Inhoudstafel :
Afrika, dat is armoede, oorlog, honger en
ellende. Veel meer sijpelt er niet door in onze media over dit gigantische
continent met 54 landen. In deze Fosfor laten we onze partners uit Namibië,
Angola en Zimbabwe aan het woord. Met verhalen over uitbuiting, corruptie en
repressie, jawel. Niet om de clichés te bevestigen, maar om hun dagelijkse
strijd en hun zoektocht naar alternatieven voor het voetlicht te brengen. En om
de vinger te leggen op de oorzaken. Zo blijkt uit het komen en gaan van
textielreus Ramatex in Namibië, dat Afrika weinig heil te verwachten heeft van
een wereldeconomie zonder handelsbarrières. Tegen alle beloftes in, zullen de
spelregels voor het vrij verkeer van goederen en diensten, er niet voor zorgen
dat arme landen meekunnen met de trein naar vooruitgang en ontwikkeling.
Integendeel. Bedrijven gaan op zoek naar landen waar mensen wanhopig genoeg zijn
om kleren en toestellen tegen een hongerloon te produceren. Zonder die wanhoop
en armoede, maakt de geglobaliseerde economie geen schijn van kans. De zoektocht
naar een alternatief beleid, moeten wij en onze partners in het Zuiden verder
kunnen zetten.
Annuschka Vandewalle
Algemeen Secretaris FOS
FOSFOR: inhoudstabel
Afrika heeft zijn onderontwikkeling aan
zichzelf te danken!
Om de armoedespiraal in Afrika te doorbreken, moet Europa
dringend meer investeren in Afrika. Oorlogen en conflicten
haalden er immers de hele maatschappij onderuit. Schuldkwijtschelding is
broodnodig, want de torenhoge interesten zijn onmogelijk af te lossen. Door die
interesten kunnen overheden
onmogelijk investeren in hun lokale economie, gezondheidszorg en onderwijs.
Exportsubsidies en dumping van westerse producten tegen spotprijzen moeten
stoppen, want ze ruïneren de lokale boeren. De sociale samenhang is in veel
regio’s volledig verdwenen door de moordende HIV/AIDS epidemie, die zo goed als
elke familie treft. Voor de Europese Unie moet het gevecht tegen deze ziekte een
prioriteit zijn, politiek én financieel.
Anne Van Lancker, sp.a europarlementslid
Er is in Afrika inderdaad veel armoede. De
oorzaken liggen deels binnen Afrika, zoals wanbeheer en corrupte bewindslieden
die de staatskassen plunderen. En de koloniale politieke systemen die we geërfd
hebben, zijn ook nooit aangepast aan de Afrikaanse verscheidenheid, wat de
aanleiding is tot veel van de conflicten. Maar de oorzaken die buiten Afrika
liggen, wegen wel degelijk door. Zo mogen Westerse banken het geroofde
staatsgeld op rekeningen bewaren. En moeten Afrikaanse landen hun markten
openstellen voor Europa. Zodat Europa haar gesubsidieerde landbouwproducten
tegen dumpingprijzen kan aanbieden, terwijl ze de eigen markt wel netjes
afschermt. Dat is allemaal toch ontzettend hypocriet?
Kwaku Acheampong,
FOS-regioverantwoordelijke Engelstalig Zuidelijk Afrika
FOSFOR: inhoudstabel
Op de puinhopen van de globalisering
Terwijl China Belgische varkens invoert, gaat rundsvlees
uit Botswana en Namibië in Nederlandse supermarkten dagelijks als verse filet
Americain over de toonbank.
Onze Noordzeegarnalen worden
eerst in Marokko gepeld, en in Kameroen eten de mensen nu de goedkopere Europese
kippenvleugeltjes en –pootjes. Welkom
in de nieuwe wereldeconomie!
Volgens vele
beleidsmakers zal de geglobaliseerde economie de armoede uit de wereld helpen,
en een eind maken aan de erbarmelijke sociale omstandigheden van arbeiders in
lageloonlanden. De gebeurtenissen van de afgelopen weken in de textielsector van
zo’n lageloonland als Namibië, laten helaas een totaal ander beeld zien.De
gebeurtenissen van de afgelopen weken in de textielsector van zo’n lageloonland
als Namibië, laten helaas een totaal ander beeld zien. Het van oorsprong
Maleisische textielbedrijf Ramatex, sinds 2002 actief in Namibië, haalde daar
nog maar eens alle media. Deze keer omdat dochterbedrijf “Rhino Garments” op 17
mei de deuren heeft gesloten, wegens een gebrek aan bestellingen van Amerikaanse
klanten. De 1635 Namibische arbeiders verliezen hun job. Bij het moederbedrijf
zelf staan meer dan 4000 arbeidsplaatsen op de tocht. De firma zou plannen
hebben om zich in China te vestigen.
Vakbond zondebok
In het licht van deze dreiging werd vanuit het Namibische
Ministerie van Handel en Industrie onmiddellijk met de vinger gewezen naar
“mensen die de ontluikende Afrikaanse textielindustrie willen vernietigen.” En
in het bijzonder naar een internationale textielvakbond, die in Brussel
gevestigd is: de International Textile, Garment, and Leather Workers Federation.
Die had namelijk een brief gestuurd naar de Namibische president en naar de
Amerikaanse afnemers van Ramatex, om de barslechte werkomstandigheden binnen het
bedrijf aan te klagen. Een woordvoerder van het ministerie verklaarde dat die
brieven vernietigend waren voor Namibië. Ook al had de internationale
textielbond nooit om een boycot van Ramatex gevraagd. Ze had gewoon haar
Namibische lid, de vakbond NAFAU (de Namibia Food and Allied Workers Union),
willen steunen in de strijd voor de rechten van de werknemers in het bedrijf. En
daar had ze alle reden toe.
Wel ver, niet duur
Dat Ramatex zich in Zuidelijk
Afrika wilde vestigen, had onder meer te maken met een verdrag dat Afrikaanse
landen toelaat om taxvrij naar de Verenigde Staten te exporteren. Afrikaanse
landen zouden zo hun economieën kunnen openstellen en meebouwen aan de vrije
wereldmarkt.
De keuze van de textielgigant
viel uiteindelijk op Namibië. De regering had dan ook verregaande toegevingen
gedaan, om te kunnen winnen van Zuid-Afrika en Madagaskar: het bedrijf kreeg een
heuse vrijhandelszone met een belastingvrijstelling van 99 jaar. Daarboven legde
de overheid nog eens 100 miljoen Namibische dollars gemeenschapsgeld op tafel
voor de basisinfrastructuur van het bedrijf, en ze zorgde voor een sterk
gesubsidieerde water- en elektriciteittoelevering. Ramatex beperkte zich tot het
importeren van prefab fabriekspanelen en machines in containers, en beloofde
voor minstens 5000 nieuwe jobs te zorgen. Namibië ging ervan uit dat een goed
boerende textielsector voor een verdere opleving van de industrie, bijvoorbeeld
de lokale katoenteelt, zou zorgen.
Textieldroom aan diggelen
Nu, drie jaar later, nemen de
geruchten toe dat het bedrijf weer ingepakt zou worden om de prefab panelen en
machines naar China te verschepen. De hele Namibische textieldroom dreigt uiteen
te spatten. Voor de duizenden Namibische werkkrachten ligt er nog uitzichtlozere
armoede in het verschiet. In het ergste geval blijven enkel de funderingen van
de fabriek over, van bitter weinig waarde voor de lokale economie. Het
plaatselijke Labour Resource en Research Instituut (LaRRI), een
partnerorganisatie van FOS, had nochtans van bij het begin met gewaarschuwd voor
blind geloof in globalisering en voor de dubieuze bedoelingen van Ramatex. In
2003 berekenden ze al dat de openbare middelen die in het bedrijf werden
geïnvesteerd, overeenkomen met 3 jaar loon voor alle Namibische arbeiders van
het bedrijf.
Volgens Herbert Jauch, directeur van LaRRI, speelde Namibië
het globaliseringspel alsof het niet anders kon dan op de eisen van Ramatex in
te gaan: “Zo kon het dus, dat een rijke transnationale onderneming, met een
winst van maar liefst 300 miljoen dollar in 2004, werd meegesubsidieerd door de
Namibische bevolking. Ondanks de overeenkomst die het bedrijf in september 2002
met de vakbond NAFAU sloot, heeft het nooit de bijzonder lage lonen verhoogd en
veroordeelde zo zijn arbeiders tot een leven in armoede. De door het bedrijf
veroorzaakte grondwatervervuiling, die een blijvend effect zal hebben op
Namibische bevolking, werd aanvaard met de idee ‘dat is nu eenmaal de prijs die
betaald moet worden.”
De andere weg
Herbert Jauch spreekt van een klassiek voorbeeld van een ‘race
to the bottom’ op het vlak van arbeids- en leefmilieunormen. “Het is bijzonder
naïef om te denken dat Namibië of enig ander Afrikaans land zal kunnen
concurreren met China, onder de huidige regels van de wereldeconomie. Nu krijgt
Namibië alleszins de rekening gepresenteerd voor het avontuur in de globale
textielindustrie en de speciale voorrechten voor Ramatex. Maar waarschijnlijk
vormt Namibië slechts een tijdelijke halte voor Ramatex, een van de vele
bedrijven in de textielindustrie die wereldwijd zoekt naar competitieve
voordelen. De plannen om naar China te verhuizen hebben duidelijk niets te maken
met de brieven van internationale vakbonden of om het even wie. De ervaring in
vele ontwikkelingslanden leert dat rekenen op de welwillendheid van buitenlandse
investeerders, gekoppeld aan repressieve arbeidsvoorwaarden en milieudegradatie,
eerder een ramprecept is dan een weg naar duurzame ontwikkeling op lange
termijn. Dit is één van de harde lessen uit het Ramatex-verhaal. Hoe sneller wij
alternatieve, rechtvaardige beleidslijnen ontwikkelen, hoe beter onze kansen
zijn op een ontwikkeling die aan de benadeelde meerderheid van onze mensen ten
goede zal komen.”
Alle wegen leiden naar China
In 1974 werd het
‘multivezelakkoord’ gesloten. Daarmee wilden rijke landen de toevoer van textiel
uit lageloonlanden tot hun markten beperken. Van die landen kregen er 47 quota
toegekend voor de export van textiel naar de Westerse markten. In 2004 mocht
Cambodja bijvoorbeeld ter waarde van 1,4 miljard dollar katoen en zijde naar de
Verenigde Staten exporteren. Textielbedrijven gingen op zoek naar de goedkoopste
landen, die hun quota nog niet bereikt hadden, om daar hun productie te
vestigen. Tot op 24 december 2004 die quota werden opgeheven. Nu staat het
textielbedrijven vrij om naar de goedkoopste en productiefste lageloonlanden te
gaan, namelijk China en India. De algemene verwachting is dat ze dat dan ook
massaal zullen doen. Namibië staat dus verre van alleen in dit textieldrama. Een
land als Bangladesh vreest op korte termijn één miljoen banen te verliezen als
China en India de markt bestormen. In Sri Lanka zal wellicht 40-50% van de
fabrieken de poorten sluiten.
De Chinese textielgolf in cijfers
- Vandaag neemt China 20 % van de wereldwijde kledingmarkt
voor zijn rekening.
- Volgens de Wereldbank zal dat in 2010 tot 50 % oplopen.
- De kleding die Australië en Japan nu importeren, komt al
voor 70% uit China.
- Het land breidt in sneltempo zijn textielaanbod uit, naar
interieurartikels bijvoorbeeld. Bankstellen van een vergelijkbare kwaliteit,
worden uit China ingevoerd aan 20% van de bij ons gangbare prijzen.
Ze zijn zo flexibel, meneer
Vorig jaar meldde het weekblad Trends dat China in 2002 alleen
al 50.000 weefgetouwen importeerde. Meer dan er vandaag in de hele Verenigde
Staten staan. Volgens de Amerikaanse textielconsulent David Birnbaum komt maar
10% van de Chinese textiel- en kledingexport uit staatsbedrijven en zijn de
meeste concurrenten “keurige” zelfstandigen. Hans De Gusseme, PICANOL manager in
China, spreekt van ‘extreem kostenefficiënte familiebedrijfjes’: “ze zijn enorm
flexibel, overuren zijn geen punt en er zijn geen vakbonden".
Ramatex: een spoor van vernieling op zijn weg naar China
Sinds Ramatex in 2002 actief werd, ging geen week voorbij
zonder krantenkoppen over protestmarsen, uitbuiting, klachten over lage lonen,
verplichte overuren, illegale ontslagen en de onmogelijkheid om verlofdagen op
te nemen. Een recent onderzoek bracht bovendien aan het licht dat het bedrijf
ook ernstige milieu- en grondwatervervuiling op het geweten heeft. Het grootste
schandaal brak eind vorig jaar los in de Namibische pers, toen bekend raakte dat
Ramatex via mensenhandelaars 400 Bangladeshi had aangeworven. Die werden
uiteindelijk door de regering weer het land uitgezet, toen bleek dat geen van
hen over een geldige werkvergunning beschikte en dat de volledige groep in
weerzinwekkende omstandigheden gehuisvest was, namelijk met zijn allen in een
kleine eengezinswoning. Eén van hen verklaarde aan de pers dat hij 3500 dollar
had betaald voor zijn rekrutering. Velen onder hen hadden have en goed verkocht
en zitten nu met een zware schuldenlast. Na drie woelige jaren van moeilijke
vakbondsonderhandelingen stemde de directie van Ramatex vorige maand toe om de
werkomstandigheden van haar 6000 arbeiders te verbeteren. Die toezegging dreigt
nu een maat voor niets te zijn.
Gerrit Stassyns, Landencoördinator voor FOS in Namibië en
Angola
FOSFOR: inhoudstabel
“Een rijk land met arme mensen”
Elke doorsnee Angolees zal je vertellen dat hij zijn
armoede én de bijhorende ellende aan de ontzaglijke rijkdom van zijn land te
danken heeft. Het land heeft genoeg olie, goud en diamanten, om iedere burger in
welvaart te laten leven.
In werkelijkheid leven twee mensen op drie onder de
armoedegrens. Angola wordt terecht een ‘rijk land met arme mensen’ genoemd.
Nadat Portugal de kolonie opgaf en Angola in 1975 onafhankelijk werd, brak een
lange en bloedige burgeroorlog los, met naar schatting 1 miljoen doden en
honderdduizenden vluchtelingen. Sinds ruim drie jaar is de oorlog er wel ten
einde. Wat is er sindsdien veranderd voor de gewone man in de straat? We vroegen
het aan goede vriend en collega Jorge Alípio de Oliveira.
Hoe ver staat het met de langverwachte heropbouw van
Angola?
Alípio: “De oorlog lijkt deze keer echt voorbij. Maar volgens
recente gegevens van de Verenigde Naties, heeft een groot deel van de
vluchtelingen nog steeds geen vaste verblijfplaats. En intussen bengelt Angola
nog steeds onderaan de Menselijke Ontwikkelingsindex van de VN, bij de armste
landen ter wereld. Intussen blijven we zowat alles invoeren. De uitvoer beperkt
zich tot olie, mineralen, goud en diamanten. Van een industriële heropleving is
nog niet veel te merken. Wel duiken er meer en meer Chinezen in het straatbeeld
op, druk in de weer met bijvoorbeeld het plaatsen van digitale telefoonlijnen.
Voordien zorgden enkel twee grote Coca-Cola fabrieken voor een paar honderd
jobs. Maar de meeste wegen liggen er nog altijd quasi onberijdbaar bij. En wie
het geluk heeft aangesloten te zijn op het elektriciteitsnet, mag blij zijn met
een paar uren elektriciteit per dag. De gevolgen van deze gebrekkige
infrastructuur worden steeds pijnlijker. In 1975 telde de hoofdstad Luanda
700.000 inwoners. Nu vele vluchtelingen zich opnieuw ergens vestigen, zijn dat
er bijna 3 miljoen, volgens sommigen zelfs 5 miljoen. Deze mensenmassa’s kan de
stad niet aan. Veel krottenwijken hebben geen stromend water of riolering.
Hopelijk zullen de buitenlandse investeringen toenemen, nu ook het vertrouwen in
een duurzame vrede groeit. Maar volgens mij zal Angola economisch pas opnieuw
opbloeien wanneer men de – bijna als normaal ervaren – corruptie aanpakt.”
Na het afsluiten van de na-oorlogse “noodhulpperiode” was
er toch een nieuwe grote donorconferentie gepland, om de heropbouw van Angola
aan te zwengelen?
Alípio: “Inderdaad. Maar de donorlanden wachten nog steeds op
een bevredigende uitleg van de regering over de olie-inkomsten van vorig jaar.
Die lagen namelijk 40% hoger dan voorzien, door de stijging van de olieprijzen.
De donoren willen weten naar waar die extra inkomsten gevloeid zijn, voor ze
zelf met centen over de brug komen. Begrijpelijk, want volgens betrouwbare
rapporten verdwijnen er elk jaar enorme sommen uit de staatskas.”
Wat zijn volgens jou de absolute prioriteiten in de
heropbouw van het land?
Alípio: “De heropbouw en heruitrusting van de ziekenhuizen is
een absolute noodzaak. Angola telt momenteel 1200 dokters voor een bevolking van
naar schatting 13 miljoen inwoners, of zowat 1 dokter per 10.800 inwoners (nvdr:
in België is dat 1 dokter per 625 inwoners). Vergeet niet dat de
levensverwachting hier de helft is van die in het Noorden, en dat sociale
zekerheid hier zo goed als onbestaande is. Ook aan het onderwijs moet dringend
iets gedaan worden.”
Alípio over zijn taak bij FOS in Angola
Alípio heeft als kind en puber nog de koloniale periode in
Angola meegemaakt. Hij werkte lange tijd voor ACORD en UNICEF, en werkt sinds
twee jaar voor FOS, als assistent voor de coördinatie van syndicaten in Lubango.
“Angola kampt Angola met een schrijnend gebrek aan opgeleide
mensen. Er zijn vooral vormingen en uitwisselingen nodig, zodat het land uit
zijn internationaal isolement kan geraken. Ik kan me dan ook goed vinden in mijn
taak bij FOS om mee te werken aan een vormingscentrum voor de vrije vakbonden in
Lubango. We moeten nu meer dan ooit investeren in een gemotiveerde nieuwe
generatie met propere handen en frisse ideeën, die liever vroeg dan laat het
roer in Angola kan omgooien.”
Gerrit Stassyns, landencoördinator
voor FOS in Namibië en Angola
FOSFOR: inhoudstabel
Een half jaar geleden overspoelde een verwoestende tsunami de
kusten van Zuidoost-Azië. Van over de hele wereld werd gezorgd voor voedsel,
drinkbaar water, geneesmiddelen. Ook door de Arbeiter Samariter Bund (ASB), een
Duitse organisatie die net als FOS deel uitmaakt van het Solidar-netwerk, en
actief is in de regio. Die noodhulp was en is broodnodig. Maar nu komt ook de
heropbouw op gang. Dankzij de vele giften is bij FOS al € 12.051,62 verzameld.
Deze middelen willen we via ASB aanwenden voor het herstellen en uitbreiden van
het Noord-Sri-Lankaanse KAROD, een opvangcentrum voor personen met een handicap.
Samen met ASB hebben we hierover een voorstel ingediend bij het 12-12
consortium. Slachtoffers van de tsunami vormen de voornaamste doelgroep, maar
ook oorlogsslachtoffers, en mensen die ten gevolge van bijvoorbeeld malaria een
handicap opliepen, worden niet vergeten. Naast de uitbreiding van het centrum,
staat een verbetering van de gezondheidszorg op het programma, en een educatief
aanbod, zodat ze meer kansen in de Sri Lankaanse samenleving krijgen.
FOSFOR: inhoudstabel
Bij FOS-educatie stelden we ons de vraag
wat het draagvlak is voor internationale samenwerking binnen de socialistische
beweging. En in welke mate onze activiteiten tot meer inzicht en engagement
leiden bij onze achterban – jullie dus, beste lezers. Voor een antwoord op deze
vragen, deden we een beroep op een universitaire onderzoeksgroep (HIVA). Zij
ontwikkelden een enquête, die aan de 445 mensen uit de FOS-achterban werd
voorgelegd, namelijk actieve leden van MJA, S+, VIVA-SVV, VFG, de militanten van
het ABVV en de SP.A-leden, en niet te vergeten de kader- en bestuursleden van
deze organisaties.
De leden die nog nooit met FOS in contact
kwamen, vergeleken we met de leden die wel reeds FOS-activiteiten hebben
bijgewoond. In deze laatste groep blijkt onder meer dat 20% tot 40% meer mensen
een juiste omschrijving kunnen geven van enkele FOS-thema’s als ‘Fair Trade’,
‘Schone Kleren’ en ‘Maquila’. Bovendien blijkt dat ontwikkelingssamenwerking in
38% van de organisaties hoger op de agenda staat dankzij FOS. Aan deze weg
blijven we verder timmeren!
FOSFOR: inhoudstabel
Een stralende
dag midden in een aantal barkoude weken? Dat moest wel 1 mei zijn. Maar niet
enkel het goede weer maakte van onze 1-mei-campagne een succes. Daarvoor zorgden
ook alle FOS-personeelsleden en –vrijwilligers, die zich die dag over Antwerpen,
Gent (zie foto), Houthalen-Helchteren, Kortrijk en Oostende verspreidden.
Centraal stond
de strijd van de landbouwers in Peru, voor proper water voor hun gezinnen en
gronden, en tegen de wanpraktijken van mijnbedrijven die dat water vervuilen.
Onder het motto ‘Elke druppel telt’ kon u ten voordele van onze Peruaanse
partners proeven van een (h)eerlijke ‘mojito’ of rummetje. Ook de
solidariteitsmaaltijd van 27 en 28 april, waarbij samen meer dan 200 mensen
aanschoven voor een Peruaans stoofpotje, bracht de nodige centen in het laatje.
Het telwerk is nog volop aan de gang. In naam van onze partners: bedankt voor uw
steun!
FOSFOR: inhoudstabel
Voor een hele
dag vol boeiende culturele activiteiten, kon je op 17 april terecht op ‘Gent
OndersteBoven’, een organisatie van Linx+, ABVV-Scheldeland, Bond Moyson
Oost-Vlaanderen en tal van andere socialistische verenigingen. In het café van
de Vooruit kon je je door FOS, VIVA-SVV en de Schone Kleren Campagne, laten
meevoeren naar de de wereld van de textielarbeid(st)ers, vroeger en nu, in Gent
en in Centraal-Amerika. Op de tonen van salsagroep Piel Canela, ondertekenden
510 deelnemers de solidariteitsoproep voor Stufeky.
Maar liefst
400 leden van deze vakbond uit Nicaragua werden vorig jaar ontslagen. De
bedrijfsleiding verdraagt geen kritiek op de verplichte, onbetaalde overuren in
de textielfabriek. Om de actie nog meer zichtbaar te maken, stikten zes
naaisters de stukjes rode stof van de deelnemers tot een indrukwekkende
solidariteitsvlag. Solidariteit met heel wat feestelijke allures dus!
FOSFOR: inhoudstabel
In maart gingen vrouwen over de hele wereld op stap om het
"Vrouwencharter voor een andere wereld" bekend te maken. Dat deden ze in het
kader van de Wereldvrouwenmars, een wereldwijd netwerk van acties tegen armoede
en geweld, en voor de integriteit van vrouwen. Bij ons vond een zevendaagse
estafettemars van provincie naar provincie plaats. FOS en VIVA-SVV zetten in
Roeselare en Antwerpen de toegang tot drinkbaar water voor vrouwen in de kijker,
met de tentoonstelling ‘Water, een vrouwenzaak?’.
Daarin kom je te weten dat in ons eigen land vrouwen gemiddeld
een half uur langer werken dan mannen. Maar ook dat vrouwen 70% van de armen in
de wereld vormen, en dat in het Zuiden vele vrouwen niet kunnen gaan werken,
omdat water halen hun voornaamste dagtaak is. En waarom water maar beter geen
koopwaar wordt. Een zestigtal mensen nam de tijd om ook enkele vragen te
beantwoorden.
Aan twee deelnemers bezorgen we een exemplaar
van ons koffiekookboek ‘Koffie Verkeerd’: Christa Ronse uit Kachtem en Agnes
Wijns uit Herentals.
FOSFOR: inhoudstabel
Banken bieden je tal van beleggings- en spaarmogelijkheden om
je geld ‘opzij te zetten’. Zij gebruiken dat geld om leningen te geven, aandelen
van bedrijven te kopen, enz. Zo kunnen ze je interest betalen, en inkomsten voor
zichzelf genereren. Maar weet jij langs welke bedrijven je geld intussen
gepasseerd is? En hoe die zich gedragen tegenover mens en milieu? Steeds meer
mensen beseffen dat ze met hun belegging of spaargeld meer kunnen bereiken dan
alleen financieel rendement.
Zij willen dat hun geld terechtkomt bij bedrijven die op een
maatschappelijk verantwoorde manier ondernemen. In het belang van iedereen, in
Noord en Zuid. Daarom is hier ook een taak weggelegd voor gemeentebesturen, die
ons belastinggeld ‘opzij zetten’. Goede wil genoeg, maar hoe begin je eraan? FOS
heeft voor gemeentes – en SP.A-mandatarissen in de eerste plaats – de
mogelijkheden op een rijtje gezet in de brochure ‘Duurzaam sparen en beleggen in
je gemeente’.
Wil je een lokale mandataris op ideeën brengen? Vraag de
publicatie gratis aan bij Silvy Van Daele (02/552 03 02) of download ze op
www.fos-socsol.be.
FOSFOR: inhoudstabel
“Weet je, in slechte tijden voelen
mensen de noodzaak om steun te zoeken bij elkaar. In 2001 hadden we 135.000
leden. Vier jaar later, ondanks alle ellende, massaontslagen en repressie door
de overheid, is ons ledental meer dan verdubbeld tot maar liefst 300.000!”
Aan het woord is Wellington Chibebe, de
Algemeen Secretaris van de vakbondskoepel Zimbabwe Congress of Trade Unions (ZCTU),
partner van FOS. De verkiezingen van maart leverden president Mugabe zijn
gewenste tweederde meerderheid op. Wat staat de vakbonden en het land nu te
wachten?
"Mugabe denkt er niet over een verzoenende
hand uit te steken”, aldus een ondanks alles opgewekte Chibebe. “Meteen na de
verkiezingen is hij met een meedogenloze strafcampagne begonnen. Hij wil voor
eens en voor altijd met ons afrekenen.”
Hoe komt het dat de overheid de
vakbeweging zo naar het leven staat?
“Al sinds haar oprichting in 1981 is de
ZCTU een doorn in het oog van de Mugabe en zijn ZANU-regering, vanwege onze
onafhankelijke en kritische opstelling. Dat werd er niet beter op toen hij begin
jaren ’90 een neo-liberaal beleid ging voeren, het zogenaamde ESAP (nvdr: het
Economisch Structureel Aanpassingsprogramma, ook door IMF en de Wereldbank
aangemoedigd). Onder dit programma werden subsidies afgeschaft,
overheidsbedrijven geprivatiseerd, en de landsgrenzen opengesteld voor – veelal
goedkope – importen. Stakingen volgden elkaar op, net als de de massa-ontslagen.
Vakbeweging en regering raakten steeds vaker slaags.
We formuleerden een
alternatief voor het beleid van de overheid, maar die weigerde met ons de
discussie aan te gaan. Onze nationale raadpleging over het beleid, heeft in
2000 geleid tot de oprichting van de oppositiepartij, Movement for Democratic
Change (MDC). Mugabe heeft het ons nooit vergeven…”
Jullie zijn niet aan die partij
gebonden. Waarom willen Mugabe en zijn ZANU dan toch met jullie afrekenen?
“Ten eerste is Mugabe niet erg
vergevingsgezind. Maar hij is ook bang dat de geschiedenis zich zal herhalen. De
laatste jaren hebben we namelijk met de ZCTU het ANSA-programma (Alternatives to
Neo-liberalism in Southern Africa) gepromoot. Om tot zo een alternatief beleid
te komen, moeten we een brede beweging van vakbonden, kerken, jongeren en andere
bewegingen binnen de regio, maar ook in bijvoorbeeld Europa, op de been brengen.
Enkel met zo’n achterban kunnen we gaan lobbyen voor de uitvoering van dit
beleid, ook in Zimbabwe. En daardoor vormen we – alweer - een bedreiging voor de
ZANU. Bovendien beseft die maar al te goed dat de bevolking haar nooit de
onderdrukking, corruptie, wetteloosheid en honger van de afgelopen jaren zal
vergeven. Een kritische vakbeweging zal daarom altijd een bedreiging voor de
ZANU blijven.”
Lopen jullie persoonlijk gevaar?
“Absoluut. In maart nog mislukte een
aanslag op onze voorzitter Lovemore Matombo. De ZANU wil op heel korte termijn
de leiding over de ZCTU overnemen. Want alleen een Zanu-vriendelijke
vakbondskoepel kan er op de vergadering van de Internationale Arbeidsorganisatie
in juni voor pleiten dat Zimbabwe niet weer voor schending van mensen- en
arbeidsrechten veroordeeld wordt. De ZANU schuwt geen enkel middel. De recente
benoeming van het voormalige hoofd van de gevreesde geheime dienst (CIO) tot
Minister van Arbeid en Sociale Zaken, is bijvoorbeeld geen goed teken. Voor ZANU
dringt de tijd en wij vrezen dan ook voor ons leven.”
Is er nog een oplossing mogelijk?
“Mugabe en zijn regering moeten in binnen-
en buitenland voor hun wanbestuur veroordeeld worden. Daartoe moet de ZCTU –
samen met andere burgerorganisaties – dit regeringsbeleid blijven aanklagen.
Maar om daarin te slagen, moeten wij onze onderlinge verschillen overstijgen, en
met één stem leren spreken. En internationale solidariteit en steun zal daarbij,
meer dan ooit, nodig zijn.”
De auteur wenst anoniem te blijven.
FOS steunt de Zimbabwaanse vakbondskoepel ZCTU
FOS steunt al jaren ZCTU’s onderzoeks- en trainingsprogramma
voor Zimbabwaanse arbeiders op vlak van arbeidsrechten, de Zimbabwaanse economie
en alternatieven daarvoor.
Via onze electronische
nieuwsbrief hielpen we mee
aan het verspreiden van een solidariteitsoproep om de Zimbabwaanse regering te
tonen dat ze niet ongemerkt hun gang kunnen gaan. De
meer dan 2000 handtekeningen werden op 18 april overhandigd aan de Zimbabwaanse
ambassadeur in Brussel.
FOSFOR: inhoudstabel
Gegrilde
Gamba’s Pili Pili (Mozambique)
De FOS-werking
in Mozambique concentreert zich in het binnenland, maar met de 2500 km kustlijn
die het land rijk is, kon een heerlijk zomers visgerecht als aperitiefhapje niet
uitblijven!
Nodig voor 4
tot 6 personen
-
100 g
rauwe gamba’s
-
1,5 tl
fijngehakte Spaanse peper
-
4 teentjes
knoflook, grof gehakt
-
2 el
citroensap
-
1,5 dl
olie
-
zout en
peper naar smaak
Bereiding:
Maak de
gamba’s schoon: pel ze, en snijd ze open zodat je het darmkanaal kan
verwijderen, maar laat het staartje eraan. Leg ze in een kom. Meng spaanse
peper, knoflook, citroensap en de helft van de olie tot je een homogeen mengsel
krijgt. Voeg geleidelijk de rest van de olie, zout en peper toe. Giet het
mengsel over de gamba’s, zodat ze allemaal goed bedekt zijn. Dek de kom af en
zet hem minstens 3 uur in de koelkast, om de gamba’s te marineren. Roer af en
toe om.
Haal de
gamba’s uit de marinade en leg ze onder de grill of op een spiesje op de
barbecue. Rooster ze 2 minuten aan elke kant. Smakelijk!
Tip:
Zin om te kokerellen én FOS te
steunen? Organiseer een solidariteitsmaaltijd voor je vereniging of
vriendenkring. Een praktische handleiding kan je aanvragen bij An Van de Velde
(02/552 03 00 of an.vandevelde@fos-socsol.be)
FOSFOR: inhoudstabel
“FOS is nu klaar om meer naar
buiten te treden”
Chris Van den Bossche is
provinciaal secretaris van de Bond Moyson West-Vlaanderen. In 1990 werd hij lid
van de raad van bestuur van FOS, en van 1999 tot en met begin 2005 was hij
FOS-voorzitter. In die 15 jaar is FOS, mede onder de impuls van Chris, terug
naar de socialistische beweging toegegroeid, en is de FOS-ploeg als een hecht
team aan een gemeenschappelijk programma beginnen werken. Sinds 1994 was hij
nauw betrokken bij de oprichting van een plattelandsmutualiteit in Nicaragua, de
"Mútua del Campo", en later bij de evaluatie hiervan. Chris, bedankt voor je
inzet!
FOSFOR: inhoudstabel
Waar vind je FOS de komende maanden? Voor
meer informatie over deze activiteiten, kan je surfen naar
www.fos-socsol.be of bellen naar 02/552 03 00.
Awethu – Trefweek Zuid-Afrika op
Belgische bodem
- Van 14 tot 19 juli
- Landen
- Vlaamse en Zuid-Afrikaanse jongeren
ontmoeten elkaar en gaan de strijd aan tegen HIV/aids.
7e Wereldfeest: Water Wereld Wijd
Zuiderse ritmes, exotische markt,
proefondervindelijke stands
- zondag 28 augustus
- van 10 uur tot 19 uur
- provinciaal Domein Bokrijk, Genk
- gratis toegang
Santé Local
Gezinsdag van De Voorzorg Antwerpen
- tal van optredens, stands en
demonstraties
- Zondag 28 augustus
- Markten en pleinen van Boom
Uitwisseling vakbondsmilitanten
- Van 10 tot 18 oktober
- Militanten uit Centraal-Amerika te
gast tijdens vormingsdagen met militanten van ABVV West-Vlaanderen en
Vlaams-Brabant
Dag van de Internationale Solidariteit
- ABVV West-Vlaanderen
- Zaterdag 15 oktober
- Cultureel Centrum, Diksmuide
Confêttia
Feestelijke happening voor en door vrouwen
- Zondag 16 oktober
- BOZAR Brussel
FOSFOR: inhoudstabel