Kom naar de Wachtnacht!


De MDGs: fos zit niet stil


Steun Pakistan!


Jaarverslag 2009



 ES  FR  EN  PT


 
 
  FOS | Nieuws: KORT VERSLAG 2-2004
home > nieuws > Fosfor

Kort verslag nr. 2, april-juni 2004

Inhoudstafel :


Boeren   en   mijnbouw   vechten   om   schaars   water   in   Peru

In Peru werden bijna alle overheidsdiensten geprivatiseerd door dictator Fujimori in de jaren negentig. De water-voorziening ontsnapte hieraan, omdat Fujimori wist dat de privatisering hiervan een golf van protest zou uitlokken. Toch loert het gevaar nog steeds om de hoek. Maar onze FOS-partners in Peru blijven waakzaam.

De Peruaanse regering hanteert als argument voor privatisering dat de water-maatschappij Sedapal niet efficiënt zou zijn. Dit wordt categoriek ontkend door Sutesal, de vakbond van Sedapal, die aangesloten is bij de Confederación General de Trabajadores del Perú (CGTP, partner van FOS). “Sedapal boekte in 2003 liefst 6 miljoen euro netto-winst”, signaleert Julio Herrera, algemeen secretaris van Sutesal.

“Het probleem is echter dat veel onbekwame personen met een lidkaart van Peru Posible (de regeringspartij, nvdr) aangenomen werden bij Sedapal, wat tot een politieke verzieking leidt. Wij pleiten voor technische en bekwame bestuurders. De regering moet enkele belangrijke infrastructuur-werken uitvoeren. Sedapal heeft 50 miljoen euro beschikbaar voor investeringen, maar de politieke wil ontbreekt”, aldus Herrera.

Watertekort

Aangezien de 2.000 kilometer lange kuststrook van Peru een woestijnklimaat zonder regen kent, is deze infrastructuur broodnodig om de watervoorziening vanuit het Andes-gebergte te verzorgen. Toen de seizoenregens in de Andes begin 2004 langer dan gewoonlijk op zich lieten wachten, kwam er maar enkele uren per dag water uit de kraan bij de 8 miljoen inwoners van de hoofdstad Lima.

De voorspellingen van experts voor 2025 zijn even rampzalig als voor het Midden-Oosten of Noord-Afrika. Het water-verbruik zal tegen 2025 tot de helft terugvallen en veel duurder worden in de kuststrook, waar 52% van de bevolking woont, maar slechts 2% van het regenwater toekomt. De overige 98% stroomt naar het Amazonebekken, waar slechts 12% van de bevolking woont.

Moquegua

De migratiegolf naar de kust en Lima zal het probleem nog verergeren. Dit leidde eind 2003 al tot een heuse wateroorlog tussen twee kustdepartementen in het zuiden van Peru, Moquegua en Arequipa. Die maken allebei aanspraak op het water van het stuwmeer Pasto Grande (in Moquegua), dat sinds de jaren negentig beide departementen van drinkwater in de stad en irrigatiewater op het platteland voorziet.

“Aangezien het waterpeil van Pasto Grande geleidelijk zakt, wil Moquegua het water van dit stuwmeer niet langer delen met de buren van Arequipa”, zegt Lourdes Huanca, een boerenleidster van de Confederación Campesina del Perú (CCP, partner van FOS) in Moquegua. “We stellen voor dat de regering een nieuw stuwmeer bouwt op een andere rivier, om Arequipa van water te voorzien. Dit zou 25 miljoen euro kosten. Maar de regering wil niet over de brug komen met het geld.”   

“Eind december 2003 sloeg de ganse bevolking van Moquegua de handen in elkaar om ons water te verdedigen. We blokkeerden de wegen naar Arequipa”, aldus Lourdes. Waarna de bevolking van Arequipa eveneens op straat kwam om “zijn water” op te eisen. Een technische regeringscommissie slaagde er niet in om de gemoederen te bedaren.

De politieke bestuurders in beide departementen hopen later electorale winst te halen met hun strijdlustige houding in dit aanwakkerend conflict. De vakbonds- en boerenleiders van onze FOS-partners in Moquegua en Arequipa verkiezen onderhandelingen via hun Frentes (brede volksfronten) over een oplossing die genoeg infrastructuurwerken en water voorziet voor de stedelingen en boeren van beide departementen.

“Dit conflict dreigt echter helemaal uit de hand te lopen door de stilzwijgende tussenkomst van een machtige belangengroep”, legt Lourdes uit. “De kopermijnen van Quellaveco en Quajone hebben veel ondergronds water nodig voor nieuwe openluchtontginning, het schaarse water waar wij stedelingen en boeren van Moquegua voor vechten. Beide mijnen lozen hun afvalwater in de rivieren en vervuilen de landbouwgronden en het drinkwater.” Het gaat eigenlijk om een sluikse privatisering van het water door de mijnbedrijven.

“Quellaveco richtte al een Beweging van Werklozen op, die een nieuwe kopermijn eist om werk te vinden. Het grootste deel van de bevolking wil deze aanslag op hun water verijdelen, door de spoorlijn van de kopermijn naar de kust te blokkeren en de koperproductie van Quellaveco in de raffinaderij van Ilo te verlammen. Dit kan tot nieuwe gewelddadige botsingen leiden”, vreest Lourdes.

Cajamarca

Ook in het noordelijke departement Cajamarca, diep in het Andes-gebergte, vechten de boeren met hun rondas campesinas (een soort burgerbeschermingcomités) tegen de vervuiling van hun vruchtbare landbouwgronden door Yanacocha, de grootste goudmijn van Peru en Zuid-Amerika. De mijnbedrijven maken aanspraak op liefst 54% van alle gronden in Cajamarca, een groot gevaar voor de kleine boeren.

“Yanacocha kocht in de jaren negentig landbouwgronden aan 25 euro per hectare”, zegt Wilder Sanchez, boerenleider van Cajamarca en algemeen secretaris van de CCP. “Ze pakte met geweld de grond af van wie niet instemde. Yanacocha stootte hierbij op weinig tegenstand, want ze kocht de politici, het gerecht en de media in Cajamarca om. Ze bezoekt de boeren en geeft hen drinkwater of andere infrastructuur als troostprijs. Ze verdeelt het volk en saboteert de onderhandelingen met de civiele maatschappij.”

Zo’n 10.000 kleine boeren van de rondas campesinas in Cajamarca, die vooral maïs en melk produceren, zijn het slachtoffer van de watervervuiling door Yanacocha. “In maart 2001 stierven 12.000 forellen van een vrouwenclub in Llaucán. Het ministerie van gezondheid sprak eerst van een zwavel- en loodvergiftiging, maar beweerde later – op aanstoken van Yanacocha – dat iemand vergif in de rivier gestrooid had”, aldus Wilder.

De rondas pikten dit niet en brachten 5.000 boeren op de been, die acht dagen lang de wegen en de productie van de Yanacocha-mijn stillegden. “Dat leverde echter geen resultaat op, Yanacocha werd niet veroordeeld. Ze bouwden wel een visvijver voor 25.000 forellen, om hun goede wil te tonen”, legt Wilder uit. In 2002 werd arsenicum ontdekt in het drinkwater van de stad Cajamarca, een product dat Yanacocha gebruikt om zijn ertsen te zuiveren, maar het ontsnapte opnieuw aan een veroordeling.

“Het Frente de Defensa van Cajamarca overweegt om samen met de irrigatie-comités de 180 kilometer lange weg tussen de kust en de goudmijn te blokkeren, om de toevoer van brandstof en werkmiddelen naar Yanacocha af te snijden”, verklapt Wilder. “De radicale groepen willen Yanacocha buiten, maar wij vragen het bedrijf gewoon om dialoog en respect voor het milieu. We willen de mijnbouw niet verbieden, maar wat staat er ons te wachten wanneer het goud uitgeput raakt en Yanacocha vertrekt ?”

Wetgeving

Op nationaal niveau strijdt de CCP voor een nieuwe mijnwetgeving, die niet langer alle voordelen toekent aan de bedrijven en de boeren hulpeloos achterlaat. “We geven cursussen in Cajamarca over de mijnwet en hoe boeren kunnen onderhandelen met de bedrijven”, verklaart Wilder. “We bekwamen al een nieuwe wet die de rondas campesinas toelaat, al is die niet perfect.”   

In september 2003 organiseerden verschillende boerenorganisaties samen, met de CCP als voortrekker, een tweedaagse nationale staking, die onder meer tegen de dreigende  privatisering van het water gericht was. Dat staat ook in een eisenbundel van deze organisaties. In de traditionele boerengemeenschappen van het Andesgebergte wordt het water collectief beheerd en verdeeld onder de boeren, zonder kostprijs.

“Daarom durft de regering het water voorlopig niet privatiseren of in concessie geven. Maar er circuleren diverse wetsvoorstellen in het parlement, dus blijven we waakzaam met de CCP”, besluit Wilder. De strijd om het water is nog niet gestreden in Peru. 

Felix De Witte
Coördinator FOS Peru

Kort verslag : inhoudstabel


De steenkappers van Beit Fajjar – veiligheid en gezondheid op het werk in Palestina

In februari van dit jaar ging Stefan Deconinck voor FOS naar Palestina, om onze partners te bezoeken en om een nota voor te bereiden over arbeid, landbouw en gezondheid.

Hieronder vertelt hij over zijn bezoek aan de steenkappers van Beit Fajjar, samen met onze partner Democracy and Workers’ Rights Center (DWRC).

Van nul beginnen

Samen met een aantal andere organisaties heeft DWRC onlangs een initiatief genomen om iets te doen aan de problematiek van veiligheid en gezondheid op het werk (afgekort VGW). Volgens DWRC zijn Palestijnse arbeiders en werkgevers zich absoluut niet bewust van de mogelijke gevaren en gezondheidsrisico’s die sommige werkomstandigheden met zich meebrengen. Als Palestijnse arbeiders gewond raken in een bedrijfsongeval of ziek worden van een ongezonde werkomgeving, leggen ze zelden een verband met de omstandigheden waarin ze moeten werken. DWRC wil aandacht besteden aan veiligheid en gezondheid op het werk omdat het een basisrecht is.

Een VGW-beleid is iets totaal nieuws voor Palestina, en er moet helemaal van nul worden begonnen: er moet wetgeving komen rond VGW, er moeten artsen worden opgeleid in de arbeidsgezondheidskunde, er moeten gegevens verzameld worden over arbeidsomstandigheden en de problemen die daarmee gepaard gaan in de verschillende sectoren, arbeiders en werkgevers moeten voorgelicht worden over het belang van VGW, …

Samen met andere betrokkenen nam onze partner deel aan een aantal televisiedebatten en organiseerde een aantal workshops over de problematiek. Momenteel werkt DWRC mee aan de voorbereiding van wetgeving en reglementering die moeten leiden tot een beter VGW.

Beroemde steen

Abeer en Samir zijn de twee medewerkers van DWRC die momenteel actief zijn binnen de VGW-werking. Ze verzamelen literatuur en achtergrondinformatie over VGW en ze houden nauwe contacten met arbeiderscomités om zoveel mogelijk informatie in te winnen over de situatie op de werkvloer. Hoe ze dat doen, konden we zelf meemaken tijdens ons bezoek aan Beit Fajjar in februari.

Beit Fajjar is een dorp op de Westelijke Jordaanoever, ten zuiden van Jeruzalem tussen Bethlehem en Hebron. De inwoners leefden er voornamelijk van landbouw, maar de laatste decennia is de steenkapperij er steeds belangrijker geworden. De bodem bestaat er namelijk uit een soort kalksteen die erg in trek is in de bouw. De steen van Beit Fajjar is beroemd tot in Libanon wordt gebruikt voor het verfraaien van de gevel of voor deftige vloeren en trappen. Samen met de expansie van de bouwnijverheid nam ook de vraag naar steen snel toe, en nu zijn steengroeven en steenkapperijen goed voor 14% van de werkgelegenheid in Palestina, goed voor 15.000 arbeiders en 20% van de economische activiteit. De bloei van de sector is ook zichtbaar in Beit Fajjar: op willekeurige plaatsen schoten er her en der steenkappersateliers uit de grond. Overal tussen de woonhuizen wordt er nu geklopt en gebeiteld, en het resultaat daarvan is een grote overlast voor de bewoners. Het hele dorp is bedekt onder een laag stof dat door de kleinste spleten de huizen binnendringt. Landbouwgewassen verstikken in het kalkpoeder, waardoor oogsten mislukken en boeren zonder inkomen zitten. Ook met de veiligheid van de arbeiders is het erg gesteld. Voor Abeer en Samir is Beit Fajjar daarom een goed voorbeeld om de problematiek van VGW te illustreren, en daarom gingen we samen op pad.

Uren omrijden

Het terreinbezoek met Abeer en Samir levert niet enkel een verhaal op over arbeidsomstandigheden over de steenkappers, maar ook over de moeilijkheden die Palestijnen hebben om te werken onder de Israëlische bezetting. Het probleem begint al in Ramallah, waar het hoofdkantoor van DWRC ligt. Normaal gezien zou een rit van Ramallah naar Beit Fajjar (een afstand van iets minder dan 40 km) niet meer dan 40 minuten mogen duren. Door de 750 Israëlische wegblokkades (checkpoints) en de bouw van de Muur moeten Palestijnen nu uren omrijden om op de plek te komen waar ze moeten zijn, gesteld dat ze onderweg niet worden tegengehouden door het leger en teruggestuurd. Om 12 uur hadden we hadden een afspraak met de vakbond van steenkappers in Beit Fajjar, dus moesten we om 8 uur vertrekken om op tijd te komen… Onderweg legde Samir uit dat de bezetting en de afsluiting van de Palestijnse dorpen en steden steeds meer problemen veroorzaakt voor de werking van DWRC. Palestijnen kunnen niets meer op voorhand plannen omdat het Israëlische bezettingsleger van het ene moment op het andere kan besluiten om checkpoints te sluiten en een uitgaansverbod in te stellen. Een vorming organiseren wordt daardoor bijzonder duur voor DWRC: de deelnemers moeten dagen van tevoren vertrekken om zeker te zijn dat ze in Ramallah kunnen raken en na aankomst in hotels logeren – wat veel geld kost. Zo is het voor iedere Palestijn die iets wil doen: alles duurt langer en kost daarom ook veel meer.

Vingers en handen

We hadden geluk, en we kwamen zoals voorzien op de middag aan in Beit Fajjar. We werden in het lokaal van de steenkappersfederatie ontvangen door een vakbondsleider, die ons voorstelde aan de andere aanwezigen: een steenkapper, een vrouw die in de buurt woont, een boer en de eigenaar van een steenkappersatelier. De steenkapper vertelt ons over de gezondheidsproblemen waar hij en zijn collega’s mee kampen. De meest voorkomende klachten gaan over pijn in de rug en ademhalingsproblemen: heel wat steenkappers zijn arbeidsongeschikt op hun veertigste door het zware werk dat ze moeten verrichten. Verder zijn er veel ongevallen: onlangs nog verongelukten er drie arbeiders bij een ongeluk bij het laden van een vrachtwagen; iedere dag verliest iemand een hand of een vinger bij het zagen en beitelen van de steenblokken. Hijzelf was ook al een vinger kwijtgeraakt.

Stof

De vrouw vertelt over de overlast van stof: het zit overal en de vrouwen krijgen hun huis niet meer schoon. Kinderen hebben last van allergieën en ademhalingsproblemen. Op straat spelen is veel te gevaarlijk geworden door de 2.000 tot 3.000 trucks die dagelijks door het dorp denderen. Na een demonstratie van 200 kinderen beloofde de gemeente een betere reglementering van het vrachtvervoer, maar die wordt niet toegepast. De boer klaagt ook over stof: zijn bonenoogst heeft hij de voorbije jaren mogen weggooien. De oplossingen voor de overlast zijn gekend: het stof kan verminderd worden door betere afzuiging en het planten van hagen als scherm rond de ateliers. De ateliers kunnen verhuizen naar buiten het dorp en vrachtwagens kunnen het dorp vermijden en omrijden. Dat klopt, zegt de eigenaar van een steenkappersbedrijfje, maar dat kost veel geld en dat heeft hij niet. Hij ondervindt hij ook ademhalingsproblemen en rugklachten, maar kan onder de huidige omstandigheden en de crisis die ontstaan is door de Israëlische aanvallen moeilijk aan geld komen om nieuwe investeringen te doen die zijn bedrijf veiliger en minder hinderlijk zouden maken.

Samen met de vakbondsman bezoeken we een paar ateliers. We worden vriendelijk onthaald door de eigenaars, die ons laten praten met zijn arbeiders. Zij bevestigen de problemen die eerder werden aangehaald en laten zien hoe gevaarlijk hun werk soms kan zijn: elektriciteitskabels liggen bloot op de grond, stalen kabels van de lier zijn uitgerafeld. Waarom ze geen handschoenen dragen als ze aan de zaagmachine werken? Tja, geen idee. En waarom zouden ze een veiligheidsbril nodig hebben?

De dorpsdokter bevestigt de gezondheidsproblemen: 80% van de inwoners van Beit Fajjar heeft last van longaandoeningen, veel patiënten hebben verwondingen aan de handen en de ogen. Voor hem is het duidelijk waar de problemen liggen, maar omdat gegevens over VGW niet als zodanig worden bijgehouden vindt hij dat hij de overheid moeilijk kan aanspreken over de problemen die hij tegenkomt.

Pesterij

Op de terugweg naar Ramallah hebben Abeer en Samir minder geluk. Bij een checkpoint beslist een 18-jarige Israëliër met een machinegeweer dat Abeer niet meer mag rondreizen en wil hij haar identiteitskaart in beslag nemen. Na lang onderhandelen mag ze weer verder, met kaart. Dit soort pesterijen zijn dagelijkse kost voor Palestijnen die naar hun werk gaan of hun familie willen bezoeken.

De Palestijnse werking rond VGW is een primeur voor de Arabische wereld. DWRC is momenteel bezig met contacten te leggen met andere organisaties om expertise en ervaringen over VGW uit te kunnen wisselen. Met de steun van FOS kan DWRC verder werken aan de rechten van de Palestijnse arbeiders.

Stefan Deconinck

Kort verslag : inhoudstabel


“Waar staan we vandaag?“

Ondanks de uitzichtloosheid van hun situatie geven onze Palestijnse vrienden de moed niet op. Lees hieronder enkele vrij vertaalde fragmenten uit een bericht van onze partner Palestinian Working Women Society for Development (PWWSD)

“De ontmoeting van 14 april tussen president Bush en de Israëlische eerste minister Ariel Sharon in Washington met een nieuwe verklaring als resultaat … betekent  binnen de huidige politieke context de dood van de zogenaamde road map, die ontworpen werd om de veiligheid van Israël te handhaven onder het mom van een vredesproces. En voor ons Palestijnen, wij die vechten voor onafhankelijkheid, onafhankelijke rechtspraak en vrijheid, opent het de deur naar een alternatieve politieke regeling van één binationale staat in het historische Palestina. De geschiedenis leert ons dat  een volk zich nooit onderwerpt ondanks de duisternis van een bezetting….

Vlak voor hij Israël verliet kondigde Sharon aan dat grote blokken Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zouden blijven voor altijd. Verwijzend naar de grootste Israëlische kolonie, ten oosten van bezet Jeruzalem, zei Sharon: “Ma’aleh Adumim zal voor eeuwig en altijd een deel blijven van de staat Israël”….

Het is weer een tijd geleden sinds PWWSD naar zijn vrienden heeft geschreven. Om eerlijk te zijn, de gebeurtenissen hier zijn zo schrijnend dat we het moeilijk vinden om steeds opnieuw dezelfde boodschap te herhalen. Bij de nieuwe golf van standrechtelijke moorden door Israël schieten woorden tekort….

Wanneer grote politieke spelers als de EU en het Verenigd Koninkrijk in prime time op tv komen vertellen dat Israël het internationaal recht schendt en dan gewoon doorgaan met de lopende zaken alsof er niets aan te doen is, dan groeit de wanhoop….

Het zijn harde tijden. Onze gemeenschap is gespannen en iedereen verwacht een spectaculair antwoord op de recente moorden op Hamasleiders door Israël. Wij vrezen dat het ergste nog moet komen. Sharon is zijn meer dan vijftig jaar oude bloederige weg aan het plaveien met een unilateraal plan. In werkelijkheid dreigt hij de kooi te sluiten die hijzelf en zijn voorgangers met succes rond de Palestijnen hebben gebouwd. De sluiting van de Gaza-kooi komt voor ons niet als een verrassing. Hij sloot eerder al de Qalquila-kooi in het Noorden van de Westelijke Jordaanoever en heeft gelijkaardige plannen voor elk Palestijns bevolkingscentrum, met als belangrijkste wapen de ‘Apartheidsmuur’.

Terwijl we wachten op nog meer dood en vernieling weten we dat slechts één ding onze gemeenschap samenhoudt: de rechtvaardigheid van onze zaak. Hele generaties hebben nu alle hoop verloren, veroordeeld tot hun vunzige vluchtelingenkampen voor de rest van hun leven. Maar als iemand zou denken dat een volk zal buigen voor een vreemde bezettingsmacht, In Palestina of Irak of ergens anders, dan vergist hij zich. Zo ingewikkeld als het Israëlisch–Palestijns thema kan zijn, zo eenvoudig is het soms ook. Israëli’s (of Amerikanen) hebben niet het recht – moreel, wettelijk of religieus – om een volledige natie aan militaire bezetting te onderwerpen. Een bezet volk zal niet op zekere ochtend opstaan en bloemen en chocolade naar zijn bezetter gooien. Hoe sneller cowboy Bush wakker wordt, hoe sneller de wereld een veiligere plaats wordt.”

Ramallah, Palestina, 21 april 2004

 

Kort verslag : inhoudstabel


And the votes of the APP-jury are…

We weten niet of u een trouwe kijker van Eurosong bent, maar sommigen waren toch verbaasd toen ze de kaart van Israël te zien kregen tijdens de uitzending. Hieronder een brief van een van onze vrijwilligers aan de VRT.

 Geachte,

Tijdens het Eurosongfestival, toen de punten vanuit Israël gegeven werden, verscheen een kaart van dat land even op het scherm.  Maar het bleek de kaart van "Groot Israël" te zijn, m.a.w. de Bezette Palestijnse Gebieden maken volgens Eurosong deel uit van Israël. Dit is onjuist, niet in overeenstemming met de resoluties van de Verenigde Naties en onrechtvaardig ten opzichte van de wanhopige bevrijdingsstrijd van de Palestijnen.

Het is bovendien wel erg cynisch om dit soort onjuiste kaart uitgerekend op 15 mei te tonen. Op diezelfde dag herdachten de Palestijnen de "Nakbah" (Catastrofe): de oorlog van 1948 toen 750.000 Palestijnen op de vlucht gejaagd werden en 413 Palestijnse dorpen door Israëlische bulldozers van de kaart werden geveegd.  Dit soort wandaden gebeurt ook vandaag in de Bezette Gebieden, die volgens Eurosong deel uitmaken van Groot-Israël !

Is deze desinformatie het gevolg van domme onwetendheid, van onverschilligheid of duidt ze erop dat de Eurosong-organisatie achter de zionistische eis van annexatie van de Palestijnse Gebieden staat?

Hoe komt het trouwens dat Israël, een geografisch volledig Aziatisch land, al jaren deelneemt aan Eurosong?  Waarom zijn Palestina of Jordanië niet uitgenodigd?  Gaat het hier om uitsluiting op basis van ras ?

Graag Uw antwoord.

Met beleefde groeten,

H.L.

Kort verslag : inhoudstabel


1 mei voorbij

1 mei – hét feest van de internationale solidariteit - is weer achter de  rug. Ook FOS bleef die dag niet bij de pakken zitten. Naar goede gewoonte steken we dan immers van wal met onze jaarlijkse 1-meicampagne. Die staat dit jaar in het teken van de wereldwijde strijd voor het recht op water. Water is immers een recht voor iedereen, en geen koopwaar!. Meer informatie over onze 1-meicampagne kon u al lezen in het vorige nummer van Kort Verslag.

Op verschillende plaatsen in Vlaanderen waren we aanwezig om onze campagne nader toe te lichten. Het startschot gaven we op 28 april, met onze eigen solidariteitsmaaltijd voor ruim 200 eters in Brussel, een absoluut record! Op 1 mei zelf hadden we een stand in Willebroek, Oostende en Beringen. We gaven er tekst en uitleg over onze activiteiten, deelden folders uit en verkochten er onder andere (h)eerlijke solidariteitscocktails met Cubaanse rum. In Herk-de-stad stond er bovendien een solidariteitsmaaltijd op het menu. Daar doken we mee de keuken in. Zo gaven we het begrip ‘internationale solidariteit’ weer wat meer inhoud.

Was u er op 1 mei niet bij? Onze campagne blijft lopen. En uw solidariteit betuigen kan natuurlijk nog altijd: www.fos-socsol.be

Kort verslag : inhoudstabel


Educatie in de kijker: Gezondheid in maquila’s
Een box vol vorming

Wat?

Een kleine A3-box met duidelijke handleiding en veel beeldmateriaal over de ongezonde leef- en arbeidsomstandigheden van de arbeidsters in maquila’s of vrijhandelszones.

Die slechte omstandigheden hebben rechtstreekse gevolgen voor de gezondheid van de arbeidsters. Het gaat onder meer om de vele uren overwerk, de abnormaal hoge werkdruk, stress, seksuele en psychologische intimidatie, lage kwaliteit van voedsel en drinkwater.

Verder wordt het belang van toegang tot gezondheidszorg uitvoerig uit de doeken gedaan, waarbij ons sociale zekerheidssysteem getoetst wordt aan het Centraal-Amerikaanse systeem. Een verdere privatisering van de gezondheidszorg houdt ook bij ons gevaren in.

Hoe?

Dankzij de uitgewerkte handleiding kan je deze vorming probleemloos in je groep gebruiken. Door de gelamineerde kaarten en foto’s wordt alles overzichtelijk. En de antwoorden op de vragen van de deelnemers vind je in de inhoudelijke bijlagen met achtergrondinformatie.

Door die bijlagen vooraf even door te nemen kan je zelf in je vorming accenten leggen door op sommige thema’s wat dieper in te gaan.

Je kan ook zelf kiezen of je behalve de videofilm ook de foto’s of de slides en de powerpointpresentatie gebruikt. 

Voor wie?

De box werd gemaakt in samenwerking met VIVA, en is in de eerste plaats bedoeld voor lokale groepen van VIVA. Maar de vorming is geschikt voor iedereen!

Voor groepen van maximaal 20 personen. Vanaf 16 jaar.

Wat vind je terug in de box?

  • Een uitgewerkte handleiding

  • Inhoudelijke bijlagen

  • Een presentatie met slides

  • CD met powerpointpresentatie

  • 1 gelamineerde wereldkaart

  • 12 gelamineerde foto’s

  • 1 videoband ‘Getuigenissen uit vrijhandelszones in Latijns-Amerika’

  • 1 gelamineerde tabel ‘Zorgverstrekking in Centraal-Amerika’

  • 1 gelamineerde kaart met vrijhandelszones

Hoe aanvragen?

Bel of mail even naar FOS-educatiedienst, tel 02/552 03 00, edu@fos-socsol.be

FOS-Socialistische solidariteit, Grasmarkt 105/46, 1000 Brussel

Zonder begeleiding betaal je voor ontlening van het pakket 25 euro. Als je begeleiding wil door FOS voor je socialistische organisatie betaal je 75 euro.

Kort verslag : inhoudstabel


AFRIKAANS STOOFPOTJE VAN KIP

Nodig voor 4 personen:

  • 2 el (arachide)olie

  • een klontje bakboter

  • 600 gram kipfilet, in blokjes

  • 1 kleine ui, fijngesnipperd

  • 400 gram gepelde tomaat in blokjes

  • 200 ml kokosmelk

  • 1 el verse koriander, gesnipperd

  • 1 (kleine) chilipeper, fijngesnipperd (zonder zaadjes)

Bereiding:

1. Verhit de olie in een kookpot en bak daarin de ui.
2. Voeg de tomaten toe en de chilipeper. 10 minuten laten sudderen.
3. Roer de kokosmelk door de tomaten, samen met de helft van de koriander. Laat de saus 20 minuten inkoken.
4. Braad intussen de kip aan in een klontje boter, kruiden met peper en zout.
5. Meng de bijna gare kip en de rest van de koriander met de saus. Laat nog even sudderen, tot de kip de smaak van de saus goed heeft opgenomen. 
6. Op smaak brengen met peper en zout. Eventueel bijkruiden met cayennepeper en (gedroogde) koriander. 


Lekker met een groen slaatje en paarse rijst (wereldwinkel).

TIP. Voor een vegetarische variant kan je de kip vervangen door blokjes quorn.

Kort verslag : inhoudstabel


Vrouwen als kracht van vrede – Vlaamse Vredesweek 24 september tot 3 oktober 2004

In 2003 woedden in de wereld een twintigtal belangrijke gewapende conflicten waarbij minstens 1000 doden vielen. De meeste van deze oorlogen spelen zich af in arme landen en gebieden waar vrouwen en meisjes nauwelijks rechten hebben, waar geweld op vrouwen en discriminatie van vrouwen en meisjes behoren tot de dagelijkse realiteit, waar hun stemmen in de samenleving niet van tel zijn, waar het vrouwelijke geringschattend wordt afgedaan als minderwaardig, waar vertekende stereotypen van mannelijkheid en mannelijke almacht worden opgehemeld, waar vrouwen en meisjes niet meetellen en waar enkel mannen en jongens belangrijk zijn. Oorlog wordt gewoonlijk voorgesteld als een zaak van mannen. Dit is misschien waar voor het slagveld, maar niet voor die plaatsen waar de oorlog het meest wordt gevoeld: aan de basis van de burgersamenleving, in de lokale gemeenschappen en in de gezinnen. In deze context kennen vrouwen als geen ander de tol die oorlogen eisen. Dit hangt samen met de rol, sociale status en maatschappelijke positie van vrouwen in de samenleving. Op lange termijn creëren militarisering en oorlog een cultuur van geweld en van logica van de macht van de sterkste, waardoor vrouwen bijzonder kwetsbaar zijn en waardoor verzoening tussen de strijdende partijen bemoeilijkt wordt.

75% van de vluchtelingen zijn vrouwen en kinderen. Verkrachting wordt in toenemende mate gehanteerd als een oorlogswapen. Door de veranderende aard van oorlogsvoering worden steeds meer burgers in gewapende conflicten en oorlog betrokken. De overgrote meerderheid daarvan zijn vrouwen en kinderen. Men kan dus een ‘vervrouwelijking’ van de slachtoffers van oorlog vaststellen.

In die omstandigheden trachten vrouwen vanuit hun rol en maatschappelijke positie niet alleen te overleven, maar ook om de burgersamenleving, hun gezinnen en gemeenschappen overeind te houden. Het zijn de vrouwen die gevangen in de oorlog de zorg voor de kinderen en zwakken op zich nemen, die hun kinderen trachten op te voeden en zelfs een toekomst te geven, die initiatieven nemen om gezondheidsdiensten en onderwijs overeind te houden of te herstellen, die solidariteitsnetwerken opzetten over etnische en culturele barrières heen, die ervoor zorgen dat het leven doorgaat, dat de gemeenschap blijft voortbestaan. In alle oorlogsgebieden verzetten vrouwen zich met de middelen die ze hebben, tegen de oorlog en tegen de logica van de oorlog. Toch wordt aan deze unieke overlevingsstrategie van vrouwen in oorlog doorgaans weinig aandacht besteed. Onterecht, want hierin liggen ook de kiemen en de kracht voor verzoening en vrede, voor heropbouw van de samenleving en voor duurzame ontwikkeling. De VN heeft dit goed begrepen en heeft met resolutie 1325 van de Veiligheidsraad de rol van vrouwen in vrede en veiligheid gespecificeerd.  De resolutie benadrukt de noodzaak vrouwen te betrekken bij alle vredesinitiatieven en roept op tot een nauwere betrokkenheid van vrouwen bij de besluitvorming ter zake.    

De cultuur van oorlog en geweld kan maar doorbroken worden en vervangen door een cultuur van vrede en geweldloosheid als zowel mannen als vrouwen de handen in elkaar slaan en elk vanuit eigen mogelijkheden samenwerkt. Een aanpak van de vredesproblematiek rekening houdend met de verschillende rollen van mannen en vrouwen, is meer dan ooit noodzakelijk en wenselijkDaarom voert de Vlaamse Vredesweek van 24 september tot 3 oktober 2004 campagne met als thema ‘Vrouwen als kracht van vrede’.  

De Vlaamse Vredesweek eist dat de federale en Vlaamse regering:

  • Samen met de parlementsleden en het brede middenveld (vrouwen- en vredesbewegingen in het bijzonder) een voortrekkersrol spelen in de toepassing van Resolutie 1325 van de VN door het opstellen van een actieplan en het vrijmaken van extra financiële middelen.

  • concrete maatregelen nemen om de deelname van vrouwen aan het buitenlands beleid, de diplomatieke vertegenwoordiging, vredesonderhandelingen en vredesopdrachten te versterken.

  • Budgetten vrij maken voor programma’s en activiteiten gericht op de speciale noden van vrouwen en mannen in het proces van reïntegratie en heropbouw na een conflict en op de nieuwe rolbeleving en maatschappelijke versterking van vrouwen.

  • In het buitenlands, humanitair en ontwikkelingsbeleid steun verlenen aan programma’s die inspelen op de (bijzondere) behoeften van vrouwen en meisjes in oorlogssituaties, in vluchtelingenkampen, in situaties van heropbouw en stabilisatie van de samenleving.

  • Tot slot roept de Vlaamse vredesweek  ook alle steden en gemeenten op om aandacht te besteden aan de specifieke behoeften van vrouwen en meisjes in het kader van hun internationaal beleid, en de initiatieven die zij terzake nemen.

 Acties en activiteiten Vredesweek 2004

 · Geef (je) gezicht aan de vrede!

De Vredesweek wil in 2004 de kleurrijkste en grootste vredesverklaring ooit maken. Maar daar hebben we jouw hulp bij nodig! De bedoeling is dat zoveel mogelijk mensen de politieke eisen ondertekenen in de stijl van de affiche. Dus je neemt stevig en kleurrijk papier van  maximum 50 cm op 50 cm en daarop plak je je foto of teken je je gezicht en dat van alle mensen in je omgeving of vereniging. Al deze papieren breng je mee naar de grote mars op 3 oktober en daar worden ze op de grote vredesverklaringspuzzel geplakt. Samen puzzelen we de vredesverklaring voor vrouwen en meisjes in elkaar!    

· Vredesmars 3 oktober Brussel

Op 3 oktober 2004 toveren we Brussel om tot een heus vredesfeest. Groepen trekken onder leiding van een fanfare op pad om de verschillende onderdelen van de vredesverklaring te ontdekken en mee te swingen met de groepjes en koren die het beste van zichzelf geven. Zorg dat je je leuke spandoeken en je foto’s bij hebt want op het eindpunt wacht de vredesverklaringspuzzel en de spandoekenjury. Je hoort er binnenkort nog véél meer over, maar hou het alvast vrij, want dit wordt het vredesfeest van het jaar!   

· Spandoekenwedstrijd

Op het vredesfeest van 3 oktober kiest een gespecialiseerde jury de leukste spandoek en/of de leukste act van de optocht. Dus maak met je klas, school of vereniging leuke spandoeken met originele slogans, verzin een kleurrijke en luidruchtige act en kom ze tonen in Brussel. De jury houdt je in de gaten en beloont de leukste met een prijs!    

· Stickers

Speciaal voor deze Vredesweek ontwikkelen we een stickervel met een vredesstickertje voor elke dag. Om zichtbaar te dragen, om je fiets, schooltas of auto mee te beplakken of om je collega’s mee te verleiden. Het is immers de bedoeling dat zoveel mogelijk mensen ze zichtbaar dragen en zo aan de wereld laten weten dat zij mee de vrede verklaren. Bekende en minder bekende Vlamingen, ouders en kinderen, jongeren en ouderen, vrouwen en mannen, leerkrachten en leerlingen, werkgevers en werknemers,… verspreiden ze in hun omgeving en dragen ze een week lang! Jij ook? Meer info in de volgende Vredesweekinfo’s.

· Drie politieke meters

Als symbool van de kracht van vrouwen voor vrede, heeft de Vlaamse Vredesweek niet één, maar drie politieke meters.  Drie vrouwelijke politici van drie verschillende partijen staan achter de vredesverklaring van de Vlaamse Vredesweek en gaan samen voor de realisatie ervan. Ze zijn zichtbaar aanwezig tijdens de week en zullen uiteraard ook de Vredesmars van 3 oktober ondersteunen. Wie deze drie politieke meters zijn onthullen we later!   

· Straatacties in alle grote Vlaamse steden

Zoals de vorige jaren trekt de Vredesweekcaravan ook dit jaar langs alle grote Vlaamse steden met een stand, de puzzelstukken voor de vredesverklaring en animatie. Je komt ons tijdens de week dus tegen in Antwerpen, Brussel, Brugge, Hasselt Gent, Leuven en Kortrijk. 

Doe jij mee? Laat iets weten!

De Vlaamse Vredesweek zoekt nog:

  • Organisaties die een advertentie of een artikel over de vredesweek willen publiceren in hun ledenblad of die een link naar de website van de vredesweek willen plaatsen op hun website.

  • Scholen, verenigingen en organisaties die hun leerlingen en leden willen mobiliseren voor de vredesmars van 3 oktober.

  • Bedrijven, organisaties en verenigingen die de campagne en/of de mars willen sponsoren in ruil voor vermelding van hun logo op het campagnemateriaal of een Vredesweekinfo op maat.   

  • Organisaties en verenigingen die ondersteunende organisatie van de campagne willen worden en die mee de Vredesmars willen organiseren

  • voor animatie willen zorgen op het traject

  • de campagnetekst willen onderschrijven. Deze tekst bepaalt de inhoud en de visie van de Vlaamse Vredesweek zoals vastgelegd door de initiatiefnemende organisaties.

  • zich willen buigen over het politieke dossier dat in het kader van de Vlaamse Vredesweek 2004 wordt opgesteld.

  • willen sponsoren! Bel ons, wij hebben hele leuke voorstellen.

  • de campagne via het tijdschrift bekend willen maken.

  • folders, affiches en stickers willen verspreiden

  • Scholen, verenigingen en organisaties die foto’s willen inzamelen, gezichtjes willen tekenen of spandoeken schilderen en die meebrengen naar de mars op 3 oktober!

  • Scholen, verenigingen en organisaties die de straatacties willen ondersteunen met hun aanwezigheid

     

Conctacteer ons: Vlaamse Vredesweek, Italiëlei 98A, 2000 Antwerpen, T. 03/225 10 00, F. 03/225 07 99, info@vredesweek.be

Kort verslag : inhoudstabel


 
     
 

siteplan | zoek | links | contact

 
 fos-socialistische solidariteit
 Grasmarkt 105 bus 46
 1000 Brussel
Tel: (+32) (0)2 552 03 00
e-mail: info@fos-socsol.be
fos op facebook

 191 landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie om de politici aan hun belofte te herinneren én de lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!

Webdesign| www.at10.be