In Peru werden bijna alle overheidsdiensten
geprivatiseerd door dictator Fujimori in de jaren negentig. De
water-voorziening ontsnapte hieraan, omdat Fujimori wist dat de
privatisering hiervan een golf van protest zou uitlokken. Toch loert het
gevaar nog steeds om de hoek. Maar onze FOS-partners in Peru blijven waakzaam.
De Peruaanse regering hanteert als argument voor
privatisering dat de water-maatschappij Sedapal niet efficiënt zou zijn.
Dit wordt categoriek ontkend door Sutesal, de vakbond van Sedapal, die
aangesloten is bij de Confederación General de Trabajadores del Perú (CGTP,
partner van FOS). “Sedapal boekte in 2003 liefst 6 miljoen euro netto-winst”,
signaleert Julio Herrera, algemeen secretaris van Sutesal.
“Het probleem is echter dat veel onbekwame personen
met een lidkaart van Peru Posible (de regeringspartij, nvdr) aangenomen
werden bij Sedapal, wat tot een politieke verzieking leidt. Wij pleiten voor
technische en bekwame bestuurders. De regering moet enkele belangrijke
infrastructuur-werken uitvoeren. Sedapal heeft 50 miljoen euro beschikbaar voor
investeringen, maar de politieke wil ontbreekt”, aldus Herrera.
Watertekort
Aangezien de 2.000 kilometer lange kuststrook van
Peru een woestijnklimaat zonder regen kent, is deze infrastructuur broodnodig om
de watervoorziening vanuit het Andes-gebergte te verzorgen. Toen de
seizoenregens in de Andes begin 2004 langer dan gewoonlijk op zich lieten
wachten, kwam er maar enkele uren per dag water uit de kraan bij de 8 miljoen
inwoners van de hoofdstad Lima.
De voorspellingen van experts
voor 2025 zijn even rampzalig als voor het Midden-Oosten of Noord-Afrika. Het
water-verbruik zal tegen 2025 tot de helft terugvallen en veel duurder worden in
de kuststrook, waar 52% van de bevolking woont, maar slechts 2% van het
regenwater toekomt. De overige 98% stroomt naar het Amazonebekken, waar slechts
12% van de bevolking woont.
Moquegua
De migratiegolf naar de kust
en Lima zal het probleem nog verergeren. Dit leidde eind 2003 al tot een heuse
wateroorlog tussen twee kustdepartementen in het zuiden van Peru, Moquegua en
Arequipa. Die maken allebei aanspraak op het water van het stuwmeer Pasto Grande
(in Moquegua), dat sinds de jaren negentig beide departementen van drinkwater in
de stad en irrigatiewater op het platteland voorziet.
“Aangezien het waterpeil van Pasto Grande geleidelijk zakt, wil
Moquegua het water van dit stuwmeer niet langer delen met de buren van Arequipa”,
zegt Lourdes Huanca, een boerenleidster van de Confederación Campesina
del Perú (CCP, partner van FOS) in Moquegua. “We stellen voor dat de
regering een nieuw stuwmeer bouwt op een andere rivier, om Arequipa van water te
voorzien. Dit zou 25 miljoen euro kosten. Maar de regering wil niet over de brug
komen met het geld.”
“Eind december 2003 sloeg de
ganse bevolking van Moquegua de handen in elkaar om ons water te verdedigen. We
blokkeerden de wegen naar Arequipa”, aldus Lourdes. Waarna de bevolking van
Arequipa eveneens op straat kwam om “zijn water” op te eisen. Een technische
regeringscommissie slaagde er niet in om de gemoederen te bedaren.
De politieke bestuurders in beide departementen hopen later
electorale winst te halen met hun strijdlustige houding in dit aanwakkerend
conflict. De vakbonds- en boerenleiders van onze FOS-partners in Moquegua en
Arequipa verkiezen onderhandelingen via hun Frentes (brede volksfronten)
over een oplossing die genoeg infrastructuurwerken en water voorziet voor de
stedelingen en boeren van beide departementen.
“Dit conflict dreigt echter helemaal uit de hand te lopen door de
stilzwijgende tussenkomst van een machtige belangengroep”, legt Lourdes uit. “De
kopermijnen van Quellaveco en Quajone hebben veel ondergronds water nodig
voor nieuwe openluchtontginning, het schaarse water waar wij stedelingen en
boeren van Moquegua voor vechten. Beide mijnen lozen hun afvalwater in de
rivieren en vervuilen de landbouwgronden en het drinkwater.” Het gaat eigenlijk
om een sluikse privatisering van het water door de mijnbedrijven.
“Quellaveco richtte al een Beweging van Werklozen op, die een
nieuwe kopermijn eist om werk te vinden. Het grootste deel van de bevolking wil
deze aanslag op hun water verijdelen, door de spoorlijn van de kopermijn naar de
kust te blokkeren en de koperproductie van Quellaveco in de raffinaderij
van Ilo te verlammen. Dit kan tot nieuwe gewelddadige botsingen leiden”, vreest
Lourdes.
Cajamarca
Ook in het noordelijke departement Cajamarca, diep in het
Andes-gebergte, vechten de boeren met hun rondas campesinas (een soort
burgerbeschermingcomités) tegen de vervuiling van hun vruchtbare landbouwgronden
door Yanacocha, de grootste goudmijn van Peru en Zuid-Amerika. De mijnbedrijven
maken aanspraak op liefst 54% van alle gronden in Cajamarca, een groot gevaar
voor de kleine boeren.
“Yanacocha kocht in de jaren negentig landbouwgronden aan 25 euro
per hectare”, zegt Wilder Sanchez, boerenleider van Cajamarca en algemeen
secretaris van de CCP. “Ze pakte met geweld de grond af van wie niet
instemde. Yanacocha stootte hierbij op weinig tegenstand, want ze kocht de
politici, het gerecht en de media in Cajamarca om. Ze bezoekt de boeren en geeft
hen drinkwater of andere infrastructuur als troostprijs. Ze verdeelt het volk en
saboteert de onderhandelingen met de civiele maatschappij.”
Zo’n 10.000 kleine boeren van de rondas campesinas in Cajamarca,
die vooral maïs en melk produceren, zijn het slachtoffer van de watervervuiling
door Yanacocha. “In maart 2001 stierven 12.000 forellen van een
vrouwenclub in Llaucán. Het ministerie van gezondheid sprak eerst van een
zwavel- en loodvergiftiging, maar beweerde later – op aanstoken van Yanacocha –
dat iemand vergif in de rivier gestrooid had”, aldus Wilder.
De rondas pikten dit niet en brachten 5.000 boeren op de been,
die acht dagen lang de wegen en de productie van de Yanacocha-mijn stillegden.
“Dat leverde echter geen resultaat op, Yanacocha werd niet veroordeeld. Ze
bouwden wel een visvijver voor 25.000 forellen, om hun goede wil te tonen”, legt
Wilder uit. In 2002 werd arsenicum ontdekt in het drinkwater van de stad
Cajamarca, een product dat Yanacocha gebruikt om zijn ertsen te zuiveren, maar
het ontsnapte opnieuw aan een veroordeling.
“Het Frente de Defensa van Cajamarca overweegt om samen met de
irrigatie-comités de 180 kilometer lange weg tussen de kust en de goudmijn te
blokkeren, om de toevoer van brandstof en werkmiddelen naar Yanacocha af te
snijden”, verklapt Wilder. “De radicale groepen willen Yanacocha buiten, maar
wij vragen het bedrijf gewoon om dialoog en respect voor het milieu. We willen
de mijnbouw niet verbieden, maar wat staat er ons te wachten wanneer het goud
uitgeput raakt en Yanacocha vertrekt ?”
Wetgeving
Op nationaal niveau strijdt de CCP voor een nieuwe
mijnwetgeving, die niet langer alle voordelen toekent aan de bedrijven en de
boeren hulpeloos achterlaat. “We geven cursussen in Cajamarca over de mijnwet en
hoe boeren kunnen onderhandelen met de bedrijven”, verklaart Wilder. “We
bekwamen al een nieuwe wet die de rondas campesinas toelaat, al is die niet
perfect.”
In september 2003 organiseerden verschillende boerenorganisaties
samen, met de CCP als voortrekker, een tweedaagse nationale staking, die
onder meer tegen de dreigende privatisering van het water gericht was. Dat
staat ook in een eisenbundel van deze organisaties. In de traditionele
boerengemeenschappen van het Andesgebergte wordt het water collectief beheerd en
verdeeld onder de boeren, zonder kostprijs.
“Daarom durft de regering het water voorlopig niet privatiseren
of in concessie geven. Maar er circuleren diverse wetsvoorstellen in het
parlement, dus blijven we waakzaam met de CCP”, besluit Wilder. De strijd
om het water is nog niet gestreden in Peru.
In februari van dit
jaar ging Stefan Deconinck voor FOS naar Palestina, om onze partners te bezoeken
en om een nota voor te bereiden over arbeid, landbouw en gezondheid.
Hieronder vertelt
hij over zijn bezoek aan de steenkappers van Beit Fajjar, samen met onze partner
Democracy
and Workers’ Rights Center (DWRC).
Van nul beginnen
Samen met een aantal
andere organisaties heeft DWRC onlangs een initiatief genomen om iets te doen
aan de problematiek van veiligheid en gezondheid op het werk (afgekort VGW).
Volgens DWRC zijn Palestijnse arbeiders en werkgevers zich absoluut niet bewust
van de mogelijke gevaren en gezondheidsrisico’s die sommige werkomstandigheden
met zich meebrengen. Als Palestijnse arbeiders gewond raken in een
bedrijfsongeval of ziek worden van een ongezonde werkomgeving, leggen ze zelden
een verband met de omstandigheden waarin ze moeten werken. DWRC wil aandacht
besteden aan veiligheid en gezondheid op het werk omdat het een basisrecht is.
Een VGW-beleid is
iets totaal nieuws voor Palestina, en er moet helemaal van nul worden begonnen:
er moet wetgeving komen rond VGW, er moeten artsen worden opgeleid in de
arbeidsgezondheidskunde, er moeten gegevens verzameld worden over
arbeidsomstandigheden en de problemen die daarmee gepaard gaan in de
verschillende sectoren, arbeiders en werkgevers moeten voorgelicht worden over
het belang van VGW, …
Samen met andere
betrokkenen nam onze partner deel aan een aantal televisiedebatten en
organiseerde een aantal workshops over de problematiek. Momenteel werkt DWRC mee
aan de voorbereiding van wetgeving en reglementering die moeten leiden tot een
beter VGW.
Beroemde steen
Abeer en Samir zijn
de twee medewerkers van DWRC die momenteel actief zijn binnen de VGW-werking. Ze
verzamelen literatuur en achtergrondinformatie over VGW en ze houden nauwe
contacten met arbeiderscomités om zoveel mogelijk informatie in te winnen over
de situatie op de werkvloer. Hoe ze dat doen, konden we zelf meemaken tijdens
ons bezoek aan Beit Fajjar in februari.
Beit Fajjar is een
dorp op de Westelijke Jordaanoever, ten zuiden van Jeruzalem tussen Bethlehem en
Hebron. De inwoners leefden er voornamelijk van landbouw, maar de laatste
decennia is de steenkapperij er steeds belangrijker geworden. De bodem bestaat
er namelijk uit een soort kalksteen die erg in trek is in de bouw. De steen van
Beit Fajjar is beroemd tot in Libanon wordt gebruikt voor het verfraaien van de
gevel of voor deftige vloeren en trappen. Samen met de expansie van de
bouwnijverheid nam ook de vraag naar steen snel toe, en nu zijn steengroeven en
steenkapperijen goed voor 14% van de werkgelegenheid in Palestina, goed voor
15.000 arbeiders en 20% van de economische activiteit. De bloei van de sector is
ook zichtbaar in Beit Fajjar: op willekeurige plaatsen schoten er her en der
steenkappersateliers uit de grond. Overal tussen de woonhuizen wordt er nu
geklopt en gebeiteld, en het resultaat daarvan is een grote overlast voor de
bewoners. Het hele dorp is bedekt onder een laag stof dat door de kleinste
spleten de huizen binnendringt. Landbouwgewassen verstikken in het kalkpoeder,
waardoor oogsten mislukken en boeren zonder inkomen zitten. Ook met de
veiligheid van de arbeiders is het erg gesteld. Voor Abeer en Samir is Beit
Fajjar daarom een goed voorbeeld om de problematiek van VGW te illustreren, en
daarom gingen we samen op pad.
Uren omrijden
Het terreinbezoek
met Abeer en Samir levert niet enkel een verhaal op over arbeidsomstandigheden
over de steenkappers, maar ook over de moeilijkheden die Palestijnen hebben om
te werken onder de Israëlische bezetting. Het probleem begint al in Ramallah,
waar het hoofdkantoor van DWRC ligt. Normaal gezien zou een rit van Ramallah
naar Beit Fajjar (een afstand van iets minder dan 40 km) niet meer dan 40
minuten mogen duren. Door de 750 Israëlische wegblokkades (checkpoints)
en de bouw van de Muur moeten Palestijnen nu uren omrijden om op de plek te
komen waar ze moeten zijn, gesteld dat ze onderweg niet worden tegengehouden
door het leger en teruggestuurd. Om 12 uur hadden we hadden een afspraak met de
vakbond van steenkappers in Beit Fajjar, dus moesten we om 8 uur vertrekken om
op tijd te komen… Onderweg legde Samir uit dat de bezetting en de afsluiting van
de Palestijnse dorpen en steden steeds meer problemen veroorzaakt voor de
werking van DWRC. Palestijnen kunnen niets meer op voorhand plannen omdat het
Israëlische bezettingsleger van het ene moment op het andere kan besluiten om
checkpoints te sluiten en een uitgaansverbod in te stellen. Een vorming
organiseren wordt daardoor bijzonder duur voor DWRC: de deelnemers moeten dagen
van tevoren vertrekken om zeker te zijn dat ze in Ramallah kunnen raken en na
aankomst in hotels logeren – wat veel geld kost. Zo is het voor iedere Palestijn
die iets wil doen: alles duurt langer en kost daarom ook veel meer.
Vingers en handen
We hadden geluk, en
we kwamen zoals voorzien op de middag aan in Beit Fajjar. We werden in het
lokaal van de steenkappersfederatie ontvangen door een vakbondsleider, die ons
voorstelde aan de andere aanwezigen: een steenkapper, een vrouw die in de buurt
woont, een boer en de eigenaar van een steenkappersatelier. De steenkapper
vertelt ons over de gezondheidsproblemen waar hij en zijn collega’s mee kampen.
De meest voorkomende klachten gaan over pijn in de rug en ademhalingsproblemen:
heel wat steenkappers zijn arbeidsongeschikt op hun veertigste door het zware
werk dat ze moeten verrichten. Verder zijn er veel ongevallen: onlangs nog
verongelukten er drie arbeiders bij een ongeluk bij het laden van een
vrachtwagen; iedere dag verliest iemand een hand of een vinger bij het zagen en
beitelen van de steenblokken. Hijzelf was ook al een vinger kwijtgeraakt.
Stof
De vrouw vertelt
over de overlast van stof: het zit overal en de vrouwen krijgen hun huis niet
meer schoon. Kinderen hebben last van allergieën en ademhalingsproblemen. Op
straat spelen is veel te gevaarlijk geworden door de 2.000 tot 3.000 trucks die
dagelijks door het dorp denderen. Na een demonstratie van 200 kinderen beloofde
de gemeente een betere reglementering van het vrachtvervoer, maar die wordt niet
toegepast. De boer klaagt ook over stof: zijn bonenoogst heeft hij de voorbije
jaren mogen weggooien. De oplossingen voor de overlast zijn gekend: het stof kan
verminderd worden door betere afzuiging en het planten van hagen als scherm rond
de ateliers. De ateliers kunnen verhuizen naar buiten het dorp en vrachtwagens
kunnen het dorp vermijden en omrijden. Dat klopt, zegt de eigenaar van een
steenkappersbedrijfje, maar dat kost veel geld en dat heeft hij niet. Hij
ondervindt hij ook ademhalingsproblemen en rugklachten, maar kan onder de
huidige omstandigheden en de crisis die ontstaan is door de Israëlische
aanvallen moeilijk aan geld komen om nieuwe investeringen te doen die zijn
bedrijf veiliger en minder hinderlijk zouden maken.
Samen met de
vakbondsman bezoeken we een paar ateliers. We worden vriendelijk onthaald door
de eigenaars, die ons laten praten met zijn arbeiders. Zij bevestigen de
problemen die eerder werden aangehaald en laten zien hoe gevaarlijk hun werk
soms kan zijn: elektriciteitskabels liggen bloot op de grond, stalen kabels van
de lier zijn uitgerafeld. Waarom ze geen handschoenen dragen als ze aan de
zaagmachine werken? Tja, geen idee. En waarom zouden ze een veiligheidsbril
nodig hebben?
De dorpsdokter
bevestigt de gezondheidsproblemen: 80% van de inwoners van Beit Fajjar heeft
last van longaandoeningen, veel patiënten hebben verwondingen aan de handen en
de ogen. Voor hem is het duidelijk waar de problemen liggen, maar omdat gegevens
over VGW niet als zodanig worden bijgehouden vindt hij dat hij de overheid
moeilijk kan aanspreken over de problemen die hij tegenkomt.
Pesterij
Op de terugweg naar
Ramallah hebben Abeer en Samir minder geluk. Bij een checkpoint beslist een
18-jarige Israëliër met een machinegeweer dat Abeer niet meer mag rondreizen en
wil hij haar identiteitskaart in beslag nemen. Na lang onderhandelen mag ze weer
verder, met kaart. Dit soort pesterijen zijn dagelijkse kost voor Palestijnen
die naar hun werk gaan of hun familie willen bezoeken.
De Palestijnse
werking rond VGW is een primeur voor de Arabische wereld. DWRC is momenteel
bezig met contacten te leggen met andere organisaties om expertise en ervaringen
over VGW uit te kunnen wisselen. Met de steun van FOS kan DWRC verder werken aan
de rechten van de Palestijnse arbeiders.
Ondanks de
uitzichtloosheid van hun situatie geven onze Palestijnse vrienden de moed niet
op. Lees hieronder enkele vrij vertaalde fragmenten uit een bericht van onze
partner
Palestinian Working Women Society for Development (PWWSD)
“De ontmoeting van 14 april tussen
president Bush en de Israëlische eerste minister Ariel Sharon in Washington met
een nieuwe verklaring als resultaat … betekent binnen de huidige politieke
context de dood van de zogenaamde road map, die ontworpen werd om de
veiligheid van Israël te handhaven onder het mom van een vredesproces. En voor
ons Palestijnen, wij die vechten voor onafhankelijkheid, onafhankelijke
rechtspraak en vrijheid, opent het de deur naar een alternatieve politieke
regeling van één binationale staat in het historische Palestina. De geschiedenis
leert ons dat een volk zich nooit onderwerpt ondanks de duisternis van een
bezetting….
Vlak voor hij Israël
verliet kondigde Sharon aan dat grote blokken Joodse nederzettingen op de
Westelijke Jordaanoever zouden blijven voor altijd. Verwijzend naar de grootste
Israëlische kolonie, ten oosten van bezet Jeruzalem, zei Sharon: “Ma’aleh Adumim
zal voor eeuwig en altijd een deel blijven van de staat Israël”….
Het is weer een tijd
geleden sinds PWWSD naar zijn vrienden heeft geschreven. Om eerlijk te zijn, de
gebeurtenissen hier zijn zo schrijnend dat we het moeilijk vinden om steeds
opnieuw dezelfde boodschap te herhalen. Bij de nieuwe golf van standrechtelijke
moorden door Israël schieten woorden tekort….
Wanneer grote politieke
spelers als de EU en het Verenigd Koninkrijk in prime time op tv komen
vertellen dat Israël het internationaal recht schendt en dan gewoon doorgaan met
de lopende zaken alsof er niets aan te doen is, dan groeit de wanhoop….
Het zijn harde tijden.
Onze gemeenschap is gespannen en iedereen verwacht een spectaculair antwoord op
de recente moorden op Hamasleiders door Israël. Wij vrezen dat het ergste nog
moet komen. Sharon is zijn meer dan vijftig jaar oude bloederige weg aan het
plaveien met een unilateraal plan. In werkelijkheid dreigt hij de kooi te
sluiten die hijzelf en zijn voorgangers met succes rond de Palestijnen hebben
gebouwd. De sluiting van de Gaza-kooi komt voor ons niet als een verrassing. Hij
sloot eerder al de Qalquila-kooi in het Noorden van de Westelijke Jordaanoever
en heeft gelijkaardige plannen voor elk Palestijns bevolkingscentrum, met als
belangrijkste wapen de ‘Apartheidsmuur’.
Terwijl we wachten op nog meer dood en vernieling weten we dat slechts één ding
onze gemeenschap samenhoudt: de rechtvaardigheid van onze zaak. Hele generaties
hebben nu alle hoop verloren, veroordeeld tot hun vunzige vluchtelingenkampen
voor de rest van hun leven. Maar als iemand zou denken dat een volk zal buigen
voor een vreemde bezettingsmacht, In Palestina of Irak of ergens anders, dan
vergist hij zich. Zo ingewikkeld als het Israëlisch–Palestijns thema kan zijn,
zo eenvoudig is het soms ook. Israëli’s (of Amerikanen) hebben niet het recht –
moreel, wettelijk of religieus – om een volledige natie aan militaire bezetting
te onderwerpen. Een bezet volk zal niet op zekere ochtend opstaan en bloemen en
chocolade naar zijn bezetter gooien. Hoe sneller cowboy Bush wakker wordt, hoe
sneller de wereld een veiligere plaats wordt.”
We weten
niet of u een trouwe kijker van Eurosong bent, maar sommigen waren toch verbaasd
toen ze de kaart van Israël te zien kregen tijdens de uitzending. Hieronder een
brief van een van onze vrijwilligers aan de VRT.
Geachte,
Tijdens het Eurosongfestival, toen de punten vanuit Israël gegeven
werden, verscheen een kaart van dat land even op het scherm. Maar het bleek de
kaart van "Groot Israël" te zijn, m.a.w. de Bezette Palestijnse
Gebieden maken volgens Eurosong deel uit van Israël. Dit is onjuist, niet in
overeenstemming met de resoluties van de Verenigde Naties en onrechtvaardig ten
opzichte van de wanhopige bevrijdingsstrijd van de Palestijnen.
Het is bovendien wel erg cynisch om dit soort onjuiste kaart
uitgerekend op 15 mei te tonen. Op diezelfde dag herdachten de Palestijnen de "Nakbah"
(Catastrofe): de oorlog van 1948 toen 750.000 Palestijnen op de vlucht gejaagd
werden en 413 Palestijnse dorpen door Israëlische bulldozers van de kaart werden
geveegd. Dit soort wandaden gebeurt ook vandaag in de Bezette Gebieden, die
volgens Eurosong deel uitmaken van Groot-Israël !
Is deze desinformatie het gevolg van domme onwetendheid, van
onverschilligheid of duidt ze erop dat de Eurosong-organisatie achter de
zionistische eis van annexatie van de Palestijnse Gebieden staat?
Hoe komt het trouwens dat Israël, een geografisch volledig
Aziatisch land, al jaren deelneemt aan Eurosong? Waarom zijn Palestina of
Jordanië niet uitgenodigd? Gaat het hier om uitsluiting op basis van ras ?
1 mei – hét feest van de internationale solidariteit - is
weer achter de rug. Ook FOS bleef die dag niet bij de pakken zitten. Naar goede
gewoonte steken we dan immers van wal met onze jaarlijkse 1-meicampagne. Die
staat dit jaar in het teken van de wereldwijde strijd voor het recht op water.
Water is immers een recht voor iedereen, en geen koopwaar!. Meer informatie over
onze 1-meicampagne kon u al lezen in het vorige nummer van Kort Verslag.
Op verschillende plaatsen
in Vlaanderen waren we aanwezig om onze campagne nader toe te lichten. Het
startschot gaven we op 28 april, met onze eigen solidariteitsmaaltijd voor ruim
200 eters in Brussel, een absoluut record! Op 1 mei zelf hadden we een stand in
Willebroek, Oostende en Beringen. We gaven er tekst en uitleg over onze
activiteiten, deelden folders uit en verkochten er onder andere (h)eerlijke
solidariteitscocktails met Cubaanse rum. In Herk-de-stad stond er bovendien een
solidariteitsmaaltijd op het menu. Daar doken we mee de keuken in. Zo gaven we
het begrip ‘internationale solidariteit’ weer wat meer inhoud.
Was u er op 1 mei niet bij? Onze campagne blijft lopen. En uw
solidariteit betuigen kan natuurlijk nog altijd:
www.fos-socsol.be
Een kleine A3-box met duidelijke handleiding en veel
beeldmateriaal over de ongezonde leef- en arbeidsomstandigheden van de
arbeidsters in maquila’s of vrijhandelszones.
Die slechte omstandigheden hebben rechtstreekse gevolgen voor
de gezondheid van de arbeidsters. Het gaat onder meer om de vele uren overwerk,
de abnormaal hoge werkdruk, stress, seksuele en psychologische intimidatie, lage
kwaliteit van voedsel en drinkwater.
Verder wordt het belang van toegang tot gezondheidszorg
uitvoerig uit de doeken gedaan, waarbij ons sociale zekerheidssysteem getoetst
wordt aan het Centraal-Amerikaanse systeem. Een verdere privatisering van de
gezondheidszorg houdt ook bij ons gevaren in.
Hoe?
Dankzij de uitgewerkte handleiding kan je deze vorming
probleemloos in je groep gebruiken. Door de gelamineerde kaarten en foto’s wordt
alles overzichtelijk. En de antwoorden op de vragen van de deelnemers vind je in
de inhoudelijke bijlagen met achtergrondinformatie.
Door die bijlagen vooraf even door te nemen kan je zelf in je
vorming accenten leggen door op sommige thema’s wat dieper in te gaan.
Je kan ook zelf kiezen of je behalve de videofilm ook de
foto’s of de slides en de powerpointpresentatie gebruikt.
Voor wie?
De box werd gemaakt in samenwerking met VIVA, en is in de
eerste plaats bedoeld voor lokale groepen van VIVA. Maar de vorming is geschikt
voor iedereen!
Voor groepen van maximaal 20 personen. Vanaf 16 jaar.
Wat vind je terug in de box?
Een uitgewerkte handleiding
Inhoudelijke bijlagen
Een presentatie met slides
CD met powerpointpresentatie
1 gelamineerde wereldkaart
12 gelamineerde foto’s
1 videoband ‘Getuigenissen uit vrijhandelszones in
Latijns-Amerika’
1 gelamineerde tabel ‘Zorgverstrekking in Centraal-Amerika’
1 gelamineerde kaart met vrijhandelszones
Hoe aanvragen?
Bel of mail even naar FOS-educatiedienst, tel 02/552 03 00,
edu@fos-socsol.be
Zonder begeleiding betaal je voor ontlening van het pakket 25
euro. Als je begeleiding wil door FOS voor je socialistische organisatie betaal
je 75 euro.
1. Verhit de olie in een kookpot en bak daarin de ui.
2. Voeg de tomaten toe en de chilipeper. 10 minuten laten sudderen.
3. Roer de kokosmelk door de tomaten, samen met de helft van de koriander. Laat
de saus 20 minuten inkoken.
4. Braad intussen de kip aan in een klontje boter, kruiden met peper en zout.
5. Meng de bijna gare kip en de rest van de koriander met de saus. Laat nog even
sudderen, tot de kip de smaak van de saus goed heeft opgenomen.
6. Op smaak brengen met peper en zout. Eventueel bijkruiden met cayennepeper en
(gedroogde) koriander.
Lekker met een groen slaatje en paarse rijst (wereldwinkel).
TIP. Voor een vegetarische variant kan je de kip vervangen
door blokjes quorn.
In 2003
woedden in de wereld een twintigtal belangrijke gewapende conflicten waarbij
minstens 1000 doden vielen. De meeste van deze oorlogen spelen zich af in arme
landen en gebieden waar vrouwen en meisjes nauwelijks rechten hebben, waar
geweld op vrouwen en discriminatie van vrouwen en meisjes behoren tot de
dagelijkse realiteit, waar hun stemmen in de samenleving niet van tel zijn, waar
het vrouwelijke geringschattend wordt afgedaan als minderwaardig, waar
vertekende stereotypen van mannelijkheid en mannelijke almacht worden
opgehemeld, waar vrouwen en meisjes niet meetellen en waar enkel mannen en
jongens belangrijk zijn. Oorlog wordt gewoonlijk voorgesteld als een zaak van
mannen. Dit is misschien waar voor het slagveld, maar niet voor die plaatsen
waar de oorlog het meest wordt gevoeld: aan de basis van de burgersamenleving,
in de lokale gemeenschappen en in de gezinnen. In deze context kennen vrouwen
als geen ander de tol die oorlogen eisen. Dit hangt samen met de rol, sociale
status en maatschappelijke positie van vrouwen in de samenleving. Op lange
termijn creëren militarisering en oorlog een cultuur van geweld en van logica
van de macht van de sterkste, waardoor vrouwen bijzonder kwetsbaar zijn en
waardoor verzoening tussen de strijdende partijen bemoeilijkt wordt.
75% van
de vluchtelingen zijn vrouwen en kinderen. Verkrachting wordt in toenemende mate
gehanteerd als een oorlogswapen. Door de veranderende aard van oorlogsvoering
worden steeds meer burgers in gewapende conflicten en oorlog betrokken. De
overgrote meerderheid daarvan zijn vrouwen en kinderen. Men kan dus een
‘vervrouwelijking’ van de slachtoffers van oorlog vaststellen.
In die
omstandigheden trachten vrouwen vanuit hun rol en maatschappelijke positie niet
alleen te overleven, maar ook om de burgersamenleving, hun gezinnen en
gemeenschappen overeind te houden. Het zijn de vrouwen die gevangen in de oorlog
de zorg voor de kinderen en zwakken op zich nemen, die hun kinderen trachten op
te voeden en zelfs een toekomst te geven, die initiatieven nemen om
gezondheidsdiensten en onderwijs overeind te houden of te herstellen, die
solidariteitsnetwerken opzetten over etnische en culturele barrières heen, die
ervoor zorgen dat het leven doorgaat, dat de gemeenschap blijft voortbestaan. In
alle oorlogsgebieden verzetten vrouwen zich met de middelen die ze hebben, tegen
de oorlog en tegen de logica van de oorlog. Toch wordt aan deze unieke
overlevingsstrategie van vrouwen in oorlog doorgaans weinig aandacht besteed.
Onterecht, want hierin liggen ook de kiemen en de kracht voor verzoening en
vrede, voor heropbouw van de samenleving en voor duurzame ontwikkeling. De VN
heeft dit goed begrepen en heeft met resolutie 1325 van de Veiligheidsraad de
rol van vrouwen in vrede en veiligheid gespecificeerd. De resolutie benadrukt
de noodzaak vrouwen te betrekken bij alle vredesinitiatieven en roept op tot een
nauwere betrokkenheid van vrouwen bij de besluitvorming ter zake.
De
cultuur van oorlog en geweld kan maar doorbroken worden en vervangen door een
cultuur van vrede en geweldloosheid als zowel mannen als vrouwen de handen in
elkaar slaan en elk vanuit eigen mogelijkheden samenwerkt. Een aanpak van de
vredesproblematiek rekening houdend met de verschillende rollen van mannen en
vrouwen, is meer dan ooit noodzakelijk en wenselijk. Daarom voert de
Vlaamse Vredesweek van 24 september tot 3 oktober 2004 campagne met als thema
‘Vrouwen als kracht van vrede’.
De
Vlaamse Vredesweek eist dat de federale en Vlaamse regering:
Samen met de
parlementsleden en het brede middenveld (vrouwen- en vredesbewegingen in het
bijzonder) een voortrekkersrol spelen in de toepassing van Resolutie 1325
van de VN door het opstellen van een actieplan en het vrijmaken van extra
financiële middelen.
concrete maatregelen nemen
om de deelname van vrouwen aan het buitenlands beleid, de diplomatieke
vertegenwoordiging, vredesonderhandelingen en vredesopdrachten te
versterken.
Budgetten vrij maken voor
programma’s en activiteiten gericht op de speciale noden van vrouwen en
mannen in het proces van reïntegratie en heropbouw na een conflict en op de
nieuwe rolbeleving en maatschappelijke versterking van vrouwen.
In het buitenlands,
humanitair en ontwikkelingsbeleid steun verlenen aan programma’s die
inspelen op de (bijzondere) behoeften van vrouwen en meisjes in
oorlogssituaties, in vluchtelingenkampen, in situaties van heropbouw en
stabilisatie van de samenleving.
Tot slot roept de Vlaamse vredesweek ook alle steden en gemeenten
op om aandacht te besteden aan de specifieke behoeften van vrouwen en
meisjes in het kader van hun internationaal beleid, en de initiatieven die
zij terzake nemen.
Acties
en activiteiten Vredesweek 2004
·
Geef (je) gezicht aan de vrede!
De Vredesweek wil in 2004 de kleurrijkste en grootste
vredesverklaring ooit maken. Maar daar hebben we jouw hulp bij nodig! De
bedoeling is dat zoveel mogelijk mensen de politieke eisen ondertekenen in de
stijl van de affiche. Dus je neemt stevig en kleurrijk papier van maximum 50 cm
op 50 cm en daarop plak je je foto of teken je je gezicht en dat van alle mensen
in je omgeving of vereniging. Al deze papieren breng je mee naar de grote mars
op 3 oktober en daar worden ze op de grote vredesverklaringspuzzel geplakt.
Samen puzzelen we de vredesverklaring voor vrouwen en meisjes in elkaar!
·Vredesmars 3 oktober Brussel
Op 3 oktober 2004 toveren we Brussel om tot een heus
vredesfeest. Groepen trekken onder leiding van een fanfare op pad om de
verschillende onderdelen van de vredesverklaring te ontdekken en mee te swingen
met de groepjes en koren die het beste van zichzelf geven. Zorg dat je je leuke
spandoeken en je foto’s bij hebt want op het eindpunt wacht de
vredesverklaringspuzzel en de spandoekenjury. Je hoort er binnenkort nog véél
meer over, maar hou het alvast vrij, want dit wordt het vredesfeest van het
jaar!
·
Spandoekenwedstrijd
Op het vredesfeest van 3 oktober kiest een gespecialiseerde
jury de leukste spandoek en/of de leukste act van de optocht. Dus maak met je
klas, school of vereniging leuke spandoeken met originele slogans, verzin een
kleurrijke en luidruchtige act en kom ze tonen in Brussel. De jury houdt je in
de gaten en beloont de leukste met een prijs!
·
Stickers
Speciaal voor deze Vredesweek ontwikkelen we een stickervel
met een vredesstickertje voor elke dag. Om zichtbaar te dragen, om je fiets,
schooltas of auto mee te beplakken of om je collega’s mee te verleiden. Het is
immers de bedoeling dat zoveel mogelijk mensen ze zichtbaar dragen en zo aan de
wereld laten weten dat zij mee de vrede verklaren. Bekende en minder bekende
Vlamingen, ouders en kinderen, jongeren en ouderen, vrouwen en mannen,
leerkrachten en leerlingen, werkgevers en werknemers,… verspreiden ze in hun
omgeving en dragen ze een week lang! Jij ook? Meer info in de volgende
Vredesweekinfo’s.
·
Drie politieke meters
Als symbool van de kracht van vrouwen voor vrede, heeft de
Vlaamse Vredesweek niet één, maar drie politieke meters. Drie vrouwelijke
politici van drie verschillende partijen staan achter de vredesverklaring van de
Vlaamse Vredesweek en gaan samen voor de realisatie ervan. Ze zijn zichtbaar
aanwezig tijdens de week en zullen uiteraard ook de Vredesmars van 3 oktober
ondersteunen. Wie deze drie politieke meters zijn onthullen we later!
·
Straatacties in alle grote Vlaamse steden
Zoals de vorige jaren trekt de Vredesweekcaravan ook dit jaar
langs alle grote Vlaamse steden met een stand, de puzzelstukken voor de
vredesverklaring en animatie. Je komt ons tijdens de week dus tegen in
Antwerpen, Brussel, Brugge, Hasselt Gent, Leuven en Kortrijk.
Doe jij mee? Laat
iets weten!
De Vlaamse Vredesweek zoekt
nog:
Organisaties die een advertentie of een artikel over de vredesweek willen
publiceren in hun ledenblad of die een link naar de website van de
vredesweek willen plaatsen op hun website.
Scholen, verenigingen en organisaties die hun leerlingen en leden willen
mobiliseren voor de vredesmars van 3 oktober.
Bedrijven, organisaties en
verenigingen die de campagne en/of de mars willen sponsoren in ruil voor
vermelding van hun logo op het campagnemateriaal of een Vredesweekinfo op
maat.
Organisaties en
verenigingen die ondersteunende organisatie van de campagne willen worden en
die mee de
Vredesmars willen organiseren
voor animatie
willen zorgen op het traject
de
campagnetekst willen onderschrijven. Deze tekst bepaalt de inhoud en de
visie van de Vlaamse Vredesweek zoals vastgelegd door de initiatiefnemende
organisaties.
zich willen buigen over het
politieke dossier dat in het kader van de Vlaamse Vredesweek 2004 wordt
opgesteld.
willen sponsoren! Bel ons,
wij hebben hele leuke voorstellen.
de campagne via het
tijdschrift bekend willen maken.
folders, affiches en
stickers willen verspreiden
Scholen, verenigingen en
organisaties die foto’s willen inzamelen, gezichtjes willen tekenen of
spandoeken schilderen en die meebrengen naar de mars op 3 oktober!
Scholen, verenigingen en
organisaties die de straatacties willen ondersteunen met hun aanwezigheid
Conctacteer ons: Vlaamse Vredesweek, Italiëlei 98A, 2000
Antwerpen, T. 03/225 10 00, F. 03/225 07 99,
info@vredesweek.be
191
landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de
armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie
om de politici aan hun belofte te herinneren én de
lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!