Sprekerstoer Margarita Posada


campagne Recht op Gezondheid


Brief naar minister Reynders



 ES  FR  EN  PT


 
 
  FOS | Nieuws: KORT VERSLAG 1-2003
home > nieuws > Fosfor

Kort verslag nr. 1, januari - maart 2003

Inhoudstafel :

  • Dossier vrijhandelszones
  • 1 mei-campagne 2003
  • Maquilabazen doen met ons wat ze willen

  • Palestina - Nationale actiedag 29 maart

  • Laat jij ze stikken?

  • Kies wakker, slaap lekker

  • FOS in nieuwe lokalen!

  • Een tweejaarlijkse klassieker

  • Abonneer je op onze nieuwsbrieven!

  • Opnieuw met 150 naar Cuba!

  • Dochter van Che op bezoek
  • Bio-hapjes uit het Zuiden!
  • FOS in actie op sp.a-werkontmoeting van 25 jan in Blankenberge
  • Educatie in de kijker

  • Dossier vrijhandelszones:

    Wat zijn vrijhandelszones?

    ‘Vrijhandelszone’ is een brede term. Het is een zone waarin men ‘vrij’ handel kan drijven, zonder vervelende heffingen of invoerquota. Zo vormen Canada, de VS en Mexico bijvoorbeeld samen de NAFTA (North American Free Trade Association). Ook de EU streeft naar onbelemmerde handel tussen de lidstaten.

    Hier gebruiken we ‘vrijhandelszone’ echter in een andere context.

    In het Engels spreekt men meestal van Export Processing Zones (EPZ’s) of Free Trade Areas of varianten daarvan.

    In Centraal-Amerika noemt men het Zonas Francas (Maquilas of maquiladoras zijn de bedrijven die daar actief zijn).

    ILO (Internationale Arbeidsorganisatie) geeft als definitie van EPZ: Industriële zones met speciale prikkels om buitenlandse investeringen aan te trekken, waarin ingevoerde materialen in zekere mate verwerkt worden voor ze opnieuw worden uitgevoerd.

     

    In 1964 erkenden de Verenigde Naties dat exportverwerkende zones een middel zijn om de handel met ontwikkelingslanden te bevorderen en zo de economie in de derde wereld te stimuleren.
    Volgens de laatste rapporten zouden er niet minder dan 2000 vrijhandelszones zijn, verspreid over 86 landen, waar ongeveer 27 miljoen mensen werken. En hun aantal blijft groeien. Deze zones zijn begrensde industriegebieden met fabrieken die uitsluitend goederen voor de exportmarkt produceren.

    Het gaat zowel om ontwikkelingslanden, pas geïndustrialiseerde als industrielanden. Zo zijn er in de VS 150 vrijhandelszones.

    De wereldhandelsorganisatie schat dat er in de zones 200 tot 250 miljard dollar wordt omgezet. Ook het aantal afzonderlijke fabrieken dat in deze industrieparken is gehuisvest neemt toe.
     

    Concurrerende merken hebben hier niet allemaal hun eigen fabrieken. Hun kleren worden vaak in dezelfde fabriek geproduceerd, aan elkaar gelijmd door dezelfde arbeiders, gestikt en gesoldeerd op dezelfde machines. In tegenstelling tot fabrieken in de landen van oorsprong, zijn de gevels van de fabrieken in de industriële zones dan ook zelden voorzien van merknamen of logo's.
    (uit: No Logo van Naomi Klein)

    Waarom zijn vrijhandelszones in het leven geroepen?

    Volgens de Wereldbank waren er drie doelen:

    1  Een land buitenlandse handelsinkomsten bezorgen door niet-traditionele uitvoer te bevorderen.

    2  Jobs scheppen en zo inkomen bezorgen aan de lokale werkkrachten die dan op hun beurt zorgen voor een duurzame groei van de lokale economie.

    3  Buitenlandse directe investeringen aantrekken die voor technologieoverdracht, kennisoverdracht en voorbeeldeffecten zorgen naar de lokale economie.

    De verwachting was dat de buitenlandse bedrijven ook in onderwijs, gezondheidszorg en een beter wegennet zouden investeren. De werkelijkheid was wel anders.

    Welke voordelen krijgen de bedrijven?

    De regeringen van de arme gastlanden proberen een ‘aantrekkelijk investeringsklimaat’ te scheppen voor de buitenlandse investeerders. Welke voordelen krijgen de multinationals? :

    'Belastingvakanties'. Tijdens de eerste vijf tot tien jaar van hun verblijf genieten bedrijven van  lange periodes waarin ze geen inkomsten-, vermogens-, invoer- of uitvoerbelasting hoeven te betalen. Ook van grondbelasting worden ze vrijgesteld.

    De overheid herleidt alle administratieve rompslomp tot een minimum, investeerders krijgen onmiddellijk de nodige documenten en toelatingen.

    Lage minimumlonen om de arbeidskosten te drukken.

    De arbeidswetgeving wordt wat soepeler toegepast. Soms is er een aparte wet- en regelgeving binnen de vrijhandelszones.

    Wegeninfrastructuur en communicatiediensten zijn in de buurt van vrijhandelszones vaak beter ontwikkeld dan in de rest van het land.

    Wat gaat fout met vrijhandelszones?

    Om belasting te ontlopen sluiten bedrijven vaak hun fabrieken aan het einde van de ‘belastingvakantie’ en beginnen onder een andere naam opnieuw of sluiten zich aan bij een ander bedrijf. Op die manier heeft de overheid nooit geld voor water, wegen, gezondheidszorg of onderwijs.

    Vrijhandelszones zijn vooral aantrekkelijk voor arbeidsintensieve industrieën zoals kleding en schoeisel, en assemblage van elektronische componenten. Die vereisen weinig technologie en laagopgeleide werkkrachten. Hoge werkdruk is geen probleem want er loopt een overvloed aan vervangers rond.

    In de meeste landen met vrijhandelszones is er een overvloed aan arbeidskrachten, doordat veel arme boerenfamilies naar de stad trekken op zoek naar een beter bestaan. Daarom blijven de lonen laag. Er zijn immers altijd genoeg mensen die voor een hongerloon aan de slag willen.

    De genereuze prikkels en de lage instapkosten trekken eenvoudige verwerkende industrieën aan als investeerders in de zones. Die ondernemingen ontberen vaak professioneel management, vooral met betrekking tot hun personeel. Ze zijn ook niet geneigd of onbekwaam om te investeren in nieuwe vaardigheden, technologieën of productiviteitsverbeteringen. Ze bieden ook geen of weinig sociale voordelen aan hun werknemers.

    De arbeidsintensieve aard van het verwerkings- en assemblagewerk brengt mee dat ondernemingen vooral concurreren op basis van prijs. Omdat arbeidskosten een groot deel zijn van de totale kost, zien ondernemingen arbeid vooral als een kost die beperkt moet worden, veeleer dan als een voordeel om te ontwikkelen.

    Zeer weinig regeringen zijn erin geslaagd om een beleid op te leggen dat verzekert dat investeerders technologieën en vaardigheden overdragen naar lokale industrieën en werknemers, met als resultaat dat de het ‘menselijk kapitaal’ niet in waarde stijgt. Maatregelen om het milieu te beschermen zijn vrijwel onbestaande.

    En de rechten van de arbeiders?

    De rechten van de arbeiders en de arbeidsverhoudingen vormen het meest zorgwekkende aspect van de vrijhandelszones. Aangezien de vrijhandelszones meestal worden opgericht in regio’s met een arbeidsoverschot is er zelden sprake van dwangarbeid of kinderarbeid – ofschoon soms zeer jonge adolescenten worden aangeworven. Landen met vrijhandelszones hebben vooreerst oog voor de infrastructuur, de economische stimuli en de logistiek van de zones eerder dan voor de sociale of arbeidsaspecten. Het gevolg is dat veel zones geen adequaat systeem van arbeidsverhoudingen of arbeidsadministratie hebben. Er is geen regeling inzake overleg of onderhandelingen tussen personeel en bedrijfsleiding, geen mechanisme om geschillen op te lossen, geen fabrieksinspectie.

    Men denkt nogal eens dat de vrijhandelszones niet onder de nationale arbeidswetgeving vallen. Dit is echter wel het geval, met uitzondering van een paar landen (bv. Bangladesh en Pakistan). Hoewel de arbeidswetgeving formeel geldt in de zones, ondervinden de arbeidsters de grootste moeilijkheden om hun rechten op vrije vakvereniging en op collectief onderhandelen uit te oefenen.

    Ook bij ons

    De vrijhandelszones doen erg denken aan de situatie van de Belgische arbeidsters in de 19de eeuw: 13 en meer uren werken per dag voor een hongerloon, kinderarbeid, een ingenieus premiesysteem om orde en discipline in de fabriek af te dwingen,… Pas door het massale verzet van de arbeiders is de situatie bij ons verbeterd. En hebben wij uiteindelijk gekregen waar we recht op hebben.

    Af en toe hoor je wel eens dat de politie binnenvalt in een sweatshop, een illegaal textielatelier waar - meestal buitenlandse - arbeiders en arbeidsters onder verschrikkelijke omstandigheden worden uitgebuit.

    Arnout Fierens
    Educatiedienst

    Bronnen:
    Naomi Klein, No Logo

    www.schonekleren.be
    www.ilo.org

    Kort verslag : inhoudstabel


    1 mei-campagne 2003

    Mag het iets meer zijn? JAJA!

    Op 1 mei lanceert FOS zijn nieuwe campagne. Onder het motto ‘Mag het iets meer zijn?’ vragen we meer respect voor de arbeidsrechten in de vrijhandelszones in heel de wereld. Dat  doen we samen met onze partners in het Zuiden en de socialistische beweging in Vlaanderen. Want in die vrijhandelszones staan de arbeidsrechten vandaag op een steile helling.

    In vrijhandelszones - met fabrieken die produceren voor de export - zijn grove schendingen van de arbeidsrechten schering en inslag. En de overheid laat begaan. Want veel landen in het Zuiden zien die zones als een belangrijke bron van deviezen en jobs, daarom nemen ze het niet zo nauw met de arbeidswetgeving. In hun jacht naar harde valuta bieden ze potentiële investeerders ook aantrekkelijke voorwaarden: lage lonen, nauwelijks belastingen, lastige vakbonden verboden,... Geen wonder dat buitenlandse bedrijven er dankbaar komen aankloppen.

    En toen was er werk

    Driekwart van de arbeiders die er werken zijn vrouwen, vooral jonge vrouwen met een lage opleiding en weinig werkervaring. En dat is geen toeval. Het werk vereist precisie, snelheid en handigheid, en daar zijn vrouwen - volgens de buitenlandse ondernemers - beter in. En ze zijn goedkoper. Met hun loon komen ze amper rond. Om toch iets extra te verdienen, kloppen ze lange dagen van 12 tot 13 uur. De meeste vrouwen werken zo 50 tot 73 uur per week, fors langer dan de internationaal aanvaarde werkweek van 48 uur. Van werkzekerheid is geen sprake. Arbeidsters worden zonder contract aangenomen en vaak van de ene op de andere dag op straat gezet. Het werk is vaak geestelijk afstompend en leidt niet zelden tot lichamelijke problemen. Want ook op gebied van veiligheid en gezondheid laat de werkplek te wensen over.

    Jobs aan bodemlonen, lange werkdagen onder strikte controle, een moordend werkritme, extreme flexibiliteit, ontslag zonder vergoeding. Schendingen van de meest elementaire arbeidsrechten zijn er dagelijkse kost. Maar vakbonden hebben het hier niet onder de markt. Bedrijfsleiders dulden geen vakbonden in hun bedrijf. Initiatieven tot vakbondswerk worden vaak gesmoord in bedreigingen, ontslagen, bruut geweld. Veel arbeidsters zijn dan ook bang om zich te engageren in een vakbond. Vaak hebben ze ook weinig toegang tot informatie, omdat ze zo kort of niet naar school zijn geweest. Ze kunnen niet lezen of spreken de taal van de werkgever niet. Ze weten niet wat hun rechten zijn, en hoe ze die kunnen afdwingen.

    Extra voordelig?

    Met onze campagne willen we onze partners in het Zuiden steunen in al hun initiatieven om aan die situatie iets te veranderen. Want in de vrijhandelszones zijn sterke vakbonden zo broodnodig. In eigen land willen we mensen wijzen op de nefaste gevolgen van de neoliberale globalisering, waarbij alles in het teken staat van de grootst mogelijke winst. En dat voelen wij hier ook.

    Om de vlijmscherpe concurrentie het hoofd te bieden, wijken bedrijven uit naar landen waar arbeid goedkoper is, waar ze minder gebonden zijn aan wetten en regels. Daardoor gaan in België en andere West-Europese landen onvermijdelijk banen verloren. Een gevaarlijke trend. Zowel in het Noorden als in het Zuiden worden landen in een concurrentiestrijd rond arbeidsrechten gedwongen. Want in die bikkelharde wereldeconomie is hoe langer hoe minder ruimte voor sociale  bekommernissen. Ook dat is globalisering aan het werk.

    Mag het iets meer zijn?

    FOS zegt daarop alvast volmondig ‘jaja’. Want we vragen meer respect voor de arbeidsrechten in de vrijhandelszones in heel de wereld.

    Concreet vragen we: meer vakbondsvrijheid, meer collectief overleg, meer loon, meer werkzekerheid, betere arbeidsomstandigheden, meer oog voor veiligheid en gezondheid op het werk, striktere naleving van de internationale gedragscodes, minder lange dagen, minder hoge werktempo’s, betere betaling van overuren, stipte en volledige betaling van de lonen, meer ziekteverzekering voor de arbeid(st)ers én voor hun kinderen, meer respect, meer waardigheid, betere fysieke en psychologische behandeling, meer mogelijkheden voor vrouwen om op te klimmen naar hogere posten, geen controle op zwangerschap, recht op zwangerschapsverlof, betere sanitaire installaties…

    Om onze campagne kracht bij te zetten, verkopen we jojo’s, die we voor de gelegenheid jaja’s noemen. Want ‘jaja’, voor FOS mag het iets meer zijn.

     

    Doe mee!

    Op 1 mei - hét feest van de internationale solidariteit - willen we de campagne van FOS op verschillende plaatsen in de kijker zetten. Zin om mee actie te voeren? Dat kan. Want uiteraard rekenen we ook op jouw solidariteit. Je kan mee jaja’s verkopen, of zelf een activiteit organiseren,… Contacteer ons vandaag nog. Alle hulp is welkom.

    Steun de arbeiders en arbeidsters in de vrijhandelszones!
    000-0000074-74
    Onze partners verdienen uw steun!

    Solidariteitsbon

    Jaja, ik ben solidair met de arbeiders en arbeidsters in vrijhandelszones.

    • Ik wil mee actie voeren. Bel mij op om verder af te spreken.
    • Ik bestel … jojo’s aan 2 euro per stuk (plus verzendingskosten). Bij de jojo’s vind je een overschrijvingsformulier.

    Je kan deze zaken online doorgeven via DIT WEBFORMULIER !  Of bel 02/552.03.00. Je kan ook faxen op 02/552.02.96 of een e-mail sturen naar an.vandevelde@fos-socsol.be.

    Naar een wereldwijde solidariteit?

    Om de rechten van arbeiders te verdedigen heb je sterke vakbonden nodig, overal ter wereld. Daarom steunt FOS in verschillende landen organisaties die de koe bij de horens vatten. We willen dat arbeiders zich organiseren, zodat ze hun rechten kunnen afdwingen. En daar proberen wij samen met onze partners werk van te maken: via vorming en opleiding, bewustmakingscampagnes rond arbeidsrechten, juridische bijstand,… Want in het Zuiden is de strijd om sociale rechten nog lang niet gestreden. Wie zijn de partners van FOS? En waar staan ze voor?

    In Honduras werken we samen met FITH (Onafhankelijke Federatie van Hondurese Arbeiders) en FESITRADEH (Federatie van Syndicaten van Democratische Arbeiders van Honduras). Twee federaties met ruime ervaring in de maquila’s. Ze verenigen een zestiental vakbonden in de sector, goed voor 4.000 leden. In drie vakbonden zijn ze er al in geslaagd collectieve akkoorden af te sluiten met de werkgevers over arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid en arbeidshygiëne. Maar er is nog werk aan de winkel. Via een team van promotoren willen onze partners de arbeiders in de fabrieken verder voorlichten over arbeidsrechten en organisatievorming. In de hoop dat nog meer arbeiders zich organiseren.

    El Salvador telt vandaag 229 maquila’s, goed voor ongeveer 90.000 arbeidsplaatsen. De vakbeweging wordt er door de werkgevers onderdrukt, met stilzwijgende toestemming van de overheid. Vakbonden staan er dan ook zwak. De organisatiegraad in de maquila’s is - met ongeveer 1 procent - zowat de laagste in de regio. De Federatie van Onafhankelijke Associaties en Vakbonden van El Salvador (FEASIES) probeert daar iets aan te doen, met de steun van FOS. Veel aandacht gaat naar voorlichting over arbeidsrechten en organisatievorming. En naar samenwerking met andere organisaties in El Salvador en daarbuiten. Zo willen we de zichtbaarheid van de vakbeweging vergroten. Dat kan op termijn een springplank zijn voor sterkere vakbonden in El Salvador.

    Ook in Nicaragua neemt het aantal maquila’s fors toe. In 2002 waren er 45 bedrijven, met 45.000 werknemers. FOS werkt er samen met de vakcentrale CST-JBE (Syndicale Confederatie van Arbeiders - José Benito Escobar). Binnen die koepel zijn vier vakbonden actief in de maquila’s, met 2.000 leden. Arbeiders die zich organiseren worden vaak op staande voet ontslagen. Veel werknemers zijn dan ook bang om op te komen voor hun rechten. CST-JBE wil daar iets aan doen. Door vorming en opleiding van arbeiders en vakbondsmilitanten. En door samen met andere vakbonden een strategie uit te werken om stilaan toch vakbondswerk in de maquila toe te laten. CST-JBE coördineert ook het regionale overlegplatform van vakbonden in de maquila’s van Midden-Amerika. Daarin zetelen ook partners van FOS uit Honduras en El Salvador.

    In Namibië neemt het aantal Export Processing Zones toe. De regering is van mening dat die de economische groei bevorderen. Vakbonden zijn het daar niet helemaal mee eens. Zij hekelen vooral het feit dat arbeiders er minder sociale bescherming genieten. Om daar iets aan te doen, kunnen ze rekenen op het Labour Resource and Research Institute (LaRRI), partner van FOS. LaRRI verricht vooral studiewerk, onder meer naar vrijhandelszones, en informeert de vakbeweging over het reilen en zeilen binnen die zones. In het vormingsprogramma van LaRRI een ruime waaier van cursussen voor vakbondsleiders over de arbeidswetgeving, onderhandelingstechnieken en actiemiddelen. Samen met vakbonden probeert LaRRI arbeiders bewust te maken van hun rechten en het overheidsbeleid ter zake te beïnvloeden.

    Ook in de Zuid-Afrikaanse Export Processing Zones lappen heel wat multinationals de internationale arbeidsvoorwaarden aan hun laars. De werkomstandigheden laten dan ook fors te wensen over. FOS steunt er de International Labour Resource and Information Group (ILRIG), een onafhankelijke NGO die opkomt voor de arbeiders in vrijhandelszones.

    ILRIG informeert werknemers en hun organisaties over de gevolgen van globalisering, en tracht alternatieven uit te werken voor de neoliberale agenda. In het voordeel van de arbeiders. Het studiecentrum levert onderzoek, vorming en publicaties aan vakbonden en beleidsinstanties in zuidelijk Afrika. ILRIG organiseert ook workshops en vormt vakbondsactivisten, van cruciaal belang om de bestaande vakbonden te versterken.  

    In vrijhandelszones in verschillende landen kampen vakbonden met dezelfde problemen. Samenwerking met andere organisaties is dan ook noodzakelijk om de macht van de vakbeweging te vergroten. FOS stimuleert die alliantievorming, ook over de landsgrenzen heen. Om uiteindelijk betere arbeidsvoorwaarden af te dwingen in alle vrijhandelszones.

    An Vandevelde
    Communicatiedienst

    Kort verslag : inhoudstabel


     ‘Maquilabazen doen met ons wat ze willen’

    Opgetekend door Remko Ebbers

     Naaister Juana Buezo (38 jaar) woont en werkt in Puerto Cortés in het noordwesten van Honduras. In de wijk waar ze woont zijn de huizen klein en de straten hobbelige zandwegen. Er is elektriciteit en officieel ook waterleiding, maar de meeste dagen van het jaar geeft het waterleidingbedrijf niets door. Water wordt gekocht van private waterverkopers die met vrachtwagens rondkomen. Met haar zoon van 16 en dochter van 13 huurt Juana een kleine tweekamerwoning. “Het zijn gewoon vier muren met een dak, niets meer of minder”.

    In welk bedrijf werk je en wat houdt je werk precies in?

    “Ik werk bij Sale City en maak pantalons en korte broeken voor de merken Lands End en J.C. Penny. De eigenaar is het Amerikaanse bedrijf Gator uit Florida. Af en toe komen ze op bezoek, maar ze laten de dagelijkse leiding over aan Hondurezen. Bijna alles gaat naar de Verenigde Staten.

    In de bedrijfshal werken 350 mensen achter de naaimachines. Verder zijn er nog zo’n 70 opzichters en bedienden. De meeste collega’s zijn tussen de 18 en 25 jaar. Dat hebben de bazen graag want deze jonge vrouwen kunnen nog voor de gek gehouden worden over hun rechten.”

    “De arbeidsters komen veelal uit de omringende dorpen. Daar worden ze op geselecteerd. In de dorpen zijn de mensen vaak slecht opgeleid en analfabeet. Zij weten niet wat hun rechten zijn. Als er een groep mensen voor de poort staat te wachten of er misschien werk voor ze is, dan worden de jonge plattelandsmeisjes het eerst uitgekozen.”

    Heb je ooit ergens anders gewerkt? Hoe ging het daar?

    “Ik kom eigenlijk uit de kustplaats Tela. Daar werkte ik als boekhoudster. Dat was een heel goede en regelmatige baan. Daarna heb ik bij een andere maquila gewerkt, maar die sloot de deuren. Toen iedereen in 1996 werd ontslagen, kon ik vrij snel een andere baan krijgen. Ik was weliswaar vakbondslid, maar nog niet zo actief dat ik bekend was. Anders was ik zeker op een zwarte lijst gekomen en had ik geen werk meer kunnen vinden in de maquila.”

    Hoe ziet een doorsnee werkdag er uit?

    “Ik sta elke dag om vijf uur ’s ochtends op. Dan maak ik ontbijt en lunch voor ons drieën. Om half zeven ga ik op weg naar de fabriek en om zeven uur begin ik met mijn werk. Ik werk tot vijf uur ’s middags en om zes uur ben ik weer naar huis voor het avondeten. Daarna strijken, het huis wat opruimen en alvast het eten voor de volgende dag voorbereiden. Om elf uur ga ik doorgaans naar bed. Dat wil zeggen, als ik geen extra uren moet maken omdat die dag niet voldoende is geproduceerd. Dan werk ik soms tot negen uur en dan schiet het huishouden er bij in, dan maak ik alleen avondeten en ga ik naar bed.”

    Hoeveel uren werk je?

     “Ik werk tien uur per dag, inclusief pauzes. Op zaterdag werk ik net zo lang en soms ook op zondag. Van de wet mogen de maquilabazen ons twee weken onafgebroken laten doorwerken. Voor de verloren weekeinden krijgen we geen extra vrije dagen.”

    Hoeveel verdien je per week? Kom je daarmee rond?

    “Wij verdienen het minimumsalaris van 528 Lempira per week (ongeveer 33 euro). Dat is net genoeg voor de huur, eten, elektriciteit en water. Maar om de school van de kinderen te betalen verkoop ik ook tweedehandskleding.”

    Verdien je ook bonussen?

    “Alleen als je een streefdoel haalt krijg je een bonus van ongeveer 200 Lempira, maar dat doel ligt zo hoog, 1200 broeken per week, daar begin ik niet aan. Dat kan alleen als je alle dagen tot negen uur doorwerkt en geen pauzes neemt. Ik heb wel collega’s die zo werken omdat ze het geld hard nodig hebben.”

    Betaalt de werkgever naast loon ook andere dingen: ziekteverzekering, transportvergoeding?

    “Nee, de werkgever betaalt niets extra.”

    En wat in geval van zwangerschap?

    “Dan heb je recht op 10 weken doorbetaald verlof. Veel maquilabazen proberen zwangere vrouwen te ontslaan voordat ze gebruik kunnen maken van dat verlof. Ze vinden altijd wel een excuus.”

    Wat vind je van de arbeidsomstandigheden?

    “Die zijn slecht. Je werkt dicht op elkaar, het is er stoffig en lawaaierig. Ze doen met ons wat ze willen. Vorig jaar januari heeft het bedrijf al het personeel voor vier maanden op straat gezet. Ze zeiden dat er geen stof was om kleding van te maken. Dat waren klinkklare leugens, maar daardoor kregen ze toestemming van de regering om het bedrijf tijdelijk te sluiten. Vier maanden later hebben ze maar 148 van de 371 werknemers terug aangenomen. Vooral de ouderen, die er al vanaf het begin werkten, konden niet meer terugkeren. Nu werken er weer net zoveel als voorheen, maar er zijn veel meer jongeren.”

    Word je gecontroleerd bij binnen- en buitengaan?

    “Je kunt niet zomaar naar binnen of naar buiten. Om 7.05 uur gaat de poort op slot en die gaat niet eerder dan om 17 uur weer open.”

    Worden er voldoende pauzes ingelast?

    “We krijgen ’s ochtends een half uur pauze en tussen de middag ook. We kunnen vrijelijk naar het toilet of naar de waterkraan. Ons bedrijf heeft onlangs wel mensen aangenomen die ons moeten opjagen om dat zo min mogelijk te doen. Zij lopen de hele dag te schreeuwen: doorwerken, blijf niet zo lang bij de waterkraan, niet praten. Wie niet gehoorzaamt krijgt een reprimande. Als je acht dagen achter elkaar een reprimande hebt gekregen, mag je ontslagen worden zonder dat je loon van die week wordt uitbetaald.”

    “Door de verhoogde bonusdoelstellingen nemen veel vrouwen niet genoeg tijd om te pauzeren, of ze lunchen niet.”

    Heb je soms last van lichamelijke klachten?

    “Zelf heb ik ademhalingsmoeilijkheden als gevolg van al het stof in de fabriekshal. Maandelijks heb ik daardoor tien tot vijftien dagen last van een soort bronchitis. Ik blijf net zo lang doorwerken tot het echt niet meer gaat. Maar er komt een moment dat ik na tien broeken helemaal buiten adem ben en dan ga ik naar het ziekenhuis voor een onderzoek. Meestal laten de artsen mij een paar dagen thuis blijven om beter te worden. Het bedrijf heeft zelf ook een dokter in dienst, maar hij is er maar twee uur per dag. Ik heb nog nooit meegemaakt dat hij iemand met ziekteverlof heeft gestuurd. Je krijgt een pilletje en dan moet je weer aan het werk. De dagen die ik niet werk worden gekort op mijn salaris. De werkgever moet mij wel ten minste 202 Lempira per week uitbetalen.”

    Ga je met plezier werken?  Of is het pure noodzaak?

    “Als je de slechte arbeidsomstandigheden niet meerekent doe ik mijn werk op zich met plezier.”

    Wat doe je als je ’s avonds thuiskomt? In je vrije tijd? Heb je genoeg tijd voor je kinderen?

    “Met zo’n werkritme heb ik niet genoeg tijd voor hobby’s of voor mijn kinderen. Ik zou ze graag willen helpen bij hun schoolwerk, of in het weekeinde een dagje met ze gaan wandelen, maar ik ben gewoon te moe. Goddank heb ik gestudeerd vóórdat ik in de maquila ben gaan werken. Maar er zijn veel collega’s die ongeschoold zijn en soms zelfs de lagere school niet hebben afgemaakt.”

    Wordt er soms geprotesteerd in het bedrijf?

    “De situatie is nu heel gespannen bij Sale City. Van de regering moet het bedrijf ons die vier maanden doorbetalen, maar we hebben nog geen cent gezien. De minister steunt onze eis, maar ze zet geen druk op het bedrijf om ons te betalen. Toen de eigenaar onlangs op bezoek kwam uit de VS hebben we met borden geprotesteerd tegen de gang van zaken. Als er niet gauw verbetering komt in de zaak, gaan we het bedrijf bezetten.”

    Worden vakbonden getolereerd?

    “De werkgever vindt het niet leuk, maar er is een vakbond: SITRAESCITY, Sindicato de Trabajadores de la Empresa Sale City Manufacturing Co. Daar ben ik ook actief in.”

    Wat kan de vakbond doen?

    “De afgelopen jaren hebben de vakbonden de ergste misstanden kunnen tegengaan. Seksueel misbruik komt eigenlijk niet meer voor. Ik kan mij maar één zaak herinneren. Die man is meteen ontslagen. Kinderarbeid duikt wel steeds op, hoewel de Amerikaanse eigenaren dat niet willen hebben. Dat is slecht voor hun imago. Vorig jaar werd door de bond een onderzoek gedaan bij Sale City en toen bleek dat de helft van de werknemers minderjarig was. Die zijn natuurlijk allemaal ontslagen. Het zijn kinderen die op een geleend persoonsbewijs werk krijgen. De bazen vinden dat wel best, jonge mensen zijn makkelijk te intimideren. Het probleem is dat die kinderen gaan werken met toestemming van hun ouders. Zij kunnen elke Lempira die verdiend wordt gebruiken om hun gezin te voeden.”                                                

    Waarom zoek je geen ander werk?                                                    

    “Ik wil wel ander werk, maar dat is er gewoonweg niet.”

    Waar droom je van?

    “Als vakbondsvrouw is mijn toekomstdroom dat mijn collega’s hun rechten kunnen verdedigen en dat zij anderen kunnen helpen ook vakbonden op te richten. Als persoon hoop ik op een rustig leven en dat mijn kinderen niet zo hoeven te lijden zo als ik.”

    ‘De maquila is een tijdbom’

    Het kantoor van vakbondskoepel FESITRADEH staat langs de weg die parallel loopt met een meer dan manshoge betonnen muur die het maquilagebied afschermt van de rest van de stad Puerto Cortés in Honduras.  Onze FOS-partner FESITRADEH wordt geleid door Favia Gutierrez (42), een voormalige maquila-arbeidster. “Ik ben begonnen in 1978, twee jaar nadat de eerste maquila’s hier begonnen. Toen was ik 21 jaar,” vertelt Gutierrez.

    Ondanks de slechte arbeidsomstandigheden en het lage loon heeft Favia Gutierrez nooit een hekel gehad aan het werk op zich. “Naaister is een goed beroep. Het is mijn filosofie dat je blij mag zijn dat je werk hebt en je moet proberen dat zo goed mogelijk te doen. Wat het werk slecht maakt zijn de omstandigheden en de lage lonen.”

    De eerste ervaringen met vakbondswerk deed Gutierrez op in de jaren tachtig. “Bij Warners hebben we veel kunnen verbeteren. Langzaam maar zeker is het loon omhoog gegaan en we hebben de arbeidsomstandigheden iets kunnen verbeteren. We hebben toen veel gedemonstreerd en zelfs een paar keer de fabriek bezet. Dat was historisch in Puerto Cortés.”

    Te oud

    In 1997 was het afgelopen. Haar volgende werkgever Sale City begon een gerechtelijke procedure om Gutierrez te ontslaan. Sindsdien heeft Favia Gutierrez geen vast inkomen. “Als bekend vakbondspersoonlijkheid kan ik nu geen baan meer krijgen bij de maquila’s. Ik ben trouwens al te oud. Men neemt alleen maar mensen aan tussen de achttien en 25 jaar. Mijn oudste zoon van 24 heeft twee banen, gelukkig buiten de maquila, en onderhoudt mij. Verder verkoop ik kleding.”

    Haar werkloosheid is eigenlijk een zegen voor FESITRADEH. “De andere zes bestuursleden werken gewoon in de maquila’s. Het is voor hen heel moeilijk om tijd vrij te maken voor de organisatie. Zij zijn heel capabel, maar kunnen geen dag salaris missen. Ik doe dus het loopwerk en onderhoud de externe contacten.”

    Een aparte taak is het stimuleren van maquila-arbeiders om zich te organiseren. “Maar 12 procent van de mensen die in de maquila werken is georganiseerd in een vakbond. Voor Midden-Amerika is dat de hoogste organisatiegraad, maar het is natuurlijk heel weinig. Mensen durven gewoon niet omdat ze bang zijn dat ze daardoor worden ontslagen. Wij proberen hen ervan te overtuigen dat ze toch voor hun rechten moeten opkomen en dat je macht hebt als bond.”

     “We praten met mensen op hun werk, maar vooral bij hun thuis en we nodigen ze uit bij ons op kantoor,” legt Favia Gutierrez uit. “Uiteindelijk proberen we een actief groepje van vier of vijf te vormen en zij kunnen dan hun collega’s overtuigen.”

    Een koel hoofd

    “Vroeger zou een maquila gewoon sluiten als er een sterke vakbond zou zijn met allerlei eisen en acties. Tegenwoordig hebben we goede contacten met vakbonden in de rest van Midden-Amerika. Als een bedrijf ineens sluit om naar bijvoorbeeld Costa Rica te gaan, dan waarschuwen wij via een internationaal coördinator een bond in dat land zodat het bedrijf daar meteen onder vuur komt.

    Het ledental en ook de besturen van de maquilabonden bestaan voornamelijk uit vrouwen. Er is overigens een duidelijk verschil in de opstelling van mannen en vrouwen, vindt Gutierrez. “Wij vrouwen laten ons niet op de kast jagen zoals mannen. Wij houden het hoofd koel en kunnen geduld uitoefenen. Mannen laten zich makkelijk provoceren en daardoor halen ze vaak niet het onderste uit de kan.”

    De laatste jaren worden steeds meer mannen lid van de vakbond. “Lange tijd was het moeilijk om mannen te interesseren voor vakbondswerk. Ze vonden het een typische vrouwenzaak omdat vooral vrouwen zich druk maakten. Logisch natuurlijk, want daar zijn er veel meer van in de fabrieken. Het aantal mannen op de werkvloer wordt nu steeds groter. Maquilabazen nemen ze graag aan omdat mannen nooit op zwangerschapsverlof hoeven.”

    Op dit moment beleeft FESITRADEH een moeilijke tijd. “Door de sluiting van veel maquila’s na de aanslagen van 11 september 2001, zijn van de negen vakbonden die de organisatie hebben opgericht er vijf opgeheven. Maar gelukkig zijn er wel weer vier nieuwe bonden die zich bij ons willen aansluiten. Helaas hebben we te weinig tijd en mankracht om die snel te helpen.”

    De wantoestanden die volgens Favia Gutierrez het meest dringend aangepakt moeten worden zijn de slechte hygiënische omstandigheden, de slechte arbeidsomstandigheden en de onveiligheid. “De hallen waarin wordt gewerkt zijn slecht verlicht. Je voelt het trillen van de machine naast je en je zit zonder gehoorbescherming in het lawaai van drie- tot zeshonderd van die machines.”

    “Eén van mijn wervels is verschoven door een slechte houding tijdens het werk. En een maquila heeft maar één toegangsdeur en geen ramen. Als er iets gebeurt, bijvoorbeeld brand, dan hoef ik niet uit te leggen wat dan het resultaat is als al die honderden mensen de fabriekshal willen verlaten. Die zitten als ratten in de val. Nee, de maquila is een tijdbom.”

    Om de omstandigheden in de maquila’s te verbeteren kunnen consumenten, bijvoorbeeld in Europa, veel doen. “Het belangrijkste is: geen producten kopen die uit maquila’s komen en de producent laten weten dat je niet iets wil dat gemaakt is onder zulke slechte omstandigheden. Internationale boycotcampagnes helpen echt. We hebben dat zelf ondervonden.”

    Remko Ebbers

    Kort verslag : inhoudstabel


    Palestina - Nationale actiedag 29 maart

    Waarom 29 maart?

    Op 30 maart 1976 brak er in Galilea een opstand tegen het Israëlische leger uit, omdat het opnieuw op brutale wijze Palestijnse grond had geconfisceerd. Sindsdien wordt deze dag “land-day” genoemd en jaarlijks herdacht met protestmarsen in Israël en daarbuiten. Een uitstekende dag, zo leek ons, om nog eens voor de boycot op straat te komen. In het najaar volgt dan een nieuwe actiedag, waarvoor we nog een iets grootster opzet voorzien (want de winter is voor de Israëlische producten het echte hoogseizoen!).

    Doel van de actiedag

    Campagnemateriaal

    We lanceerden voor deze actiedag nieuw materiaal:

    -         Een spiksplinternieuwe boycotaffiche.

    -         Een ‘boze klantenkaart’, gericht aan de belangrijkste supermarktketens in België. Deze kaart vervangt de petitie (waarover verder meer). Het is de bedoeling zoveel mogelijk kaarten te verzamelen: genoeg om tegen de volgende actiedag in het najaar een doorslaggevend argument te hebben wanneer we een bezoek brengen aan de desbetreffende distributeurs. Om precies te weten hoeveel mensen zo’n klantenkaart hebben getekend, verzamelen we de kaarten zoveel mogelijk zelf voor we ze bij de supermarktketens indienen. Het verzamelen van die klantenkaarten start op 29 maart, en we vragen jullie om er zoveel mogelijk aan mee te werken!

    Daarnaast zijn ook nog de bestaande vouw-folders, Sharon- en tekstaffiches beschikbaar!

    Opzet van de actiedag

    Het is opnieuw de bedoeling om in zoveel mogelijk steden en gemeenten een actie uit te bouwen. We verwijzen hiervoor naar onze campagnebrochure vol tips en uitleg, die nog steeds op het web te vinden is (klik door op het item ‘boycot Israëlische producten’). We vragen jullie opnieuw zoveel mogelijk te zoeken naar creatieve actiemodellen. Het campagnesecretariaat staat natuurlijk opnieuw klaar om jullie met raad en daad bij te staan: 02/552 03 14 stefaan.peirsman@fos-socsol.be

    Petitie

    Meer dan 10 000 handtekeningen hebben jullie in de afgelopen maanden verzameld. Een warme proficiat daarvoor! We hebben ze netjes gebundeld en zullen ze plechtig overhandigen aan de heren Michel en Verhofstadt in de aanloop naar de campagne van 29 maart.

    FOS op observatiemissie in Palestina

    Midden februari nam onze Algemeen secretaris Annuschka Vandewalle deel aan één van de observatiemissies die het Actieplatform Palestina organiseert. Annuschka is ook voorzitter van dit platform. Ze heeft weer met eigen ogen kunnen vaststellen hoe de Palestijnen lijden onder de onrechtvaardige en gewelddadige Israëlische bezetting. De buitenlandse aanwezigheid wordt enorm op prijs gesteld. In volgend Kort verslag mag je een uitgebreider verslag van haar bevindingen en contacten verwachten. Ook een aanrader is de dagelijkse verslaggeving van deze reis op www.11.be/palestina

    Deze foto werd genomen op een begraafplaats waar verschillende Palestijnse slachtoffers liggen. Dit ventje verliest er alleszins de glimlach niet bij.

    Kort verslag : inhoudstabel


    Laat jij ze stikken?

    Naar aanleiding van de Internationale Vrouwendag van 8 maart organiseerde FOS samen met zij-kant, SVV en ABVV een persconferentie. Onder het motto ‘Laat je ze stikken?’ vroegen we aandacht voor de arbeidsomstandigheden in de maquila’s in Midden-Amerika. Ook van de partij waren radiopresentatrice Leen Demaré, Europarlementslid Anne Van Lancker en ABVV-ster Pia Desmet. Zij kropen voor de gelegenheid even in de huid van de maquila-arbeidsters, en achter de naaimachines. Uit solidariteit.

    Voor Anne Van Lancker bijvoorbeeld - sp-a Europarlementslid en voorzitster van zij-kant - is het een kwestie van elementaire solidariteit met arbeidsters in de maquila’s. Zij vindt het niet meer dan logisch dat wij hier onze verantwoordelijkheid opnemen.

    Anne Van Lancker: “Het is inderdaad een kwestie van solidariteit en respect voor fundamentele mensenrechten. Maar het gaat ook om onze verantwoordelijkheid. Want het zijn vaak onze bedrijven, onze multinationals die daar hun vestigingen inplanten en misbruik maken van die vrouwen. En het zijn ook onze jeansbroeken en onze sportschoenen die daar worden gemaakt. Het is zeker geen ver-van-mijn-bed-show. En dus hebben we onze verantwoordelijkheid op te nemen. sp-a fractieleider Dirk Vander Maelen heeft een tijd geleden in de Kamer ook een wetsvoorstel ingediend over het ontwikkelen van een sociaal label. Een wetsvoorstel dat nu eindelijk kracht van wet gekregen heeft. Voortaan worden er sociale labels toegekend aan producten die gemaakt worden in bedrijven die over heel de lijn de basisconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie respecteren. Waaronder het recht om zich te mogen verenigen in vakbonden en het verbod op elke vorm van discriminatie. En dat is wat er in de maquila misgaat.”

    Het sociaal label, een initiatief van sp.a-fractieleider Dirk Vander Maelen, komt enkel terecht op producten uit bedrijven die voldoen aan vijf voorwaarden: verbod op kinder- en dwangarbeid, verbod op discriminatie, vakbondsvrijheid en respect voor het collectief overleg. Het initiatief moet bedrijven stimuleren om de arbeidsvoorwaarden van hun werknemers te verbeteren. Op langere termijn moet dat dan leiden tot een betere levensstandaard en meer sociale rechten voor de plaatselijke bevolking. Andere doelstelling is de consument in ons land te stimuleren om een bewuster koopgedrag aan de dag te leggen.

     

    Kort verslag : inhoudstabel


     “Kies wakker, slaap lekker”

    Op 15 maart 2003, Dag van de Bewuste Consument, start de nieuwe campagne van het Netwerk Bewust Verbruiken (NBV). Dit jaar neemt het NBV als voorbeeld van mens- en milieuverantwoord wonen de slaapkamer onder handen.

    Heb je praktische vragen over je slaapkamer verantwoord inrichten en stel je jezelf dan de  vraag: hoe raak ik van die vervelende muggen af in de zomer? Of welke verf gebruik ik om de muren een nieuw ecologisch tintje geven?

    Of doe je geen oog dicht als je weet dat je slaapkleedje vervaardigd werd in mensonwaardige omstandigheden in maquila’s? Voor al deze problemen en meer wordt in de nieuwe gratis brochure naar een ethisch en ecologisch antwoord gezocht.

    Wil je meer informatie over de campagne of wens je onze brochure te bestellen of  te downloaden? Bezoek dan onze website: www.bewustverbruiken.org of via Netwerk Bewust Verbruiken, Uitbreidingstraat 392C, 2600 Berchem, tel. 03/287 80 67

    Kort verslag : inhoudstabel


    FOS in nieuwe lokalen!

    Vlak voor Kerstmis zijn we – op dezelfde verdieping - in onze nieuwe lokalen getrokken. Die zijn helemaal volgens onze noden en smaak ingericht, je kan letterlijk spreken van een ‘glazen huis’: de tussenwanden zijn voor het grootste deel transparant. Ook het meubilair is ergonomisch en efficiënt, echt maatwerk.

    We waren dan ook fier om onze collega’s, vrienden en werkrelaties uit te nodigen op de plechtige openingsreceptie op 27 februari.

    Kort verslag : inhoudstabel


    Een tweejaarlijkse klassieker

    In januari was de FOS-ploeg weer een week op ‘conclaaf’ in de Barkentijn op de Nieuwpoortse zeedijk. Tijdens dit Algemeen Beraad bogen we ons zoals steeds over onze beleidslijnen en stroomlijnden we onze werking. En we spijkerden onze kennis en vaardigheden bij in vormings- en studiemomenten.

    ’s Avonds hadden we de gelegenheid om onze collega’s – waarvan sommige aan het andere eind van de wereld werken – beter te leren kennen. Een pluim voor de leden van de Algemene vergadering en de Raad van bestuur die actief deelnamen aan de soms vermoeiende sessies!

    Kort verslag : inhoudstabel


    Abonneer je op onze nieuwsbrieven!

    Vanaf mei kan je je abonneren op niet minder van drie elektronische nieuwsbrieven : over arbeid, over gezondheid en over duurzaam beleid. Vier keer per jaar krijg je in de brievenbus van je PC een bericht over deze thema’s, natuurlijk vanuit een Noord-Zuidinvalshoek. Zo blijf je op de hoogte.

    Interesse? Mail gewoon even je elektronische adres door naar edu@fos-socsol.be

    Kort verslag : inhoudstabel


    Opnieuw met 150 naar Cuba!

    Van 29 mei tot 9 juni trekken zo’n 150 West-Vlaamse ABVV’ers samen met een aantal Fossers richting Cuba. Het land van Che Guevara en Fidel Castro is geen onbekende voor deze reizigers. Een aantal was er reeds op bezoek in 1999. Op het menu staat een gevarieerd programma van bedrijfsbezoeken, uitwisselingen met Cubaanse vakbonden, informatiemomenten over het land en ontspannende uitstappen. Ook het bouwproject dat met hun steun werd opgezet, wordt bezocht. Dit bouwproject kwam er na het bezoek in ’99. Toen stelde men vast dat huisvesting een van de grootste problemen was.

    Een uitgebreid verslag volgt in een volgend Kort Verslag.

    Kort verslag : inhoudstabel


    Dochter van Che op bezoek

    En uit Cuba kregen we op 11 maart bezoek van Aleida Guevara, een dochter van de mythische Che. Deze kinderarts kwam natuurlijk niet alleen maar naar het bal van Steve Stevaert. Tussen een boterkoek en een kopje koffie door kwam ze getuigen over de successen en soms ook vergissingen van het Cubaanse socialisme.

    Naast prima cijfers voor de eigen gezondheidszorg en alfabetisering zorgt Cuba ook nog steeds  voor de opleiding van honderden studenten uit ontwikkelingslanden. En ondanks de weggevallen steun uit het Oostblok sinds begin jaren ‘90 sturen ze nog steeds medische ploegen naar Afrika en Latijns-Amerika. Opmerkelijk was dat er jaarlijks vijfhonderd studenten van arme families uit de Verenigde Staten een gratis medische opleiding aangeboden krijgen op Cuba! Als propagandastunt kan dat tellen, maar ze doen het toch maar.

    Op de vraag waarom Cuba aanvankelijk wat afzijdig bleef in de andersglobaliseringsbeweging antwoordde Guevara dat een te prominente aanwezigheid de beweging veeleer zou schaden dan helpen. Maar op het laatste Sociaal Forum in Porto Alegre stuurde Cuba toch een uitgebreide delegatie.

    Kort verslag : inhoudstabel


    Bio-hapjes uit het Zuiden!

    Arbeidsters in het Zuiden worden getroffen door pesticidenmisbruik en slechte arbeidsomstandigheden op de plantages. Ze beschikken niet over de nodige beschermingskledij en informatie om zich te beschermen tegen giftige pesticiden. De arbeiders en arbeidsters wordt niet verwittigd wanneer vliegtuigen vol pesticiden over de plantage heen vliegen. Overvloedig contact met deze giftige stoffen leidt tot huidziekten, kankers, ademhalingsproblemen enz. Vrouwen worden daarenboven geconfronteerd met problemen tijdens de zwangerschap en vergiftiging van de moedermelk.

    Alternatieven tegen pesticidengebruik bestaan nochtans: biologische landbouw, kennisverspreiding omtrent natuurlijke bestrijdingsmiddelen en bescherming; fair-tradehandel stimuleren zodat arbeidsters niet worden blootgesteld aan mensonwaardige arbeid, gebruik van minder giftige pesticiden: verbod op aanmaak en uitvoer van giftige pesticiden in Europa die in Europa zelf verboden zijn. SVV, FOS en ABVV-CC-Internationale samenwerking gaan bio!

    Kort verslag : inhoudstabel


    FOS in actie op sp.a-werkontmoeting van 25 jan in Blankenberge

    Animo en FOS lieten Noord en Zuid een partijtje voetbal spelen met onze wereldbol. Het Zuiden had daarbij wel een aanzienlijk nadeel: het speelvlak lag schuin, zodat ze flink tegen de bal moesten schoppen om hem omhoog te krijgen. Voor het Noorden ging dat als een fluitje van een cent, de bal rolde immers vanzelf naar het doel van de tegenstander! Zo werkt vrije handel immers als de beginpositie van de spelers op de markt ongelijk is.

    De regen maakte het speelvlak wel erg glad zodat de ploegen moesten uitwijken naar een droge hal binnen.

    Kort verslag : inhoudstabel


    Educatie in de kijker

    Maquila’s: heden of verleden?

    Met deze interactieve tentoonstelling willen we informatie verstrekken over de arbeids- en gezondheidsomstandigheden in de Maquila-industrie.

    Wie de film Daens gezien heeft kan er zich een beeld van vormen: overvolle fabrieken met weinig hygiëne, geen veiligheidsvoorschriften, onbetaald overwerk, geen vrijheid van vakbondsvorming enz…Men laat er voornamelijk jonge vrouwen en meisjes werken met een lage opleiding. De ondernemers verkiezen ze jong, zonder voorafgaande werkervaring en zonder veel kennis van hun rechten als arbeidster. Helaas zijn dit niet alleen beelden uit het verleden. Ze bestaan nu nog in het Zuiden. In de tentoonstelling  willen we de band leggen tussen beelden uit de Maquila’s en ons industrieel verleden.

    Je betaalt 75 euro. Wij brengen de tentoonstelling en stellen ze voor jou op.

    Voor iedereen vanaf 16 jaar. Organisaties uit de socialistische beweging kunnen ons contacteren voor een speciale regeling.

    FOS-Educatiedienst, Grasmarkt 105/46, 1000 Brussel, 02/552 03 18, edu@fos-socsol.be

    Kort verslag : inhoudstabel


     
         
     

    siteplan | zoek | links | contact

     
     fos-socialistische solidariteit
     Grasmarkt 105 bus 46
     1000 Brussel
    Tel: (+32) (0)2 552 03 00
    e-mail: info@fos-socsol.be
    fos op facebook

     191 landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de armoede in de wereld te halveren.
    Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie om de politici aan hun belofte te herinneren én de lat hoger te leggen.
    Armoede moet de wereld uit!

    Webdesign| www.at10.be