind van de rit er voor moeten zorgen dat iedereen gezond en gevoed is. Het
merendeel van de werknemers in de dienstensector is vrouwelijk en staat vooral
onderaan de ladder. Liberalisering en privatisering betekenen o.a. dat er meer
flexibiliteit van de werkneemsters wordt gevraagd, zowel m.b.t. het aantal
gepresteerde uren als de beschikbaarheid. De werkzekerheid neemt af; er zijn
minder jobs en meer tijdelijke contracten. Bedrijven hebben immers geen sociaal
oogmerk, maar moeten zoveel mogelijk kosten besparen om de internationale
concurrentiestrijd aan te kunnen. Het is dan ook heel belangrijk dat sociale
bewegingen in Noord en Zuid nu druk uitoefenen op hun regeringen om
basisvoorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg, watervoorziening enz. niet
over te laten aan de wetten van vraag en aanbod.
FOS nam ook deel aan de Palestina-workshop. Daar werd dieper
ingegaan op het belang van het Palestijns-Israëlische conflict voor de hele
wereld en de directe gevaren die de explosieve situatie in het Midden-Oosten
vandaag creëert. En wat wij, als gewone Belgische en Europese burgers, moeten en
kunnen doen.
Trabajo en el Mundo
(Spaans voor ‘Werk in de wereld’), zo heet het project dat FOS samen met
ABVV-West-Vlaanderen en met de steun van de Vlaamse overheid op 1 oktober van
start liet gaan. Zo willen we de militanten van verschillende centrales
sensibiliseren voor goede arbeidsomstandigheden in de ganse wereld. Specifieke
aandacht gaat naar Cuba en Honduras.
Annemie Craeye werd
aangeworven om het project in goede banen te leiden. Zij zal samen met haar
collega’s van de interprofessionele werking allerhande activiteiten en vormingen
organiseren.
Wens je meer
informatie of wens je de nieuwsbrief te ontvangen:
Annemie Craeye,
Dienst Internationale Samenwerking, Zilverstraat 43 8000 Brugge, email:
is.wvl@abvv-wvl.be , tel: 0473/93.81.14.
Wist
jij dat heel wat vrouwen in Afrika proberen te overleven door middel van
straatverkoop of thuiswerk? Ze verkopen drank of geneeskundige kruiden, of ze
maken en verkopen warme maaltijden. Ze stikken kleren om ze daarna te verkopen.
Helaas beschikken ze niet over de mogelijkheden om dit in een winkeltje te doen.
Daarvoor heb je kapitaal nodig. De meeste van deze vrouwen zijn net zo een
handeltje begonnen omdat ze niet langer in de fabriek konden werken wegens
faillissement. Uit pure overlevingsstrategie gaan deze vrouwen handel drijven op
straat en komen ze in het circuit van de informele economie terecht. Officieel
hebben ze geen rechten, wat ze doen is verboden, maar ook voor vele vrouwen de
enige mogelijkheid om te overleven. En hoe zit het hier in België? Verkopen wij
alles volgens de voorschriften van de wet? Ook hier wordt heel wat handel
gedreven en arbeid verricht zonder dat het officieel aangegeven wordt, bij ons
heeft men het over ‘zwart geld’ en ‘zwartwerk’. Tijdens het luisterspel maken we
op een luchtige manier kennis met de verschillen en gelijkenissen tussen handel
drijven in het Noorden en het Zuiden.
Wat we willen…
Met dit pakket willen we de luisteraars laten kennis maken met de
economische, politieke en sociale context van Zuid-Afrika. We gaan in op de
gelijkenissen en verschillen tussen handeldrijven in de Belgische en
Zuid-Afrikaanse context. We willen het beeld van de weerloze Afrikaanse vrouw op
straat doorbreken en aantonen dat ook deze vrouwen vechten voor een verbetering
van hun situatie.
Voor wie…
Voor iedereen vanaf 18 jaar
Het pakket bestaat uit
Een luisterspel met
diabeelden vormen de basis van dit pakket. Om helemaal in de sfeer te komen van
Afrika gaan we samen met de luisteraars achteraf een typisch Afrikaanse maaltijd
klaarmaken. Als inkleedmateriaal is er een tentoonstelling over Zuid-Afrikaanse
vrouwen die zich verenigen in een vakbond om op te komen voor hun rechten.
Wat je moet betalen
De prijs van de activiteit is 25 euro zonder begeleiding ( er is
een handleiding ter beschikking) en 75 euro met begeleiding.
Begin het
nieuwe jaar met stijl, en stuur je familie en vrienden een wenskaart van FOS!
Een reeks van vier prachtige kleurenfoto’s over feesten in de wereld.
Prijs: 1
pakje met 4 wenskaarten (+ omslagen) kost
slechts 3 euro (excl. verzendingskosten)
Een
prima idee voor je eindejaarswensen, en tegelijk steun je onze partners in het
Zuiden!
Ook grote
bestellingen zijn welkom, voor je dienst of je afdeling. Vanaf 10 pakjes betaal
je maar 2,75 euro (excl.
verzendingskosten).
Bestellen
kan bij FOS, schrijf een briefje of bel ons even!
191
landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de
armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie
om de politici aan hun belofte te herinneren én de
lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!