Sprekerstoer Margarita Posada


campagne Recht op Gezondheid


Brief naar minister Reynders



 ES  FR  EN  PT


 
 
  FOS | Nieuws: FOSFOR 1-2008
home > nieuws > Fosfor

FOSFOR nr. 2 (april - mei - juni 2009)

Inhoudstafel :


Edito:

In ons land kan je door de term ‘basisinkomen’ te laten vallen, zeker in linkse hoek, heel wat beroering verwachten. De argumenten tegen ‘een inkomen voor iedereen, ongeacht zijn/haar werkbereidheid of behoefte’ liggen voor het rapen. Bijvoorbeeld: je behandelt iedereen gelijk, ook al is niet iedereen gelijk. Niet iedereen kan immers gelijk bijdragen en bovendien heeft de een meer en andere zaken nodig dan de ander. Het doet dus niets aan de ongelijkheid, waar een – goed functionerende – sociale zekerheid dat wel doet. Zelf ben ik er dus niet voor te vinden, maar laten we het eens van de andere kant bekijken. Die van onze Namibische partners bijvoorbeeld. Zij gaan voluit voor een basisinkomen, en met goede redenen, die je verderop in deze FOSFOR te weten komt. Zoals in alle landen waar we actief zijn, zijn ook onze partners in Namibië organisaties die er iets van kennen: van de noden en de context in hun land en van hun mensen. We hopen met hen dat het proefproject een opstap naar een algemeen systeem van armoedebestrijding mag zijn.

Annuschka Vandewalle
Algemeen Secretaris fos-socialistische solidariteit

FOSFOR: inhoudstabel


Mijn gedacht

“Een basisinkomen voor iedereen, en niemand gaat nog werken!”

Noord: De invoering van een basisinkomen in België is geen goed idee. Ons sociaal model biedt hoge bescherming en financiert dat vooral door bijdragen van de werkenden. Wie een loon voorziet zonder dat er prestaties tegenover staan, versmalt de financieringsbasis voor de sociale bescherming, terwijl er een grote kost voor basisinkomens bijkomt. Ofwel wordt de bescherming van wie grote noden heeft dan veel slechter, ofwel moeten enorme nieuwe inkomsten gezocht worden. Sommige pleitbezorgers van het basisinkomen zeggen dat die inkomsten uit een fors hogere BTW kunnen komen. Dat is in een internationale economie als de onze ondenkbaar.

Frank Vandenbroucke, Minister van Werk

Zuid: Onze ervaring in Namibië toont aan dat dit absoluut niet waar is! De basisuitkering maakt het mogelijk mensen hun waardigheid en zelfrespect terug te geven. Hoewel de uitkering laag is, [komma]biedt het mensen weer hoop en geeft het hen de kans initiatieven te ontplooien om in de eigen levensbehoefte te gaan voorzien. Voor de meeste gezinnen is de uitkering het enige inkomen. Men grijpt de mogelijkheid om met behulp van de uitkering een hoger inkomen te genereren maar al te graag aan.

Alfred Angula – Algemeen Secretaris van de Namibische vakbond van landarbeiders (Nafwu)

Sluit je aan bij de fos-groep op www.facebook.com en zet de discussie verder!

FOSFOR: inhoudstabel


Basisinkomen in Namibië: Een goedkope weg uit de armoede?

In ons land is het ‘basisinkomen’ altijd even controversieel als theoretisch geweest. In Namibië ziet men het echter als een uitstekend instrument om de schrijnende ongelijkheid en armoede te bestrijden.

Emilia Garises is 54 jaar en weduwe. In 1991 werd ze samen met haar inmiddels overleden man en haar kinderen uit de boerderij gezet waar ze werkten en woonden. Emilia kwam samen met de kinderen naar Otjivero, een gemeenschap op 100 kilometer ten oosten van Windhoek, de centraal gelegen hoofdstad van Namibië. Overleven deed ze grotendeels door het vragen van financiële steun aan familie en kennissen. “Ik verkocht ook ‘vetkoek’, een lokale lekkernij, maar een goede uitvalsbasis voor mijn kleine onderneming had ik niet. Soms moesten we gaan slapen zonder iets te hebben gegeten. Wanneer mijn dochter ons geen geld stuurde, moest ik bij andere mensen gaan bedelen om een beetje pap. Dit is hoe we leefden,” getuigt ze.

Emilia is een van de deelnemers van een basisinkomen-project, samen met de zeven kinderen voor wie ze zorgt. Dat houdt in dat ze, net zoals de andere inwoners van Otjivero, een kleine maandelijkse uitkering krijgt, waarmee ze uit de armoede kunnen ontsnappen. Waarom deze werkwijze, en waarom in Namibië?

Grootste kloof ter wereld
Pas in 1989 kende Namibië zijn eerste democratische verkiezingen. Tot dan werd het land bestuurd door het apartheidsregime van Zuid-Afrika. Het apartheidssysteem lag aan de basis van grote sociale en economische ongelijkheid in het land. Zelfs na 20 jaar onafhankelijkheid zijn de contrasten binnen de samenleving nog enorm groot. Vandaag is Namibië volgens de Wereldbank een ‘laag- tot middeninkomenland’. Het land kent een economische groei van gemiddeld 4.5% en het Bruto Nationaal Product (BNP) behoort tot de hoogste van Sub-Sahara Afrika.

Maar ook de kloof tussen arm en rijk is bij de grootste in de wereld. De rijkste 10% van de bevolking verdient 128 keer zoveel als de armste 10%. In Namibië leeft nog steeds een derde van de bevolking met minder dan één dollar per dag!

Om de schrijnende inkomensongelijkheid te verminderen, stelde de belastingscommissie van de Namibische overheid in 2002 voor om een ‘BIG’ te introduceren: een Basic Income Grant of ‘basisinkomenstoelage’. Het geld daarvoor zou moeten komen van een soort progressieve bestedingsbelasting voor de rijke bevolking. Maar er waren weinig tekenen dat de politiek dit voorstel serieus in overweging nam.

Acht euro per maand
Nochtans leek er wel publieke ondersteuning te zijn voor armoedebestrijding en er liepen ook verschillende goede initiatieven vanuit de overheid. Maar dit leidde niet tot tastbare resultaten. Daarop vormden verschillende middenveldorganisaties in 2004 een coalitie, om met een proefproject de mogelijke rol van een BIG in de armoedebestrijding te kunnen tonen. Ze besloten leden van een gemeenschap twee jaar lang maandelijks een toelage van 100 Namibische dollar (NAD) (ongeveer € 8) te geven. Het geld daarvoor komt van donaties van individuen en van middenveldorganisaties, ook uit het buitenland. De veranderingen in de gemeenschap worden nauwgezet en regelmatig gemeten. De resultaten van deze metingen zouden uiteindelijk de politieke agenda’s moeten gaan beïnvloeden in het voordeel van een nationale ‘BIG’ – in november dit jaar zijn er immers verkiezingen.

Het project loopt in de gemeenschap van Otjivero, Er wonen zo’n 930 voormalige landarbeiders, die hun huis en werk verloren toen ze gedwongen werden de boerderij waarop ze werkten – en woonden – te verlaten. Het land waarop de mensen zich hebben gevestigd, werd hen door de overheid ter beschikking gesteld. Er is water, een klein hospitaal en een lagere school. Verder zijn er geen voorzieningen. De mensen wonen veelal in zelfgemaakte krotten. Nagenoeg iedereen was bij aanvang van het project werkloos.


Geen voorwaarden
De BIG-coalitie koos er expliciet voor om geen voorwaarden aan de uitkering te verbinden. Alfred Angula, de algemeen secretaris van de landarbeidersvakbond Nafwu, partner van fos, legt uit waarom: “De armoede binnen de gemeenschap is heel hoog: het is niet omdat je niet ziek, werkloos, gehandicapt of oud bent, dat je geen ondersteuning nodig hebt. Het is bovendien een stuk gemakkelijker en goedkoper om geen behoeftemeting te doen op basis van zulke criteria. Dat is immers veelal ingewikkeld. Ook voorkom je dat een bepaalde groep mensen bestempeld wordt als hopeloos. Ze behouden hun eigenwaarde. En ten slotte brengt het meer economische activiteit op gang waarvan iedereen de vruchten plukt”.

De deelnemers beslissen zelf waarvoor ze de toelage gebruiken. Ze krijgen dus de vrijheid én ook de persoonlijke verantwoordelijkheid, en dat werkt emanciperend.

Zes maanden na de introductie van de BIG heeft Emilia haar leven een positieve wending kunnen geven: “Toen we de uitkering ontvingen, heb ik stoffen gekocht. Ik maak nu drie jurken die ik weer kan verkopen. Met de opbrengst zal ik weer nieuwe stof kunnen kopen. Ook ging ik een lening aan voor zinken platen voor het dak van mijn huis. Ik betaal nu maandelijks de lening af. Wanneer jullie weer op bezoek komen, zullen jullie het verschil zien! Met de introductie van de BIG hebben we eten kunnen kopen, heb ik mijn schuld bij de plaatselijke winkel kunnen aflossen en hoeven we niet meer om voedsel te bedelen.”

Minder ondervoeding
Dat het verhaal van Emilia geen uitzondering is, tonen de resultaten van de eerste meting aan. Die werd zes maanden na de start van het project uitgevoerd door fos-partner LaRRI (Labour Resource and Research Institute). Directrice Hilma Shidondola-Mote: “Vóór het begin van het project was 42% van de kinderen in de gemeenschap ondervoed. Een half jaar later was dit al gedaald tot 17%. Het aantal huishoudens dat verklaarde nooit meer gebrek aan voedsel te hebben, steeg van 20% naar 60%. Bij aanvang van het project vertelde bijna de helft van de huishoudens dat de kinderen niet regelmatig naar school gingen door financiële problemen, ziekte of honger. Dit aantal was nu gehalveerd.”

Meer ziekenhuisbezoek
In het ziekenhuis zijn er vijf keer meer bezoeken, en ook dat is goed nieuws. “Voorheen konden mensen de 4 NAD (€ 0.30) voor een bezoek aan het ziekenhuis niet betalen. Nu zoeken de mensen behandeling voor kleine medische problemen, zonder het uit te stellen tot ze ernstig ziek zijn. Ook volgen meer mensen een behandeling met aidsremmende medicatie. Voorheen volgden maar drie kinderen een aidsbehandeling, na een half jaar waren het er al 36. De uitkering heeft ook bijgedragen aan de waardigheid van vrouwen omdat minder vrouwen zichzelf prostitueren door gebrek aan voedsel. Het gemiddelde inkomen is toegenomen met meer dan enkel het uitkeringsbedrag, door de groei in kleine ondernemingen binnen de gemeenschap. De voorlopige resultaten lijken aan te geven dat de BIG tot een verbetering op heel wat vlakken leidt!,” besluit Hilma.

Politici overtuigen
Sinds 1989 heeft de voormalige onafhankelijkheidsbeweging Swapo de meerderheid. In maart kondigde de regering dan wel een groei in sociale voorzieningen aan, vooralsnog zijn er weinig tekenen dat ze BIG in overweging zal nemen als ze de verkiezingen opnieuw zouden winnen. Dit gebrek aan openlijke steun dwingt de BIG-coalitie om op zoek te gaan naar nieuwe manieren om de Namibische politici ervan te overtuigen dat een nationale BIG eindelijk verandering zou kunnen brengen in de schrijnende armoede en ongelijkheid in het land.
Meer lezen over de BIG?: www.bignam.org

 

Enkele cijfers
De economie is voor een belangrijk deel afhankelijk van de mijnbouw (diamanten, uranium, zink, tin, zilver enz.), goed voor 20% van het Bruto Nationaal Product (BNP). Dit terwijl slechts 3% van de bevolking in de mijnbouw aan de slag is. Ongeveer de helft van de bevolking (over)leeft van wat hun stukje grond aan voedsel opbrengt. Een derde van de arbeidsbevolking werkt op grote landbouwbedrijven.

 

Basisinkomen in België?
Een basisinkomen is een inkomen dat onvoorwaardelijk aan elk individu wordt uitgekeerd, zonder inkomensonderzoek, zonder ook dat men bereid moet zijn te werken. Administratief kan dat geen zware last zijn, en het klinkt op het eerste gezicht aanlokkelijk.

Waarom is het ABVV er dan niet voor te vinden?

Celien Vanmoerkerke van de studiedienst van het ABVV: “In België hebben we een sociaal vangnet via het leefloon enerzijds en de sociale zekerheidsuitkeringen (werkloosheid, ziekte en invaliditeit en pensioenen) anderzijds. Dit sociaal vangnet is niet perfect, maar wel solidair. De vakbonden vechten dan ook voor de verbetering en het behoud van dit systeem. Een basisinkomen houdt geen rekening met de reële noden van de burgers noch met de inspanningen die ze leveren voor de collectiviteit. Het laat de marktmechanismen volledig vrij spel en men legt zich neer bij het werkloosheidsprobleem.”

Waarom kan het dan wel in Namibië?
“In Namibië is de uitgangsituatie verschillend: er bestaat weinig formele economie en geen sociaal vangnet. De inwoners kunnen zich dus niet zoals hier “sociaal” verzekeren. Een basisinkomen in Namibië zorgt voor het opstapje om zich economisch te kunnen ontwikkelen en zich zo in te dekken tegen armoede. Als de formele economie zich ontwikkelt, kan men werk maken van een algemeen sociaal zekerheidsysteem waarbij werkgevers en werknemers bijdragen betalen om zich in te dekken tegen sociale risico’s.”

Jolanda Jansen (fos), met dank aan LaRRI voor de interviews

FOSFOR: inhoudstabel


“Het is heel moeilijk om te overleven zonder werk”

Selma Ganeb* heeft in Otjivero al heel wat dingen zien verbeteren sinds iedereen er een uitkering ontvangt. Haar gezondheid is erop vooruit gegaan en daardoor heeft ze haar werk terug. Maar aan de armoede is ze nog niet ontsnapt.

Selma is 38 jaar en alleenstaande moeder van twee kinderen. Haar dochter van 15 is verlamd aan de rechterzijde van haar lichaam en woont in het noorden van het land, bij de moeder van Selma. Naar beide probeert ze regelmatig geld te sturen, want haar moeder is invalide en werkloos. Haar zoontje van 7 woont bij haar. Net als zijn moeder is hij seropositief.

Hoe bent u in Otjivero terecht gekomen?
Ik ben geboren in het noorden van het land en ik ben in 1996 naar hier gekomen om te werken in de Rooi Kraal Lodge. Maar ik verloor mijn baan toen ik ziek werd. Mijn baas dwong me om onbetaald ziekteverlof te nemen tot ik beter werd. Toen wist ik nog niet dat ik HIV had, die diagnose kwam er pas in 2006, ook voor mijn zoontje. Nadat ik aidsremmende medicatie (ARV) begon te nemen, ging het beter. Ik ging terug naar mijn baas, maar hij wou me niet meer voor hem laten werken. Hij zei me dat zieke werknemers te duur waren voor hem. Ik besloot toen om in Otjivero te gaan wonen, dicht bij mijn oud bedrijf, in de hoop dat ik mijn vroegere baan alsnog zou terugkrijgen.

Hoe verliep het leven hier?
Om te kunnen overleven, verkocht ik bij mij thuis een paar dingen zoals maïsmeel, suiker, zout, snoepjes en blikjes drank. Maar zonder werk is het heel moeilijk om genoeg te verdienen. Ik moet ook maandelijks geld naar het noorden sturen, naar mijn moeder en kind. Het was niet gemakkelijk om een winkeltje te beginnen want iedereen was werkloos en ontzettend arm. Veel huishoudens hadden geen inkomen. De meeste dingen werden op krediet gekocht, en vaak werd ik niet terugbetaald. Je kunt mensen ook niet dwingen om te betalen, als ik ze niets op krediet gaf, zouden ze sterven van honger. Het is hier een kwestie van elkaar te helpen, want het is heel moeilijk om te overleven zonder werk.

Wat is er veranderd sinds de mensen hier de uitkering krijgen?
Ik heb veel positieve veranderingen gezien. Veel mensen die vroeger geen eten hadden, kunnen nu eten kopen. Vroeger kochten ze op krediet, maar de meesten konden niet terugbetalen. Nu doen ze dat wel, en dat is goed voor mijn zaak. Mijn gezondheid is erop vooruit gegaan doordat ik het geld heb om goed en gezond te eten. Ook kan ik er nu voor zorgen dat mijn zoontje en ik iedere maand onze ARV-medicatie ontvangen. Er zijn sinds de uitkering geen periodes meer geweest dat we moesten stoppen met de behandeling. Ik had ook geld om weer naar de Lodge te reizen en daar naar werk te vragen. Mijn baas zag dat ik er weer fit uitzag en ik heb hem kunnen overtuigen mij mijn baan terug te geven. Ik ben erg blij dat ik weer werk, hoewel mijn loon laag is. Dit was nooit gebeurd als ik de uitkering niet had ontvangen.

* De geïnterviewde wil anoniem blijven, dus werden een fictieve naam en een andere foto gebruikt.

Jolanda Jansen (fos), met dank aan LaRRI

FOSFOR: inhoudstabel


West-Vlaamse en Nicaraguaanse vakbond versterken banden

Maritza, Freddy en José Ángel, 3 bijzondere ‘compañeros’ van de Nicaraguaanse vakbondskoepel FNT, partner van fos, waren van 13 tot 20 mei in ons land op uitnodiging van ABVV West-Vlaanderen voor de Week van de Internationale Solidariteit.

Hoofdmoot van de week was het vierdaagse vormingsseminarie tussen 15 en 20 mei. De drie gasten vertelden vol vuur over hun strijd voor waardig werk aan een geboeid publiek van een twintigtal West-Vlaamse vakbondsmilitanten. “De vergelijking tussen het vakbondswerk in België en Nicaragua, zeker in het licht van de economische crisis, is heel interessant! We kunnen nog veel van hen leren!,” aldus een van de deelnemers. De militanten leerden de campagne voor waardig werk beter kennen en zochten en vonden creatieve manieren om actie te voeren op de werkvloer. [SB]

FOSFOR: inhoudstabel


Gezondheid in Ecuador: partners op bezoek!

Een goede gezondheid, dat wensen we toch iedereen? Want ziek zijn, dat kan ons allemaal overkomen. Toch is een goede en betaalbare gezondheidszorg niet overal vanzelfsprekend.
De Federatie van Socialistische Mutualiteiten van Brabant (FSMB) wil graag haar steentje bijdragen om dit onrecht aan te pakken, ook in het buitenland. Sinds 2008 stelt FSMB Ecuador centraal en meer bepaald fos-partner Foro Urbano. Deze organisatie informeert mensen over hun rechten en komt op voor een betere gezondheidszorg in de grote steden. Zo organiseren ze onder meer wekelijkse gezondheidsmarkten, en een netwerk van vrijwilligers geeft zijn kennis door aan buren, familie en vrienden.
In oktober komen drie mensen van Foro Urbano naar ons land. We plannen een tiendaags programma met ontmoetingen, bezoeken en een heuse Ecuadordag. Hou onze website en fos-publicaties in het oog! [EY]

FOSFOR: inhoudstabel


Zomerse feesten met een boodschap

Alle federaties van de socialistische mutualiteiten hebben een partnerschap met een fos-partner in het Zuiden. Met grote en kleine activiteiten komen ze daarmee naar buiten om hun leden te sensibiliseren over het recht op gezondheid wereldwijd. Ook op enkele van hun zomerse gezondheidsdagen, waar veel aandacht naar sport, voeding, maar ook optredens gaat, komen deze partnerschappen aan bod!

De Peruaanse koffieboeren van JNC zijn partners van De Voorzorg Antwerpen. Op 22 augustus, tussen de talrijke optredens en workshops in hartje Antwerpen, zal onze ludieke actie zeker in het oog springen!

De Voorzorg Limburg zet de gezondheidsactivisten van onze Mozambikaanse partner Ucama centraal. Op de gezondheidsdag van 30 augustus in Alden-Biesen (Bilzen), kom je er alles over te weten aan onze interactieve stand.

FOSFOR: inhoudstabel


Nicaragua: sociaal beleid in tijden van crisis

Deze zomer is het 30 jaar geleden dat de Sandinisten, onder leiding van Daniel Ortega, in Nicaragua een einde maakten aan het bewind van dictator Somoza. Waar staat het land vandaag?

De Sandinistische partij bleef aan de macht tot begin 1990. Na 16 jaar ultraliberale regeringen zijn de Sandinisten sinds enkele jaren opnieuw aan zet – in een complexe verhouding tot de verschillende liberale strekkingen – en kunnen ze de draad van hun sociaal beleid weer oppikken. Maar de berichten die ons nu en dan bereiken over de gebrekkige transparantie van Ortega’s beleid, het vermeende frauduleuze verloop van de gemeenteraadsverkiezingen van november etc. doen de reputatie van de Sandinisten geen goed. Daar zijn ook José Ángel, Maritza en Fredy zich ten volle van bewust. Deze drie vakbondsleiders van de koepel FNT, partner van fos, waren in mei in ons land voor een uitwisseling met ABVV West-Vlaanderen .

Vrij van analfabetisme
“Je mag Ortega aanvallen zoveel je wilt, maar wij steunen hem. Hij verdedigt het volk, geeft arbeiders betere voorwaarden en zorgt voor meer inspraak,” zegt uitvoerend secretaris José Ángel. Op vlak van economische rechtvaardigheid gaan de veranderingen heel snel, benadrukken de delegatieleden. “Zo zet de regering nu meer sociale inspecteurs in en dat zorgt ervoor dat de werkgevers hun bijdragen effectief doorstorten naar de sociale zekerheid. Het aantal werknemers dat nu een sociale verzekering heeft, is opgelopen tot 550.000; dat zijn er 150.000 meer dan enkele jaren terug,” zegt José Angel. De voorbeelden blijven komen. “Tot voor enkele jaren liep het aantal mensen dat niet kon lezen of schrijven nog op tot 35%. Op 19 juli, de 30ste verjaardag van de revolutie, zal Nicaragua zich ‘vrij van analfabetisme’ verklaren. Er gaan nu 800.000 kinderen meer naar de lagere school dan enkele jaren geleden. Volgens de vorige regeringen was dat onmogelijk en gingen we de Millenniumdoelstellingen in geen duizend jaar halen,” aldus Fredy, algemeen secretaris van de onderwijscentrale.

Ook op vlak van gezondheid zien ze vooruitgang. “De privatisering van de gezondheid is al wat teruggeschroefd en de eerstelijnszorg is gratis. Er wordt drie keer meer geïnvesteerd in gezondheid, maar het budget moet nog hoger,” aldus Maritza, die echter ook obstakels uit het verleden een goed gebruik van dat budget ziet belemmeren: “In het verleden hebben farmaceutische multinationals ervoor gezorgd dat er een wet kwam waardoor de staat enkel bij multinationals in Nicaragua medicijnen mocht kopen. Maar op de internationale markt zouden we generische geneesmiddelen aan veel lagere prijzen kunnen kopen. Als Ortega dan die wet wil veranderen, noemt men hem een antidemocraat.”

De crisis is een kans
In Nicaragua is nog steeds veel armoede. De helft van de 5.4 miljoen Nicaraguanen leeft onder de armoedegrens en de werkloosheid is torenhoog. De meerderheid van de mensen moet zien rond te komen in de ‘informele economie’, bijvoorbeeld door op straat allerlei waren te verkopen. Alle maatregelen om de armoede te bestrijden kosten geld, en dat is er wel degelijk in Nicaragua. “Het probleem zit hem in de verdeling van dat geld. In ons land beschikken de 20% rijksten over 70% van het Bruto Nationaal Product. Er moet dus een fiscaal beleid komen dat ervoor zorgt dat de rijken meer belastingen betalen,” aldus José Ángel. Dat is heel moeilijk om af te dwingen als het economisch niet goed gaat. In de op export gerichte bedrijven uit de vrijhandelszones gingen de laatste twee jaar 25.000 van de 85.000 jobs verloren. De Amerikaanse supermarktketen Wal-Mart koopt meer en meer aan in China en Vietnam, lagelonenlanden waarmee ook Nicaragua niet kan concurreren.
De huidige crisis doet daar een schepje bovenop. “De bedrijven vroegen de regering om de loonkosten met 20% te verlagen. Dat voorstel hebben we van tafel kunnen vegen in de onderhandelingen met de regering,” aldus José Ángel. “Deze wereldwijde crisis kan een grote kans zijn om het beleid en de economie meer in handen te nemen. Dat vraagt veel eensgezindheid en mobilisatie; we mogen ons niet tegen elkaar laten uitspelen, zoals dat soms gebeurt. Toen bij SEAT in Spanje honderden ontslagen vielen, dachten de Duitse vakbonden dat ze ‘gewonnen’ hadden omdat de jobs bij hen behouden bleven. Maar in feite hebben ze zich allemaal laten doen.”

Wat kunnen we dan doen? Uitwisselingen in het kader van internationale solidariteit, vinden ze een goed begin. Omdat het de positie en het aanzien van FNT kan versterken, maar er is meer. “In deze uitwisseling werd het duidelijk dat we gemeenschappelijke problemen, belangen en uitdagingen hebben. En dat we die op een eensgezinde en collectieve manier moeten aanpakken,” besluit Fredy.

Isabel Wagemans

FOSFOR: inhoudstabel


Wereldkeuken: Bobotie (Zuid-Afrika)

[Ingrediënten voor 4 personen]

2 sneden witbrood
250 ml melk
1 kg runder- of lamsgehakt
1 grote ui, fijngesneden
2 tenen knoflook, fijngesneden
2 eetl. currypoeder
2 eetl. garam massala
½ theel. versgemalen peper
1 theel. zout
2 - 3 eetl. citroensap
75 g rozijnen
50 g gehakte amandelen
1 eetl. mango-of abrikozenchutney
1 theel. gedroogde, gemengde kruiden (munt en oregano)
3 eieren
5 laurierblaadjes
Olie

Bereiding

Verwarm de oven voor op 180 ºC. Vet een grote rechthoekige ovenschaal in met wat olie. Stoof ajuin en look aan in beetje olie, dan gehakt toevoegen en bakken tot het rul is.
Week het brood in een beetje melk. Meng het gehakt met het brood, specerijen, peper, zout, citroensap, rozijnen, amandelen, chutney en kruiden. Druk het gehakt in de ovenschaal.
Klop de eieren los met de resterende melk en giet dit over het gehakt. Druk de laurierblaadjes in de bovenlaag en bak de bobotie in circa 45 minuten gaar; de bovenkant moet lichtbruin zijn. Serveren met gele rijst, chutney en een groene salade. Smakelijk!

Dit recept komt van traiteur Jo De Knijf van Abre La Boca, die de solidariteitsmaaltijd van
fos verzorgde. Wil jij ook je favoriete recept in deze rubriek bekendmaken? Stuur het dan naar isabel.wagemans@fos-socsol.be 

FOSFOR: inhoudstabel


Spots op: Onze werking in het Zuiden en in Vlaanderen is enkel mogelijk door de inzet van heel wat mensen voor en achter de schermen.

Naam: Roos Desnouck
Woonplaats: Gullegem
In het dagelijks leven: Verzorgende bij Thuiszorg (Bond Moyson West-Vlaanderen)
Actief als: lid van de Commissie Internationale Solidariteit van ABVV West-Vlaanderen.

Wat houdt dit in?
We komen regelmatig samen om te zien hoe het loopt met de opvolging van de projecten die we steunen. Maar er komen ook regelmatig sprekers, zoals onlangs over Palestina. Nu hebben we het heel druk gehad met 1 mei en met de Dag van de Internationale Solidariteit. Het is een zeer geestige en goed aaneen hangende kliek, die achter hetzelfde doel staat. Iedereen is er welkom!

Hoe ben je hiermee begonnen? Ik heb enkele jaren geleden voor het eerst de vorming ‘internationale solidariteit’ gevolgd bij de vakbond. Tijdens zo’n vorming leer je vakbondsmensen uit andere landen kennen, en zo weet je hoe zij daar werken in hun land. Heel interessant. Zo heb ik ook fos leren kennen. Bij de oprichting van de CIS heb ik een uitnodiging gekregen en zo ben ik erin gerold.

Waarom vind je het belangrijk om dit te doen? Voor mij is het belangrijk dat dit vanuit de vakbond gebeurt. En het leert je anders kijken naar je eigen situatie. Het is ook belangrijk dat ze weten dat wij daarmee bezig zijn en dat ze er niet alleen voor staan.

FOSFOR: inhoudstabel


 
     
 

siteplan | zoek | links | contact

 
 fos-socialistische solidariteit
 Grasmarkt 105 bus 46
 1000 Brussel
Tel: (+32) (0)2 552 03 00
e-mail: info@fos-socsol.be
fos op facebook

 191 landen ondertekenden een akkoord om tegen 2015 de armoede in de wereld te halveren.
Voer samen met de Vlaamse Noord-Zuidbeweging actie om de politici aan hun belofte te herinneren én de lat hoger te leggen.
Armoede moet de wereld uit!

Webdesign| www.at10.be