Kom naar de Wachtnacht!


De MDGs: fos zit niet stil


Steun Pakistan!


Jaarverslag 2009



 ES  FR  EN  PT


 
 
  FOS | Nieuws: KORT VERSLAG 2-2003
home > nieuws > Fosfor

Kort verslag nr. 2, april - juni 2003

Inhoudstafel :


Een gesprek met Hasan uit Palestina

Van 5 tot 11 mei nodigde het Actieplatform Palestina vijf partners uit, afkomstig van Palestina en Israël. Elke partner is gespecialiseerd op een bepaald terrein. Samen vertegenwoordigen ze zo een aantal belangrijke facetten van de Palestijnse en Israëlische samenleving: landbouw, vakbond, vrede, jeugd en vrouwen.

Hasan Barghouti van onze partner DWRC (Democracy and Workers’ Rights Centre) is een oude bekende en kwam uitleg geven over de syndicale beweging in Palestina. Wij profiteerden van zijn bezoek om hem een paar vragen te stellen.

 

Had de oorlog in Irak een invloed op de werking van jullie organisatie?

Er is wel een politieke impact. Als de VS menen wat ze zeggen en de bevolking willen bevrijden en helpen om een democratische staat in Irak tot stand te brengen, dan kan dat positief zijn. Dat zal ook een oplossing van het Palestijns-Israëlische conflict bespoedigen.

Maar wij hebben een dubbele zorg. Wat de VS nu vooral nodig hebben, is rust in het Midden-Oosten, zodat ze hun eigen agenda daar kunnen afwerken. Zo wordt er ondertussen al gesproken over een vrijhandelszone tussen de VS en het Midden-Oosten. Een echte oplossing van het probleem van de Palestijnen, interesseert Amerika volgens mij minder. De road map die de VS voorstelt maakt daarom veel kans om langzaam te verwateren zoals de Oslo-akkoorden.

Of misschien wordt een oplossing met geweld opgedrongen. En als het Irakese volk in opstand komt tegen de Amerikanen en de Britten, dan hebben de VS helemaal geen belang bij een snelle oplossing van ons conflict. Want dan hebben ze de steun van Israël nodig om de regio onder controle te houden, en hebben ze er dus geen belang bij om dat land onder druk te zetten om toegevingen te doen!

Op onze eigen werking in Palestina had de oorlog geen onmiddellijke invloed. Maar voor de ruimere regio opent de nieuwe situatie in Irak misschien wel mogelijkheden, voor wie bekommerd is om syndicale en sociale thema’s. Wij zijn lid van een regionaal overleg met sociale en democratische Arabische organisaties. Er waren al relaties met vertegenwoordigers van het Irakese volk. Wat gaan we doen in Irak na de oorlog? Moeten we een soort DWRC in Irak oprichten? Met dat soort vragen zijn we nu bezig.

Veel hangt dus af van de plannen van de Amerikanen in Irak.

 

Is de aanstelling van Abou Mazen (Mahmoud Abbas)  tot eerste minister een goeie zaak?

Israël zal deze premier alleszins niet steunen. Ze hebben hem al op voorhand veroordeeld. Nog voor zijn aanstelling was goedgekeurd door het Palestijnse parlement, werd hij al verantwoordelijk gesteld voor een aanslag in Israël, en werd gezegd ‘dat hij gezakt was voor de eerste test’. Onmiddellijk na zijn aanstelling werd Gaza-stad aangevallen, daarbij viel een tiental slachtoffers.

Maar los daarvan kan Abou Mazen een tegengewicht vormen voor de almacht van Arafat. Dat is een goeie zaak voor de democratisering van onze samenleving en al wie daarvoor ijvert, bijvoorbeeld de NGO’s. Hij heeft de afgelopen drie jaar de reputatie opgebouwd van iemand die luistert naar kritiek, en die de corruptie aanklaagt.

 

Hoe belangrijk zijn de solidariteitsdelegaties en observatiemissies van buitenlanders?

Die zijn zeer belangrijk. De deelnemers zien de situatie met hun eigen ogen. Zij hebben ontmoetingen met Palestijnen en Israëli’s die naar een vredelievende oplossing streven. En na hun terugkeer vertellen ze in eigen land over hun indrukken.

Door die bezoeken en contacten integreren wij ons als DWRC een stukje in de internationale gemeenschap. Dat is erg belangrijk voor ons.

Een ander voordeel is dat mensen met extremistische standpunten zich gematigder gaan opstellen. De leider van Hezbollah bijvoorbeeld riep onlangs zijn leden op om hun politiek discours te veranderen, en om niet zomaar de VS en de Europese landen aan te vallen. Er zijn immers ook veel Amerikanen en Europeanen die tegen de oorlog in Irak protesteerden.

En de Israëlische bevolking is erg gevoelig voor de publieke opinie in Europa. In Israël gaan meer en meer stemmen op om het vredeskamp te versterken. Niet alleen het extremisme, maar ook het aantal vredesgroepen groeit. Zij verdienen alle steun.

 

Is de eis van een Palestijnse staat naast een Israëlische staat slechts een tussenstap naar één democratische staat in de regio?

(zucht en denkt lang na) Kijk, als een dromer kies ik ook voor één staat waarin iedereen gelijke rechten heeft. Een andere droom zou een federatie van Palestina met Israël zijn.

Maar in dit stadium is dat irrealistisch. Het zionisme (het streven naar een joodse nationale staat) moet eerst verdwijnen als ideologie. Maar een meerderheid in Israël denkt nog steeds zionistisch.

Op korte termijn moeten de VN-resoluties worden toegepast, zoals bijvoorbeeld de terugtrekking van het Israëlische leger uit de bezette gebieden. De vluchtelingen moeten kunnen terugkeren, de nederzettingen in de bezette gebieden moeten ontmanteld worden, en er moet een rechtvaardige oplossing komen voor Jeruzalem, waarop beide volkeren aanspraak maken!

Bedankt!

Arnout Fierens
Educatiedienst

Kort verslag : inhoudstabel


Een dag in Nabloes

Tussen 15 en 23 februari nam onze algemeen secretaris Annuschka deel aan een observatiemissie van het Actieplatform Palestina. Ze gingen de situatie peilen in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever. Verslag van een ooggetuige.

Elke dag weer zien we de vreselijke beelden uit het Midden-Oosten op de TV. Tanks in het centrum van Jenin. Vernielde huizen in Gaza-stad. Een uitgebrande bus in Tel Aviv. Het went niet echt, maar we blijven er toch niet altijd bij stilstaan.

Dat verandert als je er zelf bent. Want dan worden de televisiebeelden echte beelden en krijgen de vele slachtoffers plots een naam en een familie.

In Nabloes worden we ontvangen door dokter Alam van de gezondheidsorganisatie UPMRC. Hij komt net terug van een veldhospitaal en vertelt: “Vannacht is het Israëlische leger de oude stad van Nabloes binnengedrongen. Totnogtoe vielen er 1 Palestijnse dode en 11 gewonden. Het dodelijk slachtoffer werd om 3 uur deze morgen in het been geraakt. Hij verloor teveel bloed omdat de ambulance er niet bij mocht.”

Sinds het begin van de tweede Intifadah op 28 september 2000 vielen er in de regio van Nabloes meer dan 460 Palestijnse doden en meer dan 3000 gewonden. Het overgrote deel van de slachtoffers zijn ongewapende burgers, de overigen zijn met geweren gewapend. Ze voeren een hopeloze strijd tegen de tanks en gevechtshelikopters van de Israëlische bezetter. Bijna dagelijks arresteerde het leger inwoners van de grootste stad van de Westbank, moordde het en bezette het huizen. In Nabloes was er vorig jaar meer dan 100 dagen lang uitgangsverbod.

Terwijl we op het kantoor van UPMRC met dokter Alam praten rinkelt de telefoon. Net buiten de oud stad wordt een huis bezet door militairen. Twee families werden bijeengedreven in één kamer, de inboedel van de andere kamers werd kort en klein geslagen. We beslissen om samen met enkele medewerkers van UPMRC te gaan onderhandelen met de militairen om de bewoners vrij te laten.

Voor het huis staan twee jeeps. We staan met onze rug naar een tank die zijn loop op de oude stad gericht houdt. Binnen liggen er wel twintig gewapende soldaten te slapen, met het machinegeweer op hun buik. Enkele vrouwen en hun kinderen krijgen toestemming om het huis te verlaten. De andere familie besluit om te blijven. Een oud vrouwtje wordt op een witte terrasstoel naar buiten gedragen. Ze zit in elkaar gedoken en jammert. Ze is in shock. Wij zijn woedend, maar kunnen niks meer doen.

Dan maar naar het veldhospitaal in het midden van de oude stad. De winkels zijn dicht, de luiken van de huizen gesloten. Hier en daar komen we groepen jongeren tegen die soms veel kabaal maken en soms met stenen gooien. Het uitgangsverbod trotseren is hun verzetsdaad.

Wij blijven dicht bij mekaar en proberen geen bruuske bewegingen te maken die de Israëlische militairen zouden kunnen verontrusten. We draaien een straatje naar links en staan plots oog in oog met enkele Israëlische soldaten. Ze staan verdekt opgesteld in een lage, donkere deuropening. De medicijnen die we mee hebben verlenen ons jammer genoeg geen doorgang, zodat we op onze stappen moeten terugkeren en een andere weg zoeken. We lijken wel personages in een gewelddadig videospel.

Op de terugtocht naar de auto vragen verschillende mensen onze hulp. Iemand wil weten wat er met zijn broer is gebeurd. Hij zou gearresteerd zijn en zijn huis opgeblazen. Een grootmoeder en een moeder van een éénjarig jongetje komen met ons mee om het kindje te gaan ophalen in een huis waarvoor soldaten hebben postgevat. In een naburige winkel zit een oude man opgesloten sinds de soldaten voor de deur hebben postgevat. Onze vraag of hij met ons mee mag wordt uiteindelijk positief beantwoord.

We ronden onze dag in Nabloes af met een bezoek aan de intensive care van het stedelijke hospitaal. Er liggen drie mensen die vandaag gewond zijn geraakt. Links ligt een jongen die de loop van een geweer tegen zijn neus kreeg gedrukt. De soldaat heeft de trekker overgehaald. Rechts ligt een ambulancier die werd neergeschoten terwijl hij gewonden trachtte weg te brengen. En in het midden ligt een stervende man. Hij is geraakt in zijn longen.

De dag in Nabloes staat voor altijd in mijn geheugen gegrift. Zo’n wreed en zinloos geweld. En dat blijft daar maar duren …

Annuschka Vandewalle
(met dank aan Tobias Van Os)

Kort verslag : inhoudstabel


Zelf naar Palestina? Dat kan.

Het Actieplatform Palestina organiseert regelmatig observatiereizen naar Palestina. Jij kan ook mee. Bel 02/ 501 67 44 en vraag naar Mirjam Vanbelle.

Het Actieplatform Palestina

Het APP is een samenwerkingsverband van NGO’s, vredes- en solidariteitsorganisaties in Vlaanderen.

Het APP

  • roept op om een einde te maken aan de Israëlische bezetting van Palestina
  • ijvert voor het naleven van het internationaal recht en steunt de gerechtvaardigde eisen van het Palestijnse volk en de Israëlische vredesorganisaties.

Het APP

  • organiseert de boycot van Israëlische landbouwproducten
  • levert sprekers en vormingsmateriaal voor groepen die aandacht willen geven aan de Midden-Oostenproblematiek

Het APP en FOS

  • FOS is een actief lid van het APP. Onze algemeen secretaris, Annuschka Vandewalle, is er voorzitter van en de secretariaatsleden van het APP huizen in de kantoren van FOS.

Voor meer informatie: surf naar www.11.be/Palestina of bel 02/552 03 14 en vraag naar Stefaan Peirsman.

 

Kort verslag : inhoudstabel


Zimbabwe: landhervorming in stroomversnelling

18 april is de nationale feestdag in Zimbabwe, op die dag werd het land in 1980 immers onafhankelijk.

Twintig jaar later zucht Zimbabwe onder een zware economische crisis. Dat is onder meer een gevolg van de sancties tegen het regime van president Mugabe die de repressie tegen de oppositie tegen zijn bewind almaar opvoert. En ook de drastische landhervorming loopt niet echt vlot. In 1980 was de helft van de landbouwgrond van een blanke minderheid. En nu hebben de meeste blanke boeren hun boerderij verlaten, al dan niet gedwongen. Hun toekomst is onzeker.

Evert Waeterloos, landencoördinator voor FOS in Zimbabwe, maakte onlangs de balans op met Ann Rootveld  van Radio1.

Evert: Je hebt in de laatste 20 jaar een overheidspolitiek gehad die grote commerciële boeren eerst vrijwillig land deed inleveren op de landmarkt, en dan na 1992 een aanzet deed tot het onteigenen van commerciële boerderijen. Doel was om tot een herverdeling van het landbouwland te komen, waar de grootschalige boerderijen van 15 miljoen ha tot 6 miljoen ha zouden gereduceerd worden en dus dat land te herverdelen onder 300 tot 350 000 zwarte kleinschalige boerenhuishoudens.

Hoe ver staat het daar nu meer dan 20 jaar later mee?

Het is heel langzaam gegaan in de eerste 15 jaar na de onafhankelijkheid van Zimbabwe. En dan heb je sinds 1997 een grondige versnelling. Maar vooral sinds 2000 heb je het zogenaamde Fast Track Land Reform Program, dus een versneld onteigeningsproces waar duidelijk een politieke agenda achterstak. Je had namelijk  de parlementaire en presidentiële verkiezingen in die periode, waar ZANU PF, de regeringspartij o.l.v. Mugabe, duidelijk de land-kaart heeft getrokken om op een versnelde manier een hele schare - vooral rurale - stemmers achter zich te krijgen. Natuurlijk is dat op zo’n drastische manier gegaan dat het vaak een gewelddadig proces is geweest.

De laatste jaren is het dan plots allemaal heel snel gegaan?

Ja inderdaad, in juli 2000 heb je de officiële uitroeping van het Fast Track Land Reform Program en in oktober 2002 heb je eigenlijk het officiële einde daarvan. Dus officieel zou 11 miljoen ha onteigend zijn en herverdeeld aan een 350.000 families van kleinschalige zwarte boeren.

Heel veel van die boeren zouden het hun beloofde land nog steeds niet gekregen hebben. Een nieuwe – zwarte - elite zou zich de beste gronden toe-eigenen, zo wordt gezegd.

Het is duidelijk dat je heel wat nepotisme hebt gehad, heel wat bevoordeling van mensen uit de partijkaders, van mensen die voldoende lokale macht konden uitoefenen om zich de beste gronden toe te eigenen. In het andere luik van het landherverdelingsprogramma zou meer de aandacht uitgaan naar kleinschalige arme boeren. Maar door een gebrek aan infrastructuur en landbouwvoorlichting zitten heel wat mensen die inderdaad een stuk grond hebben bezet of toegewezen gekregen, in een weinig benijdenswaardige positie. Ze zitten namelijk zonder enige link met de markten waarvoor ze nu die landbouwproductie zouden moeten bedrijven.

Hoe neemt de overheid die hindernissen, stuurt de overheid bij?

Wel, ik denk dat de overheid zich inderdaad stilaan realiseert dat het nodig is om een inventaris op te maken van de huidige situatie en een aantal dingen recht te trekken, zoals bijvoorbeeld corruptiepraktijken op lokaal niveau tot in de hoogste echelons van de ZANU PF partij. Door stemmen van op het terrein, stemmen van binnen de partij en duidelijk ook door de oppositie tegen de landhervorming. Dus ik denk dat er inderdaad wel een beetje beweging zit binnen de partij zelf, omdat er duidelijk ook een link bestaat met de bedreigde positie waarin de ZANU PF zich voor het eerst bevindt sinds de onafhankelijkheid.  Die dreiging komt van een toch wel sterk gesteunde oppositie, vooral in de stedelijke gebieden dan. Daar moet dus op een of andere manier een compromis gesloten te worden tussen een elegant bijsturen en het blijven aangeven en duiden van de tekortkomingen zoals die bestaan in het hele proces van de landhervorming tot dusver.

Kort verslag : inhoudstabel


Een nieuw FOS-kantoor in Cambodja

Onderschrift foto: Phnom Penh, Cambodja — De bus vertrekt en enkele arbeidsters gritsen nog snel een boekje mee van de Cambodian Labour Organisation.  Het tijdschrift is enorm populair. Voor de meeste van de tweehonderduizend arbeiders is het veruit de belangrijkste bron van informatie. Op school leren ze niets over arbeidsrecht en de werkgever doet alsof het arbeidswetboek niet bestaat. 

Samen met zijn partner Michèle vertrok Eric Willemaers dit voorjaar om dit nieuwe kantoor op te starten. Voordien werkte Eric als regioverantwoordelijke Azië op het FOS-kantoor in Brussel, en had zodoende het nieuwe programma in Cambodja voorbereid.

Oorlog

Na de onafhankelijkheidsstrijd tegen de Franse kolonisator in de jaren ’40 en ‘50, gevolgd door Amerikaanse inmenging en bombardementen tijdens de oorlog in Vietnam, ging de Cambodjaanse bevolking gebukt onder de gruwel van de Rode Khmer. Onder leiding van Pol Pot werd de bevolking gedwongen de door het maoïsme geïnspireerde ‘agrarische revolutie’ vorm te geven. Maar liefst 2 miljoen mensen, of zowat een derde van de toenmalige bevolking, stierf in die periode 1975-1978 door ondervoeding, ziekte of executie. De ‘bevrijding’ door het Vietnamese leger begin 1979 zorgde voor enige verbetering, maar ook voor een embargo tegen Cambodja door diverse landen uit het Westen en Azië.

Met de vredesonderhandelingen begin jaren ’90 en het VN-overgangsbestuur kon de bevolking eindelijk hopen op beterschap. Helaas duurde het tot 1998, na twee verkiezingen en een tussentijdse machtsgreep, alvorens er eindelijk enige politieke stabiliteit kon worden bereikt.

Cambodja was en is nog steeds één van de armste landen van Azië. In 2002 stond het 130ste gerangschikt op de 173 landen tellende Human Development Index van de UNDP. Het gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking is slechts € 280 per jaar. Hierdoor leeft zowat 40% van de bevolking onder de armoedegrens van een halve euro per dag. De armoede en gebrekkige ontwikkeling hebben ertoe geleid dat Cambodja bijzonder afhankelijk is van bilaterale en multilaterale donoren en internationale NGO’s.

Al sinds het einde van de jaren ’80 heeft FOS projecten en lokale organisaties gesteund in Cambodja. In die beginperiode werd Cambodja nog getekend werd door de burgeroorlog tussen de centrale regering en de rebellen van de Rode Khmer. FOS richtte zich in de beginjaren nog hoofdzakelijk op landbouwprojecten en gemeenschapsontwikkeling.

CLO

In de tweede helft van de jaren ’90 ontstonden een aantal lokale NGO’s die niet zozeer technische bijstand leveren, maar wel de bevolking trachten te organiseren in vertegenwoordigende organisaties die opkomen voor de noden en rechten van hun doelgroepen. Dit was onder andere het geval met CLO, de Cambodian Labour Organisation, een NGO die opkomt voor betere arbeidsomstandigheden en ondersteuning biedt aan de jonge bedrijfsvakbonden en hun federaties, vooral in de belangrijke textiel- en confectiesector.

In diezelfde periode werd het FOS-programma nog nadrukkelijker gericht op de ondersteuning van lokale basisorganisaties in plaats van eigen projecten of lokale NGO’s. In Cambodja zijn basisorganisaties van bijvoorbeeld arbeiders of boeren echter veeleer een recent fenomeen. Bovendien is er, gezien de ervaring van de Cambodjanen met bepaalde vormen van ‘volksorganisaties’, behoorlijk wat angst en weerstand onder de lokale bevolking om zich in te schrijven in ‘collectieve’ initiatieven.

Vandaar dat de rol van ondersteunende lokale NGO’s in de FOS-sectoren nog steeds cruciaal blijft. Zo was CLO partner van FOS in het vorige programma  en zal dit ook in de komende jaren blijven. Daarnaast zal FOS ook rechtstreekse ondersteuning leveren aan vakbonden.

In de sector landbouw neemt de visserij een belangrijke plaats in. Het Tonlé Sap-meer, in het hart van Cambodja, is één van de rijkste binnenwateren ter wereld, maar wordt getekend door ecologische verwaarlozing en botsende belangen van commerciële vissers en lokale vissersgemeenschappen. FOS heeft dan ook FACT (Fisheries Action Coalition Team) opgenomen als partner in het nieuwe programma. FACT is een netwerk van internationale en lokale NGO’s én de lokale vissersgemeenschappen. De ondersteuning van FOS gaat voornamelijk naar de organisatie van de lokale gemeenschappen en de versterking van hun vertegenwoordigende structuren.

Nieuw kantoor

In de voorbije jaren werd duidelijk dat de lokale NGO’s en basisorganisaties die actief zijn in de FOS-sectoren, naast financiële ondersteuning ook heel wat ondersteuning nodig hebben op het vlak van organisatieversterking, management van de organisatie, lokale en internationale netwerking en inhoudelijke input. Aangezien FOS tot dit jaar geen vertegenwoordiging had in Cambodja, was het contact met de lokale partners beperkt tot occasionele dienstreizen en communicatie op afstand. Door de afbouw van de werking in Vietnam, was het niet mogelijk om het kantoor in Hanoi een regionale invulling te geven.

Daarom heeft FOS besloten om bij aanvang van dit nieuwe programma een nieuw kantoor te openen in Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja. Cambodja is een zeer arm maar boeiend land, met prachtige mensen, die onze steun en aandacht zeker verdienen!

Eric Willemaers
Landencoördinator Cambodja

Kort verslag : inhoudstabel


Het einde van de bananenrepubliek?

Krom

Op 27 maart van dit jaar publiceerde De Standaard een reportage met de titel: ‘Het einde van de bananenrepubliek; Chiquita maakt recht wat krom was’. In het artikel beargumenteert George Jaksch, vertegenwoordiger van Chiquita in België dat de multinational sinds de jaren negentig een geheel ander bedrijf is geworden, dankzij de opwaardering van normen als integriteit, respect, opportuniteit en verantwoordelijkheid in de bedrijfsvoering. 

De ervaringen van FOS en het ABVV-West-Vlaanderen, die gezamenlijk de organisaties van bananenarbeid(st)ers in Honduras ondersteunen, onderbouwen de stelling dat er sprake is van een structurele verandering in de bedrijfsvoering van Chiquita, maar dat deze veranderingen niet zozeer worden ingegeven door corporate responsability ten opzichte van de arbeiders.

In de jaren negentig komen de grote bananenproducenten als Chiquita steeds meer in opspraak vanwege de veelvuldige schendingen van arbeidsrechten. Eén van de meest gekende voorbeelden zijn de gevolgen van het grootschalig gebruik van bestrijdingsmiddelen op de gezondheid van de arbeid(st)ers en hun familie. De verantwoordelijkheid van de multinationals wordt vastgesteld en leidt tot de veroordeeld tot uitkering van enorme schadevergoedingen aan de getroffenen. De druk op de multinationals wordt nog verder opgevoerd door campagnes in Europa over de arbeidsomstandigheden en de introductie van ecologisch en sociaal verantwoorde bananen.

Drastisch

Het is evident dat deze situatie Chiquita dwong tot drastische veranderingen, mede gezien het perspectief van de opening voor dollarbananen op de Europese markt vanaf 2005. Wat houden die veranderingen voornamelijk in?

1) Afstoting van de productie. Het grootste deel van de winst op de bananen wordt behaald in de handel en verkoop. De productie van bananen is bedrijfsmatig minder interessant en is juist de schakel die in het verleden in opspraak is gekomen door de schendingen van arbeidsrechten. De eenvoudigste oplossing is de afstoot van productieve taken en daarmee ogenschijnlijk ook de verantwoordelijkheden aan nationale bananenproducenten. In de jaren vijftig werkten er nog tienduizenden arbeid(st)ers op de plantages van Chiquita. In 1998 waren dit er nog 12 000, en anno 2003 zijn dit er 2000.

2) Geografische verschuiving: de afstoting van de productieve taken heeft een ander belangrijk voordeel. De multinational kan vrij beslissen uit welk land zij haar bananen betrekt, hierbij geholpen door de afschaffing van de quota’s per land door de Europese Unie. Deze situatie heeft geleid tot een enorme verschuiving van de bananenproductie van een land als Honduras, naar bijvoorbeeld Ecuador, dat op dit moment meer dan 150.000 bananenarbeid(st)ers telt. Dat deze beslissing niet is geïnspireerd door respect en verantwoordelijkheid voor arbeidsrechten blijkt uit het feit dat in Ecuador van de 150.000 arbeid(st)ers er welgeteld 1650 zijn georganiseerd in een vakbond.

Druk

Het zijn juist de vakbonden in de sector die met behulp van internationale steun hebben getracht aan deze situatie het hoofd te bieden. Dit betekende in eerste instantie het versterken van de samenwerking op internationaal vlak. Hiervoor werd de Latijns-Amerikaanse Coördinatie van Bananensyndicaten COLSIBA opgericht. COLSIBA slaagde er dankzij internationale druk in om met Chiquita afspraken te maken over arbeidsnormen op de eigen plantages én bij de toeleverende producenten. Dit akkoord dat op 14 mei 2001 werd ondertekend is het resultaat van internationale arbeidsstrijd en solidariteit tussen arbeid(st)ers en consumenten en niet zoals Chiquita doet voorkomen het resultaat van hun nieuwe bedrijfsvoering.

Record

Betekent dit akkoord het einde van de onderdrukking en politieke macht van Chiquita? Helaas niet. Op 27 mei 2002, een jaar na de ondertekening van voornoemde akkoord roepen de arbeid(st)ers van Chiquita in Honduras een staking uit. De belangrijkste reden van de staking zijn de huid- en oogirritaties als gevolg van het gebruik van een nieuwe insecticide met de naam ‘Clorpirifos’. Reeds de volgende dag benoemt de Hondurese Minister van Arbeid een commissie bijeen die in de recordtijd van één dag tot de conclusie komt dat het genoemde bestrijdingsmiddel niet schadelijk is voor de gezondheid en die daarop de staking illegaal verklaart. Ter illustratie: het middel Clorpirifos is in Europese landen verboden, vanwege risico’s voor de mens, de geringe afbraak van residuen in de grond en de giftigheid voor dieren en planten in het water.

Deze voorbeelden geven aan dat uitbuiting, corruptie en onderdrukking niet terug kunnen worden gebracht tot ‘individuele onbedoelde fouten’. De bedrijfsvoering van Chiquita blijft gericht op economische winst, maar met een geringer risico voor haar imago. De nieuwe gedragscode van Chiquita lijkt vooral een instrument om de kromme reputatie van de multinational in de publieke opinie wat rechter te maken. Dat dit instrument niet ondoeltreffend is heeft de Standaard met haar reportage nog eens duidelijk aangetoond.

Harry Oostingh
Landencoördinator Centraal-Amerika en Cuba

Kort verslag : inhoudstabel


Schone kleren op het werk

Werknemers krijgen in heel wat ondernemingen werkkleding van hun werkgever, zoals overalls, veiligheidskleding, schorten, hemden en broeken, T-shirts.

Een vakbondsactie

Het ABVV lanceert de actie ‘Schone Kleren op het Werk’ in samenwerking met het ACV. Dit gebeurt zowel in privé- als in overheidsbedrijven. Concreet bekijken werknemers welke werkkleren ze dragen. Via de geschikte vakbondsorganen vragen ze aan hun werkgever of die kleren in goeie omstandigheden werden gemaakt. En in de bedrijven waar werkkleding gemaakt wordt, wil men ook vragen hoe het zit met de productie in het buitenland en de arbeidsomstandigheden daar. De vakbonden versterken met deze actie de Schone Kleren Campagne, vooral dan vanuit hun specifieke rol in de onderneming.

De actie Schone Kleren op het Werk richt zich tot:

 

1.       Bedrijven waar er werkkleding gebruikt wordt. We vragen dat die bedrijven voortaan schone arbeidskleding bestellen.

2.       Overheidsdiensten. We vragen dat de overheid als voorbeeldconsument zeker schone werkkleren bestelt.

3.       Bedrijven die betrokken zijn bij de levering van werkkleding, zoals producenten, linnenverhuurders en distributeurs.  We vragen dat ze voortaan schone werkkleren leveren.

Nu al horen we van verschillende kanten dat de vraag naar ‘schone werkkleren’ de Belgische bedrijfswereld bereikt heeft en er zijn positieve reacties van een aantal leveranciers van werkkleding. In deze richting willen we verdergaan : geïnteresseerde bedrijven aanmoedigen en ondersteunen om met ‘schone werkkleren’ op de markt te komen. Dat is misschien nog niet voor morgen, maar het belangrijkste is dat er aan gewerkt wordt.

Schone Kleren Campagne

De voorbije jaren heeft de Schone Kleren Campagne een doorbraak gerealiseerd op het vlak van sensibilisering en publieke opinie, het dagelijkse actieterrein van de sociaal-culturele organisaties en de derdewereldbeweging. Dankzij de Schone Kleren Campagne werken vakbonden, derdewereld- en sociaal-culturele organisaties samen rond het moeilijke thema van arbeid en globalisering. En ze richten zich met consumentenacties rechtstreeks tot het bedrijfsleven.

Bij de deelnemers aan de campagne leeft nu sterk de verwachting dat we de resultaten op dit terrein omzetten in resultaten op het bedrijfsvlak, het dagelijkse actieterrein van de vakbond. Bij verschillende bedrijven op de Belgische kledingmarkt stellen we momenteel vast dat het thema ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ inderdaad leeft en dat ze op zoek zijn naar manieren om in te spelen op deze tendens. Dit gaat verschillende richtingen uit: sociale projecten steunen, een gedragscode aannemen, een verantwoordelijke binnen het bedrijf aanduiden voor deze problematiek, een controledepartement oprichten, NGO’s uitnodigen voor bedrijfsbezoeken. En er wordt ook stevig geïnvesteerd in bedrijfscommunicatie over dit thema via folders voor de consument, jaarlijkse rapporten, deelname aan conferenties en debatten. Daarbij rijst de vraag of uiteindelijk niet meer geïnvesteerd wordt in marketing dan in beleid en praktijkmaatregelen.

Meer informatie over ‘Schone kleren op het werk’ op www.schoneklerenophetwerk.be  Mieke De Raedemaecker    0473/39.26.04, en www.schonekleren.be.

Vlaanderen (België)
Schone Kleren Campagne
c/o Wereldsolidariteit
Haachtsesteenweg 579
1031 Brussel
Belgium
T: +32-2-246 36 81
F: +32-2-246 38 85

Frieda De Koninck
02/246 36 81  
campagne@schonekleren.be

 

Kort verslag : inhoudstabel


1 mei voorbij

1 mei – hét feest van de internationale solidariteit - is weer achter de  rug. Ook FOS bleef die dag niet bij de pakken zitten. Naar goede gewoonte steken we dan immers van wal met onze jaarlijkse 1 mei-campagne. Die staat dit jaar in het teken van solidariteit met de arbeidsters in maquila’s en vrijhandelszones in heel de wereld. Meer informatie over onze 1 mei-campagne kon u al lezen in het vorige nummer van Kort Verslag.

Op tal van plaatsen in Vlaanderen waren we aanwezig om onze campagne nader toe te lichten. Het startschot gaven we op 24 april, met onze eigen solidariteitsmaaltijd voor ruim 170 eters in Brussel. Op 1 mei zelf waren we - in verspreide slagorde - aanwezig in Diest, Lommel, Mechelen, Mortsel, Kortrijk en Oostende. We gaven er tekst en uitleg over onze activiteiten, deelden folders uit en verkochten er ‘jaja’s’. In Mortsel en in Lommel stond er bovendien een solidariteitsmaaltijd op het menu. Daar doken we mee de keuken in. Zo slaagden we er met z’n alleen weer in het begrip ‘internationale solidariteit’ weer wat meer inhoud te geven.

Was u er op 1 mei niet bij? Onze campagne blijft lopen. En uw solidariteit betuigen kan uiteraard nog altijd: www.fos-socsol.be

Kort verslag : inhoudstabel


Werelddagje gezond

Op zaterdag 22 maart werd er in Berlaar een sterk staaltje van internationale solidariteit getoond. De mutualiteit van Mechelen-Turnhout slaagde erin een bruisend ‘Werelddagje gezond’ op het programma te plaatsen, in het teken van ‘gezondheidspromotie in Noord en Zuid’. Een gezonde leefstijl en omgeving zijn immers van groot belang. Maar toegang tot gezondheid is niet steeds even makkelijk. Derdewereldlanden worden immer nog steeds geconfronteerd met een tekort aan basisgezondheidszorg. Naar een dokter gaan is voor de plattelandsbevolking niet vanzelfsprekend. Nochtans blijft men in het Zuiden niet bij de pakken zitten. Zo is er bijvoorbeeld het project ‘Mutua del Campo’ in Nicaragua. Door de uitbouw van een mutualiteitsysteem kan de plattelandbevolking terugvallen op een dokter en medicijnen als het nodig is.

De mutualiteit van Mechelen-Turnhout wil deze actie graag ondersteunen door de opbrengst van de koffie-bar te schenken aan de Mutua del Campo. Verder kon je kennismaken met een aantal doorlopende activiteiten zoals een fototentoonstelling over de Mutua del Campo, driedimensionele kijkdozen over mensen met een  handicap in Noord en Zuid, Cubaanse Salsa voor beginners, een tango-initiatie. Ook voor de kinderen was het een solidariteitsfeest, ze konden genieten van een Vietnamese poppenkast en mochten zelf Afrikaans speelgoed maken.

 

Kort verslag : inhoudstabel


Educatie in de kijker: El caso Pinochet, een juridische thriller

Een film van Patricio Guzmán op video, met brochure met achtergrondinformatie

110 min, Nederlandse ondertiteling

In september 1998 bezoekt de Chileense senator voor het leven en dictator op rust Augusto Pinochet Londen. Pijn in de rug brengt hem naar het ziekenhuis. Amper uit de narcose ontwaakt, arresteert Scotland Yard hem op verdenking van overtreding van de VN-conventie aangaande marteling, terreur en genocide. Sinds 1973, het jaar van Pinochets bloedige coup tegen president Salvador Allende, hebben Chileense burgers duizenden dossiers verzameld over willekeurige arrestaties, martelingen, verdwijningen en executies. Dat archiveren heeft evenwel geen enkele vrijlating van gevangenen opgeleverd, geen enkele veroordeling van moordenaars, en het heeft evenmin geholpen één enkel 'vermist' persoon terug te vinden. Ook niet toen de dictatuur in 1989 ophield te bestaan en de Chileense rechtbanken formeel weer onafhankelijk werden.

In El caso Pinochet volgt Patricio Guzmán de verwikkelingen na Pinochets arrestatie. De vraag of door een veroordeling van Pinochet gerechtigheid zal geschieden, geeft de film de dynamiek van een juridische thriller. Guzmán verweeft in de voortgang van het juridische gevecht enkele bloedstollende getuigenissen van slachtoffers van de terreur, voor wie de zaak Pinochet erkenning van hun leed betekent en een begin vormt van het herwinnen van hun eigenwaarde.

Nergens veilig

De getuigenissen van de slachtoffers zijn indrukwekkend en geven een goed beeld van het leed dat Pinochet en zijn volgelingen hebben veroorzaakt.

Na deze reportage is het duidelijk dat geen enkele dictator ongestraft een groot deel van zijn eigen bevolking kan onderdrukken. Nergens op de wereld mogen misdadigers zoals Pinochet veilig zijn, zij moeten zich voor een rechtbank verantwoorden voor hun daden.

Voor wie?

Voor iedereen vanaf 16 jaar

Wat je moet betalen

De videofilm huren kost 2,50 euro voor een week.

Bij de film krijg je een brochure met achtergrondinformatie.

Bel 02/552 03 09 of mail naar edu@fos-socsol.be

Kort verslag : inhoudstabel


Abonneer je op onze nieuwsbrieven!

Vanaf mei kan je je abonneren op niet minder van drie elektronische nieuwsbrieven : over arbeid, over gezondheid en over duurzaam beleid. Vier keer per jaar krijg je in de brievenbus van je PC een bericht over deze thema’s, natuurlijk vanuit een Noord-Zuidinvalshoek. Zo blijf je op de hoogte.

Interesse? Mail gewoon even je elektronische adres door naar edu@fos-socsol.be

 Kort verslag : inhoudstabel


Mag het iets meer zijn?

FOS zegt daarop alvast volmondig ‘jaja’. Want we vragen meer respect voor de arbeidsrechten in de vrijhandelszones in heel de wereld.

Concreet vragen we: meer vakbondsvrijheid, meer collectief overleg, meer loon, meer werkzekerheid, betere arbeidsomstandigheden, meer oog voor veiligheid en gezondheid op het werk, striktere naleving van de internationale gedragscodes, minder lange dagen, minder hoge werktempo’s, betere betaling van overuren, stipte en volledige betaling van de lonen, meer ziekteverzekering voor de arbeid(st)ers én voor hun kinderen, meer respect, meer waardigheid, betere fysieke en psychologische behandeling, meer mogelijkheden voor vrouwen om op te klimmen naar hogere posten, geen controle op zwangerschap, recht op zwangerschapsverlof, betere sanitaire installaties…

Om onze campagne kracht bij te zetten, verkopen we jojo’s, die we voor de gelegenheid jaja’s noemen. Want ‘jaja’, voor FOS mag het iets meer zijn.

Steun de arbeiders en arbeidsters in de vrijhandelszones!
000-0000074-74
Onze partners verdienen uw steun!

Solidariteitsbon

Jaja, ik ben solidair met de arbeiders en arbeidsters in vrijhandelszones.

  • Ik wil mee actie voeren. Bel mij op om verder af te spreken.
  • Ik bestel … jojo’s aan 2 euro per stuk. Ik stort vandaag nog … euro op rekeningnummer 000-0000074-74 met vermelding ‘jaja’. De jojo’s worden opgestuurd na ontvangst van de betaling.

Naam en voornaam:

Straat en nummer:

Postcode en gemeente:

Leeftijd:

Telefoon:

Stuur deze bon naar FOS - Socialistische Solidariteit, Grasmarkt 105/46 in 1000 Brussel. Of bel 02/552.03.00. Je kan ook faxen op 02/552.02.96 of een e-mail sturen naar an.vandevelde@fos-socsol.be.

Kort verslag : inhoudstabel


 
     
 

siteplan | zoek | links | contact

 
 fos-socialistische solidariteit
 Grasmarkt 105 bus 46
 1000 Brussel
Tel: (+32) (0)2 552 03 00
e-mail: info@fos-socsol.be
fos op facebook

 191 landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie om de politici aan hun belofte te herinneren én de lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!

Webdesign| www.at10.be