Inhoudstafel :
In ons land kan je door de term ‘basisinkomen’ te laten vallen,
zeker in linkse hoek, heel wat beroering verwachten. De argumenten tegen ‘een
inkomen voor iedereen, ongeacht zijn/haar werkbereidheid of behoefte’ liggen
voor het rapen. Bijvoorbeeld: je behandelt iedereen gelijk, ook al is niet
iedereen gelijk. Niet iedereen kan immers gelijk bijdragen en bovendien heeft de
een meer en andere zaken nodig dan de ander. Het doet dus niets aan de
ongelijkheid, waar een – goed functionerende – sociale zekerheid dat wel doet.
Zelf ben ik er dus niet voor te vinden, maar laten we het eens van de andere
kant bekijken. Die van onze Namibische partners bijvoorbeeld. Zij gaan voluit
voor een basisinkomen, en met goede redenen, die je verderop in deze FOSFOR te
weten komt. Zoals in alle landen waar we actief zijn, zijn ook onze partners in
Namibië organisaties die er iets van kennen: van de noden en de context in hun
land en van hun mensen. We hopen met hen dat het proefproject een opstap naar
een algemeen systeem van armoedebestrijding mag zijn.
Annuschka Vandewalle
Algemeen Secretaris fos-socialistische solidariteit
FOSFOR: inhoudstabel
“Een basisinkomen voor iedereen, en niemand gaat nog werken!”
Noord: De invoering van een basisinkomen in België is geen goed idee.
Ons sociaal model biedt hoge bescherming en financiert dat vooral door bijdragen
van de werkenden. Wie een loon voorziet zonder dat er prestaties tegenover
staan, versmalt de financieringsbasis voor de sociale bescherming, terwijl er
een grote kost voor basisinkomens bijkomt. Ofwel wordt de bescherming van wie
grote noden heeft dan veel slechter, ofwel moeten enorme nieuwe inkomsten
gezocht worden. Sommige pleitbezorgers van het basisinkomen zeggen dat die
inkomsten uit een fors hogere BTW kunnen komen. Dat is in een internationale
economie als de onze ondenkbaar.
Frank Vandenbroucke, Minister van Werk
Zuid: Onze ervaring in Namibië toont aan dat dit absoluut niet waar is!
De basisuitkering maakt het mogelijk mensen hun waardigheid en zelfrespect terug
te geven. Hoewel de uitkering laag is, [komma]biedt het mensen weer hoop en
geeft het hen de kans initiatieven te ontplooien om in de eigen levensbehoefte
te gaan voorzien. Voor de meeste gezinnen is de uitkering het enige inkomen. Men
grijpt de mogelijkheid om met behulp van de uitkering een hoger inkomen te
genereren maar al te graag aan.
Alfred Angula – Algemeen Secretaris van de Namibische vakbond van landarbeiders
(Nafwu)
Sluit je aan bij de fos-groep op
www.facebook.com
en zet de discussie verder!
FOSFOR: inhoudstabel
In ons land is het ‘basisinkomen’ altijd even controversieel
als theoretisch geweest. In Namibië ziet men het echter als een uitstekend
instrument om de schrijnende ongelijkheid en armoede te bestrijden.
Emilia Garises is 54 jaar en weduwe. In 1991 werd ze samen met
haar inmiddels overleden man en haar kinderen uit de boerderij gezet waar ze
werkten en woonden. Emilia kwam samen met de kinderen naar Otjivero, een
gemeenschap op 100 kilometer ten oosten van Windhoek, de centraal gelegen
hoofdstad van Namibië. Overleven deed ze grotendeels door het vragen van
financiële steun aan familie en kennissen. “Ik verkocht ook ‘vetkoek’, een
lokale lekkernij, maar een goede uitvalsbasis voor mijn kleine onderneming had
ik niet. Soms moesten we gaan slapen zonder iets te hebben gegeten. Wanneer mijn
dochter ons geen geld stuurde, moest ik bij andere mensen gaan bedelen om een
beetje pap. Dit is hoe we leefden,” getuigt ze.
Emilia is een van de deelnemers van een basisinkomen-project, samen met de zeven
kinderen voor wie ze zorgt. Dat houdt in dat ze, net zoals de andere inwoners
van Otjivero, een kleine maandelijkse uitkering krijgt, waarmee ze uit de
armoede kunnen ontsnappen. Waarom deze werkwijze, en waarom in Namibië?
Grootste kloof ter wereld
Pas in 1989 kende Namibië zijn eerste democratische verkiezingen. Tot dan werd
het land bestuurd door het apartheidsregime van Zuid-Afrika. Het
apartheidssysteem lag aan de basis van grote sociale en economische ongelijkheid
in het land. Zelfs na 20 jaar onafhankelijkheid zijn de contrasten binnen de
samenleving nog enorm groot. Vandaag is Namibië volgens de Wereldbank een ‘laag-
tot middeninkomenland’. Het land kent een economische groei van gemiddeld 4.5%
en het Bruto Nationaal Product (BNP) behoort tot de hoogste van Sub-Sahara
Afrika.
Maar ook de kloof tussen arm en rijk is bij de grootste in de wereld. De rijkste
10% van de bevolking verdient 128 keer zoveel als de armste 10%. In Namibië
leeft nog steeds een derde van de bevolking met minder dan één dollar per dag!
Om de schrijnende inkomensongelijkheid te verminderen, stelde de
belastingscommissie van de Namibische overheid in 2002 voor om een ‘BIG’ te
introduceren: een Basic Income Grant of ‘basisinkomenstoelage’. Het geld
daarvoor zou moeten komen van een soort progressieve bestedingsbelasting voor de
rijke bevolking. Maar er waren weinig tekenen dat de politiek dit voorstel
serieus in overweging nam.
Acht euro per maand
Nochtans leek er wel publieke ondersteuning te zijn voor armoedebestrijding en
er liepen ook verschillende goede initiatieven vanuit de overheid. Maar dit
leidde niet tot tastbare resultaten. Daarop vormden verschillende
middenveldorganisaties in 2004 een coalitie, om met een proefproject de
mogelijke rol van een BIG in de armoedebestrijding te kunnen tonen. Ze besloten
leden van een gemeenschap twee jaar lang maandelijks een toelage van 100
Namibische dollar (NAD) (ongeveer € 8) te geven. Het geld daarvoor komt van
donaties van individuen en van middenveldorganisaties, ook uit het buitenland.
De veranderingen in de gemeenschap worden nauwgezet en regelmatig gemeten. De
resultaten van deze metingen zouden uiteindelijk de politieke agenda’s moeten
gaan beïnvloeden in het voordeel van een nationale ‘BIG’ – in november dit jaar
zijn er immers verkiezingen.
Het project loopt in de gemeenschap van Otjivero, Er wonen zo’n 930 voormalige
landarbeiders, die hun huis en werk verloren toen ze gedwongen werden de
boerderij waarop ze werkten – en woonden – te verlaten. Het land waarop de
mensen zich hebben gevestigd, werd hen door de overheid ter beschikking gesteld.
Er is water, een klein hospitaal en een lagere school. Verder zijn er geen
voorzieningen. De mensen wonen veelal in zelfgemaakte krotten. Nagenoeg iedereen
was bij aanvang van het project werkloos.
Geen voorwaarden
De BIG-coalitie koos er expliciet voor om geen voorwaarden aan de uitkering
te verbinden. Alfred Angula, de algemeen secretaris van de landarbeidersvakbond
Nafwu, partner van fos, legt uit waarom: “De armoede binnen de
gemeenschap is heel hoog: het is niet omdat je niet ziek, werkloos, gehandicapt
of oud bent, dat je geen ondersteuning nodig hebt. Het is bovendien een stuk
gemakkelijker en goedkoper om geen behoeftemeting te doen op basis van zulke
criteria. Dat is immers veelal ingewikkeld. Ook voorkom je dat een bepaalde
groep mensen bestempeld wordt als hopeloos. Ze behouden hun eigenwaarde. En ten
slotte brengt het meer economische activiteit op gang waarvan iedereen de
vruchten plukt”.
De deelnemers beslissen zelf waarvoor ze de toelage gebruiken. Ze krijgen dus de
vrijheid én ook de persoonlijke verantwoordelijkheid, en dat werkt emanciperend.
Zes maanden na de introductie van de BIG heeft Emilia haar leven een positieve
wending kunnen geven: “Toen we de uitkering ontvingen, heb ik stoffen gekocht.
Ik maak nu drie jurken die ik weer kan verkopen. Met de opbrengst zal ik weer
nieuwe stof kunnen kopen. Ook ging ik een lening aan voor zinken platen voor het
dak van mijn huis. Ik betaal nu maandelijks de lening af. Wanneer jullie weer op
bezoek komen, zullen jullie het verschil zien! Met de introductie van de BIG
hebben we eten kunnen kopen, heb ik mijn schuld bij de plaatselijke winkel
kunnen aflossen en hoeven we niet meer om voedsel te bedelen.”
Minder ondervoeding
Dat het verhaal van Emilia geen uitzondering is, tonen de resultaten van de
eerste meting aan. Die werd zes maanden na de start van het project uitgevoerd
door fos-partner LaRRI (Labour Resource and Research Institute).
Directrice Hilma Shidondola-Mote: “Vóór het begin van het project was 42% van de
kinderen in de gemeenschap ondervoed. Een half jaar later was dit al gedaald tot
17%. Het aantal huishoudens dat verklaarde nooit meer gebrek aan voedsel te
hebben, steeg van 20% naar 60%. Bij aanvang van het project vertelde bijna de
helft van de huishoudens dat de kinderen niet regelmatig naar school gingen door
financiële problemen, ziekte of honger. Dit aantal was nu gehalveerd.”
Meer ziekenhuisbezoek
In het ziekenhuis zijn er vijf keer meer bezoeken, en ook dat is goed nieuws.
“Voorheen konden mensen de 4 NAD (€ 0.30) voor een bezoek aan het ziekenhuis
niet betalen. Nu zoeken de mensen behandeling voor kleine medische problemen,
zonder het uit te stellen tot ze ernstig ziek zijn. Ook volgen meer mensen een
behandeling met aidsremmende medicatie. Voorheen volgden maar drie kinderen een
aidsbehandeling, na een half jaar waren het er al 36. De uitkering heeft ook
bijgedragen aan de waardigheid van vrouwen omdat minder vrouwen zichzelf
prostitueren door gebrek aan voedsel. Het gemiddelde inkomen is toegenomen met
meer dan enkel het uitkeringsbedrag, door de groei in kleine ondernemingen
binnen de gemeenschap. De voorlopige resultaten lijken aan te geven dat de BIG
tot een verbetering op heel wat vlakken leidt!,” besluit Hilma.
Politici overtuigen
Sinds 1989 heeft de voormalige onafhankelijkheidsbeweging Swapo de meerderheid.
In maart kondigde de regering dan wel een groei in sociale voorzieningen aan,
vooralsnog zijn er weinig tekenen dat ze BIG in overweging zal nemen als ze de
verkiezingen opnieuw zouden winnen. Dit gebrek aan openlijke steun dwingt de
BIG-coalitie om op zoek te gaan naar nieuwe manieren om de Namibische politici
ervan te overtuigen dat een nationale BIG eindelijk verandering zou kunnen
brengen in de schrijnende armoede en ongelijkheid in het land.
Meer lezen over de BIG?:
www.bignam.org
Enkele cijfers
De economie is voor een belangrijk deel afhankelijk van de mijnbouw
(diamanten, uranium, zink, tin, zilver enz.), goed voor 20% van het
Bruto Nationaal Product (BNP). Dit terwijl slechts 3% van de bevolking
in de mijnbouw aan de slag is. Ongeveer de helft van de bevolking
(over)leeft van wat hun stukje grond aan voedsel opbrengt. Een derde van
de arbeidsbevolking werkt op grote landbouwbedrijven. |
Basisinkomen in België?
Een basisinkomen is een inkomen dat onvoorwaardelijk aan elk individu
wordt uitgekeerd, zonder inkomensonderzoek, zonder ook dat men bereid
moet zijn te werken. Administratief kan dat geen zware last zijn, en het
klinkt op het eerste gezicht aanlokkelijk.
Waarom is het ABVV er dan niet voor te vinden?
Celien Vanmoerkerke van de studiedienst van het ABVV: “In België hebben
we een sociaal vangnet via het leefloon enerzijds en de sociale
zekerheidsuitkeringen (werkloosheid, ziekte en invaliditeit en
pensioenen) anderzijds. Dit sociaal vangnet is niet perfect, maar wel
solidair. De vakbonden vechten dan ook voor de verbetering en het behoud
van dit systeem. Een basisinkomen houdt geen rekening met de reële noden
van de burgers noch met de inspanningen die ze leveren voor de
collectiviteit. Het laat de marktmechanismen volledig vrij spel en men
legt zich neer bij het werkloosheidsprobleem.”
Waarom kan het dan wel in Namibië?
“In Namibië is de uitgangsituatie verschillend: er bestaat weinig
formele economie en geen sociaal vangnet. De inwoners kunnen zich dus
niet zoals hier “sociaal” verzekeren. Een basisinkomen in Namibië zorgt
voor het opstapje om zich economisch te kunnen ontwikkelen en zich zo in
te dekken tegen armoede. Als de formele economie zich ontwikkelt, kan
men werk maken van een algemeen sociaal zekerheidsysteem waarbij
werkgevers en werknemers bijdragen betalen om zich in te dekken tegen
sociale risico’s.” |
Jolanda Jansen (fos), met dank aan LaRRI voor de interviews
FOSFOR: inhoudstabel
Selma Ganeb* heeft in Otjivero al heel wat dingen zien
verbeteren sinds iedereen er een uitkering ontvangt. Haar gezondheid is erop
vooruit gegaan en daardoor heeft ze haar werk terug. Maar aan de armoede is ze
nog niet ontsnapt.
Selma is 38 jaar en alleenstaande moeder van twee kinderen. Haar dochter van 15
is verlamd aan de rechterzijde van haar lichaam en woont in het noorden van het
land, bij de moeder van Selma. Naar beide probeert ze regelmatig geld te sturen,
want haar moeder is invalide en werkloos. Haar zoontje van 7 woont bij haar. Net
als zijn moeder is hij seropositief.
Hoe bent u in Otjivero terecht gekomen?
Ik ben geboren in het noorden van het land en ik ben in 1996 naar hier
gekomen om te werken in de Rooi Kraal Lodge. Maar ik verloor mijn baan toen ik
ziek werd. Mijn baas dwong me om onbetaald ziekteverlof te nemen tot ik beter
werd. Toen wist ik nog niet dat ik HIV had, die diagnose kwam er pas in 2006,
ook voor mijn zoontje. Nadat ik aidsremmende medicatie (ARV) begon te nemen,
ging het beter. Ik ging terug naar mijn baas, maar hij wou me niet meer voor hem
laten werken. Hij zei me dat zieke werknemers te duur waren voor hem. Ik besloot
toen om in Otjivero te gaan wonen, dicht bij mijn oud bedrijf, in de hoop dat ik
mijn vroegere baan alsnog zou terugkrijgen.
Hoe verliep het leven hier?
Om te kunnen overleven, verkocht ik bij mij thuis een paar dingen zoals
maïsmeel, suiker, zout, snoepjes en blikjes drank. Maar zonder werk is het heel
moeilijk om genoeg te verdienen. Ik moet ook maandelijks geld naar het noorden
sturen, naar mijn moeder en kind. Het was niet gemakkelijk om een winkeltje te
beginnen want iedereen was werkloos en ontzettend arm. Veel huishoudens hadden
geen inkomen. De meeste dingen werden op krediet gekocht, en vaak werd ik niet
terugbetaald. Je kunt mensen ook niet dwingen om te betalen, als ik ze niets op
krediet gaf, zouden ze sterven van honger. Het is hier een kwestie van elkaar te
helpen, want het is heel moeilijk om te overleven zonder werk.
Wat is er veranderd sinds de mensen hier de uitkering krijgen?
Ik heb veel positieve veranderingen gezien. Veel mensen die vroeger geen
eten hadden, kunnen nu eten kopen. Vroeger kochten ze op krediet, maar de
meesten konden niet terugbetalen. Nu doen ze dat wel, en dat is goed voor mijn
zaak. Mijn gezondheid is erop vooruit gegaan doordat ik het geld heb om goed en
gezond te eten. Ook kan ik er nu voor zorgen dat mijn zoontje en ik iedere maand
onze ARV-medicatie ontvangen. Er zijn sinds de uitkering geen periodes meer
geweest dat we moesten stoppen met de behandeling. Ik had ook geld om weer naar
de Lodge te reizen en daar naar werk te vragen. Mijn baas zag dat ik er weer fit
uitzag en ik heb hem kunnen overtuigen mij mijn baan terug te geven. Ik ben erg
blij dat ik weer werk, hoewel mijn loon laag is. Dit was nooit gebeurd als ik de
uitkering niet had ontvangen.
* De geïnterviewde wil anoniem blijven, dus werden een fictieve naam en een
andere foto gebruikt.
Jolanda Jansen (fos), met dank aan LaRRI
FOSFOR: inhoudstabel
Maritza, Freddy en José Ángel, 3 bijzondere ‘compañeros’ van de
Nicaraguaanse vakbondskoepel FNT, partner van fos, waren van 13
tot 20 mei in ons land op uitnodiging van ABVV West-Vlaanderen voor de Week van
de Internationale Solidariteit.
Hoofdmoot van de week was het vierdaagse vormingsseminarie tussen 15 en 20 mei.
De drie gasten vertelden vol vuur over hun strijd voor waardig werk aan een
geboeid publiek van een twintigtal West-Vlaamse vakbondsmilitanten. “De
vergelijking tussen het vakbondswerk in België en Nicaragua, zeker in het licht
van de economische crisis, is heel interessant! We kunnen nog veel van hen
leren!,” aldus een van de deelnemers. De militanten leerden de campagne voor
waardig werk beter kennen en zochten en vonden creatieve manieren om actie te
voeren op de werkvloer. [SB]
FOSFOR: inhoudstabel
Een goede gezondheid, dat wensen we toch iedereen? Want ziek
zijn, dat kan ons allemaal overkomen. Toch is een goede en betaalbare
gezondheidszorg niet overal vanzelfsprekend.
De Federatie van Socialistische Mutualiteiten van Brabant (FSMB) wil graag haar
steentje bijdragen om dit onrecht aan te pakken, ook in het buitenland. Sinds
2008 stelt FSMB Ecuador centraal en meer bepaald fos-partner Foro
Urbano. Deze organisatie informeert mensen over hun rechten en komt op voor een
betere gezondheidszorg in de grote steden. Zo organiseren ze onder meer
wekelijkse gezondheidsmarkten, en een netwerk van vrijwilligers geeft zijn
kennis door aan buren, familie en vrienden.
In oktober komen drie mensen van Foro Urbano naar ons land. We plannen een
tiendaags programma met ontmoetingen, bezoeken en een heuse Ecuadordag. Hou onze
website en fos-publicaties in het oog! [EY]
FOSFOR: inhoudstabel
Alle federaties van de socialistische mutualiteiten hebben een
partnerschap met een fos-partner in het Zuiden. Met grote en
kleine activiteiten komen ze daarmee naar buiten om hun leden te sensibiliseren
over het recht op gezondheid wereldwijd. Ook op enkele van hun zomerse
gezondheidsdagen, waar veel aandacht naar sport, voeding, maar ook optredens
gaat, komen deze partnerschappen aan bod!
De Peruaanse koffieboeren van JNC zijn partners van De Voorzorg Antwerpen. Op 22
augustus, tussen de talrijke optredens en workshops in hartje Antwerpen, zal
onze ludieke actie zeker in het oog springen!
De Voorzorg Limburg zet de gezondheidsactivisten van onze Mozambikaanse partner
Ucama centraal. Op de gezondheidsdag van 30 augustus in Alden-Biesen (Bilzen),
kom je er alles over te weten aan onze interactieve stand.
FOSFOR: inhoudstabel
Deze zomer is het 30 jaar geleden dat de Sandinisten, onder
leiding van Daniel Ortega, in Nicaragua een einde maakten aan het bewind van
dictator Somoza. Waar staat het land vandaag?
De Sandinistische partij bleef aan de macht tot begin 1990. Na 16 jaar
ultraliberale regeringen zijn de Sandinisten sinds enkele jaren opnieuw aan zet
– in een complexe verhouding tot de verschillende liberale strekkingen – en
kunnen ze de draad van hun sociaal beleid weer oppikken. Maar de berichten die
ons nu en dan bereiken over de gebrekkige transparantie van Ortega’s beleid, het
vermeende frauduleuze verloop van de gemeenteraadsverkiezingen van november etc.
doen de reputatie van de Sandinisten geen goed. Daar zijn ook José Ángel,
Maritza en Fredy zich ten volle van bewust. Deze drie vakbondsleiders van de
koepel FNT, partner van fos, waren in mei in ons land voor een
uitwisseling met ABVV West-Vlaanderen .
Vrij van analfabetisme
“Je mag Ortega aanvallen zoveel je wilt, maar wij steunen hem. Hij verdedigt
het volk, geeft arbeiders betere voorwaarden en zorgt voor meer inspraak,” zegt
uitvoerend secretaris José Ángel. Op vlak van economische rechtvaardigheid gaan
de veranderingen heel snel, benadrukken de delegatieleden. “Zo zet de regering
nu meer sociale inspecteurs in en dat zorgt ervoor dat de werkgevers hun
bijdragen effectief doorstorten naar de sociale zekerheid. Het aantal werknemers
dat nu een sociale verzekering heeft, is opgelopen tot 550.000; dat zijn er
150.000 meer dan enkele jaren terug,” zegt José Angel. De voorbeelden blijven
komen. “Tot voor enkele jaren liep het aantal mensen dat niet kon lezen of
schrijven nog op tot 35%. Op 19 juli, de 30ste verjaardag van de revolutie, zal
Nicaragua zich ‘vrij van analfabetisme’ verklaren. Er gaan nu 800.000 kinderen
meer naar de lagere school dan enkele jaren geleden. Volgens de vorige
regeringen was dat onmogelijk en gingen we de Millenniumdoelstellingen in geen
duizend jaar halen,” aldus Fredy, algemeen secretaris van de onderwijscentrale.
Ook op vlak van gezondheid zien ze vooruitgang. “De privatisering van de
gezondheid is al wat teruggeschroefd en de eerstelijnszorg is gratis. Er wordt
drie keer meer geïnvesteerd in gezondheid, maar het budget moet nog hoger,”
aldus Maritza, die echter ook obstakels uit het verleden een goed gebruik van
dat budget ziet belemmeren: “In het verleden hebben farmaceutische
multinationals ervoor gezorgd dat er een wet kwam waardoor de staat enkel bij
multinationals in Nicaragua medicijnen mocht kopen. Maar op de internationale
markt zouden we generische geneesmiddelen aan veel lagere prijzen kunnen kopen.
Als Ortega dan die wet wil veranderen, noemt men hem een antidemocraat.”
De crisis is een kans
In Nicaragua is nog steeds veel armoede. De helft van de 5.4 miljoen
Nicaraguanen leeft onder de armoedegrens en de werkloosheid is torenhoog. De
meerderheid van de mensen moet zien rond te komen in de ‘informele economie’,
bijvoorbeeld door op straat allerlei waren te verkopen. Alle maatregelen om de
armoede te bestrijden kosten geld, en dat is er wel degelijk in Nicaragua. “Het
probleem zit hem in de verdeling van dat geld. In ons land beschikken de 20%
rijksten over 70% van het Bruto Nationaal Product. Er moet dus een fiscaal
beleid komen dat ervoor zorgt dat de rijken meer belastingen betalen,” aldus
José Ángel. Dat is heel moeilijk om af te dwingen als het economisch niet goed
gaat. In de op export gerichte bedrijven uit de vrijhandelszones gingen de
laatste twee jaar 25.000 van de 85.000 jobs verloren. De Amerikaanse
supermarktketen Wal-Mart koopt meer en meer aan in China en Vietnam,
lagelonenlanden waarmee ook Nicaragua niet kan concurreren.
De huidige crisis doet daar een schepje bovenop. “De bedrijven vroegen de
regering om de loonkosten met 20% te verlagen. Dat voorstel hebben we van tafel
kunnen vegen in de onderhandelingen met de regering,” aldus José Ángel. “Deze
wereldwijde crisis kan een grote kans zijn om het beleid en de economie meer in
handen te nemen. Dat vraagt veel eensgezindheid en mobilisatie; we mogen ons
niet tegen elkaar laten uitspelen, zoals dat soms gebeurt. Toen bij SEAT in
Spanje honderden ontslagen vielen, dachten de Duitse vakbonden dat ze ‘gewonnen’
hadden omdat de jobs bij hen behouden bleven. Maar in feite hebben ze zich
allemaal laten doen.”
Wat kunnen we dan doen? Uitwisselingen in het kader van internationale
solidariteit, vinden ze een goed begin. Omdat het de positie en het aanzien van
FNT kan versterken, maar er is meer. “In deze uitwisseling werd het duidelijk
dat we gemeenschappelijke problemen, belangen en uitdagingen hebben. En dat we
die op een eensgezinde en collectieve manier moeten aanpakken,” besluit Fredy.
Isabel Wagemans
FOSFOR: inhoudstabel
[Ingrediënten voor 4 personen]
2 sneden witbrood
250 ml melk
1 kg runder- of lamsgehakt
1 grote ui, fijngesneden
2 tenen knoflook, fijngesneden
2 eetl. currypoeder
2 eetl. garam massala
½ theel. versgemalen peper
1 theel. zout
2 - 3 eetl. citroensap
75 g rozijnen
50 g gehakte amandelen
1 eetl. mango-of abrikozenchutney
1 theel. gedroogde, gemengde kruiden (munt en oregano)
3 eieren
5 laurierblaadjes
Olie
Bereiding
Verwarm de oven voor op 180 ºC.
Vet een grote rechthoekige ovenschaal in met wat olie. Stoof ajuin en look aan
in beetje olie, dan gehakt toevoegen en bakken tot het rul is.
Week het brood in een beetje melk. Meng het gehakt met het brood, specerijen,
peper, zout, citroensap, rozijnen, amandelen, chutney en kruiden. Druk het
gehakt in de ovenschaal.
Klop de eieren los met de resterende melk en giet dit over het gehakt. Druk de
laurierblaadjes in de bovenlaag en bak de bobotie in circa 45 minuten gaar; de
bovenkant moet lichtbruin zijn. Serveren met gele rijst, chutney en een groene
salade. Smakelijk!
Dit recept komt van traiteur Jo De Knijf van Abre La Boca, die de
solidariteitsmaaltijd van
fos
verzorgde. Wil jij ook je favoriete recept in deze rubriek bekendmaken? Stuur
het dan naar
isabel.wagemans@fos-socsol.be
FOSFOR: inhoudstabel
Naam: Roos Desnouck
Woonplaats: Gullegem
In het dagelijks leven: Verzorgende bij Thuiszorg (Bond Moyson
West-Vlaanderen)
Actief als: lid van de Commissie Internationale Solidariteit van ABVV
West-Vlaanderen.
Wat houdt dit in? We komen regelmatig samen om te zien hoe het loopt met de
opvolging van de projecten die we steunen. Maar er komen ook regelmatig
sprekers, zoals onlangs over Palestina. Nu hebben we het heel druk gehad met 1
mei en met de Dag van de Internationale Solidariteit. Het is een zeer geestige
en goed aaneen hangende kliek, die achter hetzelfde doel staat. Iedereen is er
welkom!
Hoe ben je hiermee begonnen? Ik heb enkele jaren geleden
voor het eerst de vorming ‘internationale solidariteit’ gevolgd bij de vakbond.
Tijdens zo’n vorming leer je vakbondsmensen uit andere landen kennen, en zo weet
je hoe zij daar werken in hun land. Heel interessant. Zo heb ik ook fos
leren kennen. Bij de oprichting van de CIS heb ik een uitnodiging gekregen en zo
ben ik erin gerold.
Waarom vind je het belangrijk om dit te doen? Voor mij is het belangrijk
dat dit vanuit de vakbond gebeurt. En het leert je anders kijken naar je eigen
situatie. Het is ook belangrijk dat ze weten dat wij daarmee bezig zijn en dat
ze er niet alleen voor staan.
FOSFOR: inhoudstabel