11.11.11 gaat kilometers plastic buizen versleuren. Om ervoor
te zorgen dat drinkbaar water geen koopwaar wordt. Hoe we met het water op deze
wereld omspringen, is een politieke zaak. Voor het parlement dus, en niet voor
een handjevol aandeelhouders.
Drukte
over water?
Water is de business van de toekomst. Drinkbaar water wordt
schaars op deze wereld. En wat schaars is, kan je duur verkopen. Dat hebben een
aantal multinationals al lang begrepen. Op verschillende plaatsen in het Zuiden
hebben ze de waterdistributie al ingepikt, zoals in Ghana. Onder druk van de
Wereldbank heeft Ghana de drinkwatervoorziening moeten overlaten aan
privé-uitbaters. Tussen 1998 en 2001 is het water 7,5 keer duurder geworden. In
sommige delen van de hoofdstad besteden gezinnen nu 27 % van hun inkomen aan
water. Door de hoge waterprijs hebben de meeste mensen geen geld meer voor
gezondheidszorg. Het aantal meisjes dat van school gehouden wordt om te werken,
is gestegen met 25 %. Vrouwen zijn vaker ziek, omdat ze letterlijk het onderste
uit de kan drinken: het vervuilde bezinksel.
GATS uit
de doeken
Wat ons nog meer alarmeert: in de Wereldhandelsorganisatie is
het ‘dienstenakkoord’ in de maak, het zogenaamde GATS (General Agreement on
Trade in Services). Dit akkoord wil de handel in diensten vrijmaken
(liberaliseren), en de watervoorziening valt daar ook onder. Door GATS dreigen
landen in het Zuiden compleet weerloos te worden als multinationals de
waterdistributie willen binnenrijven. Meer nog, deze worden verplicht de rode
loper uit te rollen.
Bovendien verlopen die GATS-onderhandelingen in het grootste geheim. De Europese
Unie blijkt koploper om de watermarkt in het Zuiden open te breken, maar in ons
eigenste parlement is daarover nauwelijks een debat geweest. Toch wel
hallucinant. Terwijl zoiets vitaals als water eigendom wordt van een handvol
bedrijven, laten overheden zich muilkorven.
Wat kunt
ge daaraan doen, meneer?
De waterleiding leggen waar ze moet liggen: in het parlement.
Ja, in essentie gaat het daarover. We zien een globalisering waarbij de politiek
steeds meer terrein prijsgeeft aan privé-bedrijven. En waarbij de winstcijfers
voorgaan op het algemeen belang. De waterdistributie is een duidelijk voorbeeld.
Drinkbaar water is een fundamenteel recht, geen koopwaar. Hoe we met het water
op deze wereld omspringen, is een politieke zaak. Dat laten we niet over aan een
handjevol aandeelhouders.
11.11.11 eist dat in het parlement het debat gevoerd
wordt over het al dan niet liberaliseren van de waterdistributie en van andere
diensten. Onze politici moeten zich actief moeien met GATS, in plaats van zich
buiten spel te laten zetten door geheime onderhandelingen.
Leg de
waterleiding in het parlement
Om met een serieuze waterleiding naar het parlement te
trekken, verzamelen we vanaf nu tot 11 november plastic waterleidingsbuizen met
daarop een etiket met handtekening. Zo groeit tijdens het actievoeren de
waterleiding aan. En het publiek debat en de politieke druk.
Alle gelegenheden zijn goed om mensen aan te spreken en ze in
te wijden in het schimmige verhaal van water en GATS. Niet gemakkelijk, maar
belangrijk en het kan lonen (dat hebben we met de Tobin-taks gezien). En wees
gerust, wie het goed begrepen heeft, zal maar al te graag de actie willen
onderschrijven.
Na 11 november trekken we dan naar het parlement met een
gigantische waterleiding met duizenden handtekeningen erop. Dat wordt daar niet
alle dagen aan de deur gezet. De kans is dus groot dat we in de kijker lopen.
Maar vooraf moet het belangrijke veldwerk gebeuren.
Voor de
wateractie van 11.11.11 beschik je over heel wat ondersteuning. Voor de
activisten is er een actiemap met allerlei tips, massafolders, informatieve
posters, etiketten en kilometers waterleiding. Daarmee kan je aan de slag. De
actie loopt tot 11 november.
Wat was er te doen in Cancún?
Het Mexicaanse schiereiland Cancún was tussen 10
en 14 september het decor voor de recente ministerconferentie van de
Wereldhandelsorganisatie (WTO). Daar hadden de ministers het vooral over de
verdere liberalisering van de wereldhandel.
De conferentie van Cancún kaderde in de
Doha-onderhandelingsronde. Na twee jaar zat die ronde muurvast. Voor de
ontwikkelingslanden had ze nog niets opgeleverd. Zelfs niet in het zo
overduidelijke dossier als het patentenakkoord en de toegang tot geneesmiddelen.
Voor de rijke landen, de Verenigde Staten op kop, zijn de belangen van de
farmaceutische industrie belangrijker dan de vele duizenden slachtoffers van
epidemische ziekten in arme landen.
De rijke landen in Cancún hebben een nieuwe
forcing gevoerd om de WTO nog meer bevoegdheden te geven, met name op het vlak
van investeringen, overheidsaanbestedingen en concurrentieregels. De WTO zou zo
dé economische wereldregering worden en de gehele samenleving kunnen onderwerpen
aan de commerciële logica. Handel gaat vóór, ontwikkeling, milieu en sociale
rechten is een zorg voor later.
In die logica past ook de vrijmaking van de
diensten. Daarvoor heeft de WTO een apart kader gecreëerd, de GATS. Die
onderhandelingen hebben een eigen dynamiek en stonden in Cancún niet echt op de
agenda, behalve dat er enkele afspraken over het verdere tijdsschema konden
worden gemaakt. Wij hadden nochtans graag gezien dat de ministers in Cancún GATS
duchtig zouden amenderen.
11.11.11 verwerpt de liberaliseringsmanie en eist
samen met de vakbonden en milieuorganisaties dat de WTO en de
handelsliberalisering op hun plaats worden gezet. Handel moet ten dienste staan
van duurzame ontwikkeling en niet omgekeerd. De WTO mag zeker geen nieuwe
bevoegdheden krijgen.
Marc Maes
Meer informatie over Cancún en GATS vind je op
www.11.be
Muziektheater Water, mensenrecht of handelswaar?
De Vieze gasten hebben een bad genomen in de
waterproblematiek. Het is hen niet bevallen. Maar dat heeft weer een waterval
aan teksten en verhalen opgeleverd. En verontwaardiging op muziek. Over de
kleine vreugdes van de visser in het warme rioolwater. Over de bergkoning die
het water op flessen trekt, de vallei-slungels drooglegt en grof geld verdient.
Over de teloorgang van het schone leven aan de rivier. Over naïviteit en
doortrapte onderhandelaars. Over te veel en te weinig, over GATS en WTO, over
auto’s en tanden poetsen. Met op de koop toe een degustatie van de meest exquise
waters.
Van 29 mei tot 9 juni 2003 bezochten 150 Militanten van het
West-Vlaamse ABVV Cuba. Proef even van de sfeer door de foto’s en fragmentjes
uit de reisverslagen van de deelnemers.
‘Opvallend is
de afwezigheid van het portret van Fidel Castro in het straatbeeld. Che is wel
alomtegenwoordig, maar de huidige leider vind je alleen afgebeeld op
boekenkaften in stalletjes langs de wegen en in winkels in de steden. ‘
Erik Vandeursen
‘Vandaag brengen we een bezoek aan een touwslagerij. Weer
worden we met open armen ontvangen. De fabriek is oud, de verf bladert van de
muren. Enkele mannen lassen op ambachtelijke wijze machinestukken aan elkaar.
Ook de machines in de fabriek zijn sterk verouderd. Elders in de fabriek staan
recentere machines van Italiaanse makelij, de arbeiders tonen ze ons trots. Rond
de middag passeren we de eetzaal, enkele arbeiders zitten al aan tafel. In Cuba
krijgt iedere werknemer een gratis middagmaal. ‘
‘Cuba mag dan wel een derde wereldland zijn, op sommige
vlakken is het land toch vooruitstrevender dan je zou denken. Iedereen heeft er
een dak boven het hoofd en de Cubanen lijden geen honger (er zijn de gratis
middagmalen in scholen en fabrieken). Ook de gezondheidszorg draait goed, hoewel
niet altijd alle medicijnen voorradig zijn. En in de bedrijven wordt veel
aandacht besteed aan veiligheid, om het aantal arbeidsongevallen te beperken.
Maar Cuba heeft het niet gemakkelijk door de Amerikaanse boycot. En met de
instorting van de Sovjet Unie is het er alleszins niet beter op geworden. Niet
alle producten zijn voorradig en zowel landbouw- als industriemachines staan,
door gebrek aan wisselstukken, ongebruikt te roesten. ‘
‘Toerisme moet het land weer op de been helpen en de
staatskas vullen. De dollar werd als tweede valuta ingevoerd, daartegenover zijn
de in peso's uitbetaalde lonen vrijwel niks waard. Wie in de toeristische sector
werkt, en via fooien van toeristen aan dollars komt, leidt een rijkelijk leven.
Het ooit zo hoog gehouden gelijkheidsideaal wordt daardoor ondermijnd. ‘
Nadia Staes
‘Cuba gaat er
prat op de humanistische idealen in de wereld te willen nastreven. Zo werken er
enkele duizenden Cubaanse artsen in Afrika en in Centraal-Amerika en in Cuba
zelf zijn verpleegcentra en een school voor geneeskunde opgericht om mensen uit
andere continenten gratis op te leiden. Er zijn zelfs studenten uit de VS, maar
dan wel uit de kansarme buurten zoals de Bronx. ‘
‘De hele
ABVV-delegatie kreeg de kans om in discussie te treden met de Cubaanse vakbond
CTC (Central de Trabajadores de
Cuba). Vooral de drie terechtgestelde Cubanen,
die een boot kaapten om in de VS te geraken, vormden het gespreksonderwerp. De
Cubanen voelen zich gekweld door deze netelige en vervelende kwestie. Zelf zijn
ze tegen de doodstraf, maar in zeer uitzonderlijke situaties passen ze die toch
toe. In oorlogsomstandigheden bijvoorbeeld. En die zijn nog altijd van kracht,
menen ze, hoewel er geen tanks of militairen in het straatbeeld aanwezig zijn. ‘
‘De Cubanen vinden niet dat al die
argumenten de doodstraf rechtvaardigen, maar ze moesten een voorbeeld stellen om
de kapingen een halt toe te roepen, zo klonk het. Toch wees een ABVV-lid de
Cubanen erop dat het ABVV, als sociale beweging, nooit de doodstraf kan
goedpraten om ethische redenen. ‘
Tim Hautekeete
‘Wat ons het meest opviel, was de vernieuwing van het
wagenpark met meer recente en nieuwe auto’s. Het zou spijtig zijn, moesten de
oldtimers uit het straatbeeld verdwijnen, ze maken deel uit van het
straatmeubilair. Opmerkelijk is dat de lijnbussen Nederlandse afdankertjes zijn
die voor een comfortabeler openbaar vervoer moeten zorgen. Wat ons het meest
stoorde was de bedelarij die sterk is toegenomen. Duidelijk de invloed van het
toerisme. Iedereen tracht een graantje mee te pikken, waarbij je je kan afvragen
of het toerisme nu een vloek is of een zegen. ‘
Joël Vandenbogaerde, Monique Vanhooren
‘Onder een loodzware zwarte hemel vertrekken we naar ons
uiteindelijk doel: het sociaal project dat we financieren, samen met FOS. Met de
bouw van zestien sociale appartementen is zo’n vier jaar geleden gestart, vorig
jaar hadden er acht moeten klaar zijn, we bezochten toen enkel de funderingen.
Enkele typische voorvallen hebben de constructie vertraagd: het gebrek aan
basismaterialen en energie, de orkaan Mitch die de prioriteiten van het
regionaal bestuur elders legden, de soms lankmoedige benadering bij westerse
hulp. ‘
Eind
juli 2003 waren er parlementsverkiezingen in Cambodja. Dat was niet direct groot
nieuws voor de media in het Noorden.… Nochtans is de evolutie die Cambodja
doormaakt interessant. In 1992 pas kwam er, met een vredesakkoord, een einde aan
één van de bloedigste burgeroorlogen uit de geschiedenis. Wat de Rode Khmer
heeft aangericht, is gegrift in het collectieve geheugen van de mensheid. In
1993 waren er voor het eerst parlementsverkiezingen en nu, tien jaar later, is
er een behoorlijke stap gezet in de richting van een democratisch staatsbestel.
Maar hou staat het met de arbeidersrechten in Cambodja? Hebben zij gelijke tred
gehouden met de politieke evolutie? Enige tijd geleden trok een delegatie van de
provincie Limburg naar Cambodja, om projecten te evalueren die de provincie er
steunt. De delegatieleden gingen ook een kijkje nemen bij twee projecten van FOS
en praatten met Eric Willemaers, de landencoördinator voor FOS in Cambodja.
Eric
Willemaers: Er is inderdaad al
heel wat gebeurd op politiek vlak in dit land, maar de democratie blijft nog
altijd broos. Om maar één voorbeeld te noemen: de huidige koning Norodom
Sihanoek, die al decennia lang een grote rol speelt, wordt oud. Wat zal er
gebeuren bij zijn opvolging? De politieke vraagtekens die blijven hebben ook
invloed op de interne economische dynamiek en op buitenlandse investeringen. En
dus ook op de rechten die arbeiders kunnen afdwingen.
Dit is
natuurlijk Zuid-Oost Azië, een regio waar arbeidersrechten zo wie zo moeilijk
liggen en waar men voor een groot deel blijft zweren bij een ongebreidelde vrij
markt. Ik neem aan dat dit in Cambodja niet anders is.
Eric
Willemaers: Dat klopt. Na het vredesakkoord van 1992 is er een massa geld,
onder meer van de Verenigde Naties, naar het land gekomen. Er zijn
internationale programma’s opgezet om investeerders aan te trekken. Dat is
behoorlijk gelukt, maar die investeerders stelden natuurlijk hun eisen: niet te
veel gezeur over vakbondsrechten…. Veel investeerders kwamen ook uit andere
Aziatische landen –Zuid-Korea, Singapore, Japan.Als die landen elders in Azië
investeren zijn arbeidersrechten vaak hun laatste zorg. De NGO’s in Cambodja
–zowel de lokale als de internationale- stellen vast dat men hier teveel
blindelings blijft geloven in economische groei op basis van internationale
investeringen en handel. Terwijl er nauwelijks werk wordt gemaakt van een
consolidatie van het intern potentieel. Ik denk dan aan de landbouw en aan de
industrie en diensten die gericht zijn op de eigen behoeften.
Laten
we eens kijken naar het concrete project rond arbeidersrechten dat FOS hier
ondersteunt. Uw lokale partner daarin is de
‘Cambodian Labor
Organisation’ (CLO). Dat is een NGO en geen vakbond. Een bewuste keuze?
Eric
Willemaers: Eigenlijk wel. De vakbonden hier zijn bijzonder sterk gelieerd
met de politieke partijen. Vooral de ‘Cambodian People’s Party’ –dat zijn de
vroegere communisten- houdt een strakke greep op de vakorganisaties.Werken met
een NGO opent perspectieven om meer ongebonden te kunnen optreden en om zo het
doelpubliek directer te bereiken. Pas op, ik zie zeker ook de beperking hiervan.
Hoe dan ook zijn de ‘gelieerde’ vakbonden een belangrijke kracht die we niet uit
het oog verliezen. Daarom hebben we aan CLO duidelijk de boodschap gegeven dat
zij hun contacten met die vakbonden moeten uitbouwen.
CLO
concentreert zich ook op één sector: de textielarbeiders. Een belangrijke sector
natuurlijk in heel Zuid-Oost Azië. Stellen zich daar specifieke problemen hier
in Cambodja?
Eric
Willemaers: De voorbije jaren is de textielsector hier explosief gegroeid. Er
werken nu ongeveer 200.000 mensen. Maar het is ook een zeer kwetsbare sector:
textielfabrieken kan je heel makkelijk ‘verplaatsen’. Toen de Filippijnen en
Thailand ‘te duur’ werden, kwamen de textielbazen naar Cambodja .Nu de arbeiders
zich hier beginnen te verenigen en voor hun rechten opkomen, dreigt er een
uittocht naar nog goedkopere landen zoals Laos of Birma. De overheid is daarom
ook niet echt opgezet met vakbondswerk in deze sector. Bij betogingen of andere
acties wordt er meestal hard opgetreden. Onlangs is daarbij nog een arbeider
omgekomen. Lokale NGO’s en vakbonden kunnen onze steun dan ook zeker gebruiken!
Het
beeld dat je schetst is niet echt optimistisch.
Eric
Willemaers: Er gebeuren zeker ook positieve dingen. Zo werd op 1 mei –sterke
symboliek- de ‘Arbitration Council’ opgericht, die bestaat uit deskundigen die
de overheid, de werknemers en de werkgevers vertegenwoordigen.De raad bemiddelt
in arbeidsconflicten Tot nu toe zijn er een tiental zaken behandeld en telkens
is er een voor iedereen aanvaardbare oplossing gevonden.Dus we moeten niet te
pessimistisch zijn.
Kan je
tenslotte nog even de activiteiten van CLO schetsen?
Eric
Willemaers: Zoals bijna overal werken in de textielsector vooral vrouwen. CLO
biedt een aantal onder hen een vorming aan zodat ze zicht krijgen op hun rechten
en ook aan hun medearbeidsters de boodschap kunnen doorgeven.Daarnaast werken ze
ook aan vakbondsopbouw, met de uiteindelijke bedoeling om meer onafhankelijke
vakbonden te creëren. Er is ook een stuk lobbywerk bij, met de bedoeling het
arbeidsbeleid van Cambodja te beïnvloeden. En natuurlijk vormen ze permanent hun
eigen personeel.
Investeert u in de wapenindustrie? Zeg niet te gauw
‘nee’!
Netwerk Vlaanderen, Forum voor Vredesactie en
Vrede starten een campagne tegen de financiering van wapenproducenten
‘Not
in my name!’ was de bekendste slogan
tegen de oorlog in Irak. Veel mensen gaven duidelijk de boodschap dat de oorlog
niet in hun naam mocht worden gestreden. Misschien liep je zelf wel mee in een
betoging. Maar hoe zit het met jouw geld? Kan de bank garanderen dat dat geld
niet gebruikt wordt om de wapenindustrie te steunen, en dus indirect ook de
oorlogen die met deze wapens gevoerd worden? Geld dat je toevertrouwt aan de
bank wordt immers onder andere gebruikt om bedrijven te financieren of aandelen
van die bedrijven te kopen. Zo is het best mogelijk dat je investeert in de
wapenindustrie zonder dit te beseffen.
De campagne ‘Mijn geld. Goed geweten?’ streeft naar
meer transparantie en duurzaamheid in de financiële wereld. Omdat investeringen
in de wapenindustrie niet duurzaam - en verre van transparant - zijn, roept
Netwerk Vlaanderen, samen met Vrede en Forum voor Vredesactie, de banken op het
matje.
Jouw bank en de wapenindustrie
Aangezien de banken
weigeren kenbaar te maken welke bedrijven ze financieren, komt er aan het
onderzoek voor
‘Mijn geld. Goed geweten?’ wat detectivewerk te pas. Welke banken financieren nu eigenlijk welke
wapenproducenten? Netwerk Vlaanderen onderzoekt momenteel de vijf grootste
bankgroepen die in België actief zijn - Fortis, ING, Dexia, KBC en AXA - en hun
linken met 9 grote internationale en twee Belgische wapenproducenten. De
voorlopige resultaten liegen er niet om. Eind oktober zal het onderzoeksrapport
bekend worden gemaakt en worden de banken geconfronteerd met de feiten.
Doe mee aan ‘Mijn geld. Goed geweten?’
Door de campagne ‘mijn geld. Goed geweten?’
te ondersteunen werk je actief mee aan een duurzamere wereld.
Op 5 november word je vanaf 19u verwacht
op de Kouter in Gent. Daar gaat ‘mijn geld. Goed geweten?’
officieel van start. Met muziek, feest, video, een klankbombardement en veel
meer, laten we bij de bankwereld van ons horen. Je kan ook deelnemen aan een
petitie en mee helpen campagnemateriaal verspreiden. Via ons e-zine houden we
je op de hoogte van alle activiteiten.
Wapenproductie in de lift
Niet alleen in België zit de wapenproductie momenteel terug
in de lift. Ook internationaal floreert de business. Af en toe drijft er een
schandaal boven water, denken we maar aan de Belgische FN-levering van MINIMI's
aan het Nepalese koninkrijk, een land in burgeroorlog. Of de Mecar leveringen
van tankmunitie met verhoogde penetratiegraad aan het Midden-Oosten en
Noord-Afrika. Maar dit is maar het topje van de ijsberg. De meeste schandalen
komen nooit boven water, omdat haast geen enkele overheid openbaarheid van
bestuur kent als het over wapenhandel gaat. Toch zijn bijvoorbeeld lichte wapens
net de wapens bij uitstek die gebruikt worden voor ernstige
mensenrechtenschendingen. Tussen 1945 en 2000 werden er niet minder dan 347
miljoen lichte wapens legaal geproduceerd. Legaal zijn er nu een 550 miljoen
lichte wapens in omloop. Dat is één wapen per 11 aardbewoners. De helft van deze
lichte wapens is in privébezit. Schattingen van het illegale wapenbezit is
onmogelijk. Maar met ons geld op de bank wordt nog verder geïnvesteerd in de
productie van deze wapens.
Banken financieren natuurlijk niet alleen bedrijven die
geweren, mitrailleurs of mortieren produceren en verkopen aan arme landen met
(potentiële) conflicten. Ook producenten van hoogtechnologische wapensystemen,
zoals Boeing, Lockheed Martin en het Europese EADS - die de kapitaalkrachtige
landen van kernwapens en ander groot wapentuig voorzien – hebben financiering
nodig. EADS verwacht de komende drie jaar een stijging van hun militaire
productie met maar liefst 66%. Een belangrijke reden hiervoor is dat de Europese
staten een efficiënte Europese interventiemacht willen uitbouwen. Hierbij wordt
al te makkelijk vergeten dat de Europese Unie zelf aan de basis ligt van heel
wat gewapende conflicten, door oneerlijke Noord-Zuidverhoudingen, maar ook
doordat de landen van de EU op grote schaal wapens exporteren. Zo werd Irak in
de jaren ’80 massaal bevoorraad met hoogtechnologisch wapenmateriaal door
Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Duitsland. Ook België leverde
wapensystemen aan Irak. Ondanks alle protest tegen de oorlog in Irak en tegen de
bedrijven die de nodige wapens leverden, blijven de banken de wapenindustrie
vlot van kapitaal voorzien.
Kies voor een duurzaam alternatief
Wil je minstens de garantie dat jouw geld niet gebruikt wordt
voor de financiering van de wapenindustrie? Er zijn duurzame spaar- en
beleggingsproducten op de markt die financieringen van de wapenindustrie
uitsluiten. Je kan er ook voor kiezen een specifiek project of bedrijf te
ondersteunen, bijvoorbeeld met een lening aan de school van jouw kind, of
aandelen bij een bedrijf in jouw buurt. Zo kan je aandelen kopen van het
Gents Ecologisch Centrum. Op die manier weet je zeker dat jouw geld bijdraagt
tot een project waar je achter staat.
In oktober lanceert Netwerk Vlaanderen een website die een
overzicht geeft van alle duurzame spaar- en beleggingsvormen. Hier kom je ook te
weten of deze alternatieven al dan niet de garantie bieden dat jouw geld uit de
wapenindustrie blijft.
Geïnteresseerd in de campagne ‘Mijn geld. Goed geweten?’
Als u de campagne financieel wilt steunen, kan dat op het
rekeningnummer 001-135 33 13-45, met de mededeling ‘mijn geld. Goed geweten?’.
Giften vanaf 30 Euro zijn fiscaal aftrekbaar.
Luciana Valle Valdés was onze Cubaanse gaste tijdens het
project ‘My Voice! My Life’, zij bezocht samen met de Zuid-Afrikaanse Henrietta
Ipeleng Bogopane van 3 tot 10 juni een aantal Vlaamse organisaties en
instellingen die werken rond personen met een handicap. Dit jaar is immers het
Europees jaar van personen met een handicap.
De Bulgaarse gasten konden we spijtig genoeg maar op het
einde van het programma verwelkomen.
De zoektocht naar….
Vanuit het standpunt dat mensen uit andere culturen een
handicap anders beleven, niet beter of slechter, maar gewoon anders, kreeg het
programma vorm. Wij twijfelen er niet aan dat de manier waarop wij kijken naar
en omgaan met personen met een handicap maar één van de vele mogelijkheden is.
Een kritische reflectie door mensen die van op een afstand observeren, vanuit
een totaal andere cultuur en andere beleving van het wereldgebeuren, kan zeker
zorgen voor een bredere kijk op de Belgische en Vlaamse aanpak van het beleid op
vlak van personen met een handicap.
Op stap in Vlaanderen
We
gingen op stap met Luciana en Henrietta en bezochten tal van instellingen die
werkten rond personen met een handicap: de socialistische mutualiteit, dagcentra
, vrijetijdscentra, onderwijsinstellingen, centra voor begeleid werk en wonen,
enz… Na enkele bezoeken kwamen Luciane en Henrietta tot de vaststelling dat
bijna geen enkele verantwoordelijke van de centra en organisaties zelf een
persoon met een handicap was. Dit tot grote teleurstelling van onze buitenlandse
gasten. Ze vroegen zich af hoe je emancipatorisch kan werken en integratie kan
bevorderen zonder personen met een handicap in beleidsfuncties te hebben. In
Cuba bijvoorbeeld kan je geen managementfunctie uitoefenen in een organisatie
die werkt rond personen met een handicap als je zelf geen handicap hebt. In
Zuid-Afrika kent men het ‘mainstreamprincipe’: overal in de maatschappij kan je
personen met een handicap terug vinden, dus ook in het parlement zitten personen
met een handicap. In Cuba en Zuid-Afrika onderstreept men waarden als ‘familiale
solidariteit’, het is een overlevingsstrategie. Familiale contacten en
buurtcontacten zijn er als het ware een natuurlijk gegeven waardoor ook personen
met een handicap vrij makkelijk in de maatschappij worden geïntegreerd. In
Vlaanderen werd voornamelijk een ‘zorgbenadering’ vastgesteld. Ze vroegen zich
dan ook af of men niet beter het ‘medisch model’ zou vervangen door een ‘sociaal
model’ van benadering. En dit bereik je niet enkel door je taalgebruik te
veranderen, zoals men bijvoorbeeld in Vlaanderen de term ‘rolstoelpatiënt’ niet
meer gebruikt, maar nu spreekt over een rolstoelgebruiker. De volledige
benadering moet hiervoor onder de loep genomen worden.
Gratis
voor iedereen
Het
systeem van inclusief onderwijs werd als positief beschouwd, maar blijkt meer
uitzondering dan regel te zijn. In Cuba is het onderwijs gratis, ook voor
personen met een handicap wordt er gezorgd dat zij gratis naar school kunnen
gaan. Zuid-Afrika staat heel sterk in het uitbouwen van inclusief onderwijs. De
opmars tegen de rassenhaat heeft bepaalde lagen van de bevolking versterkt in
het opkomen van hun rechten. Ook personen met een handicap zijn sterk beïnvloed
door de strijd voor mensenrechten. Openbare scholen moeten niet enkel openstaan
voor blank en zwart, maar ook voor personen met een handicap. De scholen zijn
verplicht om de nodige voorzieningen te installeren voor deze personen.
Onze buitenlandse gasten ontdekten een aantal praktische
concepten die ook bij hen een weerklank zouden kunnen vinden. De ‘artotheek’,
een uitleensysteem van kunstwerken door kunstenaars met en zonder handicap vond
veel positieve weerklank.
Na de bezoeken kregen onze gasten de kans om hun indrukken
weer te geven tijdens een debatnamiddag met een aantal beleidsmakers uit
Vlaanderen.
Wat is er nog meer?
Als opvolging van dit project reist er momenteel door
Vlaanderen een tentoonstelling over diversiteit met bijzondere aandacht voor
personen met een handicap, en er volgt een klassencompetitie. Wil je meer weten
over deze initiatieven surf dan naar:
www.myvoicemylife.org
De map geeft verduidelijking bij het Israëlisch-Palestijns
conflict aan de hand van tien themabladen, fiches en kaarten.
De brochure is opgedeeld in tien verschillende thema’s die
verschillende facetten van het conflict belichten.
De themabladen op een rijtje:
1 1948: an-Nakba en Israël
2 vluchtelingen
3 kolonies
4 landbouw en water
5 arbeid en economie
6 de jaren ’90: vredesproces?
7 internationaal
8 Palestijnse samenleving
9 Israëlische samenleving
10 Jeruzalem
Inleiding
De educatieve map wordt ingeleid met een historisch overzicht
van het conflict, een gebruiksaanwijzing, een bibliografie voor verdere
raadpleging, een lijst van video’s en websites.
Themabladen
In tien themabladen worden verschillende facetten van het
conflict bondig samengevat met de nodige illustraties en grafieken. Na elk thema
zijn er verwijzingen naar bronnen en websites opgenomen die verdieping mogelijk
maken.
Fiches en kaarten
Naast de themabladen zijn fiches opgenomen met kaarten,
enkele daarvan zijn transparant. Op de achterkant van de fiches worden een
aantal gangbare mythes weerlegd, die eventueel als aanknopingspunt voor
discussie kunnen worden aangehaald. De map is in eerste instantie bedoeld voor
leraren en vormingswerkers. Maar voor iedereen die meer duidelijkheid wil over
het Israëlisch-Palestijns conflict is deze map een aanrader.
CD-rom
Interactief lesmateriaal over het conflict
De CD-rom is opgebouwd zoals een website met startpagina,
waar makkelijk kan worden doorgeklikt. De link met internetbronnen kan snel
gemaakt worden en alle onderdelen kunnen vlot worden afgeprint. Als het les- of
vormingslokaal is uitgerust met een LCD-projector kan men hiermee de kaarten en
de powerpointslides projecteren.
Extra’s op de CD-rom: landeninfo (cijfers en tabellen), een
verklarende woordenlijst, een tijdslijn en een opsomming van de belangrijkste
VN-resoluties.
Tentoonstelling
De informatieve tentoonstelling bestaat uit zeven panelen die
met een handig systeem in elkaar klikken. Op de voor- en achterzijde prijken
kaarten, foto’s en teksten over verschillende thema’s op een bordeaux
achtergrond.
De tentoonstelling is verpakt in twee handige draagzakken en
transporteerbaar met de wagen.
Voor wie?
Door zijn laagdrempeligheid, gebruiksvriendelijkheid,
uitstraling en volledigheid kan de tentoonstelling een breder publiek aan vanaf
16 jaar. Voor iedereen die een activiteit over Palestina wil organiseren.
Hoeveel moet je betalen?
map: 3 euro
CD-rom: 3 euro
Map+CD-rom: 5 euro
Tentoonstelling: gratis (mits waarborg van 125 euro)
Wil u op de hoogte blijven van het wereldnieuws, maar mist u
soms de tijd of het juiste kanaal? In opdracht van de Vlaamse Overheid
ontwikkelde het internationale nieuwsagentschap Inter Press Service (IPS) samen
met MO* (mondiaal magazine) voor u de oplossing: het IPS-Weekoverzicht.
Het IPS-Weekoverzicht brengt in een wekelijkse digitale
nieuwsbrief thema’s die het in de traditionele media niet zo goed doen:
mensenrechten, economische globalisering, internationale samenwerking,
Noord-Zuidrelaties, internationale aspecten van milieu en duurzame ontwikkeling,
nieuws uit de concentratielanden van de Belgische/Vlaamse
ontwikkelingssamenwerking…
Elke vrijdag krijgt u in uw
mailbox een evenwichtige samenvatting van de beste IPS-artikelen van de week
over deze thema’s, aangevuld met de belangrijkste bijdragen die op minder
bekende nieuwssites en in een reeks van belangrijke publicaties zijn verschenen.
Bij elk artikel in het IPS-Weekoverzicht staan talrijke nuttige verwijzingen
naar documenten en andere bijdragen die op het net te vinden zijn. Het
belangrijkste onderwerp van de week wordt extra uitgediept.
Een abonnement is volledig gratis. Bovendien kan u zelf de onderwerpen selecteren die u het meest
aanspreken of waarin u het meest bent geïnteresseerd.
Is uw nieuwsgierigheid
geprikkeld? Wil u ook de onderkant van het nieuws kennen? Surf dan nu naar
www.ipsnews.be/nieuwsbrief/default.asp en abonneer u op het
IPS-Weekoverzicht. Gratis, maar niet gratuït.
Van 12
juli tot 1 augustus had voor de vierde keer de werkbrigade plaats, het product
van een succesrijke samenwerking tussen Algemene Centrale (AC) van het ABVV en
FOS. Deze keer trokken de AC-militanten met FOS naar Peru waar ze ontvangen
werden door de CGTP, één van de drie grote Peruaanse vakbondscentrales die
1.200.000 leden telt. Zoals steeds zocht deze brigade naar een evenwicht tussen
ervaringen uitwisselen, samen werken en ontspanning.
Welkom
De
brigadisten werden hartelijk door de mensen van CGTP ontvangen. Die hechtten
duidelijk veel belang aan dit bezoek en zagen deze ontmoeting als een unieke
gelegenheid om hechtere banden aan te gaan met hun Belgische collega’s. AC en
CGTP wisselden tijdens een persconferentie symbolisch schild en vlag uit.
Van
meet af aan was het duidelijk dat het neoliberalisme ook in Peru veel
slachtoffers maakte: enorme werkloosheid, gepensioneerden die hun uitkering niet
uitbetaald krijgen, … De AC-brigadisten toonden zich solidair en stapten mee
vooraan in een protestmars om de eis van respect voor de rechten van ontslagen
werknemers kracht bij te zetten.
Verder
stonden vergaderingen met vakbondssecretarissen, voorzitter en algemeen
secretaris van de CGTP op het programma. De brigade bezocht voorts een werf, een
organisatie voor gepensioneerden en een opleidingscentrum voor bouwvakkers. Ze
werd uitgenodigd om deel te nemen aan een vrouwencommissie en kreeg een
ereplaats op het nationaal congres ter herdenking van een belangrijke staking in
1977.
Werken!
Deze
brigade zou de naam werkbrigade niet waardig zijn, mocht ze niet de handen uit
de mouwen gestoken hebben. Samen met Peruaanse werkloze bouwarbeiders fristen de
brigadisten de gevel van de CGTP-zetel in Lima op. In Cusco werd een nieuw dak
voor een opslagplaats van de Peruaanse bouwfederatie FDTC in elkaar getimmerd.
Dit onderdeel van de brigade maakte nauwere contacten met onze Peruaanse
kameraden mogelijk.
Zon,
zee en ruïnes
Peru
biedt meer dan een strijdbare, creatieve en gastvrije bevolking. Eeuwenoude
culturen hebben hun sporen nagelaten. Als AC-werkbrigade konden we de unieke
gelegenheid om kennis te maken met eeuwenoude bouwstijlen niet aan onze neus
laten voorbijgaan. We bezochten Machu Picchu, de ruines van Pachacamac, de Valle
Sagrado, de stadscentra van Cusco en Lima.
De
werkbrigade is voor de vierde keer op rij een succes gebleken. Na drie
intensieve weken keerden we voldaan en een pak ervaringen rijker naar België
terug.
AC en
ABVV gaan nu hun solidariteit met CGTP structureel uitbouwen door een
vormingsprogramma te ondersteunen.
FOS is sinds
kort lid van Wereldmediahuis vzw, uitgever van MO*,
het nieuwe Mondiale Magazine van de Noord-Zuidbeweging
dat maandelijks
informeert over wat reilt en zeilt in de wereld.
Daarmee engageren we ons om MO* beter bekend te maken bij een breed
publiek. Zo verspreiden we voortaan kennismakingsnummers op onze eigen
activiteiten. En op onze website vind je steeds uitgebreide informatie over de
jongste MO*.
In de MO*
De
wereld is het centrale onderwerp in MO*.
Daarmee gaat het blad zowel in tegen de tendens naar buitenlandberichtgeving als
de tendens om binnen die buitenlandberichtgeving steeds minder ‘mondiaal’ en
steeds meer Europees te werken. Bovendien wil MO* eerder inzicht geven in
onderliggende tendensen en langetermijnbewegingen dan te surfen op de golven van
geweld, rampen en schandalen.
MO* bekijkt de wereld door de ogen van het Zuiden, met
aandacht voor vragen van die mensen en groepen die gemarginaliseerd worden door
de huidige globalisering of door de consequenties van eeuwenoude
machtsstructuren.
De informatie
vertrekt op de eerste plaats van gewone mensen in de hele wereld. Hun dromen en
verwachtingen, hun strijd en teleurstelling, hun invulling van geluk en
ontwikkeling staan centraal.
MO* met een
missie
MO* richt zich in eerste instantie
op de 15 procent Vlamingen die aanspreekbaar zijn over mondiale thema's. Zo wil
de vzw degelijke en betrokken informatie over het Zuiden toegankelijk maken voor
een zo ruim mogelijk publiek. En de missie van Wereldmediahuis is niet van de
minste. MO* wil het Nederlandstalige referentiemagazine zijn voor wie in
Vlaanderen betrouwbare informatie wil over de globaliserende wereld, en over
mensen die zich verzetten tegen de negatieve gevolgen van de globalisering.
Structurele samenwerking
MO* is het resultaat van de intensieve samenwerking tussen
verschillende Noord-Zuidorganisaties. Voor distributie en abonnementenbeheer
slaat MO* de handen in elkaar met Roularta Media Group, uitgever van onder ander
Knack. Daardoor bereikt mondiale informatie meteen een veel ruimer publiek. Wat
op zich dan weer betere vertrekvoorwaarden biedt voor de sensibilisering van de
bevolking. En door
te investeren in MO* wil ook FOS het draagvlak voor internationale samenwerking
in Vlaanderen helpen versterken.
Meer info?
MO* verschijnt tien keer per jaar elke laatste woensdag van
de maand. Knack-abonnees ontvangen MO* maandelijks in het Knack-pakket. MO* is
niet apart verkrijgbaar in de winkel. Een jaarabonnement kost € 25. Voor alle
informatie over abonnementen kan je terecht op het gratis nummer 0800/ 158 63,
via
mo@abonnementen.be of op
www.abonnementen.be.
Er is ook een
e-zine en een webstek met veel links.
Wie wekelijks de elektronische nieuwsbrief e-MO* wil
ontvangen, kan zich inschrijven via
www.mo.be.
Stuur uw wensen de wereld rond, met de groetjes van FOS
Ze zijn er weer, de wenskaarten van FOS: een nieuwe reeks van
vier prachtige beelden voor een schitterend eindejaar. Vrolijk, kleurrijk,
werelds. Een teken van solidariteit. Ideaal toch, om uw allerbeste wensen over
te brengen?
Stuur een kaartje van FOS. Zo kan u tegelijk uw
bekommernis om de wereld uiten én aan professionele relaties, kennissen en
familie prettige feestdagen wensen. Een prima idee voor uw eindejaarswensen, én
een steuntje in de rug voor onze partners in het Zuiden.
Een
pakje met vier wenskaarten (+ omslagen) kost 3 euro (excl. verzendingskosten).
Ook grote bestellingen zijn welkom, voor je dienst of je afdeling. Vanaf tien
pakjes betaal je 2,75 euro (excl. verzendingskosten). Bestellen kan bij FOS.
Schrijf een briefje of bel ons even. FOS - Socialistische Solidariteit, t.a.v.
Jean-Marie, Grasmarkt 105/46, 1000 Brussel.
Tel. 02/552 03 03, fax 02/552 02 96, e-mail:
jean-marie.peere@fos-socsol.be
KLIK HIER OM
WENSKAARTEN TE BEKIJKEN EN ONLINE TE BESTELLEN !!
Wil je een uitgebreider jaarverslag? Geef ons dan gewoon een
seintje!
2002: een
bijzonder jaar
Als we terugblikken dan zien we dat 2002 toch wel een
bijzonder jaar was. Het was een planningsjaar. Een jaar waarin we de
beleidsopties voor de volgende vijf jaar neerschreven. In 2002 stuurden we onze
begeleidingsmethode voor de realisatie van acties en activiteiten ook bij. We
willen immers betere resultaten halen en beantwoorden aan de eisen die zich
tijdens de volgende periode zullen stellen.
We bekijken een aantal gebeurtenissen die ons over 2002
zullen bijblijven. Maar dat wil niet zeggen dat we geen aandacht besteed hebben
aan onze normale werking. Het blijft immers ons doel om samen met onze partners
een oplossing te vinden voor de scheve machtsverhoudingen in de wereld. Wij
willen met onze acties en activiteiten in het Zuiden en het Noorden een steentje
bijdragen om die grote bevolkingsgroepen die in armoede leven en van rechten
verstoken blijven toegang te geven tot politieke, sociale en economische
middelen. Hun lotsverbetering staat centraal in onze werking.
Vijfjarenprogramma
In 2002 schreven we een nieuw vijfjarenprogramma. In het
nieuwe programma, dat van start ging in 2003, hebben we onze werkterreinen beter
afgebakend. Dit geeft ons de mogelijkheid om te specialiseren, maar biedt ook
kansen voor uitwisselingen en permanente solidariteitsrelaties.
Het nieuwe programma sluit ook beter aan bij de leefwereld
van onze achterban in Vlaanderen. We hopen zo om maximaal gebruik te kunnen
maken van de kennis die er bij de socialistische beweging hier aanwezig is. En
we willen onze sensibiliseringsacties en beleidsbeïnvloeding in Vlaanderen
versterken. De druk van de mensen uit het Noorden is belangrijk om de scheve
machtsverhoudingen op wereldvlak aan te pakken.
Nieuw
kantoor
Het zal voor de buitenwereld wel niet echt belangrijk lijken.
Maar voor de FOS-ploeg in Brussel betekent het een grote verandering…
In 2002 kocht FOS kantoren op de Grasmarkt in Brussel. Na een
grondige verbouwing konden we er op 1 januari 2003 in. We beschikken nu over
mooie, lichte en luchtige lokalen waar het aangenaam is om te werken en
bezoekers te ontvangen.
Actieplatform Palestina (APP)
In 2002 gaf de Noord-Zuidbeweging samen met enkele vredes- en
solidariteitsorganisaties een nieuw elan aan het Actieplatform Palestina.
De Israëlische bezetting van Palestina en het geweld in het
Midden-Oosten is verschrikkelijk voor de lokale bevolking. Dat verdient aandacht
van de internationale gemeenschap. In Vlaanderen sensibiliseert het APP. Met een
tentoonstelling, een informatiemap en een aantal sprekers trekt het platform
naar scholen en groepen. Af en toe ontvangt APP ook Palestijnen die hier hun
verhaal komen vertellen. En het APP stuurt vrijwilligers voor observatiemissies
naar Palestina en naar Israël. Waarschijnlijk is het APP het meest bekend door
de boycotactie van Israëlische landbouwproducten. Daarmee kan elk individu zijn
ongenoegen uiten over de bezetting van Palestina.
FOS is een actief lid van het actieplatform. Het secretariaat
van APP is in de nieuwe FOS-kantoren gevestigd. En onze algemeen secretaris is
voorzitter van het platform.
Onze Zuidwerking
Bolivia
Sinds 2002
ondersteunt FOS indirect de economische activiteiten van de partners via
organisatorische en politieke versterking van de partners, vooral via vorming
over diverse thema’s. Dat zorgt ook voor een toename van de aangesloten leden
van deze organisaties.
De MNR,
één van de traditionele neoliberale partijen, won de algemene verkiezingen van
juni 2002. Het neoliberale beleid van de vorige regering wordt door de huidige
coalitie voortgezet. Kern van het beleid is bevordering van de economische groei
en werkgelegenheid om de grote armoede in het land te bestrijden. Maar op het
platteland leeft nog steeds 90% tot 95% van de bevolking onder de armoedegrens.
Verrassend tweede werd de MAS, voorvechter van vrije cocateelt in Bolivia en
beschermer van de belangen van de (kleine) cocaboeren. Via de MAS en ook via
andere partijen werden voor het eerst in de geschiedenis van Bolivia een groot
aantal vertegenwoordigers van kleine boeren, inheemse en stedelijke
lagere-inkomensgroepen gekozen in het parlement. Dit heeft potentieel grote
gevolgen voor de doelgroep van FOS in Bolivia: zij hebben nu meer toegang tot de
macht gekregen en kunnen via hun volksvertegenwoordigers proberen wetten te
presenteren die hun belangen respecteren.
De
discriminatie tegen de inheemse bevolkingsgroepen is nog steeds sterk en zij
hebben nauwelijks invloed op het regeringsbeleid ondanks het feit dat ze de
meerderheid van de bevolking vormen.
Een toenemende
zorg voor de kleine boeren is de groeiende regionale integratie en
internationale handel. Door het wegvallen van beschermende maatregelen zoals
invoerheffingen wordt Bolivia steeds meer overspoeld door voedselproducten uit
andere landen.
Een belangrijk
thema in 2002 was de toegang tot grond. Bolivia kent een zeer ongelijke
verdeling van grondbezit waarbij grote delen van het land in handen zijn van
invloedrijke families en van (ex-)militairen. Enige jaren geleden is er een
nieuwe landhervormingswet afgeroepen die echter zeer langzaam wordt uitgevoerd.
Chili
De steun van FOS in Chili richtte zich in 2002 hoofdzakelijk
op territoriale inheemse organisaties van vooral Mapuche-indianen in de
zuidelijke regio’s. Die hebben een sterk politiek karakter omdat zij meer
beslissingsrecht over de ontwikkeling van hun grondgebied wensen, en op dit
moment zijn ze de krachtigste volksbeweging van Chili. De afgelopen jaren hebben
ze met hun acties meerdere malen de internationale berichtgeving gehaald.
Volgens de
volkstelling in 2002 is de armoede verder gedaald tot 21%, de
inkomensongelijkheid behoort echter nog steeds tot de grootste van Zuid-Amerika.
In de
zuidelijke regio’s van het land wordt de strijd van de Mapuche-bevolking om haar
(land)rechten steeds grimmiger en de regering tracht met allerlei middelen de
sociale onrust te verminderen. Inmiddels zitten 70 Mapuche-leiders op verdenking
van terroristische activiteiten achter slot en grendel.
Ondanks dit
instabiel sociaal-politiek klimaat is de
Chileense overheid erin geslaagd om in 2002 vrijhandelsakkoorden met de Europese
Unie en met de Verenigde Staten te tekenen. Die maken de toetreding van Chili
tot MERCOSUR onwaarschijnlijk en Chili stelt zich weerom op als extreem
neoliberaal eiland in Zuid-Amerika.
De landbouwpolitiek in Chili
is gericht op export en grootschalige productie. De vrijhandelsakkoorden
vergemakkelijken de investeringen en activiteiten van transnationale bedrijven
terwijl het voor kleine boeren en indiaanse gemeenschappen steeds moeilijker
wordt zich staande te houden.
Voor de Chileense burger is
het moeilijk om inspraak te verkrijgen in nationaal of lokaal beleid.
In Chili werken bijna 1 miljoen arbeiders in de landbouw,
waarvan 30% seizoensarbeiders die werken in zeer slechte arbeidsomstandigheden.
Er zijn geen sociale voorzieningen, ze werken meer dan 12 uur op een dag en
worden vaak minder betaald dan het minimumloon. Deze sterk groeiende groep telt
vooral vrouwen. De aandacht voor milieuzorg neemt toe, nu onderzoek heeft
uitgewezen uit dat het aantal misvormde kinderen en spontane abortussen als
gevolg van blootstelling aan toxische stoffen bij landarbeidsters de normale
cijfers ruim overschrijdt.
Peru
Ook in 2002 werkte FOS in Peru vooral met basisorganisaties
in de landbouwsector. Die spelen in op de nieuwe uitdagingen en kansen op
overleg en beleidsbeïnvloeding, die het herstel van de democratie na Fujimori
hen biedt.
De hoofddoelstelling in de
arbeidssector bleef de organisatorische versterking van de CGTP, de oudste en
belangrijkste vakbondscentrale, actief in het ganse land en alle sectoren.
President
Alejandro Toledo en zijn regering verzwakten in 2002, wat de bestuurbaarheid van
Peru in gevaar bracht. De regeringspartij Peru Posible leed dan ook een
zware nederlaag bij de regionale en gemeentelijke verkiezingen waardoor het
politieke landschap grondig door mekaar werd geschud.
De regionale bewegingen
organiseerden zich in lokale partijen en bevochten de toegang tot het politieke
toneel voor omvangrijke sectoren die onder de dictatuur van Fujimori totaal
gemarginaliseerd bleven.
Op wettelijk
vlak is de decentralisatie flink opgeschoten. Binnen alle regionale regeringen
werd een Raad voor Regionale Coördinatie opgericht, waarin burgemeesters en
vertegenwoordigers van de civiele maatschappij deelnemen om een participatieve
begroting en een strategisch ontwikkelingsplan op te stellen.
De
regering reageerde steeds nadat het volksprotest uit de hand liep, aangezien ze
geen eigen plannen en voorstellen heeft om te anticiperen op dit protest. Een
deel van de sociale beweging gaf zijn geloof in de sociale dialoog op, en werkte
niet langer leefbare en duurzame voorstellen uit maar verkoos de harde
confrontatie.
De
strijd van de sociale beweging voor een
economische ommekeer bereikte haar hoogtepunt in de volksopstand in Arequipa
tegen de geplande verkoop van elektriciteitscentrales aan Tractebel, waardoor de
regering deze privatiseringen moest opschorten.
Cambodja
Internationale instellingen als IMF, Wereldbank en de Asian
Development Bank hebben een grote invloed op het huidige Cambodja. Zij promoten
een vrijgemaakte markt en privatisering van overheidsdiensten. Hierbij wordt
niet altijd rekening gehouden met de noden van de gewone Cambodjanen.
Textielarbeidsters werken voor een hongerloon in slechte omstandigheden, en
kleine boeren en vissers worden in hun bestaan bedreigd door de toenemende
commercialisering. De mogelijke toetreding van Cambodja tot de WTO, zal die
evolutie alleen nog versterken.
De Cambodjaanse overheid is na jaren burgeroorlog en
repressie nog erg zwak, en de uitvoering van bestaande wetgeving schiet soms
tekort. Organisaties die de belangen van de gewone Cambodjanen verdedigen,
hebben de steun van FOS dan ook broodnodig. De grote Cambodjaanse vakbonden zijn
echter erg gepolitiseerd en vertegenwoordigen hun leden niet naar behoren.
Boerenorganisaties staan nog in hun kinderschoenen.
De
arbeids-NGO CLO (Cambodian Labour Organisation), die jonge onafhankelijke
vakbonden met raad en daad bijstaat, is nog steeds uniek in Cambodja. De
hierboven beschreven tendensen doen vermoeden dat hun werk nog vele jaren
belangrijk zal blijven.
De
Britse NGO Health Unlimited deed aan basisgezondheidszorg in de provincie
Ratanakiri. Samakee werkte vooral rond landbouwtechnisch advies en
gezondheidsvoorlichting. Met beide organisaties werd de samenwerking in 2002
afgerond. Dat heeft meer te maken met de keuze van FOS om zich nog meer te
richten tot lokale belangenverdedigende organisaties, dan met de kwaliteit van
de partners zelf. Nieuwe partners die meer in het huidige FOS-beleid passen,
maken vanaf 2003 dan ook hun opwachting in Cambodja.
Vietnam
Hoewel het de laatste jaren aansluiting zoekt bij de vrije
wereldmarkt, is Vietnam nog steeds een communistische staat, met sterke
centralisatie en overheidscontrole. Er is weinig ruimte voor onafhankelijke
basisorganisaties, zoals FOS die wenst te ondersteunen. De bestaande
basisorganisaties zijn door de overheid gestuurd en gecontroleerd.
Dat geldt ook voor de partners die FOS al jaren steunde in
Vietnam: nationale boerenorganisaties en overheden voerden er landbouwtechnische
projecten uit in 2 gebieden in de Mekong-Delta (Vin Longh en het
Rietveldengebied). Eerder was al besloten om deze samenwerking tegen eind 2002
af te bouwen. Voor overname van de projecten werden wel nieuwe relaties
gecreëerd met basisorganisaties als de Farmer’s Asscoiation (FA) en de Women’s
Union (WU).
Nieuwe partners die meer pasten in het FOS-beleid bleken
onder de huidige situatie echter moeilijk te vinden. Er werd dan ook besloten om
de werking in Vietnam helemaal stop te zetten en het kantoor in Hanoi te
sluiten. Het nieuwe kantoor in Cambodja vanaf 2003 zal voortaan de FOS-werking
in Zuid-Oost-Azië opvolgen.
Palestina
In Palestina werd 2002 overheerst door de Palestijnse
Intifadah en de Israëlische onderdrukking daarvan. De Israëlische repressie had
een rampzalig effect op het Palestijnse economische en sociale leven. Arbeiders
konden niet meer naar hun werk in Israël. Palestijnse ondernemingen kregen het
verschrikkelijk moeilijk om het hoofd boven water te houden. Duizenden mannen
werden gearresteerd, gewond of gedood, waardoor hun vrouwen plots alleen kwamen
in te staan voor het gezinsinkomen. Werkloosheids- en armoedecijfers schoten als
gevolg van dit alles de hoogte in.
Onze beide partners in de sector arbeid, DWRC en PWWSD,
hebben geprobeerd op deze en vele andere problemen een antwoord te bieden.
Speciale aandacht ging naar programma’s voor jobcreatie, opleiding en noodhulp.
FOS koos er echter voor om vooral het reguliere werk van
beide NGO’s te blijven ondersteunen: vormingen rond democratie en de
arbeidsbeweging, lobbywerk rond sociale wetgeving. Zo kan wat er in de voorbije
jaren is opgebouwd, behouden worden, en wordt er een basis gelegd waarop een
democratische Palestijnse staat kan groeien.
Onze Palestijnse partners ondervonden de gevolgen van de
Israëlische repressie ook zelf aan den lijve. Door de vele wegversperringen en
uitgaansverboden geraakte het personeel niet op kantoor, vormingswerkers en
cursisten niet op de plaats van de vorming. In april 2002, bij invallen in
Ramallah, werden de kantoren van DWRC door Israëlische troepen vernield. Maar
met veel creativiteit en doorzettingsvermogen konden de meeste activiteiten toch
doorgaan.
Cuba
We steunen het vormingswerk van 2
centrales van CTC (De Cubaanse Arbeiderscentrale).
Ondanks externe
(de durende economische blokkade door de VS) en interne (twee zware orkanen)
moeilijkheden, werden de sociale programma’s in Cuba verder ontwikkeld: interne
voedselvoorziening, de aanschaf van medicamenten, productie van elektriciteit,
betere uitrusting voor het onderwijs en de hospitalen. Ook de werkloosheid is
teruggedreven. Tenslotte is de suikerindustrie geherstructureerd: enkel de meest
efficiënte bedrijven blijven verder werken, op de andere gronden wordt nu vee
gekweekt en worden basisvoedselproducten geplant en de boeren krijgen daarvoor
opleiding. Ook de bedrijven maken vooruitgang qua efficiëntie.
Bij SNTAP
(Vakbond van Openbare Diensten) werd, dank zij een aanpassing van het programma,
een groter aantal vakbondsleiders gevormd dan voorzien (694 in plaats van 480).
Drie provincies werden volledig met computers uitgerust en er werd didactisch
materiaal aangekocht en pedagogisch materiaal afgedrukt.
Bij SNTIL
(Textielvakbond) werden uiteindelijk – hoewel met wat vertraging omwille van de
orkanen - de geplande resultaten behaald: de bouw van 2 huizenblokken met elk 8
woningen voor de meest hulpbehoevende leden van de vakbond in de provincie Santa
Clara.
El Salvador
In de
oostelijke provincies steunen we landbouwcoöperaties.
Op het
platteland in El Salvador heerst nog altijd grote armoede (64,7%). Alhoewel er
op politiek vlak nu meer vrede heerst, is de sociaal-economische situatie van
het volk er niet op vooruit gegaan. De boeren van de coöperaties hebben nu wel
grond, maar krijgen geen enkele steun om die te doen produceren.
FECORAO
(Federatie van boerencoöperaties) heeft goede resultaten bekomen in 2002: er is
veel gewerkt aan de basis. De leden zijn nu veel meer betrokken bij de planning
en beslissingen die binnen de Federatie genomen worden. Dit is mogelijk dank zij
vergaderingen waar ze de problemen samen ontleden en commissies opstellen om
eraan te verhelpen. Er worden ook uitwisselingen georganiseerd en gezamenlijke
standpunten vastgelegd om die te verdedigen bij de overheid. FECORAO werkt nu
ook nauwer samen met soortgelijke federaties in het land.
De
opeenvolgende aardbevingen van januari 2001 verwoestten heel wat huizen, ook bij
leden van een partner van FOS, FECORAO (Federatie van boerencoöperaties) in de
provincies San Miguel en Usulután. Het huizenproject bood niet alleen materiële
steun aan de getroffenen, maar diende ook om de organisatie van mensen in het
algemeen te versterken, wat blijvende positieve gevolgen heeft voor andere
sociale projecten van de groep.
Honduras
De
bananenindustrie bekleedt een belangrijke plaats in de Hondurese economie en de
bananenerbeid(st)ers van Chiquita zijn de voortrekkers van syndicale werking.
Maar vandaag doen de multinationals liever alleen nog de commercialisering
terwijl de productie in handen is van nationale producenten. Daar zijn de
arbeidsomstandigheden erbarmelijk. COSIBAH (Coördinatie van Bananenvakbonden)
werkt aan een strategie om zich daar in te planten en om uit te breiden naar
andere sectoren van de agro-industrie. FOS steunt COSIBAH op drie vlakken:
organisatie, communicatie en genderwerking.
De
belangrijkste oorzaken van de armoede op het platteland zijn: gebrek aan grond,
geen recht op financiering en afwezigheid van een landbouwbeleid. Het
belangrijkste voor de boeren is wettelijk bezit te hebben van hun grond en aldus
recht te verwerven op kredieten en andere steun. FOS steunt COCOCH (Coördinatie
van boerenorganisaties) op vier vlakken: juridische assistentie bij
grondconflicten, vormingsactiviteiten voor juridische basispromotoren, de
bevordering van vrouwen op leidersposten en beleidsbeïnvloeding (Wet voor
landbouwhervorming).
De erbarmelijke
toestand op het platteland drijft miljoenen mensen naar de steden, waar de
mensen ook al vechten met juridische grondproblemen en het gebrek aan sociale
basisvoorzieningen. FOS steunde twee wijkorganisaties (CPH en CENCOPH) die op
een democratische wijze de bestaande wijkcomités organiseren. Zij ijveren voor
elektriciteitsvoorziening, bestrating, waterafvoer, herbebossing, hygiënische
maatregelen, bouw van een school, inkomensgenererende activiteiten, enz.
Nicaragua
Met de groei van de informele
sector van de economie, zoeken de vakbonden naar nieuwe wegen en de
decentralisatie van de vakbondswerking op gemeentelijk niveau is daar een
essentieel element van. FNT (Nationale Vakbondsfederatie), lid van het ‘Netwerk
voor Democratie en Lokale Ontwikkeling’ organiseert vormingen om de lokale
organisaties in de gemeenten in staat te stellen degelijke
ontwikkelingsvoorstellen te ontwerpen, te verdedigen en te doen aanvaarden door
de lokale overheden.
Na de orkaan Mitch, die enorme
verwoestingen aanrichtte, kregen de boeren geen hulp van de regering maar waren
zij aangewezen op steun van buitenlandse organisaties. FOS steunde ATC
(Organisatie van boeren en landarbeiders). De lokale economie van boerengroepen
in het Noorden werd gereactiveerd dank zij steun in de vorm van
productiemiddelen en het scheppen van inkomstbronnen.
Door de slechte werking van het
openbare gezondheidssysteem hebben de plattelandsfamilies geen toegang tot
gezondheidszorg. Samen met ATC steunt FOS de Mutua del Campo, een mutualiteit op
het platteland. De koffiecrisis (de Mutua is immers midden in de koffiestreek
gelegen) veroorzaakte echter een crisis in de Mutua: vele leden verloren hun
werk en emigreerden. Maar de Mutua bleef bestaan en werkte zelfs een strategie
uit om zich uit te breiden.
FOS steunde ook twee projecten van
MCN (Beweging van arme wijkbewoners): hun juridisch netwerk (voor legalisatie
van gronden en tegen privatisering van dienstverlening) en hun programma voor
gemeenschapskrediet (ten voordele van werkgelegenheid en inkomen).
Angola
Sinds de vrede hersteld is in 2002 leefde de hoop op bij de
meeste Angolezen. Maar veel reden tot feesten is er nog altijd niet. De
levensomstandigheden voor de bevolking zijn erbarmelijk. De civiele maatschappij
herstelt zich aarzelend maar zeker.
De onafhankelijke vakbonden (SINPROF en SJA en de koepel
CGSILA) maken voorzichtig gebruik van deze nog steeds onwennig aanvoelende
politieke openheid. Er kan voor het eerst weer in de media ‘openlijk’
gedebatteerd worden. De journalistenbonden pleiten voor persvrijheid en alle
vakbonden strijden openlijk voor het recht op een minimumsalaris dat in
verhouding is met de inflatie en levenskwaliteit.
De
bonden zijn zich in toenemende mate bewust van hun functie in de maatschappij en
bij de opbouw van de noodzakelijke tegenmacht.
De werkgroep “Terra Para Todos” van de organisatie ALSSA
werkt ten zuiden van Lubango waar de semi-nomadische bevolking af te rekenen
heeft met de vestiging van grote ondernemers die de ambitie hebben extensieve
veeteelt te installeren en met dit doel de beste gronden van de gemeenschappen
innemen..
Objectieven van ALSSA binnen dit kader zijn: verdediging van
(mensen)rechten en opvoeding voor een actief burgerschap.
Mozambique
Alhoewel Mozambique in 2002 8% groei kende van het BNP is de
situatie van de gewone Mozambikaan niet verbeterd. De kloof tussen arm en rijk
is zo groot dat er nog heel wat moet veranderen vooraleer de armen het iets
beter zullen krijgen.
Corruptie blijft een van de hardnekkigste kwalen van het
ganse land op alle niveaus, maar toch worden hier en daar acties ondernomen om
bepaalde problemen aan te pakken.
Een van de grote problemen in het land waarvan de omvang hoe
langer hoe meer zichtbaar wordt is de HIV/AIDS-besmetting. Meer en meer mensen
gaan eraan ten onder, meestal jonge mensen. Het menselijk en economisch drama is
immens.
Het project in Chitima heeft een zware tol betaald aan
mensenlevens, maar met een sterk vernieuwde ploeg werden in 2002 de activiteiten
binnen het project opnieuw stevig ter hand genomen.
Het personeel van Kwaedza Simukai Manica heeft zich door
diverse vormingen en trainingen zeer goed ingewerkt en heeft een grote
capaciteit verkregen om antwoorden te kunnen bieden op de diverse uitdagingen
die een participatieve rurale ontwikkeling vereisen.
UCAMA, de unie van boeren van Manica besteedde veel tijd en
aandacht aan de uitbreiding en versterking van de associatieve beweging en aan
de uitbreiding van het vormings- en trainingsprogramma.
De vorming tot vakbondsonderzoeker van CONSILMO in Maputo
werd voorlopig gestopt. In het nieuwe vijfjarenprogramma wordt een algemene
vorming voor vakbondsmilitanten voorzien in de centrale provincies van
Mozambique.
Zimbabwe
2002 was weer een ellendig jaar voor Zimbabwe. Alle
macro-economische, sociale en politieke pijlers bereikten een dieptepunt. Het
politiek klimaat bleef gespannen en onstabiel. De landhervorming werd met
gemengde gevoelens onthaald en had een negatieve invloed op de economie.
Voedseltekorten veroorzaakt door droogte brachten meer dan 50% van de bevolking
op de rand van hongersnood.
De situatie waarin de partners van FOS moesten opereren was
zeer moeilijk: tekorten aan brandstof, een hoge inflatievoet, tekorten aan
materialen enz. Toch zijn ze blijven verder werken en FOS blijft de
landarbeiders, de koepel van de vakbonden en een paar rurale
ontwikkelingsorganisaties steunen.
Namibië
In
Namibië bleef het rustiger nadat de onlusten in de Caprivi-strook opgelost
werden. Met het overlijden van Jonas Savimbi keerde de vrede terug in Angola en
dus ook in het Noorden van Namibië. De landkwestie blijft nog een probleem, meer
bepaald met betrekking tot de ‘absentee landlords’, grote landeigenaars
die niet op hun land wonen. De HIV/AIDS-epidemie werd erger en de staat
verhoogde haar inspanningen voor preventieve en curatieve zorgen.
FOS heeft zijn steun aan de vier partners in rurale
ontwikkeling en in de vakbondssector verder gezet. Samen met twee partners
onderzocht FOS ook de mogelijkheid om binnen de gezondheidssector te werken.
Zuid-Afrika
Zuid-Afrika ontsnapt niet aan de problemen van het noordelijk
buurland Zimbabwe. Er is wat toevlucht van mensen die de politieke en
economische miserie in Zimbabwe proberen te ontsnappen. Zuid-Afrika kende zelf
in het noorden van het land een hongersnood omwille van de droogte. De HIV/AIDS-epidemie
neemt alarmerende proporties aan en de druk op president Mbeki en zijn regering
om iets te doen blijft groeien. De grote conferenties over de geboorte van de
Afrikaanse Eenheid (AU) en de Wereldconferentie over duurzame ontwikkeling
stelden het land in een positief daglicht.
FOS bleef SEWU, de organisatie van vrouwen die werken in de
informele sector ondersteunen alsook de organisaties International Labour
Resource and Information Group (ILRIG) en de Centre for Integrated Rural
Development (CIRD). ILRIG heeft gewerkt aan informatie- en
sensibiliseringsacties voor de vakbond over het globaliseringsproces. CIRD werkt
rond landhervorming en de versteviging van kleine boerenorganisaties.
Educatie
We willen een ruime waaier van vormingspakketten aanbieden
waaruit de organisaties van onze achterban of andere geïnteresseerden kunnen
kiezen wanneer zij activiteiten organiseren over internationale solidariteit.
Dit jaar hebben we weer een aantal pakketten aangevuld of aangepast. Drie nieuwe
pakketten zagen het licht.
We werkten weer meer en meer samen met de organisaties van
ABVV, de mutualiteit en sp.a. Dat noemen we wel eens onze achterban, de
organisaties bine de socialistische beweging. Hieronder een overzichtje:
Personen met een handicap in Noord en Zuid
Een goede gezondheidszorg is één van de pijlers van een
sociale en democratische maatschappij. Vandaar een pakket over personen met een
handicap in Noord en Zuid. Dat hebben we uitgewerkt samen met VFG en PHOS, een
gespecialiseerde Vlaamse NGO. Vooral inspraak van personen met een handicap in
een democratische samenleving in Noord en Zuid kreeg aandacht. In de
bewegingspers en op de websites verschenen artikels over personen met een
handicap in Noord en Zuid.
Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg kwamen
aan bod in de vorming met onder meer een originele kijkdozententoonstelling en
veel discussie.
Tijdens de vormingen ging veel aandacht naar het
vooruitstrevende beleid in Zuid-Afrika inzake personen met een handicap. En we
hebben zeker een aanleiding gegeven tot reflecties over het Belgische/Vlaamse
beleid.
Ons initiatief gaf ook de aanzet om een grotere activiteit op
poten te zetten in 2003 naar aanleiding van het ‘jaar van personen met een
handicap’.
De kijkdozententoonstelling maakte een rondreis door
verschillende lokale afdelingen van VFG en zal in de komende jaren verder
gebruikt worden
Sensibiliseren rond de blokkade tegen Cuba
We
werkten ‘Cuba libre’ uit, een spel dat handelt over de blokkade tegen Cuba en
over de rol die Bacardi in deze blokkade speelt. Deze activiteit kwam er in
samenwerking met de ‘Coördinatie voor de Opheffing van de Blokkade tegen Cuba’
en MJA. We gebruikten het spel in het Noord-Zuidluik in de hoofdmonitorencursus
van MJA.
Gedurende twee uur kruipen de deelnemers in de huid van
landbouwers uit een Cubaanse rumcoöperatie. Hun opdracht bestaat erin om rum te
produceren en op de wereldmarkt af te zetten. Daarbij worden zij constant met de
hindernissen van de blokkade geconfronteerd die zij moeten trachten te omzeilen.
Op een ludieke wijze ontdekken de deelnemers de invloed van de blokkade op het
leven van een Cubaan. Tijdens het spel wordt ook aandacht besteed aan andere
aspecten van het Cubaanse leven via de landenkoffer. Als de deelnemers het ganse
parcours doorlopen hebben, lossen ze per coöperatie een vragenformulier op om te
achterhalen wie de winnaar is.
De
deelnemers leren veel bij en worden aangezet om even over hun koopgedrag na te
denken.
Na de aanpassingen zal de MJA het spel verder gebruiken en
promoten, onder andere tijdens MJA-evenementen en -kampen.
Internationale Vrouwendag 8 maart
Tijdens de week van 8 maart lanceerden FOS samen met SV, SVV
en ABVV-vrouwen een informatiecampagne in het kader van de Internationale
Vrouwendag. We richtten ons met folders, affiches, persartikels en acties in
bibliotheken, vooral tot de vrouwen uit onze socialistische achterban maar ook
tot het ruimere Vlaamse publiek.
Thema was de gevolgen van globalisering voor vrouwen
wereldwijd. Maar er was ook de politieke eis dat de regeringspartijen
maatregelen als de Tobintaks op de politieke agenda zouden plaatsen en dat
minstens 50% van de opbrengst van zo’n taks zou aangewend worden voor projecten
en organisaties die meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen bevorderen.
Syndicalisme in Noord en Zuid
We
maakten een videofilm over syndicalisme en de werkomstandigheden hier en in het
Zuiden. De video is als het ware een uitwisselingsproject tussen het
ABVV-West-Vlaanderen en de Hondurese bananenvakbond COSIBAH en verscheen dan ook
in het Spaans en het Nederlands.
Het
ABVV gebruikte de video in zijn militantenvorming en op allerhande
manifestaties, niet alleen in West-Vlaanderen maar ook in Scheldeland en
Vlaams-Brabant..
Deze
video leidde bij veel militanten tot discussie en reflectie over solidariteit
met het Zuiden, globalisering, werkomstandigheden en delokalisering. Zowel in
Honduras als in Vlaanderen hebben de militanten bijgeleerd. Hij droeg bij tot de
bewustmaking van de militanten en de solidariteitswerking rond COSIBAH en
Honduras in West-Vlaanderen.
Schone Kleren Sporttornooi / Maquilakwis
In 2002 bleef
het sporttornooi in Gent in het kader van de Schone Kleren Campagne beperkt tot een
wandelzoektocht. De organisatie gebeurde in samenwerking met Wereldsolidariteit,
KBG-seniorensport, S-sport en Falos-sportfederatie.
Bij de wandelzoektocht werden inhoudelijke vragen over
arbeidsomstandigheden in de kledingsindustrie in Noord en Zuid en in het heden
en verleden verwerkt in een vragenlijst. Er werd een link gelegd tussen het
industriële verleden van de stad Gent en de wantoestanden die vandaag in het
Zuiden heersen. Naderhand kon men deelnemen aan een petitieactie waarin aan een
aantal kledingketens gevraagd werd om een einde te maken aan de erbarmelijke
arbeidsomstandigheden in hun kledingsfabrieken in het Zuiden.
Meer dan 10.000 folders en affiches werden verspreid via
organisaties uit de achterban, jongerenorganisaties, universiteiten, sportclubs,
sportcentra, mutualiteiten, vakbonden en openbare plaatsen in Gent.
Daarnaast werd ook in een aantal tijdschriften of op een
aantal websites een artikel geplaatst
In hetzelfde elan werkten we een ‘Maquila-kwis’ uit, die in
2003 geïntegreerd werd in de ‘Maquila-tentoonstelling’ zodat we het aangemaakte
materiaal optimaal en langdurig kunnen gebruiken.
Noord-Zuiduitwisseling en inleefreis Honduras
Samen
met de Culturele Centrale van het ABVV werkten we aan de voorbereiding van
militanten voor een inleefreis naar Honduras.
De
militanten kregen vorming over Honduras, ontwikkelingssamenwerking,
Noord-Zuidverhoudingen en arbeid in mondiale context. Honduras leek de beste
keuze omdat dit land een sterke vakbondstraditie kent en er voldoende sterke
FOS-partners aanwezig zijn om de inleefreis te begeleiden. Bovendien wordt het
hoofdaccent gelegd bij de maquila-vakbond waarvan leef- en werkomstandigheden
gelijkenissen oproepen met de Belgische vakbondsbeweging eind 19de begin 20ste
eeuw.
Vorming over mondiale armoede en uitsluiting
De
militanten uit de basisvorming van Vlaams-Brabant en Scheldeland werden
getrakteerd op een vijfdaagse vorming over armoede en uitsluiting in de wereld.
Achtereenvolgens kwamen aan bod: globalisering en armoede, armoede en
uitsluiting in Vlaanderen, in Wallonië, in Oost-Europa en Azië en tenslotte
armoede en uitsluiting in het Zuiden met de focus op Honduras, een land dat de
militanten al een beetje kenden. Interessante sprekers zoals Dirk Barrez en
Guido Fonteyn, bezoeken aan een asielcentrum en een OCMW, en filmvoorstellingen
maakten de vormingsreeks een boeiende ervaring.
De werkbrigades Nicaragua en
Peru
Voor de vierde keer werd
tijdens het bouwverlof in juli 2002 een werkbrigade in Nicaragua gepland, in
samenwerking met de Algemene Centrale van ABVV-Leuven. Voor de militanten van AC en ABVV die interesse betonen voor
de Noord-Zuidproblematiek en bereid zijn om tijdens hun verlof de handen uit de
mouwen te steken en samen met de partners te werken aan de toekomst van
Nicaragua en Peru en aan rechtvaardige Noord-Zuidverhoudingen.
Voor het vertrek worden de brigadisten grondig inhoudelijk en
praktisch klaargestoomd via vormingen over verschillende aspecten van de
Noord-Zuidproblematiek en het land dat ze gaan bezoeken.
De organisaties worstelen vaak met dezelfde problemen, en het
herkenningseffect schept een band. Ook na de brigade blijven de onderlinge
solidariteit en contacten duren. De deelnemers organiseren thuis
sensibiliserende activiteiten zodat hun ervaringen gedeeld worden met andere
mensen.
De brigades van 1999, 2000 en 2001 werden zeer positief
geëvalueerd. In 2002 vond er geen brigade plaats wegens onvoldoende
inschrijvingen. Maar voor 2003 zijn er weer heel wat belangstellenden zodat we
moeten werken met een wachtlijst.
El caso Pinochet
Rond de
bekroonde documentaire ‘El Caso Pinochet’ werkten we een filmpakket uit samen
met de Sociale Filmactie (SFA) en Limelight Kortrijk. De documentaire is een
beklijvende prent over de dictatuur en de misdaden van Pinochet, en geeft de
kroniek van zijn arrestatie eind jaren ‘90. Deze film paste uitstekend in onze
strijd voor democratie in Noord en Zuid.
Tegelijk boden we een uitgebreide brochure aan over de juridische vervolging van
Pinochet. De film en de brochure konden aangevraagd worden door lokale
afdelingen van de verenigingen. Ook een projectie op grootscherm door SFA was
mogelijk. Als aanloop naar en promotie van het pakket werd in ‘de week van de
sociale film’ in Kortrijk i.s.m. de SFA en Limelight Filmhuis de film
geprojecteerd in een bioscoopzaal. Er waren meer dan 300 aanwezigen, het
voorwoord werd verzorgd door Mong Rosseel van ‘De Vieze Gasten’.
De
mensen die de film zagen waren geraakt en reflecteerden over democratie,
armoede, Noord en Zuid. Vanzelfsprekend wordt de prent verder gepromoot in de
komende jaren.
Activiteit met Jongsocialisten (nu Animo)
Sp.a
Samen
met de Jongsocialisten (thans Animo) organiseerden we in maart een dag in het
Klein Kasteeltje met en over vluchtelingen. Bij deze activiteit werden jongeren
geconfronteerd met de vluchtelingenproblematiek. Er was ruim gelegenheid om
informatie te krijgen over de problematiek en tot discussie en interactie met
vluchtelingen. Het programma startte met een tentoonstelling die kinderen van
vluchtelingen gemaakt hadden. Daarna volgde een rondleiding in het Klein
Kasteeltje zelf. Vervolgens kwamen specialisten aan het woord in een debat over
asiel in België. De deelnemers kregen dan de gelegenheid tot discussie. Die werd
nadien verder gezet in de workshop ‘open ervaringen rond cultuurverschillen’ en
de inhoudelijke workshop rond asielbeleid. Tijdens het internationaal buffet met
eten bereid door vluchtelingen, kon men contacten leggen met vluchtelingen en
hun ervaringen met het asielbeleid inschatten. Daarna volgde nog een laatste
rondetafeldebat met vluchtelingenorganisaties en beleidsmakers.
Met de
activiteit wilden we in de eerste plaats politiek geëngageerde jongeren uit de
socialistische beweging bereiken, maar ook iedereen die meer wil weten over
vluchtelingen in België en uiteraard voor de vluchtelingen zelf.
Gemeentelijk Noord-Zuidbeleid
Na de
vormingscursussen over duurzame ontwikkeling en Lokale Agenda 21, wilden we
verder gaan met het sensibiliseren van politici voor een duurzamer beleid. Door
samenwerking met de koepel genereren wij grotere slagkracht.
In
plaats van het uitwerken van eigen steekkaarten werkten wij mee aan het project
van 11.11.11. Onze koepel stelde naar aanleiding van de verkiezingen een
memorandum op met eisen. Wij pikten daar zeven eisen uit en schotelden die voor
aan de aanwezigen op ‘het Groot Onderhoud’, het sp.a-congres van 23 november.
Daarna lieten we de congresgangers stemmen over de eisen. Met een score tussen
60 en 81% werden alle eisen bijgetreden. De 283 ingevulde stemformulieren werden
overhandigd aan de Nationaal Secretaris.
Daarnaast werd in het najaar de eisenbundel van 11.11.11 bezorgd aan een groot
aantal sp.a-mandatarissen. We sensibiliseerden meer dan duizend lokale en
nationale politici over gans Vlaanderen. We vroegen hun om een goed en
Zuidvriendelijk internationaal en ontwikkelingsbeleid te voeren. Met de
11.11.11- vragenlijst en het memorandum gaven we hun een praktisch instrument om
het beleid uit te tekenen.
Kiezen voor Kunst Mondiaal
Kiezen voor Kunst is een tentoonstellingswedstrijd van
Curieus vzw (voorheen CSC-vormingswerk). Hiermee wil Curieus amateurkunstenaars
uit Brussel en Vlaanderen een forum geven.
Onze educatiedienst verbond in 2002 dit succesvolle project
met het Zuiden. Zo willen we de verdraagzaamheid tegenover andere culturen en op
die manier ook onze democratische samenleving bevorderen.
Kunstenaars uit het Zuiden kregen de kans hier tentoon te
stellen via onze website. We gaven informatie over kunstenaar, kunstwerk, land
en cultuur. Daarnaast motiveerden we allochtone kunstenaars hier in België om
mee te doen aan Kiezen voor Kunst.
We bevorderden hiermee een beter begrip van het kunstwerk en
de realiteit waarin het gecreëerd werd. Op deze manier konden we culturele
diversiteit in de kijker plaatsten en verdraagzaamheid stimuleren. Er werden met
succes extra inspanningen gedaan om ook vrouwelijke kunstenaars bij het project
te betrekken.
Kort Verslag, www.fos-socsol.be,
artikels in bewegingspers
Om de drie maanden een vlot leesbaar en boeiend bewegingsblad
uitbrengen met nieuws over Zuid en Noord, liefst met een stevig themadossier.
Een goedogende, vlot leesbare, informatieve website aanbieden. Duidelijke en
sensibiliserende teksten schrijven in de bewegingspers. Dat waren ook in 2002
weer de doelstellingen.
Ons kwartaalblad Kort Verslag met nieuws uit Noord en Zuid werd
in 2002 verder uitgebouwd tot een echt bewegingsblad. In een vlotte en
toegankelijke stijl bleven we schrijven over onze campagnes en activiteiten. We
bleven ook streven naar een betere leesbaarheid en een grotere respons bij onze
lezers. De themakatern werd een vaste waarde. In 2002 kwamen achtereenvolgens
het Sociaal Label, Palestina en de politieke eisen van 11.11.11 aan bod.
Een jaar na de grondige opfrisbeurt draait onze website op
kruissnelheid. In 2002 werd onze website minstens om de twee weken aangevuld of
geactualiseerd. Onze bezoekers en de leden van onze mailinglist werden snel op
de hoogte gebracht van onze campagnes, prikacties en mobilisatie voor acties en
manifestaties
Er
verschenen zeer regelmatig bijdragen over de Noord-Zuidproblematiek in de
verschillende bladen van de organisaties van de socialistische beweging. De
contactpersonen binnen de diverse organisaties kennen ons en nemen vaak zelf
contact op.
Videotheek
De bestaande landenfilms en video’s werden gearchiveerd en
voorzien van een korte samenvatting. Verder werd via een korte opmerking aan de
achterkant achterhaalde informatie geactualiseerd. De videolijst op de website
werd geüpdatet en gebruiksvriendelijker gemaakt. We legden een bibliotheek aan
met algemene informatie i.f.v. educatief werk en ontwikkelingssamenwerking.
De Schone Kleren Campagne (SKC)
Dit samenwerkingsverband van NGO’s, vakbonden en
consumentenorganisaties wil de arbeidsomstandigheden in de kledingsindustrie in
het Zuiden verbeteren.
FOS nam als lidorganisatie met wisselende intensiteit deel
aan tal van initiatieven, zoals folders verspreiden, de Schone Kleren Kwis
spelen met groepen, een nieuwsbrief, mee een handleiding schrijven, en
natuurlijk het Schone Kleren Sporttornooi.
11.11.11- campagne
Naar jaarlijkse gewoonte nam FOS deel aan de
11.11.11-campagne in het najaar. FOS vertaalde de 11.11.11-boodschap naar de
beweging, verspreide folders en infomateriaal en spoorde militanten aan om de
campagne mee te ondersteunen. We informeerden verschillende organisaties over
een belasting op financiële speculatie (de Tobintaks), schuldkwijtschelding voor
alle lage inkomenslanden, toegang tot essentiële diensten zoals water,
gezondheid en onderwijs voor iedereen.
Vernieuwingsproces
Noord-Zuidbeweging
Vanuit de vaststelling dat de laatste tien jaar de actieve
basis van de Noord-Zuidbeweging slinkt en vergrijst, dat het aantal
vrijwilligers afneemt, dat de maatschappij sterk aan het veranderen is en dat er
nood is aan meer of andere samenwerking, startte de Noord-Zuidbeweging onder
impuls van 11.11.11 een vernieuwingsproces.
Op het ‘vernieuwingsevenementen MeAnders!’ op 26 oktober 2002
waren zowat 900 mensen, verspreid over 5 provincies, een hele dag samen om over
hetzelfde na te denken: de toekomst van de Noord-Zuidbeweging. FOS nam hier op
verschillende plaatsen in Vlaanderen enthousiast aan deel.
Uitwisselingsproject lokale politici
In Peru
en Brazilië werden contacten gelegd voor een uitwisseling tussen
gemeentepolitici. Duurzame lokaal beleid en participatieve democratie vinden we
immers erg belangrijk. In beide landen werd het terrein verkend en met de
burgemeester van Porto Alegre zijn zelfs verregaande onderhandelingen geweest.
Ook met het netwerk van landelijke burgemeesters in Peru werd onderhandeld door
onze landencoördinator in Peru. We houden de contacten warm in functie van een
toekomstige uitwisseling van interessante ervaringen.
Werken
aan Noord-Zuidrelaties in de socialistische beweging
De afgelopen jaren werkte onze educatieve dienst hard aan de
sensibilisering van de socialistische beweging rond de thema’s arbeid, eerlijke
handel en democratie. Via onze werking willen we een bijdrage leveren om de
bestaande economische, politieke, sociale en culturele machtsverhoudingen in
Noord en Zuid in vraag te stellen en te wijzigen in duurzame en rechtvaardige
verhoudingen. We deden dit door een combinatie van allerhande activiteiten,
vormingen, campagnes, uitwisselingen, publicaties en samenwerkingsverbanden.
Na vijf
jaar kunnen we een aantal opmerkelijke vaststellingen doen:
FOS wordt meer en meer een bewegingsNGO en moet deze trend in
de toekomst aanhouden. Het is juist in onze band met de socialistische beweging
dat een deel van onze complementariteit met andere NGO’s schuil gaat.
Er werd alsmaar meer en intenser samengewerkt met de
organisaties uit de beweging. Daardoor creëren we een draagvlak voor ons
educatief werk, sluiten we beter aan bij de interesses van de doelgroep, kunnen
we hun beginsituatie beter inschatten, kunnen we analyses maken van de
ontwikkelingen in hun normen en waardenpatroon, kiezen we betere strategieën en
methodes en boeken we uiteindelijk betere resultaten.
De laatste jaren gaan we ook meer en meer regionaal werken.
Op dit niveau hebben we immers de beste toegang tot ons doelpubliek. En dat
leidt tot betere resultaten.
We pakken onze werking meer project- en campagnematig aan. Zo
werken we bijvoorbeeld rond het campagnethema ‘gemeenschapsvoorzieningen’ vanuit
het perspectief van arbeid, gezondheid en duurzaam beleid. Op die manier
vermijden we versnippering en kunnen we meer expertise opdoen over het
behandelde onderwerp.
Een bijkomend voordeel is dat in verschillende
nevenorganisaties uit verschillende takken rond hetzelfde onderwerp gewerkt
wordt, maar op een manier die aangepast is aan de verschillende doelgroepen.
Aangezien er vaak enige overlapping is van de doelgroep van de verschillende
partnerorganisaties, wordt de doelgroep ook meerdere keren aangesproken over het
thema van het project. Dit zou opnieuw de impact en de duurzaamheid ten goede
komen.
Coherentie
met de Zuiddienst
Zowel qua werkthema’s als qua inhoud werd elk jaar meer
coherentie en samenwerking met de Zuiddienst nagestreefd. Een grotere integratie
en coherentie van de diensten leidde tot grotere inhoudelijke kwaliteit en
werderzijdse methodologische bevruchting.
Methodologische verbetering
De afgelopen jaren hebben we continu gewerkt aan
methodologische verfijning en verbetering.
Maar ook onze uitvoeringsstrategie, doelgroepenbenadering,
werkmethodes,… werden onder de loep genomen. We volgden cursussen kwaliteitszorg
en doelgerichte interventieplanning en trachtten daar elementen van in onze
werking te implementeren. Er is nog veel werk voor de boeg maar als we
beschouwingen maken over de vijf jaar, is op vlak van methodologie de grootste
vooruitgang geboekt.
Een
verandering in de geesten
Uit de vele reacties van medewerkers uit de mutualiteit, de
partij en de vakbond weten we dat onze bijdrage inzake Noord-Zuidsensibilisering
niet enkel gewaardeerd wordt maar ook cruciaal was in het denken van onze
beweging over onrechtvaardige machtsverhoudingen op wereldvlak. Zowel in
vakbond, partij als mutualiteit wordt meer gewerkt rond internationale thema’s
en merkt men ‘een verandering in de geesten’. Voor de volgende jaren wordt het
een uitdaging om onze impact op de beweging beter te kunnen registreren.
Dienstverlening
FOS-ERO volgt het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie op
de voet, en was in 2002 vooral actief rond:
Het Cotonou-akkoord
In 2002
was het eerste stadium in het debat over de betrokkenheid van
niet-gouvernementele actoren voorbij. De nadruk lag dan op de toepassingen en op
de beginnende evaluaties van de Cotonou-hulp op middellange termijn.
ERO ondersteunde NGO’s bij de bij de voorbereiding van het
aanwenden van de hulp en bij de definitie en de evaluatie van
armoedebestrijding.
De
gevolgen van het EU-handelsbeleid voor de ontwikkelingslanden
ACP-landen worden door de EU aangespoord om EPA’s (Economic
Partnership Agreements) af te sluiten, een vorm van ‘vrijemarktgebieden’. Deze
nieuwe akkoorden zijn ‘wederzijds’ waardoor ACP-landen hun binnenlandse markt
moeten openstellen voor Europese goederen. Dit zou de markt voor lokaal
geproduceerde consumptiegoederen verkleinen alsook de inkomsten van de betrokken
regeringen. FOS-ERO heeft een analyse gemaakt van de mogelijkheden voor
NGO-betrokkenheid in de EU-beleidsdialoog hierover.
De
gevolgen van het GLB (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid) voor de
ontwikkelingslanden
Vanaf 2002 ging het hervormingsproces van het GLB gepaard met
een geleidelijke omschakeling van garantieprijs naar verhoogde rechtstreekse
steun aan EU-boeren. Deze subsidie maakt de landbouwproducten goedkoper wat een
vorm van oneerlijke concurrentie is tegenover producenten in
ontwikkelingslanden.
FOS-ERO maakte een analyse van de verschillende
landbouwsectoren en de impact van het GLB voor landen in zuidelijk Afrika, om
partners in het Zuiden te informeren over de impact van dit beleid op vitale
sectoren als prijzen en jobs.
Externe gevolgen van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB)
Er is een groeiende tendens om instrumenten voor hulp bij
handel en ontwikkeling te gebruiken om de vissersboten van de EU een
gewaarborgde toegang tot visserijgronden te verzekeren.
Ook doemen er nieuwe vormen van visserijakkoorden op, die
ontworpen zijn om de toegang voor vissersboten van de EU te garanderen.
Specifieke verwezenlijkingen van FOS-ERO in 2002:
* NGO’s van Noord en Zuid
hebben een betere toegang tot informatie en analyse van de EU-steun aan de
ontwikkelingslanden
* Partners in Noord en Zuid
begrijpen de EU-processen beter, o.a. hoe partners betrokken kunnen worden bij
die processen en wat zij kunnen vragen aan hun regering
* Partners begrijpen beter
wanneer en hoe EU-processen te beïnvloeden
* De
partners van Noord en Zuid begrijpen beter de problemen die het EU-beleid
veroorzaakt. Ze ontwikkelen strategieën om te verzekeren dat het hele EU-beleid
zich richt op de bevordering van duurzame ontwikkeling die gericht is op
armoedebestrijding
* ERO heeft meer efficiënte werkrelaties met de actoren
buiten de overheid
* Studie en onderzoek,
informatieverspreiding en vorming
>>>> het jaarverslag
2002 in cijfers kan je hier
downloaden (pdf)
191
landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de
armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie
om de politici aan hun belofte te herinneren én de
lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!