Zoals elk jaar doet FOS mee aan de 11.11.11-campagne. Het samenwerkingsverband
2015 DE TIJD LOOPT gaat twee jaar campagne voeren over het thema landbouw. Dit
jaar staat het ‘Recht op voedsel’ centraal.
Honger in de
wereld en milieuproblemen worden voor een groot stuk veroorzaakt door het
huidige landbouwbeleid. Dat is allesbehalve een duurzame landbouw. En dat komt
door de globalisering van de markten en de opgedrongen liberaliseringideologie.
Die oneerlijke marktwerking en de promotie van exportgerichte industriële
landbouw zet de lokale bevolking in het Zuiden en het milieu in Noord en Zuid
zwaar onder druk.
Wij willen
eerlijke en correcte markten en de promotie van duurzame landbouwproductie en
duurzame consumptiepatronen. Dit kan enkel als het recht op
voedselsoevereiniteit wordt gewaarborgd. Zowel individuele boeren als staten
krijgen dan de ruimte om een duurzaam landbouwbeleid en duurzame
productiemethoden in praktijk te brengen. Het “recht op voedsel” wordt dan
“recht op eerlijke voeding en duurzame voedselproductie”.
Samen met onze
partners in het Zuiden ijveren wij daarvoor. FENOCIN legt in dit nummer uit hoe
ze dat in Ecuador aanpakken.
Stelling: Wie zijn lokale markt afschermt
misloopt de weldaden van de globalisering’
‘De zogenaamde voordelen van de globalisering benadelen de
kleine boeren. Want wij moeten concurreren tegen gesubsidieerde
landbouwproducten en tegen de transnationale voedingsindustrie. Onze culturele
gediversifieerde landbouwproducten worden verdrongen door transgenetische zaden
en verwerkte bloem, die onze landbouwdiversiteit en onze voeding schade
berokkenen. ‘
Marcelina Vargas Quispe (43 jaar)
Algemeen Secretaris van de Confederacion Campesina Del Peru
‘Het is toch onvoorstelbaar dat de helft van de mensen die
honger lijdt boer is en dus voedsel produceert! Een liberale mondialisering zet
overal landbouwinkomens en het milieu onder druk en steunt uiteindelijk vooral
de agro-industrie en de warenhuisketens. De EU mag haar landbouw beschermen door
haar boeren te subsidiëren. Wat niet kan is de overschotten van deze
gesubsidieerde productie in de derde wereld dumpen. De kostprijs ligt dan onder
de productieprijs, waardoor de zuiderse boeren hun waren nooit meer verkocht
krijgen. Dat is oneerlijke concurrentie. ‘
Er is veel honger in de wereld. Meer dan de helft van de mensen
die honger lijden is boer of boerin, en produceert dus zelf voedsel. Hoe is dat
mogelijk? En wat kunnen we er aan doen?
Omdat honger een onrecht is! Het aantal mensen dat honger lijdt halveren. Dat is het engagement van de
eerste Millenniumdoelstelling. Te halen tegen 2015. Maar dan moeten de
regeringen, ook en vooral in het Noorden, het roer fors omgooien. Vooral in het
landbouwbeleid. Om dat duidelijk te maken gaat het samenwerkingsverband 2015 DE
TIJD LOOPT twee jaar campagne voeren over het thema landbouw. In 2006 gaat het
over Recht op voedsel. FOS doet natuurlijk mee.
Boeren lijden honger
Zo’n 852 miljoen mensen lijden honger. Het overgrote deel in het Zuiden. We zijn
nog ver verwijderd van een halvering tegenover 1990, zoals de eerste
Millenniumdoelstelling vooropstelt. Zeker als we grote landen met een sterke
economische groei, zoals China en India, uit de cijfers halen. Sinds 1995 zien
we zelfs een stijging van de hongercijfers.
Opmerkelijk is dat meer dan de helft van de mensen die honger lijden boer is en
dus voedselproducent! Dat komt omdat honger niet zozeer een probleem is van
productie en aanbod, maar eerder van inkomen. Voor boeren is de toegang tot
voedsel sterk afhankelijk van de prijs die ze krijgen voor hun producten. De
Wereldvoedselorganisatie (FAO) becijferde dat er wereldwijd voldoende
natuurlijke rijkdommen en capaciteiten zijn om 12 miljard mensen
voedselzekerheid te bieden. Daar ligt dus niet het probleem van de honger.
Honger is grotendeels het gevolg van structurele oorzaken.
Vrije markt en industriële landbouw
Hoe komt het dat mensen die voedsel produceren honger lijden? Dat heeft alles te
maken met het huidige internationale, nationale en lokale landbouwbeleid. De
internationale financiële instellingen (Wereldbank en Internationaal Muntfonds)
en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) hebben daar een belangrijke
verantwoordelijkheid in. Zij leggen een liberale ontwikkelingsvisie op.
Dat uit zich in het landbouwbeleid onder meer in industriële landbouw met
concentratie van landbouwgronden en productiemiddelen in handen van grote
landeigenaars, agrobusiness en grote commerciële entiteiten. De familiale
landbouw in het Zuiden krijgt weinig of geen steun.
Exportgerichte industriële landbouw (cacao, koffie, soja, palmnoten, …) wordt
gepromoot - en soms opgelegd - ten koste van voedselproductie voor de lokale
markt.
Markten worden verplicht opengesteld, waardoor goedkopere producten uit het
Noorden de markten in het Zuiden overspoelen en de eigen lokale productie in de
vernieling brengen.
Oneerlijke concurrentie
De boeren die honger lijden, leven op kleinschalige landbouwbedrijven met een
beperkte hoeveelheid grond. Ze hebben ook moeilijk toegang tot productiemiddelen
als water, zaden en meststoffen. Al te dikwijls worden ze schromelijk
verwaarloosd door de het lokale beleid dat meer oog heeft voor grootschalige
landbouw en de stedelijke bevolking. Bovendien moeten ze nog eens opboksen tegen
ingevoerde landbouwproducten met lage en sterk schommelende prijzen. Die lage
prijzen kunnen een gevolg zijn van de zogenaamde efficiëntie van de industriële
landbouw, maar dikwijls gaat het om dumping. De verkoopprijs van het product
ligt dan lager van de productiekost. Dat kan door directe of indirecte
subsidies.
Boeren onder druk
Liberalisering, industriële productie, lage wereldmarktprijzen, … Het zijn
fenomenen waar boeren in Noord en Zuid mee geconfronteerd worden. Overal staan
landbouwinkomens en het milieu onder druk en vergroot de greep van de
agro-industrie en de warenhuisketens. In het Noorden komt daar dan nog de
besmetting van de voedselketen bij. In het Zuiden leidt het tot armoede en
honger op het platteland.
Armoede is vrouwelijk
Armoede en honger treffen vooral vrouwen, zeker in Afrika. Daar nemen de vrouwen
wel de voornaamste taken in de voedselproductie op zich, maar hebben ze de
minste toegang tot scholing, land en krediet. Bovendien is het vaak de regel dat
mannen en jongens eerst eten en meisjes en vrouwen vrede moeten nemen met wat
overblijft.
Anders en beter
Zowel het recht op voedsel als duurzame landbouw kunnen maar gerealiseerd worden
als we de liberaliseringtendens een halt toeroepen en er voldoende ruimte
vrijkomt om een alternatief beleid te voeren. Er moet dus een ander
landbouwbeleid komen, in Noord én Zuid.
Het Noorden moet ook stoppen met elke vorm van dumping. Daarnaast moeten er
eerlijke en stabiele prijzen komen voor de exportgewassen om ervoor te zorgen
dat de boeren die ze verbouwen ook een degelijk inkomen krijgen.
(bron: www.11.be)
(met dank aan Meike Carmen Willems en Lieve Daeren)
Samen sterk
Eind 2005 hebben de FOS-partners van Ecuador, Bolivia en Peru enkele
dagen samengezeten over het thema ‘Voedselzekerheid en
voedselsoevereiniteit’. Om de problemen op een rijtje te zetten en een
gezamenlijke strategie te bespreken.
Enkele conclusies van deze encuentro : het recht op een waardig inkomen
voor de kleine boeren is essentieel, door eerlijke prijzen voor hun
producten. Landbouw moet gebeuren met respect voor de natuur. Ook de
volgende generaties moeten immers voldoende en gezond kunnen produceren
en consumeren.
We moeten onze organisaties nog sterker en democratischer maken en meer
samenwerken. Samenwerking tussen boeren- en arbeidersbeweging is
noodzakelijk. Want werknemers en stadsbewoners hebben recht op gezonde,
betaalbare voeding, liefst uit eigen streek.
We moeten actief zijn in de discussiefora en in de machtscentra. En we
moeten ons nog beter informeren over vrijhandel en handelsakkoorden en
hun impact op productie en consumptie. De oplossingen moeten structureel
zijn, lokaal en wereldwijd, en moeten het gevolg zijn van politieke
beslissingen.
Wat is Voedselsoevereiniteit?
Voedselsoevereiniteit betekent dat volkeren, gemeenschappen en landen
het recht hebben om een duurzaam beleid te definiëren en te voeren voor
landbouw, werkgelegenheid, visserij, voeding en land, zonder dumping in
andere regio’s, zonder massale productie voor andere regio’s en zonder
schade voor toekomstige generaties. Een duurzaam beleid betekent een
beleid dat aangepast is aan de specifieke omstandigheden op vlak van
ecologie, economie, sociale en culturele aangelegenheden.
Voedselsoevereiniteit kan en moet op individueel en nationaal niveau:
Individueel: Elke boer heeft het recht te kunnen kiezen voor duurzame
productie. De boer moet een eerlijke prijs voor zijn/haar duurzame
producten kunnen krijgen. Hiervoor moeten alle belemmeringen die
hiervoor momenteel werkzaam zijn, weggewerkt worden en moet duurzame
voedselproductie en –consumptie actief gepromoot worden.
Nationaal: landen hebben beleidsruimte nodig om zelf hun
verantwoordelijkheid op te nemen en te beslissen in hoeverre zij beroep
willen doen op internationale handel voor hun voedselvoorziening en -vermarkting.
Dit impliceert ook het recht om een beleid te voeren dat de schade kan
inperken, veroorzaakt door het beleid van andere landen. Dit kan door
importheffingen in te stellen voor producten die in het land van
oorsprong worden gesubsidieerd, of door een verbod in te stellen op de
invoer- of importheffingen op basis van kwalitatieve criteria die ook
binnen het eigen gebied gelden. Dit kan ook op regionaal niveau. Een
mogelijke bescherming van de eigen markt moet gepaard gaan met
democratiseringsprocessen op en structurele ondersteuning van het
platteland.
Op dit ogenblik bestaat dit recht op voedselsoevereiniteit niet.
Enerzijds omdat de WTO-regelgeving net het tegenovergestelde
bewerkstelligt en landen een landbouwbeleid oplegt dat vaak nadelig is
voor de lokale boeren en het milieu. Anderzijds omdat de nadruk (via
subsidies, etc.) op industriële landbouw ligt en boeren die op een
duurzame manier willen boeren, in deze context niet kunnen overleven.
“Recht op Voedsel” is het fundamentele mensenrecht van iedere persoon om
vrij te zijn van honger, door middel van fysieke en economische
toegangsmogelijkheden tot adequate voeding. Een staat mag haar burgers
niet actief de toegang tot voedsel ontzeggen, en mag ook geen stappen
terug zetten in haar beleid om voedsel toegankelijker te maken. Als de
middelen ontbreken om hierin vooruitgang te boeken, moet een staat
internationale steun zoeken.
Interview met Pedro de la Cruz, voorzitter van FENOCIN
FOS werkt in Ecuador sinds 2005 samen met Fenocin (Confederación
Nacional de Organizaciones Campesinas, Indígenas y Negras), een nationale koepel
van een duizendtal volksorganisaties en gemeenschappen van boeren, indianen en
zwarten. De organisatie bestaat al meer dan 30 jaar.
Wat verstaan jullie onder Voedselzekerheid en Soevereiniteit? ‘Dat is voor ons het recht van de volkeren om zelf te beslissen wat men
produceert, hoe men het commercialiseert en wat men consumeert.
Het kan niet dat enkel de markt de prijzen en de winsten bepaalt. De rijke
landen verdedigen hun producenten, waarom zouden we dat ook niet doen? De
nationale productie gaat ten onder aan de import, alleen omdat mensen met
politieke macht daar profijt bij hebben.
Onze kinderen krijgen nu via voedselhulp de overschotten van slechte
kwaliteit uit het Noorden voorgeschoteld, en zo krijgen ze slechte eetgewoonten.
We zijn niet tegen vreemde producten, maar dat moet een vrije keuze blijven. ‘
Wat doet FENOCIN om die te bewaren en te verdedigen? ‘We werken op demonstratievelden samen met de dorpsgemeenschappen: we
diversifiëren de productie, we combineren traditionele en moderne
landbouwtechnieken, we vermijden insecticiden en gifstoffen, uit respect voor de
natuur. En we stimuleren gezonde voeding.
Daarnaast lobbyen we bij de overheid om niet enkel te denken in termen van
krediet, massaproductie, export en technische bijstand. En met resultaat: zo
spreekt het Nationale Instituut voor Landbouwonderzoek nu ook over
voedselsoevereiniteit. ‘
Hoe kunnen boeren overleven in een marktmodel? In Quito, Guayquil en Cuenca hebben we kleine markten om ecologische
landbouwproducten rechtstreeks aan de consument te verkopen. Zo hebben de boeren
meer inkomsten. Dat laat ons ook toe onze identiteit van kleine boer en indiaan
te bevestigen.
We kopen enkel wat we zelf niet hebben.
Het verontrust ons wel dat ecologische en gezonde landbouwproducten alleen
gekocht worden door mensen met geld. We trachten onze producten goedkoper te
maken. Maar de regering helpt alleen de grote exportbedrijven die werken met
gifstoffen. En de tussenverkopers drijven de prijzen op.’
Kunnen ontwikkelingslanden voldoende voedsel produceren? Ecuador alleszins wel, we produceren ongeveer 110 % van het voedsel dat we
nodig hebben. Maar de regering steunt de export, ook van voedsel dat niet vitaal
is voor de mens.
In de VS en Europa zullen ze niet sterven van honger als ze geen koffie,
bananen bloemen of cacao meer van ons kopen. Maar wij voeren wel basisproducten
in zoals rijst en maïs. Meer dan 90% van onze binnenlandse productie is zo ten
onder gegaan. Wij moeten brood bakken met ingevoerd graan...
De jongeren willen geen boer meer zijn, omdat ze slecht verdienen en omdat ze
beschaamd zijn. Ze trekken naar de stad, daar vinden ze weinig werk en lage
lonen. Ze worden eenzaam en gewelddadig. Duurzame landbouw zou een alternatief
kunnen zijn voor hen.’
Werkt FENOCIN samen met de vakbonden aan de verdediging van de
voedselsoevereiniteit? ‘De laatste 16 jaar is de relatie met de vakbonden
verzwakt, hoewel er steeds een band is geweest. De vakbonden zijn vooral heel
verzwakt door de liberale economie.
Het is een dubbele strijd, de boeren moeten leren betere kwaliteit te
produceren en de loontrekkers en arbeiders moeten leren betere producten te
consumeren. Ze moeten aan hun gezondheid denken. Daarom steunen we ook hun
strijd voor betere werkvoorwaarden. Dan kunnen ze de boeren beter betalen en
gezonder eten. Voedselsoevereiniteit belangt ons allen aan en we kunnen ze enkel
verdedigen als we samenspannen.’
Sinds 2 september houden 154.000 Palestijnse ambtenaren en
personeel van de openbare sector een algemene staking uit protest tegen het feit
dat hun loon nu al zes maanden niet meer is uitbetaald. Sinds de VS en de
Europese unie een financiële boycot tegen de Palestijnse regering hebben
afgekondigd, bleven deze werknemers en hun families, in totaal ruim 1 miljoen
personen, zonder inkomen.
De beslissing tot staken kwam er nadat bleek dat de
Palestijnse Autoriteit, geleid door Hamas, en president Abbas niet in staat
bleken om onderling een oplossing uit te werken.
De stakers vragen ook aan de internationale gemeenschap om
de rechten van de Palestijnse ambtenaren te garanderen. In deze context vragen
we minister Karel De Gucht dringend om de onmiddellijke hervatting van de
Europese steun aan de Palestijnse Autoriteit bij zijn collega’s ministers te
bepleiten en er tevens bij Israël op aan te dringen om de achterstallige
douane-inkomsten uit te betalen.
Met een mix van activiteiten – rommelmarkt, aromatherapie,
optredens, fietstochten – bracht De Voorzorg Gezond op zondag 27 augustus zo’n
dertienduizend mensen op de been. Ook de tentoonstelling die FOS en De Voorzorg
samen ontwierpen, kon op heel wat belangstelling rekenen. Zowat 400 mensen
beantwoordden de vragen over twee vreemde voorwerpen uit Mozambique, en kregen
een leuk aandenken mee naar huis.
De tentoonstelling bestaat uit vier levensgrote Mozambikaanse figuren, die aan
de hand van foto’s een woordje uitleg geven bij het leven in hun land en de
gezondheidszorg daar. Gezondheid is immers een belangrijk thema in een land als
Mozambique, waar naar schatting 1 op acht inwoners besmet is met hiv/aids. De
Voorzorg Limburg steunt de gezondheidswerking van FOS in Mozambique, en samen
willen we de gezondheidsproblematiek onder de aandacht brengen bij de leden.
Meer info over deze tentoonstelling? Contacteer de educatiedienst op 02/552 03
00.
Onze interactieve MDG-tentoonstelling kon al op veel belangstelling rekenen
in Antwerpen, Leuven, Brussel en verschillende plaatsen in West-Vlaanderen.
MDG’s zegt u? De Millenniumdoelstellingen staan voor de belofte van 189 landen
van de Verenigde Naties om tegen 2015 de armoede en ongelijkheid in de wereld te
halveren. FOS maakt deel uit van de campagne ‘2015…De tijd loopt’. Die wil de
politici hier en elders herinneren aan hun beloftes.
Wil je er op een leuke manier meer over te weten komen? Spring dan tussen 6 en
17 november binnen bij ABVV-Scheldeland in Gent. Daar zal onze
MDG-tentoonstelling opgesteld staan. Door het sjoelbakspel van de
tentoonstelling te spelen, kan je de juiste antwoorden vinden op 8 MDG-vragen.
Speel mee in de Lokettenzaal van ABVV-Scheldeland op de Vrijdagsmarkt in
Gent!
Antwerpen (Berchem) is op 11 november de gaststad van de 35ste Nationale
Vrouwendag. Onder de titel ‘Meerstemmig en Veelkleurig’, vormt
multiculturaliteit de rode draad. Je kunt er genieten van een waaier aan
activiteiten: workshops, debatten, tentoonstellingen, films, lezingen, etc. Er
is plaats voor ontmoetingen tussen vrouwen en meisjes uit verschillende
gemeenschappen, uit diverse religies, met hun eigen ervaringen en verhalen.
Ook FOS zal aanwezig zijn op de Vrouwendag. Samen met enkele
vrouwenorganisaties van de socialistische beweging (Zij-kant, ABVV-Vrouwen en
VIVA-SVV) vormen we ‘Ladies in Red’. Dit jaar hebben we ons verenigd onder het
motto: ‘Ladies in Red komen op voor kleur’. Breng zeker een bezoekje aan onze
stand waar heel wat te beleven zal zijn. Tot 11 november in het Cultureel
Centrum van Berchem!
Al 40 jaar lang zet 11.11.11 het Zuiden op de kaart in
Vlaanderen! Opvallende affiches, scherpe campagnes, politiek lobbywerk dat
resulteert in Zuidvriendelijke akkoorden, samenwerkingsverbanden binnen en
buiten de Noord-Zuidsector.
Vrijwilligers, schenkers, lidorganisaties,
sympathisanten,… hebben de voorbije 40 jaar het Zuiden een stem gegeven in
Vlaanderen. En ze hebben samen 11.11.11 gemaakt tot wat het vandaag is, de
pluralistische koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging.
In het weekend van 30 september en 1 oktober geven we deze
verjaardag een feestelijk tintje met een boeiend en gevarieerd programma. Een
blik op verleden en toekomst, infomarkten, getuigenissen uit het Zuiden,
animatie en workshops, ontmoeting bij hapje en drankje, feestelijke muziek … Ook
de kinderen zullen zich niet vervelen.
FOS viert mee op zaterdag 30 september in Houthalen en op
zondag 1 oktober in Drongen. Kom je ook even langs die dag?
11.11.11 roept iedereen op om op vrijdag 27 oktober uien
te eten. Uit solidariteit met de 600 miljoen boeren uit het Zuiden die in
extreme armoede leven. Zo wil 11.11.11 zichtbaar maken hoe dumping en
grootschalige export van landbouwproducten de boeren in het Zuiden bedreigen.
De ui is een onmisbare groente voor de Senegalezen. Maar
die teelt lijdt sterk onder de verstikkende import van uien uit Europa, en die
neemt elk jaar toe. Duizenden uienboeren verliezen zo hun broodnodige inkomen.
Ook door de massale export van kippen, tomaten of melkpoeder naar het Zuiden
krijgen miljoenen boeren geen eerlijke kans op de markt.
Door in tientallen bedrijven, scholen, organisaties en
verenigingen samen uiensoep (of een ander heerlijk uiengerecht) op het menu te
zetten, geven we een krachtig signaal aan de beleidmakers die het lot van de
Zuiders boeren in handen hebben. Want honger en armoede moeten de wereld uit
tegen 2015!
Na een brutale politie-inval op 5 juli in de kantoren van vakbondskoepel CSTS
werd vakbondsman Daniel Morales opgepakt en gemolesteerd.
Kort en klein
San Salvador, woensdag 5 juli 2006, 10 uur ’s morgens in de buurt van de
universiteitscampus: een studentenmanifestatie tegen de verhoging van de prijzen
van het openbaar vervoer loopt zwaar uit de hand. Balans: twee dode
politieagenten en één dode student. De stad rouwt. Donderdag, 6 juli 2006, 3 uur
’s morgens: een brute politie-inval zonder rechterlijk bevel in de gebouwen van
de Syndicale Confederatie van Arbeiders van El Salvador (CSTS), plaats waar ook
de Syndicale Rondetafel van Arbeiders en Arbeidsters van de Maquil, een lokale
partner van FOS, gevestigd is. Meubels worden kort en klein geslagen.
Documenten, twee fotoapparaten, een som baar geld en didactisch materiaal worden
willekeurig in beslag genomen. Daniel Morales, verantwoordelijk voor de
communicatie en publiciteit van het CSTS, en vertegenwoordiger van de vakbond
van privé-bewakers, wordt in elkaar geslagen en afgevoerd. Motief: het
dienstwapen van Daniel zou het moordwapen zijn waarmee de twee agenten de vorige
dag zijn omgebracht. Daniel zit vele uren vast en wordt nog verschillende malen
fysiek aangepakt.
Smerige burgeroorlog
Bekijkt men de inval in het licht van lange jaren van zware en wellicht
toenemende antisyndicale repressie in El Salvador dan komt er een heel ander
scenario naar voren. 14 jaar geleden maakte een stroef onderhandeld
vredesakkoord een einde aan de genadeloze en smerige burgeroorlog die nog steeds
in het collectieve geheugen van velen onder ons gegrift staat. Tijdens de
confrontaties tussen militairen en revolutionairen lieten meer dan 150.000
mensen het leven en 3000 anderen verdwenen, waaronder vele leiders van de toen
clandestiene vakbonden. De vrede bracht helemaal niet de verwachte ommekeer.
Na een periode van grotere rust op het vlak van syndicale repressie, evolueren
we weer naar een situatie van steeds grotere verdrukking. Zo werd op 5 november
2004, om 6 uur ‘s morgens de vakbondsleider Gilberto Soto in koelen bloede voor
zijn ouderlijk huis vermoord. Het onderzoek bracht tot op heden enkel aan het
licht dat de moord lang op voorhand gepland was en dat diegene die er tot op
heden voor opdraait enkel een zondebok (van de regering) is. Een andere
beproefde antisyndicale strategie is het systematisch uitwijzen van raadgevers
van vakbonden die niet of niet helemaal aanspraak kunnen maken op de
Salvadoraanse nationaliteit. De president draait er zijn hand niet voor om om
dergelijke uitwijzingsbevelen persoonlijk te ondertekenen. Tenslotte zijn er ook
de willekeurige en onwettelijke arrestaties van vakbondsmilitanten met het doel
de arbeiders te intimideren en van hun vakbondsbasis te vervreemden. De strijd
tegen het terrorisme vormt opnieuw het veel te makkelijke excuus van de regering
om de agressieve en onwettelijke daden te vergoelijken.
Basisconventies niet ondertekend
Met dit alles beantwoordt de regering een dringende vraag die haar vanuit brede
lagen van het Salvadoraanse patronaat bereikt: verhoog de concurrentiekracht van
onze bedrijven door het inperken van de arbeidsrechten. Daaronder staan die van
het recht op syndicale vrijheid en collectieve onderhandeling natuurlijk
centraal. Meer dan symbolisch voor deze staat-patronaatcombine is dat El
Salvador als enige Latijns-Amerikaanse staat nog steeds de basisconventies 87 en
98 van de Internationale Arbeidsorganisatie - waarin juist deze twee rechten
worden opgenomen - niet ondertekend heeft. Het wordt de vakbonden in El Salvador
tegelijk ook administratief veel moeilijker gemaakt dan in andere
Centraal-Amerikaanse staten om een vakbond in een bepaald bedrijf op te richten.
De strategie lijkt te lukken want van de nauwelijks 2.62% van de economisch
actieve bevolking die in 2000 nog door een collectief arbeidsakkoord gedekt
werd, bleef er in 2004 nog nauwelijks nog 1.98% over.
In een zo gevoelige sector als die van de textiel- en confectie-industrie die
met een ongenadige internationale concurrentiestrijd geconfronteerd wordt,
klinkt deze totaal verkeerd geïnspireerde en onzinnige oproep tot
vakbondsrepressie nog het luidst. Opnieuw worden er ons bedreigingen met ontslag
omwille van vakbondssympathieën van de geviseerde arbeiders vanuit verschillende
bedrijven in El Salvador zoals Charter gemeld. Ook de onterecht ontslagen
arbeiders van een ander bedrijf, nl. Hermosa Manufacturing, zijn na een jaar
werkeloosheid en juridische strijd nog steeds niet vergoed door de werkgever
en/of de regering. Het brengt FOS in Centraal-Amerika er enkel toe om het
verregaande engagement in deze deelsector van de maquila te bevestigen.
Vakbondsvrijheid is mensenrecht
In het licht van het voorgaande wordt het heel duidelijk dat de politie onder
druk van regeringskringen de studentenmanifestatie en de moord op de beide
politieagenten aangegrepen heeft om de zoveelste daad van systematische
vakbondsrepressie uit te voeren. FOS is daarbij niet alleen bestolen en
getroffen in zijn materiële werking. Vanuit onze identiteit en opdracht van
solidariteit moeten wij deze repressie publiekelijk aanklagen en meer dan ooit
aanwezig zijn in El Salvador om de moeilijke syndicale strijd in dit land
mogelijk te maken. We kunnen dan ook de strategie van o.a. het CSTS om deze
toenemende vakbondsrepressie voor de Inter-Amerikaanse Commissie voor de
Mensenrechten te brengen, enkel ondersteunen. Het recht op vakbondsvrijheid is
immers een fundamenteel mensenrecht dat steeds vaker en op wereldwijde schaal
wordt uitgehold.
Sander Spanoghe
Landencoördinator Midden-Amerika en Cuba
4 el donkere rum uit Latijns-Amerika (die van je
Wereldwinkel is heerlijk)
1 kip (1,8 kg in 16 stukken gesneden)
1 kopje bloem
½ theelepel zout
gemalen zwarte peper
1 kop olie om te bakken (maïsolie, olijfolie,…)
Meng de sojasaus, het citroensap en de rum. Giet dit over
de stukken kip en marineer ze 2 uur bij kamertemperatuur (af en toe draaien).
Dep de kip daarna droog met keukenpapier. Meng de bloem, het zout en de peper en
wentel de stukken kip erin. Bak de kip in een kwartiertje knapperig bruin in de
hete olie. Serveer met aardappelen of rijst en een groene salade of zuiders
stoofpotje.
Zuiders stoofpotje: verhit olie in een pan en fruit hierin
een ui, twee paprika’s en koriander in ongeveer 5 minuten zacht. Schep
maïskorrels, champignons en wat gemalen peper erdoor. Laat alles nog ongeveer 5
minuten sudderen en roer regelmatig om. Breng op smaak met peper en zout en
versier met takjes koriander.
We kunnen
onmogelijk alles wat we in 2005 gedaan hebben opsommen. Daarom geven we
hieronder een greep uit onze activiteiten in Vlaanderen en in onze
partnerlanden. Wie graag een exemplaar van het uitgebreide jaarverslag ontvangt
geeft ons een seintje op 02 552 03 00.
Maquila-terroristen op bezoek?
Drie maquila-syndicalistes uit
Honduras, El Salvador en Nicaragua namen deel aan een zesdaags seminarie,
georganiseerd samen met ABVV West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant.
“Ja, ze
noemen mij de maquila-terroriste”, zei Fabia Gutierrez. Samen met Sarai Aguillon
en Marcelina Garcia was ze van 5 tot 21 oktober 2005 bij ons op bezoek. De drie
vrouwen zijn actief in vakbonden van Centraal-Amerikaanse maquila’s. Met
ABVV-militanten uit Scheldeland, West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant, wisselden ze
dagenlang ervaringen uit. Samen bezochten we EVV en IVVV, de Europese en
internationale vakbondskoepels.
De
vrouwen getuigden over de vele arbeidsschendingen binnen de maquila’s en hun
strijd daartegen. Bedrijfsleiders en regeringen ziin de vakbondsmilitanten dan
ook liever kwijt. Intimidaties zijn dagelijkse realiteit. De ABVV-deelnemers,
die zelf net gestaakt hadden, waren onder de indruk. Solidariteit, daar draait
het uiteindelijk om, daar was iedereen het na afloop over eens.
Water
is van iedereen
Op 20 maart werd in Nieuwpoort
een Noord-Zuid-waterpoll gelanceerd tijdens de toneelvoorstelling ‘Water,
mensenrecht of handelswaar’. De poll werd samen met de VIVA-afdelingen van
West-Vlaanderen en Mechelen-Turnhout georganiseerd. Door vijf gerichte vragen
konden de deelnemers reflecteren over hun eigen watergebruik. Ook werd het
belang duidelijk van water als gemeenschapsgoed, en de impact op de gezondheid
van mensen wanneer water geen gemeenschapsgoed meer is. Voorbeeldland was
Zuid-Afrika, waar deze problematiek erg schrijnend is door de privatisering van
de watervoorziening.
Als afsluiter kon men kiezen
uit een lijst actiemogelijkheden. We bereikten in totaal minstens duizend Bond
Moyson-leden rechtstreeks, schriftelijk of mondeling. Indirect werd via
publicaties een veel ruimer aantal bereikt. Wegens het grote succes werd deze
activiteit overgenomen op nationaal niveau, en konden mensen in heel Vlaanderen
deelnemen aan de poll.
Gent
Ondersteboven
Samen met partners VIVA-SVV,
Schone Kleren Campagne en ABVV Scheldeland, verzorgden we op 17 april 2005 de
slotmanifestatie van het grote rode culturele feest ‘Gent Ondersteboven’. We
stelden de arbeidsomstandigheden in de maquila’s in Centraal-Amerika op een
ludieke manier aan de kaak.
De bezoekers liepen via een
zelfgebouwde maquilapoort naar binnen en konden daar een lapje stof door
stiksters aan elkaar laten stikken tot een grote vlag die werd meegedragen in de
1 mei-optocht. Aan de aanwezigen werd gevraagd om een solidariteitsoproep van de
Nicaraguaanse maquila ‘King Yong’ te ondertekenen. Honderden mensen deden dat
ook. Verder liep er constant een beeldmontage die de linken aantoonde tussen de
arbeidsomstandigheden van textielarbeid(st)ers in het Vlaanderen van de 19de
eeuw en Honduras vandaag. Een Latijns-Amerikaanse salsagroep zorgde voor een
feestelijke sfeer. Deze activiteit was een schot in de roos!
Alternatieven voor neoliberalisme in Zuidelijk Afrika
In 2005 werd ANSA in het leven
geroepen, met steun van FOS. ANSA staat voor
Alternatives to Neoliberalism in Southern Africa., en is een initiatief van
vakbonden, vrouwenorganisaties en studiediensten uit o.a. Zimbabwe, Namibië en
Angola. Zij zoeken naar alternatieven voor het neoliberale model in hun landen.
De Europese Partnerschapsakkoorden (EPA’s) die momenteel onderhandeld worden,
houden immers onvoldoende rekening met de sociale noden. ANSA ontstond
uit het vakbondsprotest van de Zimbabwaanse koepel ZCTU tegen de gevolgen van de
Structurele aanpassingsprogramma’s in de jaren negentig.
Naast
wetenschappelijk onderzoek doet ANSA ook aan bewustmaking en vorming van de
basisorganisaties. Daarbij wordt vertrokken van de strijd waar vele groepen al
mee bezig zijn, zoals protesten tegen privatisering van water en elektriciteit,
ontslagen ten gevolge van neoliberale politiek. De meeste FOS-partners in de
regio zijn nauw bij het initiatief betrokken.
Chitima wordt zelfstandig
In
Chitima, Mozambique is een nieuwe lokale organisatie opgericht: Thimo
Lachitukuku.
Autonomie en duurzaamheid zijn altijd een leidraad geweest in de FOS-acties. Het
was dan ook een logisch voortvloeisel dat het Chitima-project na vijftien jaar
steun nu werd omgevormd tot een autonome organisatie. De bezittingen werden
juridisch overgedragen. Een plechtige en feestelijke bijeenkomst zette de
gebeurtenis luister bij.
Het proces tot
verzelfstandiging was niet gemakkelijk, maar de doelgroepen zijn goed betrokken
geweest. Het aantal personeelsleden werd sterk gereduceerd en zij zullen zich in
de nabije toekomst moeten bewijzen. Dan zal ook blijken of zij de organisatie
effectief als hun “eigendom” zullen beschouwen. Thimo Lachitukuku zocht
toenadering tot de provinciale boerenunie van Tete (UPCT), die een samenwerking
met deze startende organisatie ter harte nemen.
Arbeiderscomités in Palestina
De inspanningen van de afgelopen jaren op het vlak van
sensibilisering en vorming hebben in 2005 hun vruchten afgeworpen. Onder impuls
van DWRC (Democracy and Workers’ Rights Center) werden tal van lokale
arbeiderscomités opgericht, vooral in de sector van lokale besturen, openbare
gezondheidsinstellingen en medische hulpdiensten. Deze comités hebben zich
verenigd in een vakbeweging. Ook in andere sectoren is DWRC succesvol bij de
oprichting van onafhankelijke arbeiderscomités. Daarom heeft DWRC meer middelen
besteed aan wat het ‘freedom of association’-activiteiten noemt.
Deze comités en vakbonden bewaken hun onafhankelijk en
democratisch karakter. Daarmee willen ze een alternatief zijn voor de grotere
federaties, die ze immobilisme en politiek favoritisme verwijten. De nieuwe
politieke context daagt de ruime arbeidersbeweging wel uit zich te bezinnen over
de eenheid van de vakvereniging als alternatief tegen het religieuze
fundamentalisme
De Mutua, nu ook in de stad
Het gebrek aan formele arbeid belemmert de toegang
van veel Nicaraguanen tot een degelijke sociale zekerheid. Daarom begonnen we,
in samenwerking met vakbonden van de FNT (Nationaal front van arbeiders), met
een pilootproject gezondheidszorg voor arme families in de stad.
Zoals bij de Mutua del Campo
mikken we ook in de stad op alle personen die uitgesloten zijn van het systeem
van sociale zekerheid. FNT slaagt er steeds meer in om mensen van de informele
sector te organiseren. En dat verleent hen toegang tot betere gezondheidszorg
via de Mutua Urbana.
Sensibiliserings- en
promotiecampagnes (brochures, radioprogramma’s, enz.) overtuigen de mensen van
de principes en het nut van de mutualiteit en zetten hen er toe aan hun bijdrage
regelmatig te betalen.
Er is besloten geen eigen
kliniek op te zetten maar een overeenkomst te sluiten met een bestaande kliniek
van het Ministerie van Gezondheid om daar de Mutua te laten functioneren.
FOS start werking in Ecuador
In 2005 ging FOS van start met een werking in Ecuador, om de
organisaties van de arbeiders en de kleine boeren te versterken.
Onze partners zijn FENACLE en FENOCIN, twee nationale
organisaties die de belangen van loonarbeiders in de agro-industrie en kleine
boeren verdedigen. De acties waren in 2005 geconcentreerd in de kustzone en
toegespitst op workshops en bijeenkomsten om een diagnose van de sectoren en de
organisaties te maken. Verder wordt gewerkt aan de versterking en waar nodig
herstructurering van de organisaties. Via de Mesa Agraria - een landbouwoverleg
en alliantie tussen 3 nationale boerenorganisaties - werden voorstellen
uitgewerkt en onderhandeld voor een landbouwbeleid ten gunste van de
landarbeiders en kleine boeren.
FOS bleef de bewogen actualiteit volgen, en besteedde veel
aandacht aan de acties van FENACLE voor arbeidsrechten in Hacienda El Zapote,
een bananenplantage in onderaanneming van Dole, via artikels op de website en
een briefschrijfactie.
De
gevolgen van het Europese landbouwbeleid voor het Zuiden in kaart
ERO (European Research Office)
ondersteunde niet-gouvernementele actoren, parlementairen en regeringen bij de
voorbereiding van de EPA’s (Economic Partnership Agreements). ACP-landen worden
door de EU aangespoord om EPA’s af te sluiten, een vorm van ‘vrijemarktgebieden’.
Daardoor moeten ACP-landen hun binnenlandse markt openstellen voor Europese
goederen.
Sinds 2002 gaat het
hervormingsproces van het Gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) gepaard met
een geleidelijke omschakeling van garantieprijs naar verhoogde rechtstreekse
steun aan EU-boeren. Deze subsidie maakt de landbouwproducten goedkoper. Maar
dat is oneerlijke concurrentie tegenover producenten in ontwikkelingslanden. ERO
maakte een analyse van de verschillende landbouwsectoren en de impact van het
GLB voor landen in zuidelijk Afrika, met de bedoeling om partners in het Zuiden
te informeren over de impact van dit beleid op vitale sectoren zoals prijzen en
werkgelegenheid.
FOS VZW 2005
1. Onze acties in het zuiden
a) Uitgaven :
Algemeen totaal uitgaven
3.574.902,57
Totaal uitgaven zuiden
3.574.902,57
b) Inkomsten :
Algemeen totaal inkomsten
4.862.183,82
Totaal uitgaven zuiden
4.862.183,82
2. Educatie
(sensibiliseren rond
arbeid, gezondheid en duurzaam beleid in mondiale
context : meewerken aan de strijd
voor meer rechtvaardigheid)
a) Uitgaven :
Loonkost educatie
148.437,92
Werkingskost educatie
49.319,05
Totaal educatieuitgaven
197.756,97
b) Inkomsten :
Subsidies DGOS AP2005
201.484,48
Intresten op DGOS subs 2005
265,66
Totaal educatieinkomsten
201.750,14
3. Dienstverlening
( Policy analysis,
capacity building & participation in policy debates around
EU-ACP relations)
a) Uitgaven :
Loonkost dienstverlening
114.221,84
Werkingskost dienstverlening
18.866,41
Totaal dienstverleninguitgaven
133.088,25
b) Inkomsten :
Subsidies DGOS AP2005
132.944,12
Intresten op DGOS subs 2005
144,13
Totaal dienstverleninginkomsten
133.088,25
4. Onze acties in het noorden en
het secretariaat
SECRETARIAAT
a) Uitgaven :
Loonkost algemeen beheer
395.772,99
Werkingskost algemeen beheer
180.652,33
Totaal secretariaatsuitgaven
576.425,32
b) Inkomsten :
Administratie DGOS, EU-proj
440.308,30
Inbreng eigen achterban (oa NVSM,
P&V, sp.a),
fondsenwerving
191
landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de
armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie
om de politici aan hun belofte te herinneren én de
lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!