‘Vrijhandelszone’ is een brede term. Het is een zone waarin men
‘vrij’ handel kan drijven, zonder vervelende heffingen of invoerquota. Zo vormen
Canada, de VS en Mexico bijvoorbeeld samen de NAFTA (North American Free
Trade Association). Ook de EU streeft naar onbelemmerde handel tussen de
lidstaten.
Hier gebruiken we ‘vrijhandelszone’ echter in een andere context.
In het Engels spreekt men
meestal van Export Processing Zones (EPZ’s) of Free Trade Areas
of varianten daarvan.
In Centraal-Amerika noemt men
het Zonas Francas (Maquilas of maquiladoras zijn de
bedrijven die daar actief zijn).
ILO
(Internationale Arbeidsorganisatie) geeft als definitie van EPZ: Industriële
zones met speciale prikkels om buitenlandse investeringen aan te trekken,
waarin ingevoerde materialen in zekere mate verwerkt worden voor ze opnieuw
worden uitgevoerd.
In 1964
erkenden de Verenigde Naties dat exportverwerkende zones een middel zijn om
de handel met ontwikkelingslanden te bevorderen en zo de economie in de
derde wereld te stimuleren. Volgens de laatste rapporten zouden er niet minder dan 2000 vrijhandelszones
zijn, verspreid over 86 landen, waar ongeveer 27 miljoen mensen werken. En
hun aantal blijft groeien. Deze zones zijn begrensde industriegebieden met
fabrieken die uitsluitend goederen voor de exportmarkt produceren.
Het gaat
zowel om ontwikkelingslanden, pas geïndustrialiseerde als industrielanden. Zo
zijn er in de VS 150 vrijhandelszones.
De
wereldhandelsorganisatie schat dat er in de zones 200 tot 250 miljard dollar
wordt omgezet. Ook het aantal afzonderlijke fabrieken dat in deze
industrieparken is gehuisvest neemt toe.
Concurrerende merken hebben hier niet allemaal hun eigen
fabrieken. Hun kleren worden vaak in dezelfde fabriek geproduceerd, aan elkaar
gelijmd door dezelfde arbeiders, gestikt en gesoldeerd op dezelfde machines. In
tegenstelling tot fabrieken in de landen van oorsprong, zijn de gevels van de
fabrieken in de industriële zones dan ook zelden voorzien van merknamen of
logo's. (uit: No Logo van Naomi Klein)
Waarom
zijn vrijhandelszones in het leven geroepen?
Volgens de
Wereldbank waren er drie doelen:
1 Een land buitenlandse handelsinkomsten bezorgen
door niet-traditionele uitvoer te bevorderen.
2 Jobs
scheppen en zo inkomen bezorgen aan de lokale werkkrachten die dan op hun beurt
zorgen voor een duurzame groei van de lokale economie.
3 Buitenlandse directe investeringen aantrekken die voor
technologieoverdracht, kennisoverdracht en voorbeeldeffecten zorgen naar de
lokale economie.
De verwachting was dat de buitenlandse bedrijven ook in
onderwijs, gezondheidszorg en een beter wegennet zouden investeren. De
werkelijkheid was wel anders.
Welke voordelen krijgen de
bedrijven?
De regeringen van de arme gastlanden proberen een ‘aantrekkelijk
investeringsklimaat’ te scheppen voor de buitenlandse investeerders. Welke
voordelen krijgen de multinationals? :
'Belastingvakanties'. Tijdens de eerste vijf tot
tien jaar van hun verblijf genieten bedrijven van lange periodes waarin ze geen
inkomsten-, vermogens-, invoer- of uitvoerbelasting hoeven te betalen. Ook van
grondbelasting worden ze vrijgesteld.
De overheid herleidt alle administratieve rompslomp
tot een minimum, investeerders krijgen onmiddellijk de nodige documenten en
toelatingen.
Lage minimumlonen om de
arbeidskosten te drukken.
De arbeidswetgeving wordt wat
soepeler toegepast. Soms is er een aparte wet- en regelgeving binnen de
vrijhandelszones.
Wegeninfrastructuur en
communicatiediensten zijn in de buurt van vrijhandelszones vaak beter ontwikkeld
dan in de rest van het land.
Wat gaat fout met
vrijhandelszones?
Om belasting te ontlopen sluiten bedrijven vaak hun fabrieken aan
het einde van de ‘belastingvakantie’ en beginnen onder een andere naam opnieuw
of sluiten zich aan bij een ander bedrijf. Op die manier heeft de overheid nooit
geld voor water, wegen, gezondheidszorg of onderwijs.
Vrijhandelszones zijn vooral aantrekkelijk voor arbeidsintensieve
industrieën zoals kleding en schoeisel, en assemblage van elektronische
componenten. Die vereisen weinig technologie en laagopgeleide werkkrachten. Hoge
werkdruk is geen probleem want er loopt een overvloed aan vervangers rond.
In de meeste landen met vrijhandelszones is er een overvloed aan
arbeidskrachten, doordat veel arme boerenfamilies naar de stad trekken op zoek
naar een beter bestaan. Daarom blijven de lonen laag. Er zijn immers altijd
genoeg mensen die voor een hongerloon aan de slag willen.
De genereuze prikkels en de lage instapkosten trekken eenvoudige
verwerkende industrieën aan als investeerders in de zones. Die ondernemingen
ontberen vaak professioneel management, vooral met betrekking tot hun personeel.
Ze zijn ook niet geneigd of onbekwaam om te investeren in nieuwe vaardigheden,
technologieën of productiviteitsverbeteringen. Ze bieden ook geen of weinig
sociale voordelen aan hun werknemers.
De arbeidsintensieve aard van het verwerkings- en assemblagewerk
brengt mee dat ondernemingen vooral concurreren op basis van prijs. Omdat
arbeidskosten een groot deel zijn van de totale kost, zien ondernemingen arbeid
vooral als een kost die beperkt moet worden, veeleer dan als een voordeel om te
ontwikkelen.
Zeer weinig regeringen zijn erin geslaagd om een beleid op te
leggen dat verzekert dat investeerders technologieën en vaardigheden overdragen
naar lokale industrieën en werknemers, met als resultaat dat de het ‘menselijk
kapitaal’ niet in waarde stijgt. Maatregelen om het milieu te beschermen zijn
vrijwel onbestaande.
En de rechten van de arbeiders?
De rechten van de arbeiders en de arbeidsverhoudingen vormen het
meest zorgwekkende aspect van de vrijhandelszones. Aangezien de vrijhandelszones
meestal worden opgericht in regio’s met een arbeidsoverschot is er zelden sprake
van dwangarbeid of kinderarbeid – ofschoon soms zeer jonge adolescenten worden
aangeworven. Landen met vrijhandelszones hebben vooreerst oog voor de
infrastructuur, de economische stimuli en de logistiek van de zones eerder dan
voor de sociale of arbeidsaspecten. Het gevolg is dat veel zones geen adequaat
systeem van arbeidsverhoudingen of arbeidsadministratie hebben. Er is geen
regeling inzake overleg of onderhandelingen tussen personeel en bedrijfsleiding,
geen mechanisme om geschillen op te lossen, geen fabrieksinspectie.
Men denkt nogal eens dat de vrijhandelszones niet onder de
nationale arbeidswetgeving vallen. Dit is echter wel het geval, met uitzondering
van een paar landen (bv. Bangladesh en Pakistan). Hoewel de arbeidswetgeving
formeel geldt in de zones, ondervinden de arbeidsters de grootste moeilijkheden
om hun rechten op vrije vakvereniging en op collectief onderhandelen uit te
oefenen.
Ook bij ons
De vrijhandelszones doen erg
denken aan de situatie van de Belgische arbeidsters in de 19de eeuw: 13 en meer uren werken per dag voor een hongerloon,
kinderarbeid, een ingenieus premiesysteem om orde en discipline in de fabriek af
te dwingen,… Pas door het massale verzet van de arbeiders is de situatie bij ons
verbeterd. En hebben wij uiteindelijk gekregen waar we recht op hebben.
Af en toe hoor je wel eens dat de politie binnenvalt in een
sweatshop, een illegaal textielatelier waar - meestal buitenlandse -
arbeiders en arbeidsters onder verschrikkelijke omstandigheden worden uitgebuit.
Op 1 mei lanceert FOS zijn nieuwe
campagne. Onder het motto ‘Mag het iets meer zijn?’ vragen we meer respect voor
de arbeidsrechten in de vrijhandelszones in heel de wereld. Dat doen we samen
met onze partners in het Zuiden en de socialistische beweging in Vlaanderen.
Want in die vrijhandelszones staan de arbeidsrechten vandaag op een steile
helling.
In vrijhandelszones - met fabrieken die produceren voor de export
- zijn grove schendingen van de arbeidsrechten schering en inslag. En de
overheid laat begaan. Want veel landen in het Zuiden zien die zones als een
belangrijke bron van deviezen en jobs, daarom nemen ze het niet zo nauw met de
arbeidswetgeving. In hun jacht naar harde valuta bieden ze potentiële
investeerders ook aantrekkelijke voorwaarden: lage lonen, nauwelijks
belastingen, lastige vakbonden verboden,... Geen wonder dat buitenlandse
bedrijven er dankbaar komen aankloppen.
En toen was er werk
Driekwart van de arbeiders die er werken zijn vrouwen, vooral
jonge vrouwen met een lage opleiding en weinig werkervaring. En dat is geen
toeval. Het werk vereist precisie, snelheid en handigheid, en daar zijn vrouwen
- volgens de buitenlandse ondernemers - beter in. En ze zijn goedkoper. Met hun
loon komen ze amper rond. Om toch iets extra te verdienen, kloppen ze lange
dagen van 12 tot 13 uur. De meeste vrouwen werken zo 50 tot 73 uur per week,
fors langer dan de internationaal aanvaarde werkweek van 48 uur. Van
werkzekerheid is geen sprake. Arbeidsters worden zonder contract aangenomen en
vaak van de ene op de andere dag op straat gezet. Het werk is vaak geestelijk
afstompend en leidt niet zelden tot lichamelijke problemen. Want ook op gebied
van veiligheid en gezondheid laat de werkplek te wensen over.
Jobs aan bodemlonen, lange werkdagen onder strikte controle, een
moordend werkritme, extreme flexibiliteit, ontslag zonder vergoeding.
Schendingen van de meest elementaire arbeidsrechten zijn er dagelijkse kost.
Maar vakbonden hebben het hier niet onder de markt. Bedrijfsleiders dulden geen
vakbonden in hun bedrijf. Initiatieven tot vakbondswerk worden vaak gesmoord in
bedreigingen, ontslagen, bruut geweld. Veel arbeidsters zijn dan ook bang om
zich te engageren in een vakbond. Vaak hebben ze ook weinig toegang tot
informatie, omdat ze zo kort of niet naar school zijn geweest. Ze kunnen niet
lezen of spreken de taal van de werkgever niet. Ze weten niet wat hun rechten
zijn, en hoe ze die kunnen afdwingen.
Extra voordelig?
Met onze campagne willen we onze partners in het Zuiden
steunen in al hun initiatieven om aan die situatie iets te veranderen. Want in
de vrijhandelszones zijn sterke vakbonden zo broodnodig. In eigen land willen we
mensen wijzen op de nefaste gevolgen van de neoliberale globalisering, waarbij
alles in het teken staat van de grootst mogelijke winst. En dat voelen wij hier
ook.
Om de vlijmscherpe concurrentie het hoofd te
bieden, wijken bedrijven uit naar landen waar arbeid goedkoper is, waar ze
minder gebonden zijn aan wetten en regels. Daardoor gaan in België en andere
West-Europese landen onvermijdelijk banen verloren. Een gevaarlijke trend. Zowel
in het Noorden als in het Zuiden worden landen in een concurrentiestrijd rond
arbeidsrechten gedwongen. Want in die bikkelharde wereldeconomie is hoe langer
hoe minder ruimte voor sociale bekommernissen. Ook dat is globalisering aan het
werk.
Mag het iets meer zijn?
FOS zegt daarop alvast
volmondig ‘jaja’. Want we vragen meer respect voor de arbeidsrechten in de
vrijhandelszones in heel de wereld.
Concreet vragen we: meer
vakbondsvrijheid, meer collectief overleg, meer loon, meer werkzekerheid,
betere arbeidsomstandigheden, meer oog voor veiligheid en gezondheid op het
werk, striktere naleving van de internationale gedragscodes, minder lange
dagen, minder hoge werktempo’s, betere betaling van overuren, stipte en
volledige betaling van de lonen, meer ziekteverzekering voor de arbeid(st)ers
én voor hun kinderen, meer respect, meer waardigheid, betere fysieke en
psychologische behandeling, meer mogelijkheden voor vrouwen om op te klimmen
naar hogere posten, geen controle op zwangerschap, recht op
zwangerschapsverlof, betere sanitaire installaties…
Om onze campagne kracht bij
te zetten, verkopen we jojo’s, die we voor de gelegenheid jaja’s noemen.
Want ‘jaja’, voor FOS mag het iets meer zijn.
Doe mee!
Op 1 mei - hét feest van de internationale solidariteit - willen
we de campagne van FOS op verschillende plaatsen in de kijker zetten. Zin om mee
actie te voeren? Dat kan. Want uiteraard rekenen we ook op jouw solidariteit. Je
kan mee jaja’s verkopen, of zelf een activiteit organiseren,… Contacteer ons
vandaag nog. Alle hulp is welkom.
Steun de arbeiders en arbeidsters in de vrijhandelszones!
000-0000074-74 Onze partners verdienen uw steun!
Solidariteitsbon
Jaja, ik ben solidair met de arbeiders en arbeidsters in
vrijhandelszones.
Ik wil mee actie voeren. Bel
mij op om verder af te spreken.
Ik bestel … jojo’s aan 2 euro
per stuk (plus verzendingskosten). Bij de jojo’s vind je een overschrijvingsformulier.
Om de rechten van arbeiders
te verdedigen heb je sterke vakbonden nodig, overal ter wereld. Daarom steunt
FOS in verschillende landen organisaties die de koe bij de horens vatten. We
willen dat arbeiders zich organiseren, zodat ze hun rechten kunnen afdwingen. En
daar proberen wij samen met onze partners werk van te maken: via vorming en
opleiding, bewustmakingscampagnes rond arbeidsrechten, juridische bijstand,…
Want in het Zuiden is de strijd om sociale rechten nog lang niet gestreden. Wie
zijn de partners van FOS? En waar staan ze voor?
In Honduras werken we samen met FITH (Onafhankelijke Federatie
van Hondurese Arbeiders) en FESITRADEH (Federatie van Syndicaten van
Democratische Arbeiders van Honduras). Twee
federaties met ruime ervaring in de maquila’s. Ze verenigen een zestiental
vakbonden in de sector, goed voor 4.000 leden. In drie vakbonden zijn ze
er al in geslaagd collectieve akkoorden af te sluiten met de werkgevers over
arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid en arbeidshygiëne. Maar er is nog werk aan
de winkel. Via een team van promotoren willen onze partners de arbeiders in de
fabrieken verder voorlichten over arbeidsrechten en organisatievorming. In de
hoop dat nog meer arbeiders zich organiseren.
El Salvador telt vandaag 229 maquila’s, goed voor
ongeveer 90.000 arbeidsplaatsen. De vakbeweging wordt er door de werkgevers onderdrukt, met
stilzwijgende toestemming van de overheid. Vakbonden staan er dan ook zwak. De
organisatiegraad in de maquila’s is - met ongeveer 1 procent - zowat de laagste
in de regio. De Federatie van Onafhankelijke Associaties en Vakbonden van El
Salvador (FEASIES) probeert daar iets aan te doen, met de steun van FOS.
Veel aandacht gaat naar voorlichting over arbeidsrechten en organisatievorming.
En naar samenwerking met andere organisaties in El Salvador en daarbuiten. Zo
willen we de zichtbaarheid van de vakbeweging vergroten. Dat kan op termijn een
springplank zijn voor sterkere vakbonden in El Salvador.
Ook in Nicaragua neemt het aantal maquila’s fors toe.
In 2002 waren er 45 bedrijven, met 45.000 werknemers. FOS werkt er samen
met de vakcentrale CST-JBE (Syndicale Confederatie van Arbeiders - José
Benito Escobar).
Binnen die koepel zijn vier vakbonden actief in de maquila’s, met 2.000 leden. Arbeiders die zich organiseren worden vaak op staande voet ontslagen.
Veel werknemers zijn dan ook bang om op te komen voor hun rechten. CST-JBE wil
daar iets aan doen. Door vorming en opleiding van
arbeiders en vakbondsmilitanten. En door samen met andere vakbonden een
strategie uit te werken om stilaan toch vakbondswerk in de maquila toe te laten. CST-JBE coördineert ook het regionale overlegplatform van vakbonden
in de maquila’s van Midden-Amerika. Daarin zetelen ook partners van FOS uit
Honduras en El Salvador.
In Namibië neemt het aantal Export Processing Zones toe.
De regering is van mening dat die de economische groei bevorderen. Vakbonden
zijn het daar niet helemaal mee eens. Zij hekelen vooral het feit dat arbeiders
er minder sociale bescherming genieten. Om daar iets aan te doen, kunnen ze
rekenen op het Labour Resource and Research Institute (LaRRI), partner
van FOS. LaRRI verricht vooral studiewerk, onder meer naar vrijhandelszones, en
informeert de vakbeweging over het reilen en zeilen binnen die zones. In het
vormingsprogramma van LaRRI een ruime waaier van cursussen voor vakbondsleiders
over de arbeidswetgeving, onderhandelingstechnieken en actiemiddelen. Samen met
vakbonden probeert LaRRI arbeiders bewust te maken van hun rechten en het
overheidsbeleid ter zake te beïnvloeden.
Ook in de Zuid-Afrikaanse Export Processing Zones lappen
heel wat multinationals de internationale arbeidsvoorwaarden aan hun laars. De
werkomstandigheden laten dan ook fors te wensen over. FOS steunt er de
International Labour Resource and Information Group (ILRIG), een
onafhankelijke NGO die opkomt voor de arbeiders in vrijhandelszones.
ILRIG informeert werknemers en hun organisaties over de gevolgen
van globalisering, en tracht alternatieven uit te werken voor de neoliberale
agenda. In het voordeel van de arbeiders. Het studiecentrum levert onderzoek,
vorming en publicaties aan vakbonden en beleidsinstanties in zuidelijk Afrika.
ILRIG organiseert ook workshops en vormt vakbondsactivisten, van cruciaal belang
om de bestaande vakbonden te versterken.
In vrijhandelszones in verschillende landen kampen vakbonden met
dezelfde problemen. Samenwerking met andere organisaties is dan ook noodzakelijk
om de macht van de vakbeweging te vergroten. FOS stimuleert die
alliantievorming, ook over de landsgrenzen heen. Om uiteindelijk betere
arbeidsvoorwaarden af te dwingen in alle vrijhandelszones.
Naaister Juana Buezo (38 jaar)
woont en werkt in Puerto Cortés in het noordwesten van Honduras. In de wijk waar
ze woont zijn de huizen klein en de straten hobbelige zandwegen. Er is
elektriciteit en officieel ook waterleiding, maar de meeste dagen van het jaar
geeft het waterleidingbedrijf niets door. Water wordt gekocht van private
waterverkopers die met vrachtwagens rondkomen. Met haar zoon van 16 en dochter
van 13 huurt Juana een kleine tweekamerwoning. “Het zijn gewoon vier muren met
een dak, niets meer of minder”.
In welk bedrijf werk je en wat houdt je werk precies in?
“Ik werk bij Sale City en maak pantalons en korte broeken voor de
merken Lands End en J.C. Penny. De eigenaar is het Amerikaanse bedrijf Gator uit
Florida. Af en toe komen ze op bezoek, maar ze laten de dagelijkse leiding over
aan Hondurezen. Bijna alles gaat naar de Verenigde Staten.
In de bedrijfshal werken 350 mensen achter de naaimachines.
Verder zijn er nog zo’n 70 opzichters en bedienden. De meeste collega’s zijn
tussen de 18 en 25 jaar. Dat hebben de bazen graag want deze jonge vrouwen
kunnen nog voor de gek gehouden worden over hun rechten.”
“De arbeidsters komen veelal uit de omringende dorpen. Daar
worden ze op geselecteerd. In de dorpen zijn de mensen vaak slecht opgeleid en
analfabeet. Zij weten niet wat hun rechten zijn. Als er een groep mensen voor de
poort staat te wachten of er misschien werk voor ze is, dan worden de jonge
plattelandsmeisjes het eerst uitgekozen.”
Heb je ooit ergens anders gewerkt? Hoe ging het daar?
“Ik kom eigenlijk uit de kustplaats Tela. Daar werkte ik als
boekhoudster. Dat was een heel goede en regelmatige baan. Daarna heb ik bij een
andere maquila gewerkt, maar die sloot de deuren. Toen iedereen in 1996 werd
ontslagen, kon ik vrij snel een andere baan krijgen. Ik was weliswaar
vakbondslid, maar nog niet zo actief dat ik bekend was. Anders was ik zeker op
een zwarte lijst gekomen en had ik geen werk meer kunnen vinden in de maquila.”
Hoe ziet een doorsnee werkdag er uit?
“Ik sta elke dag om vijf uur ’s ochtends op. Dan maak ik ontbijt
en lunch voor ons drieën. Om half zeven ga ik op weg naar de fabriek en om zeven
uur begin ik met mijn werk. Ik werk tot vijf uur ’s middags en om zes uur ben ik
weer naar huis voor het avondeten. Daarna strijken, het huis wat opruimen en
alvast het eten voor de volgende dag voorbereiden. Om elf uur ga ik doorgaans
naar bed. Dat wil zeggen, als ik geen extra uren moet maken omdat die dag niet
voldoende is geproduceerd. Dan werk ik soms tot negen uur en dan schiet het
huishouden er bij in, dan maak ik alleen avondeten en ga ik naar bed.”
Hoeveel uren werk je?
“Ik
werk tien uur per dag, inclusief pauzes. Op zaterdag werk ik net zo lang en soms
ook op zondag. Van de wet mogen de maquilabazen ons twee weken onafgebroken
laten doorwerken. Voor de verloren weekeinden krijgen we geen extra vrije
dagen.”
Hoeveel verdien je per week? Kom je daarmee rond?
“Wij verdienen het minimumsalaris van 528 Lempira per week
(ongeveer 33 euro). Dat is net genoeg voor de huur, eten, elektriciteit en
water. Maar om de school van de kinderen te betalen verkoop ik ook
tweedehandskleding.”
Verdien je ook bonussen?
“Alleen als je een streefdoel haalt krijg je een bonus van
ongeveer 200 Lempira, maar dat doel ligt zo hoog, 1200 broeken per week, daar
begin ik niet aan. Dat kan alleen als je alle dagen tot negen uur doorwerkt en
geen pauzes neemt. Ik heb wel collega’s die zo werken omdat ze het geld hard
nodig hebben.”
Betaalt de werkgever naast loon
ook andere dingen: ziekteverzekering, transportvergoeding?
“Nee, de werkgever betaalt niets extra.”
En wat in geval van zwangerschap?
“Dan heb je recht op 10 weken doorbetaald verlof. Veel
maquilabazen proberen zwangere vrouwen te ontslaan voordat ze gebruik kunnen
maken van dat verlof. Ze vinden altijd wel een excuus.”
Wat vind je van de arbeidsomstandigheden?
“Die zijn slecht. Je werkt dicht
op elkaar, het is er stoffig en lawaaierig.
Ze doen met ons wat ze willen. Vorig jaar januari heeft het bedrijf al het
personeel voor vier maanden op straat gezet. Ze zeiden dat er geen stof was om
kleding van te maken. Dat waren klinkklare leugens, maar daardoor kregen ze
toestemming van de regering om het bedrijf tijdelijk te sluiten. Vier maanden
later hebben ze maar 148 van de 371 werknemers terug aangenomen. Vooral de
ouderen, die er al vanaf het begin werkten, konden niet meer terugkeren. Nu
werken er weer net zoveel als voorheen, maar er zijn veel meer jongeren.”
Word je gecontroleerd bij binnen- en buitengaan?
“Je kunt niet zomaar naar binnen of naar buiten. Om 7.05 uur gaat
de poort op slot en die gaat niet eerder dan om 17 uur weer open.”
Worden er voldoende pauzes ingelast?
“We krijgen ’s ochtends een half uur pauze en tussen de middag
ook. We kunnen vrijelijk naar het toilet of naar de waterkraan. Ons bedrijf
heeft onlangs wel mensen aangenomen die ons moeten opjagen om dat zo min
mogelijk te doen. Zij lopen de hele dag te schreeuwen: doorwerken, blijf niet zo
lang bij de waterkraan, niet praten. Wie niet gehoorzaamt krijgt een reprimande.
Als je acht dagen achter elkaar een reprimande hebt gekregen, mag je ontslagen
worden zonder dat je loon van die week wordt uitbetaald.”
“Door de verhoogde bonusdoelstellingen nemen veel vrouwen niet
genoeg tijd om te pauzeren, of ze lunchen niet.”
Heb je soms last van lichamelijke klachten?
“Zelf heb ik ademhalingsmoeilijkheden als gevolg van al het stof
in de fabriekshal. Maandelijks heb ik daardoor tien tot vijftien dagen last van
een soort bronchitis. Ik blijf net zo lang doorwerken tot het echt niet meer
gaat. Maar er komt een moment dat ik na tien broeken helemaal buiten adem ben en
dan ga ik naar het ziekenhuis voor een onderzoek. Meestal laten de artsen mij
een paar dagen thuis blijven om beter te worden. Het bedrijf heeft zelf ook een
dokter in dienst, maar hij is er maar twee uur per dag. Ik heb nog nooit
meegemaakt dat hij iemand met ziekteverlof heeft gestuurd. Je krijgt een
pilletje en dan moet je weer aan het werk. De dagen die ik niet werk worden
gekort op mijn salaris. De werkgever moet mij wel ten minste 202 Lempira per
week uitbetalen.”
Ga je met plezier werken? Of is het pure noodzaak?
“Als je de slechte arbeidsomstandigheden niet meerekent doe ik
mijn werk op zich met plezier.”
Wat doe je als je ’s avonds thuiskomt? In je vrije tijd?
Heb je genoeg tijd voor je kinderen?
“Met
zo’n werkritme heb ik niet genoeg tijd voor hobby’s of voor mijn kinderen. Ik
zou ze graag willen helpen bij hun schoolwerk, of in het weekeinde een dagje met
ze gaan wandelen, maar ik ben gewoon te moe. Goddank heb ik gestudeerd vóórdat
ik in de maquila ben gaan werken. Maar er zijn veel collega’s die ongeschoold
zijn en soms zelfs de lagere school niet hebben afgemaakt.”
Wordt er soms geprotesteerd in het bedrijf?
“De situatie is nu heel
gespannen bij Sale City. Van de regering moet het bedrijf ons die vier maanden
doorbetalen, maar we hebben nog geen cent gezien. De minister steunt onze eis,
maar ze zet geen druk op het bedrijf om ons te betalen. Toen de eigenaar onlangs
op bezoek kwam uit de VS hebben we met borden geprotesteerd tegen de gang van
zaken. Als er niet gauw verbetering komt in de zaak, gaan we het bedrijf
bezetten.”
Worden vakbonden getolereerd?
“De werkgever vindt het niet leuk, maar er is een vakbond:
SITRAESCITY, Sindicato de Trabajadores de la Empresa Sale City Manufacturing
Co. Daar ben ik ook actief in.”
Wat kan de vakbond doen?
“De afgelopen jaren hebben de vakbonden de ergste misstanden
kunnen tegengaan. Seksueel misbruik komt eigenlijk niet meer voor. Ik kan mij
maar één zaak herinneren. Die man is meteen ontslagen. Kinderarbeid duikt wel
steeds op, hoewel de Amerikaanse eigenaren dat niet willen hebben. Dat is slecht
voor hun imago. Vorig jaar werd door de bond een onderzoek gedaan bij Sale City
en toen bleek dat de helft van de werknemers minderjarig was. Die zijn
natuurlijk allemaal ontslagen. Het zijn kinderen die op een geleend
persoonsbewijs werk krijgen. De bazen vinden dat wel best, jonge mensen zijn
makkelijk te intimideren. Het probleem is dat die kinderen gaan werken met
toestemming van hun ouders. Zij kunnen elke Lempira die verdiend wordt gebruiken
om hun gezin te voeden.”
Waarom zoek je geen ander werk?
“Ik wil wel ander werk, maar dat is er gewoonweg niet.”
Waar droom je van?
“Als vakbondsvrouw is mijn toekomstdroom dat mijn collega’s hun
rechten kunnen verdedigen en dat zij anderen kunnen helpen ook vakbonden op te
richten. Als persoon hoop ik op een rustig leven en dat mijn kinderen niet zo
hoeven te lijden zo als ik.”
‘De maquila is een
tijdbom’
Het kantoor van
vakbondskoepel FESITRADEH staat langs de weg die parallel loopt met een meer dan
manshoge betonnen muur die het maquilagebied afschermt van de rest van de stad
Puerto Cortés in Honduras. Onze FOS-partner FESITRADEH wordt geleid door Favia
Gutierrez (42), een voormalige maquila-arbeidster. “Ik ben begonnen in 1978,
twee jaar nadat de eerste maquila’s hier begonnen. Toen was ik 21 jaar,” vertelt
Gutierrez.
Ondanks de slechte arbeidsomstandigheden en het lage loon heeft
Favia Gutierrez nooit een hekel gehad aan het werk op zich. “Naaister is een
goed beroep. Het is mijn filosofie dat je blij mag zijn dat je werk hebt en je
moet proberen dat zo goed mogelijk te doen. Wat het werk slecht maakt zijn de
omstandigheden en de lage lonen.”
De eerste ervaringen met vakbondswerk deed Gutierrez op in de
jaren tachtig. “Bij Warners hebben we veel kunnen verbeteren. Langzaam maar
zeker is het loon omhoog gegaan en we hebben de arbeidsomstandigheden iets
kunnen verbeteren. We hebben toen veel gedemonstreerd en zelfs een paar keer de
fabriek bezet. Dat was historisch in Puerto Cortés.”
Te oud
In 1997 was het afgelopen. Haar volgende werkgever Sale City
begon een gerechtelijke procedure om Gutierrez te ontslaan. Sindsdien heeft
Favia Gutierrez geen vast inkomen. “Als bekend vakbondspersoonlijkheid kan ik nu
geen baan meer krijgen bij de maquila’s. Ik ben trouwens al te oud. Men neemt
alleen maar mensen aan tussen de achttien en 25 jaar. Mijn oudste zoon van 24
heeft twee banen, gelukkig buiten de maquila, en onderhoudt mij. Verder verkoop
ik kleding.”
Haar werkloosheid is eigenlijk een zegen voor FESITRADEH. “De
andere zes bestuursleden werken gewoon in de maquila’s. Het is voor hen heel
moeilijk om tijd vrij te maken voor de organisatie. Zij zijn heel capabel, maar
kunnen geen dag salaris missen. Ik doe dus het loopwerk en onderhoud de externe
contacten.”
Een aparte taak is het stimuleren van maquila-arbeiders om zich
te organiseren. “Maar 12 procent van de mensen die in de maquila werken is
georganiseerd in een vakbond. Voor Midden-Amerika is dat de hoogste
organisatiegraad, maar het is natuurlijk heel weinig. Mensen durven gewoon niet
omdat ze bang zijn dat ze daardoor worden ontslagen. Wij proberen hen ervan te
overtuigen dat ze toch voor hun rechten moeten opkomen en dat je macht hebt als
bond.”
“We praten met mensen op hun werk, maar vooral bij hun thuis en
we nodigen ze uit bij ons op kantoor,” legt Favia Gutierrez uit. “Uiteindelijk
proberen we een actief groepje van vier of vijf te vormen en zij kunnen dan hun
collega’s overtuigen.”
Een koel hoofd
“Vroeger zou een maquila gewoon sluiten als er een sterke vakbond
zou zijn met allerlei eisen en acties. Tegenwoordig hebben we goede contacten
met vakbonden in de rest van Midden-Amerika. Als een bedrijf ineens sluit om
naar bijvoorbeeld Costa Rica te gaan, dan waarschuwen wij via een internationaal
coördinator een bond in dat land zodat het bedrijf daar meteen onder vuur komt.
Het ledental en ook de besturen van de maquilabonden bestaan
voornamelijk uit vrouwen. Er is overigens een duidelijk verschil in de
opstelling van mannen en vrouwen, vindt Gutierrez. “Wij vrouwen laten ons niet
op de kast jagen zoals mannen. Wij houden het hoofd koel en kunnen geduld
uitoefenen. Mannen laten zich makkelijk provoceren en daardoor halen ze vaak
niet het onderste uit de kan.”
De laatste jaren worden steeds meer mannen lid van de vakbond.
“Lange tijd was het moeilijk om mannen te interesseren voor vakbondswerk. Ze
vonden het een typische vrouwenzaak omdat vooral vrouwen zich druk maakten.
Logisch natuurlijk, want daar zijn er veel meer van in de fabrieken. Het aantal
mannen op de werkvloer wordt nu steeds groter. Maquilabazen nemen ze graag aan
omdat mannen nooit op zwangerschapsverlof hoeven.”
Op dit moment beleeft FESITRADEH een moeilijke tijd. “Door de
sluiting van veel maquila’s na de aanslagen van 11 september 2001, zijn van de
negen vakbonden die de organisatie hebben opgericht er vijf opgeheven. Maar
gelukkig zijn er wel weer vier nieuwe bonden die zich bij ons willen aansluiten.
Helaas hebben we te weinig tijd en mankracht om die snel te helpen.”
De wantoestanden die volgens
Favia Gutierrez het meest dringend aangepakt moeten worden zijn de slechte
hygiënische omstandigheden, de slechte arbeidsomstandigheden en de onveiligheid.
“De hallen waarin wordt gewerkt zijn slecht verlicht. Je voelt het trillen van
de machine naast je en je zit zonder gehoorbescherming in het lawaai van drie-
tot zeshonderd van die machines.”
“Eén van mijn wervels is verschoven door een slechte houding
tijdens het werk. En een maquila heeft maar één toegangsdeur en geen ramen. Als
er iets gebeurt, bijvoorbeeld brand, dan hoef ik niet uit te leggen wat dan het
resultaat is als al die honderden mensen de fabriekshal willen verlaten. Die
zitten als ratten in de val. Nee, de maquila is een tijdbom.”
Om de omstandigheden in de
maquila’s te verbeteren kunnen consumenten, bijvoorbeeld in Europa, veel doen.
“Het belangrijkste is: geen producten kopen die uit maquila’s komen en de
producent laten weten dat je niet iets wil dat gemaakt is onder zulke slechte
omstandigheden. Internationale boycotcampagnes helpen echt. We hebben dat zelf
ondervonden.”
Op 30 maart 1976 brak er in Galilea een opstand tegen het
Israëlische leger uit, omdat het opnieuw op brutale wijze Palestijnse grond had
geconfisceerd. Sindsdien wordt deze dag “land-day” genoemd en jaarlijks
herdacht met protestmarsen in Israël en daarbuiten. Een uitstekende dag, zo leek
ons, om nog eens voor de boycot op straat te komen. In het najaar volgt dan een
nieuwe actiedag, waarvoor we nog een iets grootster opzet voorzien (want de
winter is voor de Israëlische producten het echte hoogseizoen!).
Doel van de actiedag
Campagnemateriaal
We lanceerden voor deze actiedag nieuw materiaal:
-
Een
spiksplinternieuwe boycotaffiche.
-
Een ‘boze
klantenkaart’, gericht aan de belangrijkste supermarktketens in België. Deze
kaart vervangt de petitie (waarover verder meer). Het is de bedoeling zoveel
mogelijk kaarten te verzamelen: genoeg om tegen de volgende actiedag in het
najaar een doorslaggevend argument te hebben wanneer we een bezoek brengen aan
de desbetreffende distributeurs. Om precies te weten hoeveel mensen zo’n
klantenkaart hebben getekend, verzamelen we de kaarten zoveel mogelijk zelf voor
we ze bij de supermarktketens indienen. Het verzamelen van die klantenkaarten
start op 29 maart, en we vragen jullie om er zoveel mogelijk aan mee te werken!
Daarnaast zijn ook nog de bestaande vouw-folders, Sharon- en
tekstaffiches beschikbaar!
Opzet van de actiedag
Het is opnieuw de bedoeling om in zoveel mogelijk steden en
gemeenten een actie uit te bouwen. We verwijzen hiervoor naar onze
campagnebrochure vol tips en uitleg, die nog steeds op het web te vinden is
(klik door op het item ‘boycot Israëlische producten’). We vragen jullie opnieuw
zoveel mogelijk te zoeken naar creatieve actiemodellen. Het campagnesecretariaat
staat natuurlijk opnieuw klaar om jullie met raad en daad bij te staan: 02/552
03 14
stefaan.peirsman@fos-socsol.be
Petitie
Meer dan 10 000 handtekeningen hebben jullie in de afgelopen
maanden verzameld. Een warme proficiat daarvoor! We hebben ze netjes gebundeld
en zullen ze plechtig overhandigen aan de heren Michel en Verhofstadt in de
aanloop naar de campagne van 29 maart.
FOS op observatiemissie in Palestina
Midden februari nam onze Algemeen secretaris Annuschka Vandewalle
deel aan één van de observatiemissies die het Actieplatform Palestina
organiseert. Annuschka is ook voorzitter van dit platform. Ze heeft weer met
eigen ogen kunnen vaststellen hoe de Palestijnen lijden onder de onrechtvaardige
en gewelddadige Israëlische bezetting. De buitenlandse aanwezigheid wordt enorm
op prijs gesteld. In volgend Kort verslag mag je een uitgebreider verslag van
haar bevindingen en contacten verwachten. Ook een aanrader is de dagelijkse
verslaggeving van deze reis op
www.11.be/palestina
Deze foto werd genomen op een begraafplaats waar verschillende
Palestijnse slachtoffers liggen. Dit ventje verliest er alleszins de glimlach
niet bij.
Naar aanleiding van de Internationale Vrouwendag van 8 maart
organiseerde FOS samen met zij-kant, SVV en ABVV een persconferentie. Onder het
motto ‘Laat je ze stikken?’ vroegen we aandacht voor de arbeidsomstandigheden in
de maquila’s in Midden-Amerika. Ook van de partij waren radiopresentatrice Leen
Demaré, Europarlementslid Anne Van Lancker en ABVV-ster Pia Desmet. Zij kropen voor de gelegenheid even in de huid van de maquila-arbeidsters,
en achter de naaimachines. Uit solidariteit.
Voor Anne Van Lancker bijvoorbeeld - sp-a Europarlementslid en
voorzitster van zij-kant - is het een kwestie van elementaire solidariteit met
arbeidsters in de maquila’s. Zij vindt het niet meer dan logisch dat wij hier
onze verantwoordelijkheid opnemen.
Anne Van Lancker: “Het is inderdaad een kwestie van solidariteit
en respect voor fundamentele mensenrechten. Maar het gaat ook om onze
verantwoordelijkheid. Want het zijn vaak onze bedrijven, onze multinationals die
daar hun vestigingen inplanten en misbruik maken van die vrouwen. En het zijn
ook onze jeansbroeken en onze sportschoenen die daar worden gemaakt. Het is
zeker geen ver-van-mijn-bed-show. En dus hebben we onze verantwoordelijkheid op
te nemen. sp-a fractieleider Dirk Vander Maelen heeft een tijd geleden in de
Kamer ook een wetsvoorstel ingediend over het ontwikkelen van een sociaal label.
Een wetsvoorstel dat nu eindelijk kracht van wet gekregen heeft. Voortaan worden
er sociale labels toegekend aan producten die gemaakt worden in bedrijven die
over heel de lijn de basisconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie
respecteren. Waaronder het recht om zich te mogen verenigen in vakbonden en het
verbod op elke vorm van discriminatie. En dat is wat er in de maquila misgaat.”
Het sociaal label, een initiatief van sp.a-fractieleider Dirk
Vander Maelen, komt enkel terecht op producten uit bedrijven die voldoen aan
vijf voorwaarden: verbod op kinder- en dwangarbeid, verbod op discriminatie,
vakbondsvrijheid en respect voor het collectief overleg. Het initiatief moet
bedrijven stimuleren om de arbeidsvoorwaarden van hun werknemers te verbeteren.
Op langere termijn moet dat dan leiden tot een betere levensstandaard en meer
sociale rechten voor de plaatselijke bevolking. Andere doelstelling is de
consument in ons land te stimuleren om een bewuster koopgedrag aan de dag te
leggen.
Op 15 maart 2003, Dag van de Bewuste Consument,
start de nieuwe campagne van het Netwerk Bewust Verbruiken (NBV). Dit jaar neemt
het NBV als voorbeeld van mens- en milieuverantwoord wonen de slaapkamer onder handen.
Heb je praktische vragen over je slaapkamer verantwoord inrichten
en stel je jezelf dan de vraag: hoe raak ik van die vervelende muggen af in de
zomer? Of welke verf gebruik ik om de muren een nieuw ecologisch tintje geven?
Of doe je geen oog dicht als je weet dat je slaapkleedje
vervaardigd werd in mensonwaardige omstandigheden in maquila’s? Voor al deze
problemen en meer wordt in de nieuwe gratis brochure naar een ethisch en
ecologisch antwoord gezocht.
Wil je meer informatie over de campagne of wens je onze brochure
te bestellen of te downloaden? Bezoek dan onze website:
www.bewustverbruiken.org of via Netwerk Bewust Verbruiken, Uitbreidingstraat
392C, 2600 Berchem, tel. 03/287 80 67
Vlak voor Kerstmis zijn we – op dezelfde verdieping - in onze
nieuwe lokalen getrokken. Die zijn helemaal volgens onze noden en smaak
ingericht, je kan letterlijk spreken van een ‘glazen huis’: de tussenwanden zijn
voor het grootste deel transparant. Ook het meubilair is ergonomisch en
efficiënt, echt maatwerk.
We waren dan ook fier om onze collega’s, vrienden en werkrelaties
uit te nodigen op de plechtige openingsreceptie op 27 februari.
In januari was de FOS-ploeg weer een week op ‘conclaaf’ in de
Barkentijn op de Nieuwpoortse zeedijk. Tijdens dit Algemeen Beraad bogen we ons
zoals steeds over onze beleidslijnen en stroomlijnden we onze werking. En we
spijkerden onze kennis en vaardigheden bij in vormings- en studiemomenten.
’s Avonds hadden we de gelegenheid om onze collega’s – waarvan
sommige aan het andere eind van de wereld werken – beter te leren kennen. Een
pluim voor de leden van de Algemene vergadering en de Raad van bestuur die
actief deelnamen aan de soms vermoeiende sessies!
Vanaf mei kan je je abonneren op niet minder van drie
elektronische nieuwsbrieven : over arbeid, over gezondheid en over duurzaam
beleid. Vier keer per jaar krijg je in de brievenbus van je PC een bericht over
deze thema’s, natuurlijk vanuit een Noord-Zuidinvalshoek. Zo blijf je op de
hoogte.
Interesse? Mail gewoon even je elektronische adres door naar
edu@fos-socsol.be
Van 29 mei tot 9 juni trekken zo’n 150 West-Vlaamse ABVV’ers
samen met een aantal Fossers richting Cuba. Het land van Che Guevara en Fidel
Castro is geen onbekende voor deze reizigers. Een aantal was er reeds op bezoek
in 1999. Op het menu staat een gevarieerd programma van bedrijfsbezoeken,
uitwisselingen met Cubaanse vakbonden, informatiemomenten over het land en
ontspannende uitstappen. Ook het bouwproject dat met hun steun werd opgezet,
wordt bezocht. Dit bouwproject kwam er na het bezoek in ’99. Toen stelde men
vast dat huisvesting een van de grootste problemen was.
Een uitgebreid verslag volgt in een volgend Kort Verslag.
En uit Cuba kregen we op 11 maart bezoek van Aleida Guevara, een
dochter van de mythische Che. Deze kinderarts kwam natuurlijk niet alleen maar
naar het bal van Steve Stevaert. Tussen een boterkoek en een kopje koffie door
kwam ze getuigen over de successen en soms ook vergissingen van het Cubaanse
socialisme.
Naast prima cijfers voor de eigen gezondheidszorg en
alfabetisering zorgt Cuba ook nog steeds voor de opleiding van honderden
studenten uit ontwikkelingslanden. En ondanks de weggevallen steun uit het
Oostblok sinds begin jaren ‘90 sturen ze nog steeds medische ploegen naar Afrika
en Latijns-Amerika. Opmerkelijk was dat er jaarlijks vijfhonderd studenten van
arme families uit de Verenigde Staten een gratis medische opleiding aangeboden
krijgen op Cuba! Als propagandastunt kan dat tellen, maar ze doen het toch maar.
Op de vraag waarom Cuba aanvankelijk wat afzijdig bleef in de
andersglobaliseringsbeweging antwoordde Guevara dat een te prominente
aanwezigheid de beweging veeleer zou schaden dan helpen. Maar op het laatste
Sociaal Forum in Porto Alegre stuurde Cuba toch een uitgebreide delegatie.
Arbeidsters in het Zuiden worden getroffen door
pesticidenmisbruik en slechte arbeidsomstandigheden op de plantages. Ze
beschikken niet over de nodige beschermingskledij en informatie om zich te
beschermen tegen giftige pesticiden. De arbeiders en arbeidsters wordt niet
verwittigd wanneer vliegtuigen vol pesticiden over de plantage heen vliegen.
Overvloedig contact met deze giftige stoffen leidt tot huidziekten, kankers,
ademhalingsproblemen enz. Vrouwen worden daarenboven geconfronteerd met
problemen tijdens de zwangerschap en vergiftiging van de moedermelk.
Alternatieven tegen pesticidengebruik bestaan nochtans:
biologische landbouw, kennisverspreiding omtrent natuurlijke
bestrijdingsmiddelen en bescherming; fair-tradehandel stimuleren zodat
arbeidsters niet worden blootgesteld aan mensonwaardige arbeid, gebruik van
minder giftige pesticiden: verbod op aanmaak en uitvoer van giftige pesticiden
in Europa die in Europa zelf verboden zijn. SVV, FOS en ABVV-CC-Internationale
samenwerking gaan bio!
Animo en FOS lieten Noord en Zuid een partijtje voetbal spelen
met onze wereldbol. Het Zuiden had daarbij wel een aanzienlijk nadeel: het
speelvlak lag schuin, zodat ze flink tegen de bal moesten schoppen om hem omhoog
te krijgen. Voor het Noorden ging dat als een fluitje van een cent, de bal rolde
immers vanzelf naar het doel van de tegenstander! Zo werkt vrije handel immers
als de beginpositie van de spelers op de markt ongelijk is.
De regen maakte het speelvlak wel erg glad zodat de ploegen
moesten uitwijken naar een droge hal binnen.
Met deze interactieve
tentoonstelling willen we informatie verstrekken over de arbeids- en
gezondheidsomstandigheden in de Maquila-industrie.
Wie de film Daens
gezien heeft kan er zich een beeld van vormen: overvolle fabrieken met weinig
hygiëne, geen veiligheidsvoorschriften, onbetaald overwerk, geen vrijheid van
vakbondsvorming enz…Men laat er voornamelijk jonge vrouwen en meisjes werken met
een lage opleiding. De ondernemers verkiezen ze jong, zonder voorafgaande
werkervaring en zonder veel kennis van hun rechten als arbeidster. Helaas zijn
dit niet alleen beelden uit het verleden. Ze bestaan nu nog in het Zuiden. In de
tentoonstelling willen we de band leggen tussen beelden uit de Maquila’s en ons
industrieel verleden.
Je betaalt 75 euro. Wij
brengen de tentoonstelling en stellen ze voor jou op.
Voor iedereen vanaf 16 jaar. Organisaties uit de socialistische
beweging kunnen ons contacteren voor een speciale regeling.
191
landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de
armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie
om de politici aan hun belofte te herinneren én de
lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!