Inhoudstafel :
Een goede gezondheid, beste lezer!
Het is niet enkel wat ik je wens voor 2008, maar ook je recht. Ziek zijn kan
natuurlijk iedereen overkomen, maar toch is het meer dan een kwestie van geluk
of pech. Want waarom zijn de armen of zwaksten vaak het slechtste af op vlak van
gezondheid? En dan heb ik het niet enkel over mensen, maar ook over landen.
Nochtans is gezondheid een recht: dat vloeit voort uit een aantal belangrijke
verklaringen die tal van landen hebben ondertekend. Ze hebben dus de plicht om
erover te waken dat hun burgers te allen tijde toegang hebben tot
kwaliteitsvolle zorgen. En dat die bevolking in gezonde omstandigheden kan leven
en werken, want dat is natuurlijk de basis. Dat recht waarmaken is een van de
hoofdbetrachtingen van de gezondheidswerking die FOS met talrijke partners in
het Zuiden aan het ontwikkelen is. Principes en praktijk van gezondheid staan
centraal in deze FOSFOR.
Annuschka Vandewalle
Algemeen Secretaris FOS
FOSFOR: inhoudstabel
Noord: Ik betaal voor het pensioen van mijn
moeder, de rolstoel van mijn vader, de invaliditeit van mijn buurman (links), de
werkloosheidsuitkering van mijn buurman (rechts), en de preventieve tandzorgen
van mijn beugeldragende nichtjes. Ik ben nog nooit werkloos geweest, en ben nog
nooit van mijn bureaustoel gevallen op het werk. Ik ben een content mens, kan
mij de luxe permitteren om solidair te zijn want ik ben gezond, heb twee handen
aan mijn lijf en een toffe job in een stabiel bedrijf. Ik kan vrij kiezen tussen
een plasmatelevisie kopen of een Audi, maar als ik morgen ziek word, zal ik heel
blij zijn als iemand solidair wil zijn met mij. Want de vrije keuze tussen
gezond en ziek zijn, heb je niet zelf in de hand.
Els Van de Bourry Coördinator Kinderzorg - Reddie Teddy -
vzw Thuishulp West-Vlaanderen
Zuid: Wanneer een arbeider of om het even
welk gezinslid moet worden geopereerd, kost hem dat misschien 600 euro in een
privéziekenhuis. Bij de Nationale Gezondheidskas kost het hem niets. Daarom
hebben we een solidair systeem, en moeten we ervoor bijdragen. Arbeiders dragen
10% van hun inkomen bij, zodat onze sociale zekerheid, die al dateert van 1956,
moederschapsverlof, ziekte, beroepsrisico’s en familiehulp kan dekken.
Socimo Paniagua Revollo, Secretaris van de Boliviaanse
Arbeiderscentrale
FOSFOR: inhoudstabel
geen kwestie geluk of
ongeluk
“Een goede gezondheid!” moet
zowat de meest voorkomende nieuwjaarswens zijn, en dat is niet toevallig. Wie
erover beschikt, staat er niet altijd bij stil, maar een goede gezondheid is een
voorwaarde voor een goed leven. Waar loopt het dan mank?
Alvast niet bij de principes.
Immers: iedereen heeft recht op een "levensstandaard die hoog genoeg is voor de
gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, met inbegrip van voeding,
kleding, huisvesting, medische verzorging en de noodzakelijke sociale diensten."
Zo staat het in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het
basisdocument van de Verenigde Naties uit 1948. Dat iedereen recht heeft “op een
zo goed mogelijke lichamelijke en geestelijke gezondheid”, werd daaraan
toegevoegd in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en
Culturele rechten van 1966.
Vermijdbare ziektes
Ronkende titels, maar het is heel belangrijk dat
het om rechten gaat. Deze benadering zorgt er immers
voor dat autoriteiten op hun verantwoordelijkheid worden gewezen. De overheid
moet ervoor zorgen dat de fundamentele basisrechten van de bevolking
daadwerkelijk gerealiseerd worden.
Ook in de slottekst van het verdrag dat na de
Alma-Ata-conferentie in 1978 werd ondertekend door de
wereldgezondheidsorganisatie, UNICEF en 134 landen, stond 'gezondheid voor
iedereen in 2000' als doelstelling geformuleerd. In dat verdrag werd
basisgezondheidszorg bestempeld als de meest effectieve manier om dat doel te
bereiken. In 2000, het jaar waarin ‘health for all’ verwezenlijkt had moeten
zijn, werden de principes herbevestigd in het ‘people´s charter for health’.
FOS onderschrijft deze principes helemaal. En wil
er mee voor ijveren om ze waar te maken. Want in de praktijk loopt het dikwijls
mank. Dagelijks sterven 24.000 mensen aan de gevolgen van dikwijls vermijdbare
ziektes zoals aids, malaria en tuberculose; door complicaties bij de
zwangerschap of bij de geboorte; kinderen sterven door ondervoeding.
Voorrecht
In landen waar geen (of onvoldoende) sociale correcties
gebeuren, is gezondheidszorg vaak een voorrecht voor de rijken. Niet alleen
vinden we er meer dokters in de steden dan op het platteland. Bovendien beschikt
de openbare gezondheidszorg veelal over te weinig personeel om aan de zorgvraag
te kunnen voldoen. Zo telt Mozambique bijvoorbeeld 700 artsen voor een bevolking
van 18 miljoen inwoners. Om je een idee te geven, in België is dat er één voor
elke 240 inwoners. Dat komt mede door de zogenaamde ‘brain drain’, die er
bijvoorbeeld voor zorgt dat er in Manchester meer artsen werken uit Malawi dan
in het Afrikaanse land zelf.
In ontwikkelingslanden, net
zo goed als in ons land, zijn het de armen die moeilijk toegang vinden tot
verzorging. Nochtans is het net als je arm bent, dat je een hoger risico loopt
op ernstige ziektes of een vroege dood als gevolg daarvan. Daardoor is er juist
in arme landen meer nood aan bereikbare, betaalbare en kwalitatieve
gezondheidszorgen. Wereldwijd zijn er 1,3 miljard mensen die geen toegang hebben
tot deze zorgen omdat ze het zich niet kunnen permitteren, of omdat de overheid
het niet kan bieden. Dit wordt nog eens versterkt door het feit dat meer dan de
helft van de bevolking op geen enkele manier gedekt wordt door enige vorm van
sociale zekerheid.
Gezonde tegenmacht
Dat gezondheid een recht is
staat vast. Dat het een recht is dat in de praktijk heel veel gebreken vertoont,
ook. Om dit recht te realiseren zijn structurele ingrepen nodig naar een
socialere en meer rechtvaardige maatschappij, en grondige veranderingen in de
internationale verhoudingen. Een dergelijke ommezwaai zal er pas komen als er
ook vanuit de basis een tegenmacht wordt opgebouwd. Een tegenmacht die zelf
verbeteringen op het vlak van gezondheid kan afdwingen. Een tegenmacht die met
luide stem haar recht op gezondheid claimt. Veel te veel mensen denken immers
nog dat gezondheid iets is dat je overkomt. De inbreng van ngo’s,
volksorganisaties, ziekenfondsen, gezondheidscomités, patiëntengroepen en
vakbonden is hierbij onontbeerlijk. Het is immers via deze organisaties dat een
bevolking daadwerkelijk medezeggenschap heeft.
Eva Verwilst, Stafmedewerker Internationale Samenwerking NVSM
| De familie Cantori uit Peru… Julia Ramos de
Cantori is 70 jaar, maar je zou haar 30 geven. Alle dagen stapt ze naar
het perceel van haar familie om “haar man te helpen” bij de taken die
deel uitmaken van de koffieteelt. Julia verzekert dat haar gezondheid
van ijzer is en zo lijkt het op het eerste zicht ook. Als we haar echter
vragen naar de gezondheid van haar familie, is ze wel bezorgd: “als hen
iets ergs overkomt, dan sterven ze gewoon”. En je kan haar moeilijk
ongelijk geven. Julia en haar gezin wonen in het gehucht Río Chari,
midden in het Peruaanse oerwoud van de “Selva Central”. De
dichtstbijzijnde gezondheidspost ligt op drie uur stappen. Meestal is
daar geen arts ter beschikking. Diana, Julia’s oudste dochter,
begeleidde haar zwangere schoonzus naar de gezondheidspost: “We deden
de trip van drie uur op het gemak, omwille van haar zwangerschap. Toen
we eindelijk aankwamen, vonden we er niemand. We zijn gewoon moeten
terugkeren zonder dat ze haar controle heeft gehad.” Julia en Diana
hebben de medische kracht van de lokale planten leren gebruiken. Dit
zijn hun beste geneesmiddelen om de meest voorkomende ziektes, zoals
griep of insectenbeten, te behandelen. Maar wat doen ze bij ernstigere
ziekten of bij noodgevallen? “Dan moeten we naar de hoofdbaan wandelen
en de eerste bus die voorbijkomt naar Satipo nemen”, zegt Diana. In deze
provinciehoofdstad bevindt zich het enige ziekenhuis met medisch
gespecialiseerd personeel, verantwoordelijk voor de meer dan 30.000
inwoners van de provincie. |
| …en de 150.000 andere families van koffieboeren
De gezondheidsproblemen van de familie Cantori zijn tekenend voor de
gezondheidssituatie van de meer dan 150.000 families van koffieboeren in
Peru. Ze lijden aan typische “armoedeziekten”: parasitosis, malaria,
ondervoeding en bloedarmoede, de laatste twee vooral bij kleine
kinderen. Dit blijkt uit een participatief actieonderzoek dat de
nationale organisatie van kleine koffieboeren, de Junta Nacional del
Café (JNC) uitvoerde met ondersteuning van de plaatselijke ngo Ayni
Salud en het nationale gezondheidsplatform ForoSalud. De JNC heeft het
gezondheidsthema opgenomen met de steun van FOS. Ook de dienstverlening
werd onder de loep genomen. Gezondheidsposten hebben te kampen met een
gebrek aan medicijnen en geschoold personeel. Er zijn enkel dokters
aanwezig in de grote streekhospitalen maar veel te weinig om de vraag te
kunnen bolwerken. In Satipo, bijvoorbeeld, zijn er slechts 2 dokters
aanwezig per 10.000 inwoners.
De eerste verkennende studie en participatieve workshops maakten ook
duidelijk dat de koffieboeren, zoals de meeste Peruanen, gezondheid niet
als een “mensenrecht” beschouwen maar eerder als een privilege of een
zaak van “geluk of ongeluk”. Daarom wil de Junta de koffieboeren eerst
en vooral bewustmaken van hun recht op gezondheid, en van de
verantwoordelijkheden van de Peruaanse staat, de sociale organisaties én
de families op dat vlak.
Dat is een eerste belangrijke stap, in een proces dat ertoe moet
leiden dat georganiseerde koffieboeren zelf verbeteringen afdwingen op
het vlak van gezondheid, zowel op lokaal als nationaal vlak. Het is
duidelijk dat de JNC een dergelijke taak niet alleen op zich kan en moet
nemen. Daarom werken ze hard aan het opbouwen en versterken van banden
met Peruaanse en internationale organisaties. Gehoopt wordt dat die
“verenigde krachten” meer gewicht in de schaal kunnen leggen om
beleidsmaatregelen af te dwingen die de toegang van de koffieboeren tot
gezondheidsverzekeringen en gezondheidsdiensten verbeteren. Want
iedereen heeft recht op gezondheid. Ook de familie Cantori in het
oerwoud van Peru.
Lieve Daeren, landencoördinator FOS in Peru en
Ecuador |
| Partnerschappen in gezondheid De verschillende
gezondheidswerkingen van de FOS-parnters krijgen de steun van de
socialistische mutualiteiten. Ook in Vlaanderen zetten we het recht op
gezondheid op de kaart. Zo is de Bond Moyson West-Vlaanderen een
partnerschap aangegaan met Zuid-Afrika, de Bond Moyson Oost-Vlaanderen
met Bolivia, De Voorzorg Antwerpen een partnerschap met Peru (zie
kader), De Voorzorg Limburg met Mozambique en de Federatie van
Socialistische Mutualiteiten van Brabant met Ecuador. |
Dagelijks sterven 24.000 mensen aan de gevolgen van dikwijls vermijdbare
ziektes.
FOSFOR: inhoudstabel
Gezond zijn is meer dan niet ziek zijn. Gezondheid heeft
ook te maken met zelfrespect, met gezonde relaties, met opkomen voor je rechten.
Hoe die zaken je leven kunnen omgooien, vertelt Martina Smith, ex-landarbeidster
en vakbondsactiviste, ons in sappig Afrikaans.
Martina werd geboren in 1946 op ‘Wakkerstroom’, een
boerderij in de omgeving van Kaapstad in Zuid-Afrika. Daar begon ze op haar 10
jaar te werken als geitenhoedster. Haar eerste zoon en dochter werden geboren
toen ze als huishoudhulpje werkte. Haar andere acht kinderen kreeg ze met haar
tweede man, toen ze beiden als landarbeiders werkten op ‘Blyhoek’.
Hoe verliep dat: kinderen grootbrengen en tegelijk
werken op het veld?
“Ik heb 7 van mijn kinderen op mijn rug grootgebracht. Ik
stond ’s morgens vroeg op, maakte eten klaar, bond mijn kind op de rug en ging
werken. Vrouwen stelden zich daar geen vragen bij. Wij dachten dat het zo
hoorde: “We moeten onze kinderen op het veld grootbrengen, want we moeten
werken”. Mijn zevende kindje was heel ziekelijk en kon er niet tegen. Ze was 18
maanden toen ze stierf. Het loon van de man alleen was te weinig. Mijn man heeft
altijd 12 rand per week verdiend, en ik 6 rand per week. Ik ben zeer slecht
behandeld geweest door mijn man. Hij heeft mij veel geslagen. Hij zorgde ook
niet voor me, gaf me nooit geld. Ik ben vroeger nog naar de politie gestapt,
maar zij zeiden dat ze niet tussenkwamen in relatieproblemen.”
Wat was voor jou het keerpunt?
“Tien jaar geleden kwamen er twee vrouwen bij mij langs:
Bernie van Women on Farms Project (WFP), en Katrina, een landarbeidster. Ze
legden uit dat ze zich inzetten voor de problemen van landarbeidsters.
Landarbeidsters worden achtergesteld. Terwijl er nu een wet was die ons
beschermde! Ik wist dit niet, want ik was een vrouw die ervan uitging dat ik op
de boerderij woonde, en dat dit mijn leven was. Toen ik dus hoorde wat WFP deed,
heb ik onmiddellijk beslist me aan te sluiten. Op dat moment was een van onze
grootste problemen dat de mannen niet omkeken naar hun kinderen. Op een dag heb
ik gevraagd aan de vrouwen op de boerderij of ze hierover met ons wilden praten.
Op een zaterdag hebben we dan een bijeenkomst gehouden. Nadien hebben de vrouwen
beslist zich ook aan te sluiten. Dat was het begin van grote veranderingen in
onze gemeenschap.”
Hoe zorgden jullie voor die veranderingen?
“Drie jaar heeft Cheryl van WFP ons opleiding gegeven op
de boerderij. En toen was het aan ons, en moesten we het zelf doen. Dat was niet
gemakkelijk! Maar het heeft ons sterk bij elkaar gebracht. We zijn steeds verder
gegroeid, bereikten steeds meer vrouwen op steeds meer boerderijen. Dat was het
begin van onze vakbond ‘Sikhula Sonke’ (‘we groeien samen’, nvdr). We hebben
toen de koppen bij elkaar gestoken: wat willen vrouwen? Vrouwen willen dezelfde
rechten als mannen, ze willen hetzelfde loon als mannen, want ze doen hetzelfde
werk! Het is moeilijk om de werkgevers hiervan te overtuigen. Ik ben zeer trots
op onze mensen en landarbeidsters.”
En wat heeft dit voor jou betekend?
“Heel veel: ik begon opnieuw lucht te zien. Ik ben naar de
workshops gegaan, en blijven gaan, ik ben nooit weggebleven. Zo heb ik heel veel
geleerd. Ik was vastberaden. En blij om verlossing te kunnen krijgen; ik heb het
zeer zwaar gehad. De relatie met mijn man is ook heel erg veranderd, vanaf dat
ik mijn rechten leerde kennen. Al die dingen die hij mij heeft aangedaan waren
verkeerd. Ik heb mijn rechten afgedwongen, en vandaag begrijpt hij het. Toen we
op een avond een telefoontje kregen dat er een uitzetting bezig was op een
boerderij, vroegen ze of ik kon komen. Ik was net terug thuis en heel moe. En
toen zei mijn man dat hij wel zou gaan. Het was heel koud, die nacht, maar hij
is gegaan. Hij ondersteunt me nu. Voor mij voelt dit zeer goed, ik ben zeer
blij. Ook voor de verandering in zíjn leven.”
Sissi Vlamynck, educatief medewerkster FOS
FOSFOR: inhoudstabel
‘Welkom in Hungryland: zijn natuur, zijn cultuur en zijn
hongerlonen’, was de slogan van onze campagne dit
jaar. Tijdens 1 mei, Dagje Oostende, Leuven Ondersteboven en tal van andere
activiteiten van de socialistische beweging gingen meer dan 4000 mensen op de
foto met onze leeuw en met de slogan ‘Weg met de hongerlonen’ of ‘Wij steunen
NAFWU’. Zo zetten ze de eisen van deze Namibische landarbeidersvakbond kracht
bij: meer arbeidsinspectie en het uitbetalen van het wettelijk maandloon.
Eind oktober vertrokken twee FOS-medewerkers naar Namibië.
Daar overhandigden ze de foto’s aan NAFWU, in het bijzijn van de nationale pers.
NAFWU kondigde aan ook volgend jaar verder internationaal campagne te voeren
voor hun recht op een minimumloon. Dit alles verdween alvast niet in
dovemansoren, want we haalden zelfs het achtuurjournaal van de Namibische
televisie. Mede namens NAFWU willen we iedereen bedanken die aan onze campagne
heeft bijgedragen!
FOSFOR: inhoudstabel
Binnen de Algemene Centrale van het ABVV is een groep vakbondskaders en
secretarissen actief rond Palestina. In oktober vond een inleefreis van 7 dagen
met 16 deelnemers plaats. De reis bestond uit een zwaar programma: Jeruzalem,
Ramallah , Nazareth, Nablus, … allemaal plaatsen die in het hart en het geheugen
blijven nazinderen. Met hun meterslange muur, hun vluchtelingenkampen, hun
checkpoints, de nederzettingen en de toch nog optimistische Palestijnen…Ontmoetingen
met vakbonden maar ook met organisaties uit het middenveld, die getuigden over
het schrijnende lot van een volk dat verdreven wordt uit zijn land.
De deelnemers van de AC kwamen ontredderd en geschokt door zoveel onrecht
terug. Wat kunnen we doen? Natuurlijk, samen met het FOS ons project verder
uitbouwen. Maar ook de Israëlische vakbond aanzetten tot het veroordelen van dit
onrecht in de internationale en Europese vakbondsorganisaties. Niet simpel, maar
het moet! [LVH]
FOSFOR: inhoudstabel
Op 8 oktober zetten een dertigtal leden van Bond Moyson
koers richting Zuid-Afrika voor een 16-daagse rondreis. De laatste dagen werden
de toeristische paden verlaten en werd de groep op sleeptouw genomen door de
plaatselijke FOS-partners. Een bezoek aan Khayelitsha, de tweede grootste
township van het land, maakte de gevolgen van de privatisering van water
pijnlijk duidelijk. In Stellenbosch stond de problematiek van de landarbeidsters
centraal. Lage lonen, geen toegang tot kwalitatieve gezondheidszorg, huiselijk
geweld, hiv/aids: het is hun dagelijkse realiteit.
Het bezoek maakte echter duidelijk dat noch de bevolking,
noch de FOS-partners zich hierbij neerleggen! Met veel enthousiasme werden we
deelgenoot gemaakt van hun realisaties, hun strijdpunten en plannen voor de
toekomst. Het verzamelde beeldmateriaal komt terecht in een interactieve dvd
voor de lokale afdelingen. Meer daarover in de volgende FOSFOR! [SV]
FOSFOR: inhoudstabel
Hoewel hij de term ‘informele’ arbeid niet graag hoort, spreekt Adrián
Martínez gedreven over zijn werk als vakbondssecretaris in Nicaragua. In dat
land werken maar liefst 80% van de mensen in de informaliteit. Zijn ‘Vakbond van
Arbeiders voor Eigen Rekening’ (CTCP) wil dat deze mensen een formeel statuut
krijgen waardoor ze toegang hebben tot sociale zekerheid, krediet, onderwijs,
etc. Samen met José Ángel (FNT, grootste vakbond van Nicaragua), María Inga,
Gloria Pérez (beiden CGTP, grootste vakbond van Peru) en Alejandro Rodríguez was
hij van 17 tot 29 oktober bij ons op bezoek. Naast een boeiend vierdaags
vormingsseminarie met ABVV-militanten uit West-Vlaanderen, stonden er ook heel
wat debatavonden op het programma. De syndicalisten vertelden hun verhaal in
Brugge, Oostende, Kortrijk, Gent, Aalst en Kapellen. Op
www.fos-socsol.be vind je een uitgebreid fotoverslag. De volgende bladzijden
zijn gewijd aan de situatie in Nicaragua. [EY]
FOSFOR: inhoudstabel
Een feest of een festival, een nieuw jaarthema, een opvallende actie… Je wil
gezien worden, en besluit daarom een T-shirt te laten bedrukken. Ongetwijfeld
bespreek je met de leverancier de kwaliteit, prijs, kleur,... maar let je ook op
waar die T-shirt gemaakt is of in welke omstandigheden? Er zijn een aantal
mogelijkheden. In 2007 is het bedrijf Sparkling Ideas als eerste Belgische
deelnemer lid geworden van de Fair Wear Foundation, een onafhankelijke,
niet-commerciële controlestichting voor de kledingindustrie. Kledingbedrijven
die zich aansluiten bij FWF ondertekenen een gedragscode. Ze verplichten zich
ertoe om binnen drie jaar al hun fabrieken op arbeidsomstandigheden te
inspecteren en waar nodig verbeteringen door te voeren. Daarnaast verkoopt ook
Oxfam Magasins du Monde T-shirts met het merk Made in Dignity die gemaakt worden
volgens fair trade criteria, maar enkel intern gecontroleerd worden. Meer info:
www.schonekleren.be [IW]
FOSFOR: inhoudstabel
Op de jaarlijkse Reuze Baby- en Kinderrommelmarkt van MJA en De Voorzorg
Limburg krijgt speelgoed een tweede leven. Duizenden mensen kwamen inkopen doen
of een kijkje nemen, en passeerden daarbij onze interactieve tentoonstelling
over Mozambique, het partnerland van de mutualiteit. In de tentoonstelling geven
vier levensechte figuren een woordje uitleg over leven en gezondheid in hun
land. Ook de film ‘Aids in Afrika: het verhaal van twee vrouwen’, met
getuigenissen van twee vrouwen die seropositief zijn en als aidsconsulentes
werken, kon op heel wat belangstelling rekenen. Meer dan 70 mensen namen de tijd
om het deelnemingsformulier in te vullen. De namen van de 20 winnaars van het
FOS-pakket vind je op
www.fos-socsol.be. Daar vind je ook een verslag van het solidariteitsontbijt
dat bij het verschijnen van deze FOSFOR reeds plaatsvond in Houthalen-Helchteren,
op 2 december. [IW]
FOSFOR: inhoudstabel
Maria Teresa Sánchez verkoopt loterijbiljetten op de markt in Managua. Ze is
een van de 700.000 Nicaraguanen die dagelijks in hun levensonderhoud proberen te
voorzien met ‘informeel’ werk. Sinds kort hebben ze een eigen vakbond.
Maria Teresa heeft al heel veel verschillende jobs gehad, maar nooit een
echte job, met een echt contract: “Ik ben heel jong getrouwd, maar mijn man
heeft me al gauw met onze twee kinderen achtergelaten. Kort daarna kon ik als
graanverkoopster starten bij een molen in Casares. De eigenares had me 1500
cordoba (€ 56) geleend, en ik moest haar 1800 cordoba (€ 68) per maand betalen
voor mijn standplaats. Ik had er een echt kraampje van gemaakt, maar dat brandde
een paar maanden later af. Daarop begon ik als straatverkoopster op de Israel
Lewitesmarkt, dat doe ik nu al 16 jaar. Tegenwoordig verkoop ik
loterijbiljetten. Dat brengt me 80 cordoba per dag (€ 3) op. Een werkdag duurt
al gauw 14 uur, in weer en wind, in het stof en in de uitlaatgassen. Het is
zwaar werk, en als vrouw is het niet gemakkelijk: de buschauffeurs hebben echt
geen respect, en velen proberen ons te bepotelen of nog erger! Je wordt ook
constant uitgekafferd.”
Woekerleningen
Omdat mensen zoals Maria Teresa geen contract, geen sociale zekerheid of geen
registratie hebben, wordt hun werk ‘informeel’ genoemd. Maar toch gaan er in
Latijns-Amerika vaak grote organisaties schuil achter de straatverkopers. Soms
gaat het om groothandelaars, die aan tientallen kleine straatventers hun waren
verkopen. Soms gaat het om een handelaar, die een paar venters met een karretje
de waren langs de straten laat verkopen.
Wat al deze organisaties gemeen hebben, is dat ze telkens de winsten van de
straatverkopers opeisen, en hen met een minimum achterlaten. Soms verbinden ze
de verkopers aan zich via woekerleningen, met een rente van bijna 100%. Ze geven
geen contracten, betalen geen sociale zekerheid. Eenzelfde mechanisme bestaat
ook voor de geldwisselaars op straat, die voor grote banken geld wisselen langs
de straten. De vakbond is er met heel veel onderzoekswerk in geslaagd om de
overheid te laten inzien dat er wel degelijk sprake is van een
werknemer-baasverhouding tussen de straatverkoper en de organisatie of persoon
voor wie zij verkopen.
Kinderarbeid
Intussen zijn ze met bijna 700.000, de Nicaraguaanse mannen en vrouwen die op
deze wijze proberen om in hun levensonderhoud en dat van hun gezin te voorzien.
En dat op een bevolking van 5,4 miljoen mensen. Meer en meer zijn het vrouwen.
Bijna de helft van de vrouwen die in de steden werken, zijn veroordeeld om dat
als informele arbeidster te doen. En dat zie je aan hun inkomen dat ze tijdens
de uiterst lange werkdagen bij elkaar weten te schrapen. Een man in de stad kan
met de opbrengst van zijn werk net iets meer dan 2 personen onderhouden. Zijn
vrouwelijke collega kan nauwelijks 1,5 personen onderhouden. Concreet betekent
dat in een gemiddeld gezin van 5 personen er steeds minstens 3 personen - dus
ook steevast een kind – moeten meewerken.
Geen gewone vakbond
Willen deze arbeiders hun levensomstandigheden zien te verbeteren, dan
schuilt hun kracht in hun aantal en hun organisatie. Belangrijke vakbondskoepels
zoals het Frente Nacional de Trabajadores (FNT) leveren aanzienlijke
inspanningen op dit nieuwe terrein. In 2002 werd een eerste vereniging van
arbeiders van de kruispunten opgericht. Hieruit groeide dan razendsnel de
“Confederatie van Arbeiders voor eigen Rekening” (CTCP). Momenteel telt deze al
82 syndicaten die samen 28.000 informele arbeiders organiseren. Onder hen veel
straatventers, maar ook geldwisselaars, (fiets)taxi’s, autowassers, en andere
dienstverleners.
Maria Teresa kwam in contact met de vakbond die de straatverkopers bij Israel
Lewites wilde organiseren: “Stilaan raakte ik meer en meer geëngageerd. Sinds
2005 ben ik Algemeen Secretaris van de vakbond van de straatverkopers van Israel
Lewites. De meeste leden zijn vrouwen. Met de vakbond organiseren we
vormingsmomenten rond gender, leiderschap, geweld in het gezin, … Het helpt ons
sterker te maken en op te komen voor onszelf. Mijn kinderen kunnen naar school
gaan dankzij een beurs. Ik hoop dat zij een beter leven zullen hebben dan
ikzelf!”
Sander Spanoghe, landencoördinator FOS in Centraal-Amerika
Het volledige interview met Maria Teresa Sanchez vind je in onze
e-nieuwsbrief van december, of bij het ‘Nieuws uit het Zuiden’ op
www.fos-socsol.be.
FOSFOR: inhoudstabel
Garnalen in pikante saus
Voor 4 personen als hoofdgerecht of voor 6 personen als voorgerecht
- limoensap
- 500 g grote garnalen, gepeld
- 2 el plantaardige olie
- 1 ui, fijngehakt
- 3 teentjes knoflook, zeer fijn gehakt
- 2 kleine Spaanse pepers, van zaad ontdaan en fijngehakt
- 2 el fijngehakte verse peterselie
- ½ tl gehakte verse oregano of ¼ tl gedroogde
- 3 el tomatenpuree
- 1 blaadje laurier
- ½ tl komijn
- 2 tl witte-wijnazijn
- 1,25 dl water
- 1 tl zout
Pers een paar druppels limoensap uit boven de garnalen en roer ze om. Verhit
de olie in een grote pan op een matig vuur, en fruit hierin de ui. Voeg na 1
minuut knoflook, Spaanse peper, peterselie en oregano toe en laat dit nog eens 1
minuut fruiten. Roer de tomatenpuree erdoor en laat 5 minuten pruttelen. Voeg de
rest van de ingrediënten toe en laat dit bij matige temperatuur pruttelen tot de
garnalen door en door gaar zijn, 10 tot 15 minuten. Heet serveren, met rijst
en/of salade.
Dit recept is een suggestie van Lydia Bruggeman uit Temse. Hartelijk bedankt!
Wil jij ook je favoriete recept in deze rubriek bekendmaken? Bezorg het samen
met een foto aan
isabel.wagemans@fos-socsol.be.
FOSFOR: inhoudstabel
Algemeen Beraad
28 januari tot 8 februari 2008
Nieuwpoort + Brussel
De hele FOS-ploeg zet de bakens verder uit.
Feestelijke lancering van Play Fair 2008
Chinees Nieuwjaar, 7 februari 2008
Play Fair campagne naar aanleiding van de Olympische Spelen
Org. Schone Kleren Campagne
www.playfair2008.org
‘Zoek mee met Roselien en Georgette’
12 februari 2008
Polyvalente zaal – Veldegem
Org. S-plus Veldegem
5 maart 2008
Volkshuis – Essen
Org. VIVA-SVV Essen
Aan de hand van een spel achterhalen we de levensverhalen van Roselien uit
Namibië en Georgette uit Gent.
FOSFOR: inhoudstabel