Inhoudstafel :
Beste lezer,
Als we de kranten en journaals mogen geloven, zijn het barre tijden, met
torenhoge inflatie en dalende koopkracht. Maar wij hebben een superaanbieding
voor jou.
Op de achterkant van deze FOSFOR staat een heerlijke bundel asperges met een
uitnodigend prijskaartje. De kleine lettertjes gelezen? Dan weet je dat de lonen
van de vrouwen – en mannen – die in de Peruaanse asperge-industrie werken,
schandalig laag zijn. Hoe dat komt en welke gevolgen dat heeft in het dagelijks
leven, kom je op de volgende pagina’s te weten.
Maar de superaanbieding is de volgende : doe mee! Blijf niet bij de pakken
zitten. Kom op voor de rechten van de arbeidsters – en arbeiders – van deze
miljoenenindustrie. Kom op tegen de wantoestanden. Dat is ook wat de vakbond
CGTP, partner van fos, doet. María is een van de talrijke arbeidsters die actief
is bij die vakbond. Zij en haar vakbond kunnen een teken van internationale
solidariteit heel goed gebruiken. Geef hen dat teken. Gratis! Een
superaanbieding, niet?
Annuschka Vandewalle
Algemeen Secretaris fos-socialistische solidariteit
FOSFOR: inhoudstabel
‘Betaalbare asperges op mijn bord, heel het jaar door. Ik ben
tevreden, en ook de arbeidsters van de Peruaanse groente- en
fruitexportindustrie.’
Noord: Betaalbaar mag nooit het synoniem zijn voor uitbuiting,
(h)eerlijke voeding moet aan eerlijke prijzen.
Ons automatisch indexsysteem van onze lonen is gekoppeld aan de prijzen van
een korf producten, waardoor onze werknemers hun koopkracht kunnen vrijwaren.
Dit is één van de maatregelen die wij als vakbond met hand en tand verdedigen in
eigen land. Door ook te kiezen voor internationale solidariteit, steun aan
vakbonden in het Zuiden, en eerlijke handel willen wij meehelpen om de
werknemers in het Zuiden een waardig werk en waardig inkomen te bezorgen.
Eddy Van Lancker, federaal secretaris ABVV
Zuid:
Het is merkwaardig om vast te stellen hoe sterk de
consumptie van asperges – het voornaamste uitvoerproduct in Peru – in het
Noorden toeneemt. Een contradictie met de armoede van de vrouwen en mannen die
werken in de sector van landbouwproducten voor de export. In Peru zijn de
arbeidsomstandigheden van de arbeiders en arbeidsters verre van waardig. Van het
overheidsbeleid op vlak van arbeid komt in de praktijk weinig in huis. Ik stel
me een land voor waarvan de leiders kunnen denken en voelen zoals die
arbeidsters, die gediscrimineerd en geschonden worden in hun fundamentele
rechten zoals het moederschap.
Gissela Pisconti, technisch assistente in de Vrouwenafdeling
van de Peruaanse vakbondskoepel CGTP.
FOSFOR: inhoudstabel
‘Schandalig goedkoop!’ Onder dat motto voeren we dit jaar campagne: een
aanklacht tegen de veel te lage lonen in de Zuid-Amerikaanse groente- en
fruitexportindustrie. Vooral vrouwen krijgen daar geen loon naar werk.
Je vindt ze in het warenhuis op de groente- en fruitafdeling: asperges,
artisjokken, mango’s, avocado’s en ander lekkers. Vers verpakt in piepschuim of
stevig plastic. Sommige van die producten worden ook in België geproduceerd.
Asperges bijvoorbeeld. Onze ‘koningin der groenten’ ligt van midden april tot
eind juni in de winkelrekken. Maar de consument wil het hele jaar door asperges
op zijn bord. Dus worden ze ingevoerd, onder meer vanuit Peru.
Asperges in bloei
Wie in het najaar asperges koopt, kan er bijna zeker van zijn dat ze uit
Peru komen. Toch zie je zelden een Peruaan die asperges eet. Het ‘witte goud’
wordt er enkel en alleen geproduceerd voor de export. Peru is de grootste
exporteur van verse asperges en de tweede grootste exporteur van asperges in
blik. Behalve asperges doen ook andere Peruaanse producten, zoals paprika’s,
mango’s en artisjokken het goed op de exportmarkt. Al die producten worden vers,
ingeblikt of diepgevroren verscheept, vooral naar Europa en de Verenigde Staten.
In Peru is de asperge-industrie in volle bloei en in tegenstelling tot andere
groeisectoren, zoals mijnbouw, zorgde de landbouwexportindustrie wél voor extra
jobs. Tussen 2000 en 2005 verdubbelde de werkgelegenheid in de regio Ica, het
mekka van de asperge-industrie: 34.000 mensen zijn er in de sector aan de slag,
72 procent vrouwen. Tot daar de mooie cijfers. Naar schatting 13 tot 14 miljoen
Peruanen leven in extreme armoede, de helft van de bevolking. Een kwart van de
kinderen is chronisch ondervoed. En de lonen blijven ondanks de economische
groei onleefbaar laag.
Vrouwenwerk
In de landbouwexportindustrie werken vooral vrouwen. Ze zaaien, plukken en
wieden op het land, selecteren en verpakken groenten en fruit in de fabrieken.
Arbeidsters op het land of in de fabriek verdienen evenveel. Wel moet je in de
fabriek vaak nog meer overuren kloppen. Zogenaamde ‘just in time’ leveringen
zorgen ervoor dat alles nog dezelfde dag verpakt en geladen moet worden.
De groente- en fruitexport is een arbeidsintensieve én een competitieve
industrie. Werkgevers zoeken werknemers die lange uren willen kloppen tegen lage
lonen, in onzekere arbeidsomstandigheden. Ana* woont in Santa Cruz, op 37 km van
Ica, ze is getrouwd en heeft 4 kinderen. Ze verdient 18 sol per dag (ongeveer €
4). Een contract heeft ze niet, dus ook geen recht op verlof of feestdagen: “Ik
werk voor een Chileense multinational, een bedrijf dat witte asperges kweekt
voor de export. Elke morgen sta ik op om 4 uur, dan was ik de kleren en maak
ontbijt en lunch klaar voor mijn gezin. Om 7 uur komt de bedrijfsbus langs en
vertrek ik naar het werk. Daar aangekomen, moet ik mij registreren, mezelf
ontsmetten met javelwater en naar het veld gaan om asperges te oogsten. Dit
alles duurt ongeveer één uur. Pas als ik op het veld sta, begint mijn werkdag
officieel, want mijn baas vindt alle voorbereidingen ’dode tijd’. ’s Middags
krijg je 15 minuten pauze om te eten, verder werken we door. Er zijn geen WC’s,
onze behoefte doen we aan de rand van het veld. Mijn werkdag duurt 9 uur. Reken
daarbij de ‘dode tijd’ en het vervoer, dan ben ik 12 uur per dag weg. Om 19 uur
ben ik weer thuis.”
Boomende business
Landbouwexport is een ‘boomende’ business. Tussen 1990 en 2005 steeg de export
van groenten en fruit van 119,5 miljoen tot 1.008 miljoen dollar per jaar.
Hallucinante cijfers. Toch leiden die mooie groeicijfers niet tot hogere lonen
voor de werknemers. Integendeel. Om de concurrentie het hoofd te bieden, wordt
er bespaard op de lonen. Voor veel Peruanen is het daarom knokken om rond te
komen. Zoals voor Rosa*. Ze werkt in de asperge-industrie, is getrouwd en heeft
3 kinderen. Haar maandloon bedraagt 548 sol (€ 127), ruim de helft gaat op aan
eten: “Per week werk ik ongeveer 50 uur. Soms maak ik overuren om toch iets meer
te verdienen, maar dat extra werk wordt niet altijd eerlijk uitbetaald. Ons
salaris moeten wij vrouwen uitrekken als een elastiek. De prijzen zijn sinds de
aardbeving (van 15 augustus 2007, nvdr) fors gestegen. We eten wat we kunnen
betalen. Vroeger ontbeten we met thee en brood, nu laat ik soms het brood
achterwege. 1 tot 2 keer per week eten we kip of vlees, vooral kip. Varkensvlees
kost 10 tot 15 sol per kilo, een luxeproduct. Voor fruit blijft er weinig over.
Af en toe eten we bananen of ananas. Volgens mij moeten we vooral beknibbelen op
onze gezondheid. Om medicijnen te kopen moeten we goocheltrucs uithalen.”
Tegen de wet
In oktober 2000 is in Peru een wet goedgekeurd voor werknemers in de
landbouwexportindustrie. Sindsdien bedraagt het minimumloon 19,51 sol per dag (€
4,48) of 550 sol per maand (€ 134,48), voor een werkweek van 48 uur. Toch
verdient 32% van de werknemers in de aspergesector nog altijd minder dan dat
minimumloon. Slechts een kleine minderheid (5,7%) krijgt net iets meer.
Bovendien is dat minimumloon ruim onvoldoende om aan de basisbehoeften te
voldoen. Verschillende berekeningen tonen aan dat je in Peru 1.350 sol per maand
(€ 306) nodig hebt om te leven.
Wetten worden flagrant met de voeten getreden. Waarom grijpt de overheid dan
niet in? Deze industrietak creëerde naar schatting al 60.000 jobs in Peru.
Dankzij deze industrie kan het land ook mooie exportcijfers voorleggen. De
Peruaanse overheid beschouwt de exportindustrie dan ook als een belangrijke
motor tot ontwikkeling. Daarom wil ze ondernemers weinig in de weg leggen. Peru
is overigens geen uitzondering. Ook in Ecuador, Chili, Brazilië, Costa Rica,
Mexico en Kenia worden groenten en fruit geproduceerd louter voor de export. Wat
hebben al die landen gemeen? Een gunstig klimaat, voldoende landbouw en vooral:
lage lonen! Ook dat is globalisering aan het werk, met de slechte
arbeidsomstandigheden en alle andere gevolgen van dien.
Wat doet fos?
Lage lonen, erbarmelijke arbeidsomstandigheden, overuren die niet correct worden
uitbetaald,… In de landbouwexportindustrie loopt er veel fout en de Peruaanse
overheid laat begaan. Toch blijven de Peruanen niet bij de pakken zitten. Ze
organiseren zich in vakbonden en komen samen op voor hun arbeidsrechten. In Peru
voert de Confederación General de Trabajadores del Perú (CGTP) – partner van fos
– strijd tegen de lage lonen en andere wantoestanden in de
landbouwexportindustrie. CGTP is met zowat 1,5 miljoen leden de grootste vakbond
in Peru. De enige vakbond in het land ook die actief is in de landbouwexport.
María Inga Navarro** is vakbondssecretaris van de centrale van de
landbouwexportindustrie in Ica. Haar engagement noemt ze een logische keuze: “Er
zijn geen vakanties, geen toiletten, er is geen plek om te eten. Er zijn de
overuren en het feit dat je pas een week later loon krijgt uitbetaald. Er is
enkel uitbuiting. Uiteindelijk voeren we deze strijd voor onze kinderen, zodat
zij het beter hebben. Via vakbondswerk kunnen we betere arbeidsrechten en een
leefbaar loon afdwingen. En dat is broodnodig.”
(*Deze namen zijn fictief op verzoek van deze getuigen)
(** Lees ook het interview met María)
Els Yperman en An Van de Velde
Wat loopt er zoal mank?
- In de Peruaanse aspergesector verdient 42,6% van de vrouwen
minder dan het wettelijke minimumloon.
- In de regio Ica krijgt 57% van de vrouwen geen correcte
vergoeding voor overuren, 54% van de vrouwen werkt er zonder
contract.
- Dikwijls worden werknemers per stuk betaald, en moeten ze een
onmogelijk aantal uren kloppen voor een ‘redelijk’ loon.
- Ook al doen ze hetzelfde werk, toch verdienen vrouwen meestal
minder dan mannen.
|
Tijd voor actie!
Meer en meer Peruanen moeten besparen op basisbehoeften zoals
voedsel. Schandalig toch? Ook vrouwen hebben recht op een leefbaar loon!
Samen met onze Peruaanse vakbondspartner ijveren wij voor hogere lonen
en een betere arbeidssituatie in de sector. De vakbond vraagt ook
aandacht voor de precaire situatie van de vele tijdelijke
arbeidskrachten. Concreet eist CGTP respect voor vakbondsvrijheid en
voor het wettelijke minimumloon. Verder moet dat minimumloon omhoog tot
750 sol per maand, ongeveer € 172. |
Doe mee!
Op 23 april lanceren we de campagne en de bijhorende website
www.schandaliggoedkoop.be.
Internationale steun is essentieel voor de CGTP. àSteek María en haar
vakbond een hart onder de riem, en onderteken de postkaart. Dat kan
elektronisch via
www.schandaliggoedkoop.be. De echte postkaarten kan je vinden op tal
van evenementen en in de loketten van ABVV en de socialistische
mutualiteiten in de grote steden in Vlaanderen. Je kan ze gratis
bestellen via
Sissi.Vlamynck@fos-socsol.be of 02/552 03 14
Ook heel belangrijk is dat we de dames en heren beleidsmakers wakker
schudden. à Dat doen we met de ‘Oproep voor Waardig Werk’ op de website.
Tijdens de 1 mei manifestaties in Hechtel-Eksel, Leuven, Gent, Kortrijk,
Mortsel en Kapellen, zijn we aanwezig met een opvallende actie. In mei
en juni vind je ons nog op tal van andere evenementen van de
socialistische beweging.
> Een overzicht vind je in de kalender op
www.fos-socsol.be.
> Helpende handen zijn steeds welkom! |
FOSFOR: inhoudstabel
María weet heel goed waarom ze bij de vakbond is gegaan, en
waarom ze zich daar nu zo hard voor inzet in haar regio Ica. Helemaal niet
vanzelfsprekend voor een moeder van drie tieners, die zes dagen per week uien
selecteert aan de lopende band.
Hoe ziet een werkdag er voor jou uit?
Ik sta om 3u ’s ochtends op om eten te maken voor mijn gezin. Om 4u30
vertrek ik naar mijn werk, en daar kom ik aan om 6u. Dan ontbijten we, en kleden
we ons om. We worden wel pas betaald vanaf 7u. Ik werk dan van 7u tot 13u en van
14u tot 18u. Al is dat einduur afhankelijk van het seizoen. Ik kom thuis rond
20u. Zo gaat dat van maandag tot zaterdag. In plaats van de wettelijke 48 uur
per week, werken we dus 60 uur per week.
Wat vind je zelf de grootste problemen in deze sector?
Voor de aspergeoogst op het einde van het jaar, moet je soms tot 3u of 4u ’s
nachts blijven werken. Maar die overuren worden niet correct uitbetaald. Er
loopt altijd iets mis met de betaling. Ze zeggen dan dat ze het gaan
rechtzetten. Maar je krijgt dus steeds slechts twee of drie uur uitbetaald, in
plaats van de gewerkte vier of zes uur. En dan de contracten. Als tijdelijke
kracht word je ingehuurd voor de teelt van een bepaald product, maar je krijgt
geen contract te zien. Ik werkte bijvoorbeeld zes maanden in de paprikateelt,
daarna in de ajuinteelt, daarna opnieuw in de paprika. Telkens bij hetzelfde
bedrijf, telkens zonder contract, vier jaar lang. Dat betekent dat je geen
vakantie kan opbouwen. En 90% van de mensen werkt als tijdelijke kracht. Ik werk
al sinds ’96 in deze sector, en ik heb één keer een contract gehad, van 3
maanden, bij een Amerikaans bedrijf. Sinds ’96 heb ik ook geen vakanties gehad,
wel heb ik zelf één of twee weken pauze genomen. Als tijdelijke word je beter
ook niet ziek. Dan krijg je namelijk geen vervangingsinkomen. En twee of drie
dagen later is er al iemand anders in je plaats, en ben je je werk kwijt. Maar
ook de 10% vaste krachten krijgen vaak niets op papier. Je tekent wel iets,
vlugvlug, en ze “bezorgen je morgen wel een kopie”, maar dat doen ze nooit.
Wat doet de vakbond hieraan?
We werven leden, informeren hen, geven hen vorming, zodat ze kunnen
onderhandelen. Vooral het leden werven is intensief, dat moet je van week tot
week, van zone tot zone doen. Op dit moment hebben we er 1200. Tal van bedrijven
hebben een vakbond, maar we ijveren er ook voor dat mensen zich bij de
vakbondskoepel aansluiten, zeker de tijdelijken. We willen de mensen achter één
gezamenlijke eisenbundel scharen om aan de werkgeverskoepel voor te leggen, in
plaats van in elk bedrijf aan elke werkgever apart. We moeten aan 5000 tot 8000
leden geraken, om voldoende draagkracht te hebben.
Hoe doen jullie dat?
We gaan van plaats naar plaats om de mensen uit te leggen dat ze rechten hebben.
Iets wat veel mensen, die laaggeschoold zijn en Quechua spreken, niet weten. En
we leggen uit wat de vakbond doet. Ze weten wel dat ze uitgebuit worden, en
besluiten zich aan te sluiten.
Wanneer doen jullie dat?
Vormingen, leden werven, het gebeurt allemaal op zondag. Van de 9 ‘dirigentes’
zijn er 4 vrouwen, wat niet zoveel is. Je ziet je kinderen immers minder, en je
kan minder voor het huishouden doen. In het begin was dat een probleem voor mijn
man, maar nu begrijpt hij het.
Waarom ben je bij de vakbond gegaan?
Omdat het mensonwaardig werk is: er zijn geen vakanties, geen toiletten, geen
plaats om te eten. En dan de overuren. En de eerste week word je niet betaald,
je krijgt na de tweede week je loon van de eerste week. Er is enkel uitbuiting.
Uiteindelijk voeren we deze strijd opdat onze kinderen het beter zouden hebben.
Lees hiernaast hoe je María’s vakbond moreel kan steunen. Surf naar
www.schandaliggoedkoop.be voor het filmpje met haar oproep.
Opgetekend door Isabel Wagemans en Els Yperman
FOSFOR: inhoudstabel
Raymond Van het Groenewoud was ook al weg van
haar; María is dan ook een geweldig sterke vrouw, die met heel veel vuur opkomt
voor de rechten van de arbeiders in de landbouwexport. Daartoe is ze gekomen met
de steun van een sterke organisatie, de Peruaanse vakbond CGTP, partner van fos.
De vele María’s (en Juan’s) van deze vakbond gebruiken hun schaarse vrije tijd
voor de goede zaak: nieuwe leden werven, hen informeren, vormingen geven zodat
ze beter op de hoogte zijn van hun rechten, en beter in staat zijn te
onderhandelen… want de huidige situatie is onaanvaardbaar.
Met deze campagne willen we María, haar
vakbond en haar vele lotgenoten, een hart onder de riem steken! Steun hun eisen
en onderteken de postkaart via het invulformulier op www.fos-socsol.be, of via
een loket van ABVV of de Socialistische Mutualiteit, of via onze interactieve
stand op een evenement in jouw buurt.
FOSFOR: inhoudstabel
Een sappige bundel asperges voor
maar een halve euro! Onze affiche ziet er weer heerlijk uit dit jaar. En de
dubbele bodem - het uurloon van een halve euro, onder voorwaarden! - geeft er
een pittig smaakje aan. Zin gekregen om de campagne en de eisen mee bekend te
maken? Dan kan je de affiche (zie achterkant van deze FOSFOR) bijvoorbeeld voor
je raam, of in je bedrijf of organisatie hangen. Of misschien gaat de boodschap
het best door de maag: ook placemats voor in de kantine of tijdens een
solidariteitsmaaltijd kan je gratis bij ons bestellen. Ook de postkaarten kan je
aanvragen, of misschien kan je wel wat meer exemplaren van deze campagne-FOSFOR
gebruiken? Laat het ons weten.
Je kan dit materiaal gratis bestellen bij
Sissi.vlamynck@fos-socsol.be
of via 02 552 03 14. En als het wat meer mag zijn, kan je ook een handje
toesteken om de campagne op tal van evenementen uit te dragen.
FOSFOR: inhoudstabel
Het is duidelijk dat werk op zich
onvoldoende is om menswaardig te leven. Het moet gaan om waardig werk! Dat
veronderstelt dat je een vakbond mag oprichten, en dat je voor je rechten mag
opkomen. Daarom is de steunbetuiging aan Maria en haar collega’s zo belangrijk.
Waardig werk veronderstelt dat je een leefbaar loon krijgt. Uiteindelijk is
waardig werk zelfs een voorwaarde om de armoede structureel op te lossen. Daarom
zijn er ook internationale standaarden voor waardig werk, tegen slavernij,
kinderarbeid, discriminatie en het vervolgen van vakbondsmensen. Ze moeten wel
onderschreven en toegepast worden. Daartoe doen we een oproep naar de heren en
dames beleidsmakers. Dat doen we samen met Solidar, een internationaal netwerk
van niet-gouvernementele organisaties, waarvan fos deel uitmaakt. De Oproep voor
Waardig Werk kan je ondertekenen op www.decentwork.org.
FOSFOR: inhoudstabel
Je hebt het misschien al gemerkt
op een aantal van deze pagina’s: er is een en ander veranderd in onze
organisatie. Na twee jaar van analyseren en plannen, kunnen we een aantal
vernieuwingen voorstellen. Onze hoofdthema’s zijn voortaan ‘recht op waardig
werk’ en ‘recht op gezondheid’. Vakbonden en andere ledenorganisaties
ondersteunen in het waarmaken van deze rechten, wordt onze voornaamste actiepunt
in het Zuiden. Niet toevallig zijn het de thema’s waar ook onze socialistische
beweging van wakker ligt. Een belangrijke doelstelling is dan ook om duurzame
banden te smeden tussen onze partners in het Noorden en in het Zuiden. Vandaar
dat de volledige naam fos-socialistische solidariteit nu in het logo vervat zit.
En dat we met de slogan ‘sociale strijd wereldwijd’ weergeven waar we voor
staan. Ook de website en de e-nieuwsbrief zitten in een toepasselijk nieuw
kleedje. Allemaal te ontdekken op www.fos-socsol.be.
FOSFOR: inhoudstabel
In oktober vorig jaar brachten
een 30-tal leden van S-plus West-Vlaanderen tijdens hun reis naar Zuid-Afrika,
een bezoek aan een aantal organisaties die de steun genieten van fos en de Bond
Moyson West-Vlaanderen. Van de boeiende uitwisseling die toen ontstond, kunnen
nu ook de talrijke afdelingen van VIVA-SVV, S-plus en VFG meegenieten. We
maakten er een kleurrijke reportage van, met daarin het verhaal van een aantal
Zuid-Afrikaanse mensen en hun leven. Hoe ziet het dagelijks leven eruit in de ‘townships’,
en op het platteland? Een belangrijke bekommernis van de mensen is hun
gezondheid: zaken zoals de privatisering van het water en de aidsepidemie,
brengen die in het gedrang. Maar ze tonen ons ook hoe ze hiertegen opkomen en
zich organiseren. Goed kijken is de boodschap, want aansluitend is er een leuke
quiz! De voorwaarden en prijs voor het ontlenen van dit pakket staan op
www.fos-socsol.be.
FOSFOR: inhoudstabel
Wanneer van elk van onze kantoren
in het Zuiden één of meer medewerkers overkomen, zijn we met een 20-tal
personeelsleden. Tel daarbij nog enkele leden van de Algemene Vergadering en
externe specialisten, en je ziet al gauw waarom we in januari een week lang zijn
uitgeweken naar Nieuwpoort voor ons tweejaarlijks Algemeen Beraad.
Werken aan duurzame banden tussen organisaties in Noord en Zuid komt op het
voorplan te staan, en dat veronderstelt ook heel wat interne verschuivingen.
Daarom lag het accent van dit beraad op de interne organisatie en
informatiedoorstroming tussen Noord en Zuid. Het nieuwe kantorenmodel werd
verfijnd, een nieuwe taakinvulling wacht de regioverantwoordelijken in Brussel
en de landencoördinatoren in het Zuiden.
Tot slot was er ook ruimte om nieuwe ideeën op te doen tijdens vormingsmomenten,
en om de nieuwe medewerkers van zuidelijk Afrika en Centraal-Amerika te leren
kennen. Zo kunnen we er weer extra dynamisch tegenaan!
FOSFOR: inhoudstabel
Boliviaanse arbeiders strijden voor sociale zekerheid
In het laagland van Bolivia, in het hartje van de suikerrietregio, ligt Montero,
een stadje met zo’n 100.000 inwoners. Heel wat mensen werken er in de
suikersector tijdens de oogstmaanden. De vakbond van de suikerrietarbeiders, de
FZTZCA, houdt er sinds september ’07 een eigen apotheek open.
In deze ‘Farmacia Zafrera’ kunnen de inwoners medicijnen kopen, die maar liefst
20% onder de marktprijs liggen. Voor leden is daar nog een korting bovenop, een
principe dat klanten van Multipharma wellicht bekend in de oren klinkt. Maar
waarom houdt deze vakbond zich hiermee bezig?
Uitgesloten
Normaal gezien kunnen Boliviaanse arbeiders en hun gezinnen rekenen op de
Sociale Zekerheid, en bijhorende gezondheidsdiensten. Toch is dat voor slechts
een kwart van de Bolivianen het geval. Slechts een kwart? Ja, want je moet
officieel in dienstverband werken en je werkgever moet sociale bijdragen voor
jou betalen. Dat is voor veel Bolivianen niet het geval!
En al helemaal niet voor de suikerrietarbeiders! Meer zelfs: in de Algemene
Arbeidswet van Bolivia staat expliciet dat de arbeiders van de landbouwindustrie
hier niet onder vallen. En zo zijn zij ook officieel van het sociale
zekerheidssysteem uitgesloten.
De volle pot
Al jaren zet de Internationale Arbeidsorganisatie de overheid onder druk om dit
onrecht ongedaan te maken. En dat is ook een van de fundamentele eisen van de
vakbond van de suikerrietarbeiders. Intussen blijft gezondheid voor hen dan ook
een dure zaak, en vooral de medicatie, want de prijzen daarvan worden bepaald
door de vrije markt.
Fabrikanten en importeurs zijn verplicht om de autoriteiten over hun prijzen te
informeren. Ook heeft de overheid een nationale distributiecentrale opgericht.
Deze instelling koopt geneesmiddelen op de internationale markt voor een lage
prijs en zonder winstoogmerk, en verdeelt ze in de openbare sector. Maar daar
loopt het mank: ongeveer een kwart van de bevolking heeft desondanks geen
toegang tot medicijnen. Dat de patiënt – behalve wie onder het ‘moeder en
kind’-programma valt – altijd de volle pot voor zijn medicijnen betaalt, draagt
daar zeker toe bij.
Een pijnstiller van een bekend merk kost gemiddeld 0.35 bolivianos (3.5
eurocent) per stuk. Maar de generische varianten zijn populairder. Die dragen
geen merknaam, en zijn een stuk goedkoper. In de doorsnee apotheek in Montero,
kost een paracetamoltablet 0.25 bolivianos (2.5 eurocent). In de ‘Farmacia
Zafrera’, de apotheek van de vakbond, koop je hetzelfde tabletje voor slechts
0.20 bolivianos, en voor 0.15 bolivianos als je bij de vakbond bent. Het
verschil is dus de moeite!
Gevaarlijke handel
Naast de beperkte deelname van de distributiecentrale in de markt, lijkt de hoge
prijs van de geneesmiddelen ook te liggen aan de beperkte concurrentie onder de
generische geneesmiddelen. Zo komt slechts een vijfde van de essentiële
geneesmiddelen onder een generische naam op de markt. Het is dan ook zeer
verontrustend dat de aankoop van generische medicijnen in de toekomst ingeperkt
kan worden door handelsverdragen met EU of VS. Dat zit zo. Indien tegen een
bepaalde ziekte een nieuw geneesmiddel ontwikkeld zou worden, mag Bolivia
normaal gesproken vragen om het medicijn goedkoop (generisch) te laten maken, en
niet door een duur merk dat er een patent op heeft. Dat recht komt in het
gedrang als Bolivia een vrijhandelsakkoord zou ondertekenen met de Verenigde
Staten, zoals verschillende andere Latijns-Amerikaanse landen al deden, of met
de Europese Unie.
Druk op de ketel
De problemen zijn veel groter dan wat men met een kleine apotheek kan
bestrijden, maar het is belangrijk om dit initiatief te steunen, omdat het op
korte termijn bijdraagt tot de duurzaamheid. Maar daar blijft het natuurlijk
niet bij. In 2006 heeft de nationale koepel van arbeiders uit de
landbouwindustrie samen met al zijn aangesloten centrales, en met de steun van
fos-socialistische solidariteit, een voorstel aan het Parlement voorgelegd, om
de uitsluiting van deze arbeiders ongedaan te maken. Sindsdien wordt er druk
gelobbyd voor de goedkeuring ervan. De voorgestelde veranderingen bedreigen
rechtstreeks de belangen van de landeigenaars. De strijd is dus nog lang niet
gestreden.
Marcos Devisscher, regiocoördinator voor fos-socialistische solidariteit in
Bolivia
FOSFOR: inhoudstabel
Aardappelen op de wijze van Huancayo
Voorgerecht
Peru is de bakermat van de ‘papa’, de aardappel: er worden maar liefst 2301
soorten geteeld, van de meer dan 4000 die bestaan over heel Latijns-Amerika. Het
gerecht zou zijn oorsprong vinden tijdens de aanleg van de Grote Centrale
Spoorweg van Peru. De vele arbeiders die hiervoor nodig waren, stilden hun
honger met dit goedkope aardappelgerecht, klaargemaakt door de vrouwen van
Huancayo.
Ingrediënten voor 4 personen:
-
5-tal grote aardappelen
-
1/4 tas olijfolie
-
2 eierdooiers
-
200 gr. kaas
-
1 pikant pepertje (zonder zaadjes)
-
1 tas geconcentreerde melk
-
100 gr. beschuit of brood
-
Peper en zout naar smaak
-
sap van 1 limoen
Kook de aardappelen ongeschild. Laten afkoelen, schillen en in
schijven snijden. Voor de saus: mix de olijfolie, eierdooiers, kaas, en het
pepertje. Voeg de geconcentreerde melk en de beschuiten toe, en mix verder tot
je een homogeen en smeuïg mengsel verkrijgt. Voeg peper en zout naar smaak toe,
en het limoensap. Serveertip: leg een tweetal grote slabladeren op elk bord,
hierop 4 aardappelschijfjes, overgoten met de saus, en wat gekookte eieren,
olijven en peterselie erbovenop. Smakelijk!
Dit recept werd ons bezorgd door Kim Peeters, vrijwilligster op het fos-kantoor
in Lima. Hartelijk bedankt! Wil jij ook je favoriete recept in deze rubriek
bekendmaken? Bezorg het dan samen met een foto aan isabel.wagemans@fos-socsol.be.
FOSFOR: inhoudstabel
Actie op 1 en 2 mei
Ludieke actie op 1 mei in Leuven, Hechtel-Eksel, Kortrijk, Mortsel en Gent. Op 2
mei in Kapellen.
Interactieve stand
Grosso Modo festival
Zondag 25 mei
Kapellen: Opvangcentrum Fedasil
stand door de lokale fos-kern in Kapellen
Superpapadag
Zaterdag 8 juni
Brugge: Boudewijnseapark
org. MJA
Syndicale conferentie Latijns-Amerika
Zaterdag 21 juni
Brussel: ACOD (Fontainasplein)
ABVV Nationaal
Lokettenactie
Van 23 april tot 21 juni
In centrale steden van elke provincie.
Meer informatie in de kalender op www.fos-socsol.be.
20 km van Brussel
Zondag 25 mei
Brussel
De Ladies in Red – VIVA, Zij-kant, ABVV-Vrouwen en fos – nemen deel aan de 20 km
door Brussel en zamelen zo geld in voor bevallingskits voor Afghaanse vrouwen.
Oostende Ondersteboven
Zondag 14 september
Oostende
Kom de ‘koningin der badsteden’ van een andere kant bekijken! Ook de andere kant
van de wereld komt aan bod… Inschrijven kan vanaf begin mei via
www.oostendeondersteboven.be
Linx+ i.s.m. tal van andere organisaties.
FOSFOR: inhoudstabel