De jongerenbeweging
van de socialistische mutualiteit (MJA) en FOS hebben elkaar gevonden in de
strijd tegen AIDS! MJA heeft al jaren ervaring met sensibiliseringswerk omtrent
voorbehoedsmiddelen, FOS werkt aan gezondheidszorg in het Zuiden. Voeg deze twee
organisaties samen en je hebt een stevige basis om een internationale
solidariteitsbeweging op gang te brengen rond AIDS-bestrijding.
Inleefreis en andere
activiteiten rond AIDS in Zuid-Afrika
In september 2004
wordt een inleefreis voor jongeren naar Zuid-Afrika gepland, zodat jongeren van
hier een realistisch beeld krijgen van de invloed van AIDS op het leven in
Zuid-Afrika. Wat is de visie van Zuid-Afrikanen op AIDS? Hoe gaan zij om met
AIDS? Wat vinden ze van de Zuid-Afrikaanse politiek over AIDS? Op al deze vragen
gaan de jongeren tijdens de inleefreis een antwoord zoeken. Hiervoor gaan ze
verschillende bezoeken brengen aan een school, een ziekenhuis, een vakbond, enz.
Ook zullen ze tijd uittrekken om te luisteren naar de mening van Zuid-Afrikaanse
jongeren over AIDS, en om te zien wat ze hieromtrent doen. Jongeren uit Noord en
Zuid zullen van elkaar leren hoe ze staan tegen over AIDS en wat er tegen
ondernomen kan worden.
Natuurlijk wordt de
strijd tegen AIDS niet beperkt tot één enkele inleefreis, voor en na de
inleefreis wordt hard gewerkt aan andere activiteiten over AIDS, zoals
inhoudelijke vormingsmomenten en educatieve pakketten over AIDS, voor en door
jongeren uitgewerkt. Ook een tentoonstelling rond AIDS zal vanaf volgend jaar
ter beschikking zijn op het FOS. Op festivals zal er naast de condovan van MJA
(waar je condooms kan krijgen in alle maten, geuren, smaken en kleuren) een
interactieve stand over AIDS in Afrika te vinden zijn.
In de toekomst
denken we ook aan een zomerkamp in Vlaanderen waar we leden van een
Zuid-Afrikaanse jongerenbeweging op uitnodigen. Zo krijgen zij een kans om de
impact van AIDS op het leven in België te leren kennen en te zien hoe hier met
AIDS wordt omgegaan.
Op die manier
plaatsen we AIDS in een internationale context, en gaan Noord en Zuid samen de
strijd aan tegen AIDS!
AIDS in de wereld
Aantal virusdragers
per werelddeel (december 2002)
Noord-Amerika 980.000
Caribisch gebied 440.000
Latijns-Amerika 1.500.000
West-Europa 570.000
Noord-Afrika en Midden-Oosten
550.000
Sub-Sahara Afrika 29.400.000
Oost-Europa en Centraal-Azië 1.200.000
Oost-Azië en Stille Zuidzee 1.200.000
Zuid- en Zuidoost-Azië 6.000.000
Australië en Nieuw-Zeeland
15.000
Als we even een blik
werpen op het aantal mensen dat met een HIV/AIDS virus besmet is wereldwijd, dan
komen we op een cijfer van 42 miljoen. Daarvan leeft 95% in ontwikkelingslanden.
Het aantal AIDS-doden bedroeg volgens de laatste cijfers 3,1 miljoen. Per dag
wordt het aantal mensen wereldwijd dat besmet wordt met het virus geschat op
13.700.
Vrouwen in
ontwikkelingslanden krijgen het extra hard te verduren. Meer dan de helft van
het aantal mensen dat met HIV/AIDS besmet is zijn vrouwen. In veel
ontwikkelingslanden is dat aantal zelfs hoger. Biologische, sociale en
economische factoren zorgen ervoor dat ze extra kwetsbaar zijn voor HIV/AIDS-besmettingen.
Vrouwen hebben minder rechten, weinig zelfbeschikkingsrecht over hun eigen
lichaam en minder mogelijkheden om zich tegen HIV-infecties te beschermen.
Armoede (gevolgd door prostitutie) en (seksueel) geweld op vrouwen zijn twee
belangrijke factoren waardoor zij HIV-besmettingen oplopen. Daarnaast lopen
vrouwen het risico het HIV-virus over te dragen op hun kinderen tijdens de
zwangerschap.
Zuidelijk Afrika is
de zwaarst getroffen regio in de wereld. De algemene levensverwachting ligt er
laag. Zo is de levensverwachting in Botswana 26 jaar. Zuid-Afrika kent een piek
met bijna vijf miljoen besmettingen, de levensverwachting ligt daar op 38 jaar.
In Zuid-Afrika is één op de negen inwoners besmet met het HIV-virus. Tot voor
kort verzette de regering en vooral de president Thabo Mbeki zich tegen het
algemeen gebruik van HIV-remmers. Er werd jarenlang ontkend dat er een verband
was tussen het HIV-virus en de ziekte AIDS. Op 8 augustus maakte de
Zuid-Afrikaanse regering bekend dat HIV-remmers voortaan op grote schaal
beschikbaar zullen worden gesteld.
AIDS niet enkel een
medisch probleem
Personen die besmet
zijn hebben uiteraard een medische verzorging nodig, maar de gevolgen van de
AIDS-epidemie reiken verder dan enkel de medische wereld. Zo heeft AIDS ook een
enorme invloed op de economie van een land. Een concreet voorbeeld is de
landbouw. In heel wat ontwikkelingslanden is het sterftecijfer tengevolge van
AIDS zo hoog dat er niet genoeg mensen over blijven om het land te bewerken.
Hierdoor ontstaat dan weer een voedseltekort. Een kind dat op 5-jarige leeftijd
beide ouders verliest aan AIDS heeft nog niet geleerd hoe hij het land moet
bewerken of een andere stiel moet leren, laat staan dat het onderwijs zal
volgen. Het land zal dus veel minder efficiënt bewerkt worden. Door het tekort
aan getrainde werkkrachten op het platteland moet men overschakelen op minder
economische landbouwmethoden. Dit heeft uiteraard zijn weerslag op economisch en
sociaal vlak.
Noord-Zuid aanpak van
AIDS-bestrijding
Het wordt meer en meer
duidelijk dat de invloed van AIDS voor ontwikkelingslanden enorme gevolgen
heeft. Bij ontwikkelingslanden met een hoge concentratie aan HIV/AIDS-besmettingen
kan men er niet meer omheen, ontwikkelingshulp kan niet meer zonder ook aandacht
te hebben voor de AIDS-epidemie. Als leraren, verplegers, artsen,
vormingswerkers (m/v) sterven aan AIDS, dan struikelen veel van de
ontwikkelingsprojecten. Zowel Noord als Zuid zullen extra aandacht en middelen
moeten besteden in de aanpak tegen AIDS, een gezamenlijke aanpak is
onvermijdelijk in deze strijd. MJA en FOS dragen alvast hun steentje bij, jij
ook?
Eva Rogier
Educatiedienst
MJA promoot al jarenlang op een ludieke manier ‘safe sex’.
Een greep uit hun aanbod:
Condoshop: hier kan je
condooms bestellen in alle geuren en kleuren, ze worden je per post
opgestuurd
Condovan: is de
rondrijdende winkel van MJA die ‘safe sex’ promoot en condooms verkoopt
tijdens festivals
Sexplorer: is een
interactieve cd-rom over liefde en seksualiteit
Iedereen kent wel de
Chileense appel, zo’n lekkere sappige appel met een hard gifgroen schilletje. Of
wat te denken van een chileens wijntje, lekker en toch niet duur? Waar die
lekkere appel of wijn vandaan komen vergeten we nog wel eens in deze globale
wereld. Ook zijn we nietsvermoedend waar het de omstandigheden betreft waarin
deze producten tot stand komen. In dit artikel vragen we ons af wat de oorzaken
en gevolgen zijn van de drastische verhoging van het gebruik van
bestrijdingsmiddelen. We belichten de strijd van Chileense organisaties tegen
het gebruik van bestrijdingsmiddelen en voor het respecteren van de rechten van
landarbeiders. En wat kan de Vlaamse burger daar nu aan doen?
De vooruitgang
Met hulp van de Chicagoboys - een groep in de VS gevormde
economen die in dienst van het Pinochet-regime de Chileense samenleving
ingrijpend liberaliseerde en privatiseerde - heeft Chili eind vorige eeuw een
ware economische, technologische en sociale revolutie doorgemaakt. Het land, dat
tot eind jaren zeventig vooral afhankelijk was van de verkoop van koper, heeft
begin jaren tachtig zijn grenzen wijd open gezet. Traditionele activiteiten van
de Chilenen werden gedeeltelijk vervangen voor nieuwe en alle sectoren werden
aangespoord toe te treden tot de wereldmarkt. Vooral de bosbouw en de
landbouwsector in Chili maakten grote veranderingen door. De export van
bosbouwproducten is meer dan vertienvoudigd in de laatste twintig jaar van de
vorige eeuw en de beschikbare oppervlakte voor bosplantages blijft stijgen. In
de landbouwsector heeft vooral de industriële fruitteelt grote vooruitgang
geboekt met een verviervoudiging van de gecultiveerde oppervlakte en een
vergelijkbare verhoging van de export naar hoofdzakelijk Europa en de Verenigde
Staten. Volgens de tellingen in 1997 waren 1 miljoen mensen werkzaam, alleen al
binnen de landbouwsector, als vaste of seizoensarbeid(st)er.
Heel goed zou je
denken: De mensen hebben werk, er komt geld het land in, wat willen we nog meer?
Minder
bestrijdingsmiddelen!
Het grootste deel
van de bestrijdingsmiddelen in de wereld worden gebruikt in de landbouw en
bosbouw. Het is dus niet verwonderlijk dat, ondanks het feit dat
bestrijdingsmiddelen al in de jaren veertig van de vorige eeuw in Chili werden
geintroduceerd, het gebruik ervan pas de afgelopen twee decennia drastisch is
verhoogd (in 2001 werden ruim vier maal zoveel bestrijdingsmiddelen ingevoerd
als in 1999). De gevolgen hiervan blijven niet uit: bestrijdingsmiddelen
veroorzaken gezondheidsproblemen bij landarbeiders en inwoners van de gebieden
waar veel fruitteelt of bosbouw wordt bedreven. Zestig procent van de acute
vergiftigingen door pesticiden gebeurt op de plek van de arbeid. Onderzoek in de
regio Bernard O’Higgins (iets ten zuiden van Santiago en ongeveer even groot als
België) wees uit dat het aantal misvormde kinderen en spontane arbortussen ten
gevolge van blootstelling aan toxische stoffen bij landarbeidsters de normale
cijfers ruim overschrijdt. De Chileense overheid en het bedrijfsleven zijn
hiervan echter niet onder de indruk en de import en gebruik van
levensgevaarlijke, in andere landen al lang verboden bestrijdingsmiddelen gaat
gewoon door. Milieu- en arbeiders-organisaties schrijven in hun folder bestemd
voor de voorlichting van landarbeiders:
“Bestrijdingsmiddelen zijn gemaakt om te doden, vernietigen en uit te roeien”
Maar onmisbaar?
De overheid is een andere
mening toegedaan dan de milieu- en arbeidersorganisaties. Volgens hen zijn
bestrijdingsmiddelen niet schadelijk op zich, maar moet het gebruik ervan op een
“goede manier” gebeuren. Ook het bedrijfsleven beschouwt bestrijdings- en andere
chemische middelen als onmisbare hulpmiddelen in de “nieuwe” tijden waarin
kwaliteit en competentie sleutelwoorden zijn en waarin moet worden tegemoet
gekomen aan de steeds hogere eisen van de internationale kopers. Dus wordt er
uitgebreid gespoten; met het vliegtuig of vanaf de grond, met grote machines of
gewoon met een jerrycan op de rug, als de arbeiders thuis zijn, maar ook als ze
op het land zijn, of soms zelfs als ze net aan het eten zijn. Om tegemoet te
komen aan de eisen van de buitenlandse kopers sloten overheid en bedrijfsleven
in 2001 een akkoord voor het maken van een officiële handleiding voor het
gebruik van de chemische middelen die in Chili de ronde doen. En daarmee was
voor hen de zaak afgedaan: een beter gebruik, maar vooral niet minder.
Eén van de
projecten van FOS in Chili beoogt de nadelige gevolgen en het gebruik van
bestrijdingsmiddelen tegen te gaan en onder de ogen van bevolking en overheid te
brengen. Dit gezamenlijke project van het Observatorio Latinoamericano de
Conflictos Ambientales (OLCA, Latijn-Aamerikaans Observatiecentrum voor
Milieu Conflicten) en de vakbondsfederatie Bernardo O’ Higgins moet een brug
slaan tussen de Chileense milieubeweging en de organisaties in de
landbouwsector. De federatie O’ Higgins, die in 1992 werd heropgericht, is de
meest combatieve federatie van kleine boeren en landarbeiders uit de zesde regio
op het gebied van pesticiden. 11 vakbonden zijn bij hen aangesloten met een
totaal van 92 kleine boeren, 164 vaste landarbeiders en 281 seizoensarbeidsters.
Behalve steun bij collectieve onderhandelingen van hun leden voeren zij campagne
om de nadelige gevolgen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen voor de
bewoners en arbeiders van de zesde regio op te heffen. OLCA beoogt een betere
bescherming van het milieu en draagt bij aan de vermindering van de sociale- en
milieuschade. Zij hebben al jarenlang informatie en argumenten verzameld en
verspreid die de het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de nadelige gevolgen
daarvan op de gezondheid en het milieu moet verminderen of opheffen. Zij maken
deel uit van verschillende nationale en internationale samenwerkingsverbanden
die het gebruik van pesticides tegen willen gaan. In de zesde regio ontwikkelen
en coördineren zij activiteiten met de vakbondsfederatie die de positie van de
federatie moeten versterken.
De spelregels
Slechts onder grote
druk van nationale en internationale milieubeweging wordt de productie en import
of het gebruik van een aantal zeer gevaarlijke bestrijdingsmiddelen wettelijk
aan banden gelegd. Dat dat nog niet zo hard gaat wordt meerdere malen getoond
door zowel de arbeiders als de milieubeweging in Chili: internationale akkoorden
waarin het gebruik, de productie en de handel in bestrijdingsmiddelen worden
genormeerd (zoals die van Rotterdam en Stockholm) zijn niet van toepassing
binnen Chili. Een recente publicatie van OLCA toont aan dat er verschillende
mazen in het net van de wet net zijn, die de controle op - vooral huishoudelijke
- bestrijdingsmiddelen bemoeilijken. Ook is zowel overheid als arbeidersbeweging
het erover eens dat de verantwoordelijke instanties bijna geen personeel hebben
om op naleving van de wetten na te zien.
En het spel
Zo vertelde Juana
Carvajal, de voorzitster van de vakbondsfederatie Bernardo O’ Higgins van de
zesde regio, dat in een aantal bedrijven de wettelijk verplichte beschermende
kleding voor arbeiders die met bestrijdingsmiddelen werken, pas werd aangeschaft
nadat dit expliciet werd afgedwongen in een arbeidsovereenkomst. Zij gaf aan dat
van de 15 aangiftes die zij het afgelopen jaar hebben gedaan voor hun leden,
slechts 6 in behandeling zijn genomen door de bevoegde instanties. En dan te
bedenken dat veel aangiftes de instanties niet eens bereiken: enerzijds doordat
burgers en arbeiders de regels niet goed genoeg kennen. “Als je niet weet
dat je 72 uur vooraf aan een bespuiting door een vliegtuig moet worden
gewaarschuwd, ga je ook geen aangifte doen als dat niet is gebeurd” zei
Cesar Padilla van OLCA bijvoorbeeld. Maar ook omdat de werknemers hun werk niet
willen verliezen. Anti-vakbondspraktijken zijn verboden, maar nog steeds
schering en inslag en moeilijk te bewijzen. Een bedrijf dat vergoedingen biedt
aan iedereen die uit de vakbond blijft of stapt, en daarnaast ieder vakbondslid
stelselmatig lastigvalt of de meest rottige klusjes geeft kan zijn praktijken
rustig verderzetten.
Juana Carvajal
vertelde dat er zelfs een bedrijf is dat vergoedingen biedt aan iedereen die uit
de vakbond blijft of stapt. En in sommige gevallen nemen de arbeiders de
verantwoordelijke zelf in bescherming. Zo werd eind 2002 door leden van een bij
Bernardo O’ Higgins aangesloten vakbond besloten geen aangifte te doen van een
grootschalige vergiftiging (door de herintredingstijd na bespuiting niet te
respecteren) om ontslag van de verantwoordelijke te voorkomen.
De verliezers: wie
betaalt?
Uiteindelijk wordt
niemand beter van de bestrijdingsmiddelen in het milieu. Zelfs de paar mensen
die op dit moment veel geld verdienen met de export van de fruit, wijn en
bosbouwproducten zullen op de lange duur naar andere, meer duurzame
productievormen moeten uitkijken. Nu worden echter vooral de landarbeiders en de
direct omwonenden de dupe van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Zij die over
het algemeen niet veel meer dan het minimumloon verdienen (115.000 pesos;
ongeveer 150 euro per maand) kunnen het zich niet permitteren thuis te blijven
zonder werk en stellen zich ongewild bloot aan de nadelige gevolgen van
bestrijdingsmiddelen. Ze draaien op voor ziekenhuiskosten die ze niet kunnen
betalen en krijgen kinderen met aangeboren afwijkingen.
Wat kan je als
consument in Vlaanderen doen?
Neen, stop niet met
die lekkere Chileense appeltjes te eten! Dat is geen goede oplossing, aangezien
er dan nog minder werk is voor de arbeiders in Chili.
Je kan FOS
steunen, zodat wij samen met onze partners in het Zuiden de
informatiecampagnes en druk rond de nadelige gevolgen van pesticidenmisbruik
kunnen voortzetten.
Je kan meer
biologische groeten en fruit gaan eten, dan ben je in elk geval al zeker dat
het beter is voor jouw gezondheid en die van de landarbeiders in het Zuiden!
(logo biogarantie)
Je kan ook kiezen
om Max Havelaar-producten aan te kopen, deze garanderen je dat de arbeiders in
het Zuiden onder menswaardige omstandigheden werken en dat ze niet worden
uitgebuit. (logo Max Havelaar)
Je kan als
consument ook druk uitoefenen door deel te nemen aan campagnes rond deze
problematiek, op dit vlak kan er bijvoorbeeld nog hard gewerkt worden aan
rechtvaardige internationale akkoorden ter voorkoming van pesticidenmisbruik.
Op 25 mei opende de Mutua
del Campo op feestelijke wijze een nieuwe medische post in het plattelandsstadje
Jalapa in Nicaragua. Reden tot feest voor de 592 leden die hiermee toegang
kregen tot de diensten van een eigen arts en apotheek.
Het stadje Jalapa
ligt zo’n 250 kilometer ten noorden van Managua. Na een lange reis over de
verharde weg tot de provinciehoofdstad Ocotal, resten ons nog een uur over een
kronkelige en stoffige zandweg en beangstigend smalle bruggetjes. Her en der
wordt nog steeds gewerkt aan het herstel van de bruggen die zijn vernield door
de orkaan Mitch in 1998. Ondanks de afgelegen plek is Jalapa een levendige stad,
mede dankzij de productie en voorverwerking van tabak, de teelt van
voedselgewassen en de levendige handel die samenhangt met een sluipweg naar het
buurland Honduras. Desondanks is het niveau van sociale voorzieningen beneden
peil voor een gemeente van meer dan 40.000 inwoners.
Het lage niveau
van voorzieningen en de economische activiteit vormden de reden voor de Mutua
del campo (mutualiteit van het platteland), de landarbeidersbond ATC en FOS om
in 2002 de mogelijkheden te onderzoeken voor de oprichting van een nieuwe
medische post. Dit streven viel samen met de invoering van een nieuwe strategie
van de Plattelandsmutualiteit.
In de praktijk
betekent deze strategie dat 1) iedere medische post ten minste 500 betalende
leden moet hebben om te kunnen starten 2) er aansluiting gezocht wordt met
diverse economische sectoren, om het ledenaantal te doen groeien en risico’s te
spreiden 3) er verschillende aansluitingsmodaliteiten worden gecreëerd om iedere
sector naar gelang zijn kenmerken toegang tot het systeem te verlenen 4) het
beheer van de medische post in handen komt van de lokale bevolking via de
mutualiteitscomités 5) de medewerkers van de Mutua geschoold worden in
administratief beheer en marketingtechnieken.
Ineens moest er
naast solidariteit ook gepraat worden over taakgroepen, financiële draagkracht
en marketing.
Betalen met maïs, een kip of een bril
Een test. In de
gemeenschap Muyuca gelegen in de gemeente Jalapa bezoeken we één van de 22
lokale Mutualiteitscomités, die belast zijn met promotie en ledenwerving. De
leden worden gevraagd om de bezoekers te overtuigen zich aan te sluiten bij de
Plattelandsmutualiteit. Inderdaad, vol overtuiging beschrijven de leden de
verschillende voordelen van de Mutualiteit. Hierbij praten ze over hún
mutualiteit, hún medische post en hún arts. Daarmee is het echter nog niet
gedaan. We leggen uit dat we graag lid willen worden, maar dat we pas over een
half jaar zullen betalen aangezien we moeten wachten op de oogst. Het Comité is
onverbiddelijk. We kunnen pas lid worden als we drie maanden vooruit betalen. We
werpen tegen dat we niet kunnen betalen, aangezien we niet zoveel geld in huis
hebben. Het Comité blijft even onverbiddelijk: als we niet betalen kunnen zij
het systeem niet draaiende houden en duperen we andere families die wel betalen.
Wel stellen ze een serie alternatieven voor: we mogen betalen met maïs, met een
kip en zelfs met onze bril. Uiteindelijk accepteren ze een biljet van vijf euro
als betaling en voor we ons kunnen bedenken verschijnt uit een la een
ontvangstbewijs, een aansluitingsformulier met gegevens van het nieuwe lid en
een lidmaatschapskaart. In het bezit van onze lidmaatschapskaart en met de
belofte dat we binnen zes maanden een nieuw lid zullen aansluiten keren we een
uur later huiswaarts.
De noodzaak van
financiële autonomie en zelfbeheer
De koffiecrisis
die in eind jaren tachtig het platteland van Nicaragua zwaar trof, legde tevens
de zwakke punten van de Mutua del Campo bloot. De afhankelijkheid van één
economische sector (koffie) en het ontbreken van een beleid dat deze sectoren
beschermt impliceerde een enorm financieel risico voor het mutualiteitssysteem.
Een steeds groter gedeelte van de fondsen van FOS en bevriende organisaties uit
België ging naar de subsidiering van medische posten, waarvan de kansen op
zelfvoorziening steeds geringer werden. Als gevolg hiervan kwamen de
activiteiten gericht op promotie, ledenwerving en uitbreiding nagenoeg stil te
liggen.
De nieuwe aanpak
tracht deze problemen te ondervangen. Indien 500 leden hun bijdrage betalen,
worden de kosten voor medisch personeel, medicijnen en voorlichting gedekt. De
fondsen die hierdoor vrijkomen kunnen opnieuw besteed worden aan promotie en
aanvullende diensten, die op haar beurt de aantrekkelijkheid van het systeem
dient te vergroten en toelaat nieuwe leden aan te trekken. Zelfvoorziening als
basis voor een vergroting van de sociale impact van de Mutua.
Een ander
belangrijk element is zelfbeheer. Voorheen werden de fondsen van de
Plattelandsmutualiteit beheerd op centraal niveau. De bijdragen van de leden
kwamen samen met de fondsen voor FOS op een centrale rekening, van waaruit de
kosten van het systeem werden betaald. Voor de leden was het onduidelijk waar
hun bijdragen precies terecht kwamen. In Jalapa komen de fondsen terecht op een
rekening bij een lokale bank, die beheerd word door het Gemeentelijke
Mutualiteitscomité. Hiervan worden rechtstreeks de lonen betaald en medicijnen
aangekocht. Met recht kunnen ze dan ook spreken van hún medische post en hún
arts. Indien de leden niet betalen, dan wil dat zeggen dat zij hun arts niet
meer kunnen betalen en er minder medicijnen voorhanden zijn. Tegelijkertijd
betekent een uitbreiding van het aantal betalende leden dat zij andere
medicijnen kunnen betalen of andere diensten (zoals een kinderarts) kunnen
contracteren.
De ondersteuning
van FOS volgt deze logica. Het functioneren van de medische post is een
verantwoordelijkheid van de leden. De scholing van leden, de begeleiding door
een technisch team en de start van medische posten in andere sectoren krijgen
externe ondersteuning.
Van theorie naar
praktijk
Hoe mooi de nieuwe
aanpak ook moge klinken, in de praktijk zal zijn effectiviteit moeten blijken.
Er zijn voldoende redenen tot voorzichtigheid. Ten eerste is het economische
draagvlak van de plattelandsbevolking flinterdun en daarmee ook de financiële
basis voor de mutualiteit. Het aansluiten van 592 leden was een enorme opgave.
Maar het behouden van deze 592 leden en te zorgen dat zij maandelijks hun
bijdrage betalen zal op z’n minst net zo moeilijk zijn. Met een inkomen van 2
dollar per dag worden families vaak gedwongen tot keuzes: eten, huisvesting,
onderwijs voor de kinderen of gezondheid.
Een ander probleem
is dat de wervingscampagnes veel energie én geld kosten. In Jalapa werden 28
personen geschoold in marketingtechnieken, werden families huis aan huis
bezocht, werden radiospotjes uitgezonden en reden geluidswagens stad en land af
om de mutualiteit bekendheid te geven. Voor deze uitgaven blijft de
ondersteuning van organisaties uit België noodzakelijk.
Tijdens de
openingsceremonie van de medische post in Jalapa worden voor even deze zorgen
vergeten. Onder de 150 aanwezigen overheerst de vrolijkheid dat zij erin zijn
geslaagd op eigen krachten hun medische post op te zetten. En in alle toespraken
klinkt een eenduidig geluid:
Esto es nuestro
puesto medico: cuidémoslo!
(Dit is ónze
medische post: laten we er met z’n allen zorg voor dragen!).
Harrie Oostingh
Landencoördinator Centraal-Amerika en Cuba
Jenny Spiessens, FOS-militante en voorzitster van
FOS-socsol Limburg vertelt over haar recent bezoek aan Honduras en Nicaragua
(8-20 oktober 2003)
“…Achter een
prachtig landschap zit armoede verscholen en nood aan gezondheidszorg. 52% van
de bevolking heeft hier geen toegang tot basisgezondheidszorg. Een
doktersconsultatie in een openbaar ziekenhuis kost er 95€. Er is geen sterke
linkse partij, sociale organisaties moeten zorgen voor de vooruitgang van de
lagere sociale klasse. Met steun en begeleiding van FOS probeert Codesse (raad
voor sociale economieprojecten) een Mutua del campo (plattelandsmutualiteit) op
te zetten. Door het betalen van een solidariteitsbijdrage van €2 per maand
(ongeveer het loon van 1 werkdag) kunnen honderden boerenfamilies gratis naar de
medische post van de mutua. Er is in deze bergstreek op vele plaatsen geen
drinkbaar water: hierdoor veel diarree bij kinderen, vaak met dodelijke afloop
zonder hulp van medicatie. De mutua maakt de nodige medicatie voor hen
betaalbaar…
…Ons bezoek aan
een landbezettingsproject begint met één minuut stilte… Een vader vertelt over
zijn vermoorde zoon: het gebeurde pas twee maanden geleden in een nochtans
geweldloze strijd om recht op een stukje grond. Het Ministerie van
Landhervorming wil deze boerengemeenschap (30 families) 150 ha toekennen die nu
door de grootgrondbezitter niet worden bewerkt. Zij willen ook graag de 300 ha
omringende bos, niet voor eigen gebruik maar juist om het te beschermen tegen
houtkappen. FOS steunt de juridische procedure om hun eigendomstitel wettelijk
te bekomen. Het bezoek aan dit afgelegen project betekent voor deze mensen een
ervaring van solidariteit aan de andere kant van de wereld. Zij nemen afscheid
met deze woorden: ”Er is een tijd om te lachen, te huilen, te leven, te sterven,
te strijden…Je levenseinde staat vast, maar je moet al strijdend sterven. Ook
al zijn de armen armer geworden, de strijd moet verder gaan!”
De moed en de
strijdvaardigheid van deze mensen laten een diepe indruk na…”
In de
week van 20 tot 24 oktober organiseerde FOS samen met ABVV Scheldeland,
Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen de vormingsweek ‘Maquila’s heden en verleden.
Toekomst?’. Een uniek samenwerkingsinitiatief tussen een NGO en vakbonden uit
Noord en Zuid, met de steun van het federale ABVV en de Schone Kleren Campagne.
Voor
deze gelegenheid ontvingen we bezoek uit Centraal-Amerika: Miguel Ángel Ruiz
Estrada (voorzitter van de Interregionale Maquila-coördinatie van
Centraal-Amerika, Mexico en de Caraïben), Roxana Angélica Alvarado Carpio (delegee
van de Salvadoraanse vakbondsfederatie FEASIES) en Miriam Reyes Escobar
(vakbondsafgevaardigde van de confederatie CUTH, Honduras). Samen met 30
ABVV-collega’s verdiepten zij zich in de gemeenschappelijke
vakbondsproblematiek, wisselden zij ervaringen uit en formuleerden zij
voorstellen.
Deze uitwisseling
was uniek in haar soort. De hoofdrolspelers tijdens deze week waren immers
militanten uit Noord en Zuid die vertrokken vanuit hun persoonlijke ervaringen.
Resultaat?
Enthousiaste militanten uit Noord en Zuid lanceerden een hele hoop concrete
ideeën over internationale vakbondssolidariteit die konden rekenen op het
luisterend oor van gewestelijke secretarissen en de voorzitter van de
maquilacoördinadora. De basis voor een nauwe en langdurige samenwerking tussen
FOS, ABVV en maquilavakbonden werd gelegd. Alweer een stapje dichter bij een
broodnodig internationaal afdwingbaar arbeidsrecht, u hoort nog van ons!
Zin om je ook te
engageren? Neem dan contact op met
FOS: Silvy Van
Daele: 02 552 03 02
ABVV-Scheldeland: Chris Michiels - tel 09 265 52 60 / Hendrik Braet: 09 265 52
57
ABVV-Vlaams-Brabant: Karel Verschooten – tel 016 28 41 48
ABVV- West-Vlaanderen: Françoise Vermeersch – tel 059 55 60 57
Originele kijk- en tastdozen
over diversiteit in Noord en Zuid
Bij ons kan je vanaf nu 10
dubbele ‘kijkdozen’ en 5 dubbele ‘tastdozen’ huren.
In de kijkdozen zitten 20 dia's en in de tastdozen een aantal voorwerpen rond
het thema diversiteit, telkens zowel uit landen van het Noorden als het Zuiden.
Binnen de aangeraakte thema's wordt ook extra aandacht gegeven aan de integratie
van personen met een handicap in onze samenleving. Handicap maakt namelijk deel
uit van die diversiteit!
Bij deze
tentoonstelling werp je niet één blik, maar minstens drie blikken in de wereld
van diversiteit. Aan de hand van bijhorende stellingen en oplossingen kan je een
discussie aangaan met iemand uit je buurt of uit je klas.
Kijkdozen zonder dia’s huren
Je kan de kijkdozen ook
huren om zelf andere dia's in te plaatsen zodat je een tentoonstelling naar
eigen keuze kan maken!
Wil je een
tentoonstelling organiseren over een bepaald thema en heb je geen zin in
een klassieke
tentoonstelling? Dan bieden deze kijkdozen de oplossing!
Je moet dus gewoon zelf voor
maximaal 20 dia's zorgen over het thema waarover je een tentoonstelling wil
maken en plaatst die vervolgens in de kijkdozen. Klaar is Kees! Je
tentoonstelling kan je makkelijk opstellen op een vijftal tafels in het midden
van een zaal. Succes gegarandeerd!
Je moet wel zelf de
tentoonstelling komen ophalen en terugbrengen in Brussel, na afspraak. De
kijkdozen passen in de koffer van een kleine wagen. De tastdozen kunnen enkel
vervoerd worden in een camionette of grote auto.
Om
tastdozen te reserveren: PHOS 02/242.05.96
Om
kijkdozen te reserveren (voor maximaal twee weken): FOS 02/552.03.18
Stuur uw wensen de
wereld rond, met de groetjes van FOS
Ze zijn er weer,
de wenskaarten van FOS: een nieuwe reeks van vier prachtige beelden voor een
schitterend eindejaar. Vrolijk, kleurrijk, werelds. Een teken van solidariteit.
Ideaal toch, om uw allerbeste wensen over te brengen?
Stuur een kaartje van FOS. Zo kan u tegelijk uw bekommernis om de wereld uiten én aan professionele
relaties, kennissen en familie prettige feestdagen wensen. Een prima idee voor
uw eindejaarswensen, én een steuntje in de rug voor onze partners in het Zuiden.
Een pakje met vier wenskaarten (+ omslagen) kost 3 euro (excl.
verzendingskosten). Ook grote bestellingen zijn welkom, voor je dienst of je
afdeling. Vanaf tien pakjes betaal je 2,75 euro
(excl. verzendingskosten). Bestellen kan bij FOS. Schrijf een briefje of bel ons even. FOS -
Socialistische Solidariteit, t.a.v. Jean-Marie, Grasmarkt 105/46, 1000 Brussel.
Tel. 02/552 03 03, fax 02/552 02 96, e-mail: jean-marie.peere@fos-socsol.be
Koffie Verkeerd?
Geen nieuwe campagne, neen. Wel een gloednieuwe uitgave van FOS. Een boekje
boordevol informatie en het verhaal achter de koffie. Waar komt koffie vandaan?
Hoe wordt koffie geproduceerd? Welke invloed heeft koffie op lichaam en geest?
En waarom hebben de koffieboeren het vandaag zo moeilijk? ‘Koffie verkeerd?’
bundelt ook 20 verleidelijke recepten, allemaal met een vleugje koffie. Stuk
voor stuk de moeite waard om uit te proberen. Een voorsmaakje.
Het verhaal van
de koffie
Een kopje koffie
kan wonderen doen. ’s Morgens bij het ontbijt of ’s middags na de maaltijd kan
het een godengeschenk zijn. Maar als we onze lippen aan een kopje koffie zetten,
staan we er zelden bij stil hoe die koffie eigenlijk gemaakt wordt. Dat
koffiebonen er iets mee te maken hebben, zover komen we doorgaans wel. Toch
hebben die bonen al een lange weg afgelegd voordat ze hier bij ons in de winkel
terechtkomen.
Koffie wordt
geproduceerd door miljoenen kleinschalige boeren in een zeventigtal landen rond
de evenaar. Jaarlijks oogsten ze zes miljoen ton koffie. Ruim 80 procent
daarvan exporteren ze naar het Noorden. Daarmee is koffie tegenwoordig
wereldwijd zelfs het meest geëxporteerde landbouwproduct. Ook de geldstromen die
het koffieboontje teweegbrengt zijn best indrukwekkend. Enkel petroleum laat als
grondstof meer geld rollen.
Mutua del Campo
Toch gaat het
slecht met die koffie. Niet met de koffie die wij hier drinken. Voorlopig hoeven
we nog niet te vrezen voor onze dagelijkse bakjes troost. Maar of dit zo blijft
is maar de vraag. Want het gaat behoorlijk slecht met de prijzen die de boeren
voor hun koffie krijgen op de wereldmarkt. Die prijzen zijn zo laag dat het voor
een koffieboer nog amper de moeite loont om koffie te verbouwen.
Ook in Nicaragua
leiden de lage koffieprijzen tot bittere miserie. Veel plantages houden er
torenhoge schuldenbergen aan over. Voor de modale koffieboer wordt de situatie
stilaan onhoudbaar. Veel ‘campesinos’ staan langs de straat te bedelen voor
voedsel. Op de koffieplantages is er gewoon te weinig werk. En geen werk, geen
inkomen. Zo heeft de internationale koffiecrisis ook gevolgen voor de Mutua del
Campo, een ziekenkas die de arbeiders op de koffieplantages zelf op poten hebben
gezet. Mét de steun van FOS. Steeds meer landarbeiders kunnen hun bijdrage niet
langer betalen. Zo brengt de crisis in de koffiesector ook de toekomst van de
Mutua del Campo - en de gezondheid van de Nicaraguaanse landarbeiders - in het
gedrang.
Een bakje
troost?
Koffie is voor veel kleine producenten
allesbehalve een bakje troost. De prijs van koffie is de jongste jaren met
zestig procent gedaald, en vooral de kleine koffieboer is de sigaar. De grote
bedrijven zijn de grote winnaars. Want ondanks de daling van de prijs van
koffiebonen betalen wij hier nog altijd evenveel voor een pakje koffie. Zo staat
koffie vandaag symbool voor de ongelijke Noord-Zuidverhoudingen. Het Zuiden
levert de (goedkope) grondstoffen. Het Noorden gaat met de winst lopen. Want
het koffie mengen, roosteren, malen en vermarkten gebeurt hier bij ons in het
Noorden. Niet in het Zuiden. En met dat mengen, roosteren, malen en vermarkten
valt niet toevallig het meeste geld te verdienen.
Tegelijkertijd
sleurt de vrije val van de koffieprijzen op de wereldmarkt miljoenen mensen in
het Zuiden mee de diepte in. Werkloosheid en armoede zijn hun lot. Terwijl
enkele koffiemultinationals in het Noorden recordwinsten boeken dankzij
‘voordelige’ koffieprijzen. Wij stellen ons dan ook grote vragen bij de
economische gang van zaken. Daarom pleiten we voor een andere globalisering, mét
sociale correcties.
Koffie met een keurmerk
Structureel zit
het fout met de lage koffieprijzen. Eén manier om armoede te bestrijden is
ervoor te zorgen dat de koffieboeren een eerlijke prijs krijgen voor hun koffie.
De organisatie Max Havelaar bijvoorbeeld kent een keurmerk toe aan producten die
via eerlijke handel in de winkelrekken belanden. Als je een pakje Max Havelaar
koffie koopt, mag je er zeker van zijn dat de boer een eerlijke prijs heeft
gekregen voor zijn product. Eerlijke handel betekent ook dat er met de boeren
langetermijncontracten worden afgesloten. Zo zijn ze zeker van een minimale
afzet en kunnen ze op langere termijn plannen. En als dat nodig is, krijgen de
producenten een deel van de koffieprijs vooruit betaald.
An Van de Velde
Educatiedienst
KOFFIE EN
GEZONDHEID
Koffie bevat van
nature cafeïne, de meest gebruikte drug ter wereld. Een kopje filterkoffie
levert gemiddeld 75 mg cafeïne en die cafeïne heeft een licht stimulerende
werking op het centrale zenuwstelsel. Het zorgt ervoor dat we ons na een kopje
koffie beter kunnen concentreren en alerter zijn. Cafeïne verdrijft vermoeidheid
en bevordert het prestatievermogen. Maar cafeïne heeft ook andere effecten op
ons lichaam.
Koffie en
de wetenschap
Groene koffiebonen
hebben een complexe scheikundige samenstelling. Na het branden blijven oliën,
zuren en vitamines over. En cafeïne, de meest actieve stof in koffie. De invloed
van cafeïne op het menselijk lichaam is door wetenschappers uitvoerig
onderzocht. Hun conclusie: matig koffiegebruik - een paar kopjes per dag - is
niet schadelijk voor de gezondheid. Wel integendeel.
Cafeïne
stimuleert de stofwisseling en verbetert het reactievermogen. Het zet de
nieren aan tot grotere vochtafscheiding en stimuleert de darmwerking.
Een kopje koffie
verbetert het uithoudingsvermogen bij het sporten. Cafeïne is zelfs zo’n sterk
stimulerend middel dat het Internationaal Olympisch Comité een maximum stelt
aan de hoeveel cafeïne die in het bloed van de sporters mag zitten.
Koffie kan ook
helpen bij de vertering, na een copieuze maaltijd bijvoorbeeld. Een kopje
koffie stimuleert dan de productie van maagzuur en helpt maag en darmen op
dreef.
Koffie kan ook
een belangrijke bijdrage leveren in de voorziening van een aantal onmisbare
voedingsstoffen. Zo is uit onderzoek gebleken dat vijf kopjes koffie per dag
bijdragen aan onze dagelijkse behoefte aan ijzer (ongeveer 10%), aan kalium
(ongeveer 26%), aan magnesium (ongeveer 12%), aan mangaan (ongeveer 10%) en
aan niacine (ongeveer 15%).
Koffie bevat ook
stoffen die gelijkaardig werken als anti-oxydantia, die ons lichaam beschermen
tegen kanker. Zo zou koffie zelfs de ontwikkeling van kwaadaardige gezwellen
kunnen afremmen.
En
koffiedrinkers hebben ook meer kans om een hartaanval te overleven.
Teveel =
teveel
Een kopje koffie kan op elk moment
van de dag smaken. En je kikkert er meteen van op. Al na enkele minuten is
ongeveer de helft van de cafeïne in het bloed opgenomen. Twee uur later is de
werking van cafeïne het grootst. Na zowat vier uur is de helft van de opgenomen
cafeïne weer verdwenen: afgebroken door de lever of uitgescheiden via de urine.
Bij rokers gebeurt dat dubbel zo snel, bij zwangere vrouwen duurt het veel
langer.
Mensen die meer
koffie drinken dan ze gewoon zijn, kunnen onrustig worden en slecht slapen. Te
veel cafeïne kan ook opvliegers, een onregelmatige hartslag, spiertrillingen,
oorsuizingen en duizeligheid veroorzaken. Een dosis van 10 gram is zelfs
dodelijk. Maar om zoveel cafeïne binnen te krijgen, moet je op korte tijd wel
100 kopjes sterke koffie drinken.
KOKEN MET KOFFIE
Koffie kan je
drinken, uiteraard. En wel op allerlei manieren. Met of zonder suiker, met hete
melk, met chocolade of met een toefje room,… Maar wereldwijd wordt koffie ook op
andere manieren gebruikt in de keuken. En dat niet alleen in desserts. Ook in
hartige gerechten kan koffie als smaakmaker zorgen voor een verrassende toets.
Om een Mexicaanse ‘chili con carne’ wat extra karakter te geven bijvoorbeeld,
zonder dat de koffie alles overheerst.
Duivelse gehaktballetjes
Voor ongeveer 30
stuks: 500 gr gemengd gehakt, ½ kopje sterke eerlijke koffie, op
kamertemperatuur, ½ tl zout, ¼ tl peper, ½ tl mosterdpoeder, 1 teentje knoflook
(fijngesnipperd), 1 ei, ¾ kop paneermeel, 1 ui (fijngesnipperd), 2 el olie, 4 el
gemalen koffie, 4 el bloem
Bereiding. Meng
alle ingrediënten (behalve de bloem, de gemalen koffie en de olie) in een grote
kom tot een glad mengsel. Dek de kom af en laat het gehaktmengsel een half
uurtje rusten in de koelkast. Rol balletjes van het gehakt. Meng de bloem met de
gemalen koffie, een snuifje peper en zout. Wentel de balletjes door de
koffiebloem tot ze aan alle kanten bedekt zijn. Verhit de olie op matig vuur en
bak daarin de balletjes goudbruin en gaar. Laat de balletjes uitlekken op
keukenpapier en serveer ze warm.
Snel bestellen?
‘Koffie Verkeerd’
kost slecht 5 euro, plus verzendingskosten. Door het overweldigende succes,
denken we overigens al aan een tweede druk. Bestellen kan bij FOS -
Socialistische Solidariteit, t.a.v. An Van de Velde, Grasmarkt 105 bus 46, 1000
Brussel, tel: 02/552.03.13, fax: 02/552.02.96, e-mail: an.vandevelde@fos-socsol.be
191
landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de
armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie
om de politici aan hun belofte te herinneren én de
lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!